Categorie: Informed consent
Juridisch kader: Boek 7 Burgerlijk Wetboek (BW), Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz), Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg)
Op basis van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek heeft de zorgverlener de plicht om de patiënt in begrijpelijke taal te informeren over onder andere het voorgenomen onderzoek, de diagnose, de behandelopties, de risico’s en (mogelijke) bijwerkingen. Zodat de cliënt weloverwogen een beslissing kan nemen voor een bepaalde behandeling.
De informatieplicht van de arts en het toestemmingsvereiste horen bij elkaar. Dit heet informed consent. Het informed consent moet goed vastgelegd worden.
De zorgaanbieder is verplicht op tijd met de cliënt te overleggen en te vragen of alles duidelijk is. Ook moet de zorgaanbieder informatie geven over het niet doen van een behandeling en over de mogelijkheid van een behandeling door andere zorgaanbieders. De zorgaanbieder moet de situatie van de cliënt leren kennen en informatie geven over de duur van het onderzoek en de behandelingen.
Onderstaande analyses zijn bijgewerkt in de jaren:
- 2025
- 2024
- 2022
- 2020
In de inhoudelijke uitspraak kunt u lezen in welk kalenderjaar de uitspraak gedaan is.
Zorgvuldigheid is heel belangrijk
In de uitspraak 345556/619027 van de Geschillencommissie Zelfstandige Klinieken benadrukt de commissie dat informed consent een belangrijk uitgangspunt is in de gezondheidszorg. Zorgaanbieders moeten hier heel zorgvuldig mee omgaan. Hieronder valt uitgebreide informatieverstrekking en het goed vastleggen van informed consent, bijvoorbeeld op een formulier. Ook moet een zorgaanbieder zich ervan verzekeren dat een cliënt de informatie begrijpt.
Is sprake van informed consent? (2022, 2025)
De cliënt in de uitspraak 759243/924310 van de Geschillencommissie Zelfstandige Klinieken werd verwezen voor het trekken van kies 18 (rechtsboven), maar de kaakchirurg verwijderde kies 48 (rechtsonder). Volgens de cliënt is dit gebeurd zonder overleg of toestemming. De zorgaanbieder gaf aan dat het medisch gezien beter was om kies 48 te verwijderen en dat deze keuze samen met de cliënt is gemaakt. Maar de zorgaanbieder heeft dit standpunt niet onderbouwd met documenten. De commissie kon dus niet vaststellen dat echt sprake was van informed consent.
Ook relevant is de uitspraak 215777/ 226458 van de Geschillencommissie Ziekenhuizen. De cliënt kreeg – zonder overleg met haar of met haar naasten – het medicijn Baclofen toegediend. Dat is spierverslappende medicatie, terwijl de cliënt juist bezig was met revalidatie. De zorgaanbieder heeft op een gegeven moment de dosis zelfs verhoogd, zonder overleg of evaluatie. Het medicijn heeft flinke bijwerkingen en ook kon de cliënt hierdoor niet verder met revalideren. Verder bleek uit het medisch dossier geen goede reden voor het toedienen van het medicijn. Er was geen sprake van informed consent en de klacht is gegrond.
In een andere uitspraak, 827982/938303 van de Geschillencommissie Zorg Algemeen, vindt de cliënt dat hij niet voldoende is geïnformeerd over de risico’s van een haartransplantatie. Hij heeft getekend bij het kruisje, zonder te weten waarvoor hij zijn handtekening moest zetten. De commissie oordeelt dat de cliënt van tevoren per e-mail brochures met informatie heeft ontvangen, en een informed consent formulier waarop de behandeling en de risico’s worden toegelicht. De cliënt heeft ruim de tijd gehad om de informatie te lezen. Ook al beheerst de cliënt de Nederlandse taal niet volledig, de cliënt had bij onduidelijkheid ook zelf navraag kunnen doen. De klacht is ongegrond.
Zie ook de uitspraken 254178/365494 en 45387/56255 van de Geschillencommissie Ziekenhuizen.
Welke informatie moet een zorgaanbieder verstrekken? (2020, 2022, 2025)
Informatie over behandelmethoden
Allereerst moet een zorgaanbieder informatie verstrekken over de mogelijke behandeling(en). Als er meerdere behandelingen mogelijk zijn, moet de zorgaanbieder de cliënt goed informeren over de voor- en nadelen van de verschillende behandelingen. Hierdoor kan een cliënt een weloverwogen keuze maken.
Zo staat in de uitspraak 484387/560782 van de Geschillencommissie Ziekenhuizen de hartklepoperatie van de cliënt centraal. De cliënt is pas de avond van tevoren geïnformeerd over de operatie. En pas op de dag van de operatie heeft de chirurg met de cliënt gesproken over verschillende manieren om de hartklepoperatie uit te voeren. De commissie oordeelt dat hier sprake is van onvoldoende informed consent.
De cliënt in de uitspraak 660804/856528 van de Geschillencommissie Ziekenhuizen klaagt dat ze onvoldoende is geïnformeerd over de diverse behandelmogelijkheden van haar pols. Maar in het dossier staat beschreven dat sprake is van informed consent voor de behandeling en de cliënt heeft dit verder niet ontkent.
In een ander geschil oordeelt de Geschillencommissie Ziekenhuizen in de uitspraak 18844/21894 dat de uroloog geen alternatieve behandelmethoden hoefde voor te stellen aan de cliënt, omdat deze volgens de medische wetenschap de cliënt niet voldoende zouden helpen.
Zie ook de uitspraken 108281 en 108425 van de Geschillencommissie Ziekenhuizen.
Informatie over risico’s en complicaties
De zorgaanbieder moet een cliënt vooraf informeren over risico’s van de behandeling en mogelijke complicaties. De zorgaanbieder hoeft niet álle mogelijke complicaties te noemen, maar wel de complicaties die vaker voor kunnen komen. De zorgaanbieder hoeft niet in detail te treden, maar zeker als de cliënt erom vraagt, moet wel voldoende informatie worden verstrekt over risico’s en complicaties.
Zo heeft de chirurg in de uitspraak 42271/58318 van de Geschillencommissiecommissie Ziekenhuizen de cliënt onvoldoende geïnformeerd over de mogelijke complicaties. Die complicaties zijn alleen algemeen benoemd. De cliënt heeft meerdere keren gevraagd of er ernstige zenuwschade kon optreden en of hij nog wel piano zou kunnen spelen na de ingreep. De chirurg heeft een mogelijke uitval van functie van de vingers of een krachtverlies van de hand niet benoemd. De commissie vindt dat de chirurg hier wel op had moeten wijzen.
Bij de cliënt in de uitspraak 552069/641801 van de Geschillencommissie Ziekenhuizen is een complexe hartlong operatie uitgevoerd, waarbij de stembandzenuw van de cliënt is geraakt en ribben zijn gebroken. De commissie oordeelt dat het raken van de stembandzenuw een uiterst zeldzame complicatie is, nu de stembandzenuw soms op een andere plek zit en niet te zien is op een scan. Omdat het een uiterst zeldzame complicatie is, hoefde de cliënt hier vooraf niet over geïnformeerd te worden. De cliënt is verder wel geïnformeerd over eventuele ribfracturen. De klacht is ongegrond.
Ook in de uitspraak 24247/30346 van de Geschillencommissie Ziekenhuizen was sprake van een zeer zeldzame complicatie, die maar in minder dan 0,03% van de gevallen voorkomt. De zorgaanbieder had de cliënt hierover dan ook niet hoeven te informeren.
Zie ook de uitspraak 23515/27797 van de Geschillencommissie Ziekenhuizen.
Vastleggen informed consent (2020, 2022, 2025)
Het is heel belangrijk dat het informed consent goed vastgelegd wordt. Meestal wordt het vastgelegd in het medisch dossier. Soms wordt een speciaal informed consent formulier getekend.
Bij de cliënt in de uitspraak 591273/697604 van de Geschillencommissie Ambulancezorg werd tijdens een ambulancerit een Venflon (waaknaald) ingebracht. Volgens de zorgaanbieder is dit met de cliënt besproken en gaf ze hier toestemming voor. Maar de cliënt ontkent dat. De zorgaanbieder heeft het standpunt niet onderbouwd met het ritformulier of het medisch dossier. De commissie kan niet vaststellen dat sprake was van informed consent. De cliënt was de hele rit bij bewustzijn en aanspreekbaar, dus de cliënt moest geïnformeerd worden en toestemming geven.
In ieder geval moet de commissie uit het medisch dossier of het formulier kunnen afleiden wat precies met de cliënt is besproken.
Zo stond in het medisch dossier van de cliënt in de uitspraak 61892/80600 van de Geschillencommissie Ziekenhuizen alleen dat de risico’s/complicaties van de staaroperatie met hem zijn besproken. Maar de daadwerkelijk besproken risico’s/complicaties worden niet genoemd. Daarom is voor de commissie niet duidelijk of de cliënt is geïnformeerd over het risico op een ‘floppy iris’ bij een staaroperatie. De klacht is gegrond.
Ook in de uitspraak 834351/982224 van de Geschillencommissie Zelfstandige Klinieken staat dit centraal: de commissie oordeelt dat het informed consent formulier niet voldoende informatie bevat. Er wordt alleen verwezen naar een brochure die de cliënt ontvangen zou hebben, maar die brochure is niet bijgevoegd. De commissie kan op basis van deze informatie niet vaststellen dat de cliënt voldoende is geïnformeerd.
De informatie over informed consent moet niet alleen in het dossier staan, de informatie in het dossier moet ook goed vindbaar zijn. Zo wilde de cliënt in de uitspraak 386574/571803 van de Geschillencommissie Ziekenhuizen absoluut geen oxytocine toegediend krijgen tijdens de bevalling, tenzij het echt noodzakelijk was. Dit stond wel genoteerd, maar niet op een prominente plek in het dossier. Daardoor waren de zorgverleners niet op de hoogte van de uitdrukkelijke wens van de cliënt.
Zie ook de uitspraken 214255/225858, 121787 en 8885/20271 van de Geschillencommissie Ziekenhuizen en de uitspraak 345556/619027 van de Geschillencommissie Zelfstandige Klinieken.
Mondeling informed consent (2025)
Niet in alle gevallen wordt het medisch dossier of informed consent formulier aangeleverd bij de commissie. De commissie raadt dat altijd wél aan. Maar in sommige uitspraken heeft de commissie – ook zonder formulier of medisch dossier – uitspraak gedaan over de vraag of sprake was van informed consent.
Zo oordeelt de Geschillencommissie Zelfstandige Klinieken in de uitspraak 504616/573717 dat ook zónder het formulier duidelijk is dat sprake is van informed consent. Op de zitting heeft de cliënt zelf bevestigd dat ze zo’n formulier heeft getekend en dat ze op de hoogte was van de informatie.
Verder blijkt uit de uitspraak 298332/478842 van de Geschillencommissie Zorg Algemeen dat in sommige gevallen ook mondeling informed consent gegeven kan worden. De cliënt had het informed consent formulier niet ondertekend, maar wel overhandigd aan de zorgaanbieder. Verder is gebleken dat meerdere informatiegesprekken hebben plaatsgevonden en dat de cliënt op 1 februari 2024 heeft ingestemd met de behandeling.
Zie ook de uitspraak 234646/244255 van de Geschillencommissie Zelfstandige Klinieken.
Verzet of protest door de cliënt is niet relevant (2025)
In de uitspraak 591273/697604 van de Geschillencommissie Ambulancezorg is bij de cliënt een Venflon (waaknaald) ingebracht, zonder haar te informeren of hiervoor toestemming te vragen. De zorgaanbieder heeft hiertegen ingebracht dat de cliënt haar arm niet heeft teruggetrokken of heeft geprotesteerd tegen het inbrengen van de Venflon. Maar de commissie oordeelt dat dit helemaal niet relevant is voor de vraag of sprake is van informed consent.
Zie ook de uitspraak 215777/226458 van de Geschillencommissie Ziekenhuizen.
Financiële informatie (2020, 2022, 2025)
Onder informed consent kan ook informatie vallen over de kosten van een behandeling. Zorgaanbieders hebben op grond van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) en de Regeling transparantie zorgaanbieders van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) een informatieplicht over de tarieven van een behandeling. Zo moeten zorgaanbieders cliënten volgens de Regeling transparantie zorgaanbieders - TH/NR-035 informeren over:
- De relevante tarieven die van toepassing zijn;
- Of de behandeling onder verzekerde zorg valt;
- Of met de betreffende verzekeraar een contract is gesloten en de mogelijke gevolgen daarvan voor de vergoeding van de zorg. Over de hoogte van de vergoeding verwijst de zorgaanbieder de cliënt naar diens zorgverzekeraar;
- Eventuele eigen betalingen (het eigen risico of een eigen bijdrage).
Hoever deze informatieplicht reikt en of de zorgaanbieder daaraan heeft voldaan, is aan de commissie om per geval te beoordelen.
Zorgaanbieders hebben een informatieplicht, maar cliënten hebben zelf ook een onderzoeksplicht. Zo moeten cliënten ook zelf onderzoeken of een bepaalde behandeling bij een bepaalde zorgaanbieder wordt vergoed door de zorgverzekering. Een cliënt kan zelf informatie opzoeken over de kosten van een behandeling, bijvoorbeeld op de website van de zorgaanbieder of via de zorgverzekeraar. Dit blijkt uit de uitspraak 20210008 van de Geschillencommissie Huisartsenzorg en de uitspraak 107876 van de Geschillencommissie Ziekenhuizen.
De informatieplicht van zorgaanbieders reikt niet zóver dat zorgaanbieders verplicht uitleg moeten geven over de DBC-systematiek (waarmee zorgkosten in ziekenhuizen worden verrekend) en facturering door de zorgverzekeraar. Dit blijkt uit de uitspraak 57397/81739 van de Geschillencommissie Ziekenhuizen.
Maar het bovenstaande betekent niet dat zorgaanbieders cliënten helemaal niet hoeven te informeren over DBC’s. De zorgaanbieder in de uitspraak 597213/684433 van de Geschillencommissie Ziekenhuizen had de cliënt erop moeten wijzen dat er wachttijden zijn voor de afdeling dermatologie. De zorgaanbieder had moeten aangeven dat bij een langere wachttijd meer DBC’s nodig zijn, wat tot meer kosten kon leiden bij de cliënt.
Een voorbeeld van een zaak waarin de commissie inhoudelijk uitspraak heeft gedaan over kosteninformatie, is de uitspraak 849894/1028523 van de Geschillencommissie Complementaire Gezondheidszorg. De cliënt klaagt over een bedrag van € 1200, -- wat hij moest betalen voor medicatie voor zijn moeder. De cliënt moest dit betalen, ook al had hij nog voldoende voorraad medicatie én gaf de zorgaanbieder niet aan hoe hoog de kosten precies zouden zijn. De commissie oordeelt dat geen enkele informatie is verstrekt aan de cliënt over kosten van consulten, behandeling of kruiden. De zorgaanbieder kon dit ter zitting ook niet goed uitleggen. Er was geen sprake van informed consent.
De Geschillencommissie is niet altijd bevoegd om geschillen over facturen te beoordelen. Voor meer informatie over de bevoegdheid van de commissie in factuurgeschillen, zie hier de analyse.
