Juridisch kader: Boek 7 Burgerlijk Wetboek (BW), Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz), Wetboek van Strafrecht (Sr), Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG), Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).
Ook na overlijden blijft het medisch beroepsgeheim bestaan. Dit geldt dus ook voor het medisch dossier van de cliënt: nabestaanden van de cliënt mogen dit dossier niet zomaar inzien. Alleen in zeer uitzonderlijke gevallen mag het medisch beroepsgeheim na overlijden worden doorbroken. Deze uitzonderingen zijn vastgelegd in artikel 7:458a van het Burgerlijk Wetboek:
- Als de cliënt bij leven toestemming heeft gegeven;
- Als een nabestaande de mededeling heeft gekregen dat sprake was van een incident in de zorgverlening;
- Als een nabestaande een zwaarwegend belang heeft bij inzage in het dossier;
- Als een ouder of voogd van een overleden kind jonger dan 16 jaar om inzage verzoekt.
Dat sprake is van een uitzonderingsgrond waarop een nabestaande inzage zou moeten krijgen in het medisch dossier, wordt niet zomaar aangenomen. Zorgaanbieders moeten terughoudend zijn in het geven van inzage in het medisch dossier. De commissie bekijkt dit per geval.
Onderstaande analyses zijn bijgewerkt in de jaren:
- 2025
In de inhoudelijke uitspraak kunt u lezen in welk kalenderjaar de uitspraak gedaan is.
Toestemming bij leven (2025)
Wanneer de cliënt bij leven toestemming heeft verleend voor inzage in het medisch dossier na overlijden, mag een zorgaanbieder dit niet weigeren. Dit blijkt uit de uitspraak 228216/245868 van de Geschillencommissie Verpleging, Verzorging en Geboortezorg. Ook gaat de commissie in deze uitspraak verder in op de verschillende manieren waarop toestemming kan worden verleend (schriftelijk en mondeling).
Ook in het tussenadvies 204209/214502 van de Geschillencommissie Zorg Algemeen was sprake van een toestemmingsverklaring. De dochter van de klaagster heeft na een korte opname bij de zorgaanbieder suïcide gepleegd. De klaagster verwijt de zorgaanbieder zeer onzorgvuldig, onprofessioneel en nalatig handelen en verlangt inzage in het medisch dossier van haar dochter.
Volgens de zorgaanbieder was de toestemmingsverklaring alleen geldig tijdens het leven van de dochter. De commissie is het hier uitdrukkelijk niet mee eens. De zorgaanbieder moet inzage geven in het dossier.
In de uitspraak 9846/19812 van de Geschillencommissie Ziekenhuizen vraagt de klager inzage in het dossier van haar overleden vader. Enkele dagen voor zijn overlijden heeft hij zijn dochter hiervoor gemachtigd. Maar omdat haar vader wilsonbekwaam verklaard was, is de machtiging niet rechtsgeldig. Daarnaast is de echtgenote de wettelijke vertegenwoordiger en zij heeft de dochter geen toestemming tot inzage gegeven.
De klager in de uitspraak 120096 van de Geschillencommissie Geestelijke Gezondheidszorg wil het medisch dossier van haar overleden zoon inzien. Zo wil ze duidelijkheid krijgen over de laatste fase van het leven haar zoon en de fouten die de zorgaanbieder gemaakt zou hebben. Naar het oordeel van de commissie heeft de cliënt bij leven geen toestemming gegeven voor inzage in zijn dossier door zijn moeder. Ook staat volgens de commissie niet vast dat de cliënt gewild zou hebben dat zijn moeder inzage zou krijgen. De klacht is ongegrond.
Incident (2025)
Alleen een vermoeden van een incident/medische fout is op zichzelf niet voldoende om inzage te krijgen in een medisch dossier.
Uit onder andere de uitspraken 183495/188907, 200389/202264 en 215031/244724 van de Geschillencommissie Verpleging, Verzorging en Geboortezorg blijkt dat het vermoeden van een incident/medische fout goed onderbouwd moet zijn. Is dat niet het geval, dan wijst de commissie het verzoek af.
Zie ook de uitspraken 130559/159017 van de Geschillencommissie Verpleging, Verzorging en Geboortezorg en 41329/63878 van de Geschillencommissie Geestelijke Gezondheidszorg.
Onafhankelijk arts (2025)
Het kan voorkomen dat een nabestaande om inzage heeft verzocht vanwege het vermoeden van een incident, maar dat de zorgaanbieder dit verzoek heeft geweigerd. In zo’n geval kan het medisch dossier worden voorgelegd aan een door de nabestaande aangewezen onafhankelijk arts (bijvoorbeeld diens huisarts). Deze onafhankelijke arts beoordeelt of het weigeren van het verzoek tot inzage terecht is of niet. Dit volgt uit artikel 7:458b van het Burgerlijk Wetboek.
In de zaak 183495/188907 van de Geschillencommissie Verpleging, Verzorging en Geboortezorg heeft de zorgaanbieder aangeboden het dossier te delen met een onafhankelijk arts, die kan beoordelen of de weigering terecht is. Maar de huisarts van de nabestaande gaf aan hierover niet te kunnen oordelen.
Zwaarwegend belang (2025)
Uit de uitspraken van de commissie blijkt dat niet zomaar sprake is van een zwaarwegend belang, waardoor inzage door een bestaande gerechtvaardigd is. Het zwaarwegend belang moet goed onderbouwd worden door de nabestaande.
Uit de onderstaande uitspraken van de commissie blijkt wanneer géén sprake is van een zwaarwegend belang.
Financieel belang
In de uitspraak 20200034 van de Geschillencommissie Huisartsenzorg heeft de klager aan de huisarts van zijn overleden vader gevraagd om inzage in het medisch dossier om het testament van zijn vader aan te vechten.
De geschillencommissie oordeelt dat een mogelijk financieel nadeel voor de klager niet een zwaarwegende reden is om het medisch beroepsgeheim te breken. Ook zijn er geen aanwijzingen dat de cliënt niet in staat was zijn wil te bepalen tijdens het opstellen van het testament of dat de informatie niet op een andere manier te krijgen was. De klacht is ongegrond.
Rouwverwerking
In de uitspraak 37430/41356 van de Geschillencommissie Verpleging, Verzorging en Geboortezorg is de klager de moeder van overleden cliënte. Zij wil voor de rouwverwerking het dossier van haar dochter inzien. Volgens de geschillencommissie heeft de klager niet duidelijk gemaakt dat zij een zwaarwegend belang heeft. Een emotioneel belang zoals rouwverwerking is geen zwaarwegend belang om vertrouwelijke informatie vrij te geven.
Zie ook uitspraak 130559/159017 van de Geschillencommissie Verpleging, Verzorging en Geboortezorg.
Voor meer uitspraken over inzage in het medisch dossier na overlijden, zie de uitspraken 129599/143612 van de Geschillencommissie Verpleging, Verzorging en Geboortezorg, 371868/490392 van de Geschillencommissie Ambulancezorg, 244612/255785 en 131986/134378 van de Geschillencommissie Geestelijke Gezondheidszorg, 197833/204934 en 168502/172321 van de Geschillencommissie Ziekenhuizen.
