Categorie: Beroepsgeheim

Juridisch kader: WGBO, Wkkgz, Wetboek Sr, Wet BIG

Het beroepsgeheim is een belangrijk recht van de cliënt. Een cliënt moet erop kunnen rekenen dat alles wat hij bespreekt met met de zorgaanbieder vertrouwelijk blijft. Het beroepsgeheim dient hiermee het individuele belang van de cliënt, namelijk de privacy.Het beroepsgeheim is ook belangrijk omdat het beroepsgeheim de vrije toegang tot de zorg waarborgt  voor elke patiënt. Ook wanneer iemand bijvoorbeeld betrokken is geraakt bij een strafbaar feit moet deze persoon zich tot een hulpverlener kunnen wenden. Het beroepsgeheim is neergelegd in artikel 7:457 BW, artikel 272 Wetboek van Strafrecht en artikel 88 Wet BIG (Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg). 

Er zijn uitzonderingen mogelijk op het beroepsgeheim. Wanneer de cliënt toestemming geeft kan de zorgaanbieder het beroepsgeheim doorbreken. Dit betekent niet dat de zorgaanbieder het beroepsgeheim ook echt moet doorbreken. Een zorgaanbieder kan het beroepsgeheim ook moeten doorbreken vanwege een wettelijk voorschrift. 

Als er sprake is van een noodtoestand, of ‘conflict van plichten’, kan een zorgaanbieder het beroepsgeheim ook doorbreken. De hulpverlener kan hier een beroep op doen als zwijgen ernstige schade aan een ander zou kunnen opleveren en als het doorbreken van het beroepsgeheim deze schade kan voorkomen. De vierde reden voor het doorbreken van het beroepsgeheim is het aanwezig zijn van een zwaarwegend belang. 

Het belang van het kind is een voorbeeld van zo’n zwaarwegend belang. Wanneer een zorgaanbieder het vermoeden heeft dat er sprake is van kindermishandeling of huiselijk geweld kan de zorgaanbieder het beroepsgeheim doorbreken. Er zal dan sprake moeten zijn van acute of structurele onveiligheid. Om tot een zorgvuldige afweging te komen is de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling gecreëerd. 

Voorbeeld uitspraak 123817, Geschillencommissie Geestelijke Gezondheidszorg
De cliënt zegt dat de zorgaanbieder, nadat cliënt 7 maanden niet meer in behandeling was, de zorgaanbieder heeft gebeld en gezegd heeft dat de cliënt bij de zorgaanbieder niet meer welkom was voor de behandeling. Tevens gaf de zorgaanbieder volgens de cliënt het advies geen doorverwijzingen naar andere GGZ-instellingen te doen totdat cliënt in het hoger beroep was veroordeeld tot een ‘forensisch kader’. De commissie overweegt dat de zorgaanbieder deze klacht in zijn verweerschrift op geen enkele wijze heeft weersproken. Mede door de afwezigheid van de zorgaanbieder ter zitting, staat daarmee deze klacht als onweersproken vast. De behandelaar heeft zijn hiervoor bedoelde geheimhoudingsplicht geschonden. De klacht is gegrond.

Vergelijkbare zaken:

Voorbeeld uitspraak 120096, Geschillencommissie Geestelijke Gezondheidszorg 
De klager wil het medisch dossier van haar overleden zoon inzien. Zo wil ze duidelijkheid krijgen over de laatste fase van het leven haar zoon en de fouten die de de zorgaanbieder gemaakt zou hebben. De commissie overweegt dat de zorgaanbieder de privacybelangen van een cliënt, ook indien hij is overleden, altijd moet beschermen. Dit betekent dat een nabestaande het medisch dossier van een nabestaande in de regel niet mag bekijken, tenzij 1) de overledene tijdens zijn leven hiervoor toestemming heeft gegeven, 2) toestemming van de overledene mag worden verondersteld, 3) er zwaarwegende omstandigheden zijn die het doorbreken van een beroepsgeheim van de zorgaanbieder rechtvaardigen. Volgens de commissie heeft de zoon bij leven in ieder geval geen expliciete toestemming gegeven om zijn moeder zijn medisch dossier in te laten zien. Ook staat volgens de commissie niet vast dat de zoon zou hebben gewild dat zijn moeder inzage in zijn medisch dossier zou krijgen.

Vergelijkbare zaken:

Een zorgaanbieder mag wel inlichtingen geven aan diegenen die rechtstreeks betrokken zijn bij de uitvoering van de behandelingsovereenkomst en degene die optreedt als vervanger van de hulpverlener.

Bijvoorbeeld:

De huisarts heeft ook een beroepsgeheim. Een huisarts moet vaak doorverwijzen naar andere zorgverleners. Dan kan het delen van medische gegevens noodzakelijk zijn. Meestal is de toestemming van de patiënt nodig.

De KNMG (Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst) heeft daarom een richtlijn opgesteld. Dit is de richtlijn ‘Omgaan met medische gegevens’. De richtlijn is per 2020 geactualiseerd. Voor de Geschillencommissie is de richtlijn een kader om te beoordelen of de huisarts medische gegevens wel of niet had mogen delen. 

Voorbeeld uitspraak: 2017/31, Geschillencommissie Huisartsenzorg
Klaagster vindt dat verweerder onterecht een medische verklaring heeft afgegeven. Bij de beoordeling van het handelen in deze klacht is de KNMG Richtlijn ‘Omgaan met medische gegevens’ van toepassing. De commissie vindt dat de brief die de verweerder heeft geschreven een medische verklaring was, los van de aanhef van een dergelijke brief. Verweerder heeft niet enkel objectieve feitelijke medische informatie verstrekt zoals hij zelf stelt, volgens de commissie heeft de verweerder ook conclusies getrokken. Verweerder handelde hiermee niet volgens de genoemde professionele richtlijn van de KNMG, en heeft niet aangeven waarom hij niet volgens deze richtlijn handelde. De commissie acht de klacht van klaagster dan ook gegrond.

Voorbeeld uitspraak: 2017/29, Geschillencommissie Huisartsenzorg
Klaagster vindt dat verweerster zonder toestemming informatie aan derden over haar heeft gegevens. Bij de beoordeling van het handelen in deze klacht is de KNMG Richtlijn ‘Omgaan met medische gegevens’ van toepassing. In deze richtlijn is bepaald dat bij gegevensverstrekking op verzoek van derden in algemene zin het volgende geldt: vooraf is gerichte toestemming van de patiënt vereist. Hiervoor moet de patiënt weten waarom de gegevens worden opgevraagd en/of gegeven, wat de inhoud is van de informatie en wat de mogelijke gevolgen van het delen van de gegevensverstrekking zijn. De commissie is het met de verweerster eens dat zij de informatie niet aan de Raad voor de Kinderbescherming had mogen geven zonder toestemming van klaagster. De commissie verklaart de klacht van klaagster gegrond. 

Vergelijkbare zaak:

Samenwerken aan kwaliteit