Zorginstelling gaf onvoldoende informatie over de gebruikte techniek bij een penisoperatie, terwijl dit bij Essed-techniek/ Nesbit heel belangrijk is

De Geschillencommissie Zorg
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Ziekenhuizen    Categorie: (On)zorgvuldigheid    Jaartal: 2017
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 108281

De uitspraak:

In het geschil tussen

Cliënt en Stichting Elkerliek Ziekenhuis, gevestigd te Helmond, (verder te noemen: de zorginstelling),

Behandeling van het geschil

Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Ziekenhuizen (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

Het geschil is ter zitting behandeld op 18 mei 2017 te Den Haag.

Partijen hebben ter zitting hun standpunt toegelicht. De zorgaanbieder werd ter zitting vertegenwoordigd door [arts] en [secretaris Raad van Bestuur].

Onderwerp van het geschil

Blijkens de stukken en het verhandelde ter zitting staat tussen partijen als erkend, dan wel als niet of niet voldoende weersproken, het volgende vast.

Bij de cliënt is de ziekte van Peyronie geconstateerd. De cliënt is op 4 april 2014 geopereerd waarbij een correctie van de kromstand van de penis is verricht. Op 10 juli 2014 meldde de cliënt dat de erecties nog onvoldoende waren en pijnlijk. Ook was nog sprake van kromstand en was de penis korter dan voor de operatie. Bij controle op 31 juli 2014 was er nog een kromstand aanwezig in een hoek van ongeveer 45 graden. Op 12 augustus 2014 gaf de cliënt aan erg ongelukkig te zijn met de situatie en vroeg om een verwijzing naar het Radboud ziekenhuis. Foto’s van de kromming toonden een 90 graden hoek aan links, identiek aan de situatie preoperatief destijds. De hechtingen aan de ventrale en basale zijden waren palpabel. Besloten werd tot re-exploratie om de hechtingen te verwijderen, omdat deze pijn veroorzaakten en opnieuw een poging te doen de kromming te verhelpen.

Standpunt van de cliënt

De cliënt heeft zijn klachten vermeld in het door hem op 23 januari 2017 ingevulde klachtenformulier en de daarbij behorende bijlagen, waarvan de kern – kort en zakelijk – als volgt wordt weergegeven.

De cliënt is verteld dat tijdens de ingreep de Nesbit-techniek zou worden uitgevoerd. De cliënt had deze operatie eerder op de televisie bekeken en constateerde na de operatie dat de Nesbit-techniek niet was uitgevoerd. De problemen die de cliënt voor de operatie ervoer, waren zelfs groter geworden. [Arts] heeft achteraf verteld dat hij de Nesbit-techniek niet beheerste en een andere techniek, volgens Essed-Schröder, heeft toegepast. De cliënt is inmiddels onder behandeling bij een uroloog van het Radboud ziekenhuis. Zij heeft een operatie uitgevoerd om de ingreep van [arts] teniet te doen. Dat is enigszins gelukt. Een operatie om het oorspronkelijke probleem van de cliënt op te lossen, is niet meer mogelijk omdat het operatiegebied te veel schade heeft opgelopen.

De hele gang van zaken heeft de cliënt veel ongemak opgeleverd en heeft grote negatieve consequenties voor zijn eigenwaarde. De cliënt dient medicatie te slikken die niet door de zorgverzekeraar wordt vergoed.

Ter zitting heeft de cliënt verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.
De cliënt twijfelde aanvankelijk over de kwaliteit van de zorginstelling. Hij vond het raar om te vragen naar de kwaliteit van de afdeling urologie. Hem werd verzekerd dat er een goed team was en zij hebben hem overtuigd de operatie te laten uitvoeren. De dokter die de operatie heeft uitgevoerd, heeft de cliënt voor het eerst in de operatie kamer gezien. Deze heeft achteraf gezegd dat hij nooit aan de operatie was begonnen als hij had geweten hoe de situatie was.
Het schikkingsvoorstel van de zorginstelling – € 1.000,– plus 2 consulten bij de seksuoloog – is voor de cliënt volstrekt onvoldoende. Alleen zijn medicatie kost jaarlijks al € 1.000,–.

De cliënt verlangt een schadevergoeding van € 15.000,– tot € 20.000,–.

Standpunt van de zorgaanbieder

Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar het verweer van de zorgaanbieder d.d. 4 mei 2017. In de kern komt het verweer van de zorgaanbieder op het volgende neer.

De zorgaanbieder stelt de ontvankelijkheid van de cliënt in zijn klacht aan de orde. Indien de commissie de klacht ontvankelijk acht, wordt een behandeling in juni 2014 drie jaar later beoordeeld in een procedure op basis van wetgeving die in werking is getreden per 1 januari 2017. De stappen die volgens de in de ziekenhuizen toepasselijke procedures voorafgaan aan behandeling door de commissie zijn dan niet gevolgd. De bevoegdheid van de commissie zou beperkt kunnen blijven tot een vergoeding van € 5.000,–.

MediRisk, de verzekeraar van de zorginstelling, heeft zich tweemaal over de situatie gebogen en daarbij extern advies gevraagd van [uroloog]. De begrippen Nesbit en de Essed-Schröder ingreep lijken zo sterk op elkaar, dat zij in de praktijk van de urologie door elkaar gebruikt worden. Bij de zorginstelling werd en wordt de Nesbit-techniek nooit uitgevoerd. Het kan daarom niet zijn toegezegd. Met de Essed-Schröder-techniek is juist ruime ervaring. De ingreep is door een ervaren operateur uitgevoerd en volgens de operateur, het OK-verslag en de extern deskundige goed uitgevoerd. Helaas heeft de ingreep niet de gewenste uitkomst gehad.
Of de cliënt ten gevolge van de behandeling schade heeft geleden, moet mede beoordeeld worden in relatie tot de klachten die voorafgaand aan de ingreep bestonden. De zorginstelling meent dat er geen sprake is van aansprakelijkheid van de zorginstelling.

Er is overleg geweest tussen de cliënt en de zorginstelling om de mogelijkheden voor een schikking te verkennen. Helaas bleek een schikking niet mogelijk.

Ter zitting heeft de zorgaanbieder verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.
De cliënt is op de hoogte gebracht van de ingreep die zou gaan plaatsvinden. Uit het feit dat de cliënt op de lijst is gezet voor de ingreep, blijkt van expliciete informed consent. Er werd op dat moment geen gebruik gemaakt van een formulier voor informed consent.
De cliënt is verteld wat de ingreep zou inhouden. Het kan niet zo zijn dat de cliënt de Nesbit ingreep is voorgehouden, want die wordt bij de zorginstelling niet gedaan. Het komt wel op dezelfde techniek neer. De term zou niet meer moeten worden gebruikt en het is voorstelbaar dat het tot verwarring kan leiden.
Op de afdeling urologie worden patiënten door de dienstdoende uroloog en dus niet door een specifieke uroloog gezien. Dit om gedachtenfuiken te voorkomen.

Beoordeling van het geschil

Alvorens tot een inhoudelijk beoordeling over te kunnen gaan, dient de commissie het beroep van de zorgaanbieder op niet-ontvankelijkheid van de cliënt in zijn klacht te beoordelen.

Op 23 januari 2017 heeft de commissie de klacht van de cliënt tegen de zorginstelling ontvangen. De cliënt heeft de zorginstelling bij brief van 8 augustus 2015 aansprakelijk gesteld voor de volgens hem onjuist uitgevoerde operatie op 4 april 2014. MediRisk, de verzekeraar van de zorginstelling, heeft bij brief van 28 januari 2016 de aansprakelijkheid afgewezen. Daarin wordt de cliënt bericht dat bezwaar ingediend kan worden. Bij brief van 23 maart 2016 uit de cliënt zijn bezwaren en op 23 juni 2016 komt de beslissing op bezwaar door MediRisk.

Conform artikel 6, eerste lid, sub a, van het Reglement van de commissie is de cliënt in zijn klacht niet-ontvankelijk indien deze niet binnen 12 maanden na afhandeling van de klacht door het ziekenhuis bij de commissie aanhangig heeft gemaakt. Naar het oordeel van de commissie heeft de cliënt zijn klacht tijdig (binnen 12 maanden na afhandeling van de klacht) aan de commissie voorgelegd en is hij dan ook ontvankelijk in zijn klacht.
Ook klachten die vóór 1 januari 2017 zijn ontstaan, worden door de commissie behandeld omdat de eerdere commissie Zorginstellingen niet meer actief is. Ook is het huidige reglement van toepassing. De WKKGZ kent overigens ook geen overgangsbepalingen.

Naar aanleiding van het door partijen over en weer gestelde overweegt de commissie ten aanzien van de klacht het volgende.

De commissie stelt voorop dat voor aansprakelijkheid van de zorginstelling vereist is dat voldoende aannemelijk wordt dat de zorginstelling tekort is geschoten in het nakomen van de behandelingsovereenkomst. De aanwezigheid van een fout of nalaten is een vereiste voor aansprakelijkheid van de zorginstelling. De tekortkoming moet aan de zorginstelling kunnen worden verweten en de cliënt moet door deze tekortkoming schade zijn toegebracht. Daarbij geldt in de onderhavige situatie dat sprake is van een inspanningsverbintenis en niet van een resultaatsverbintenis. Dat wil zeggen dat pas kan worden gesproken van een tekortschieten indien vast komt te staan dat de betrokken behandelaar zich onvoldoende heeft ingespannen. De behandelaar behoeft niet in te staan voor een bepaald resultaat.

Kern van onderhavig geschil is of de zorginstelling voldaan heeft aan ‘informed consent’ en vervolgens of de ingreep van 4 april 2014 lege artis is verricht, dat wil zeggen of deze volgens de regels der medische kunst is uitgevoerd. Met ‘informed consent’ wordt bedoeld dat de cliënt voorafgaand aan een bepaalde behandeling deugdelijk geïnformeerd dient te worden over de uit te voeren ingreep, de mogelijk daaraan verbonden risico’s/consequenties en eventuele aanwezige behandelalternatieven.

De commissie is van oordeel dat het aan de arts is om alle relevante informatie aan de patiënt te verstrekken, belangrijke complicaties expliciet te benoemen en zich ervan te overtuigen dat de patiënt de uitleg daadwerkelijk heeft begrepen.

De door MediRisk ingeschakelde deskundige, [uroloog], schrijft onder punt 9 van zijn brief van 7 december 2015 het volgende:
“Bij deze patiënt is sprake van een teleurstellend resultaat na behandeling van de kromstand van de penis als gevolg van de ziekte van Peyronie. Het wordt binnen de urologische wereld steeds duidelijker dat het behandelresultaat bij deze patiëntengroep vaak heel teleurstellend is. Dit hangt deels samen met de oorspronkelijke ziekte, namelijk een ontstekingsproces met littekenweefsel in het kapsel van de zwellichamen en de gehanteerde operatietechnieken die erop gericht zijn de penis weer recht te trekken, maar dit gaat gepaard met het plaatsen van hechtingen en verkorting van de penis (zowel bij de Essed-techniek als Nesbit). Meer en meer wordt duidelijk dat deze patiëntengroep een zeer intensieve begeleiding en voorlichting behoeft alvorens te besluiten tot operatie. Dit is dan ook de reden dat we landelijk steeds meer zien dat de zorg rondom deze patiënten wordt geconcentreerd in gespecialiseerde centra.
In de ziektegeschiedenis van deze patiënt zijn er naar mijn mening geen aanwijzingen voor onzorgvuldig handelen. Wel lijkt de voorlichting voorafgaand aan de operatie onvoldoende.”

Ter zitting is gebleken dat het beleid van de maatschap urologie van de zorginstelling is dat er geen koppeling plaatsvindt tussen patiënt en uroloog en dat operaties worden gedaan door de op dat moment dienstdoende uroloog die is ingeroosterd op de operatiekamer. Het komt de commissie voor dat dit tot communicatieproblemen kan leiden, terwijl communicatie in een geval als het onderhavige ontzettend belangrijk is.

De cliënt hoefde niet te begrijpen dat de termen Nesbit en Essed-Schröder binnen de urologische wereld vaak door elkaar worden gebruikt. De zorginstelling had zich er van moeten vergewissen dat de cliënt ook begreep dat de zorginstelling alleen de Essed-techniek toepast en in welke opzichten dit verschilde van de Nesbit techniek waarover de cliënt meer informatie had verzameld. Ook had de zorginstelling de complicaties expliciet moeten benoemen.

De arts heeft hieraan niet voldaan. Derhalve is geen sprake van informed consent, zodat de zorginstelling tekort is geschoten in het nakomen van de behandelingsovereenkomst.

Niet is gebleken dat de ingreep niet lege artis is verricht.

De commissie is van oordeel dat de klacht gegrond is en dat de cliënt hierdoor schade heeft geleden. Alle feiten en omstandigheden van het geschil in aanmerking genomen, komt het de commissie juist voor de schade naar redelijkheid en billijkheid te begroten op nader te noemen bedrag.
Derhalve wordt beslist als volgt.

Beslissing

De zorginstelling betaalt aan de cliënt een vergoeding van € 2.500,–. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.

Bovendien dient de zorginstelling overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de cliënt te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
De commissie wijst het meer of anders verlangde af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Ziekenhuizen op 18 mei.