Commissie: Ziekenhuizen
Categorie: -
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: bindend advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
552069/641801
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De cliënt klaagde over de gevolgen van een complexe operatie in het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG), waarbij onder andere een stembandzenuw werd geraakt en ribfracturen niet zouden zijn opgemerkt. Na een operatie op 30 oktober 2023 waarbij uitzaaiingen in de borstkas zijn verwijderd, ondervond cliënt langdurige heesheid en hevige ribpijn. Hij stelde dat de schade, waaronder stemverlies en blijvende pijn, te wijten was aan onzorgvuldig medisch handelen. De heesheid leidde ertoe dat cliënt zijn werk als communicatietrainer moest stoppen, wat aanzienlijke financiële en psychosociale gevolgen had. Volgens hem was hij bovendien niet voldoende geïnformeerd over mogelijke complicaties. De zorgaanbieder stelde dat de klachten het gevolg waren van bekende, maar zeldzame complicaties van een noodzakelijke en risicovolle operatie. De commissie oordeelde dat de operatie zorgvuldig en volgens de medische standaard (lege artis) was uitgevoerd. Het raken van de stembandzenuw werd gezien als een zeldzame complicatie waarvoor geen specifieke waarschuwing vereist was. Ook de ribfracturen zijn volgens de commissie waarschijnlijk pas na ontslag ontstaan. De commissie achtte beide klachtonderdelen ongegrond en wees de schadevergoeding af. Daarmee werd vastgesteld dat de zorgaanbieder niet is tekortgeschoten in de zorgplicht.
De uitspraak
in het geschil tussen
[naam], wonende te [plaats] (hierna te noemen: de cliënt)en
Academisch Ziekenhuis Groningen (UMCG), gevestigd te Groningen
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).
Samenvatting
De commissie wijst een klacht over onzorgvuldig handelen tijdens een operatie, waardoor een stembandzenuw is geraakt met als gevolg langdurige heesheid en waardoor ribfracturen over het hoofd zijn gezien met als gevolg onnodig veel pijn lijden, af.
Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Ziekenhuizen (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.
De cliënt heeft de klacht voorgelegd aan de zorgaanbieder. De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.
Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen.
Ter zitting werd de zorgaanbieder vertegenwoordigd door [naam] (cardiothoracaal chirurg) en [naam] (teamleider juridische zaken).
De behandeling heeft plaatsgevonden op 25 april 2025 te Zwolle.
De commissie heeft het volgende overwogen.
Beoordeling
Het standpunt van cliënt
Cliënt heeft in oktober 2018 een hartlong operatie ondergaan, waarbij twee bypasses zijn aangelegd en waarbij de linker bovenkwab van de longen is verwijderd in verband met een daarin aangetroffen tumor of tumoren. Nadat er in februari 2020 vijf uitzaaiingen in het longvlies zijn aangetroffen, is in oktober 2023 gebleken dat er drie nieuwe uitzaaiingen aanwezig waren: in het middenrif, bij de slokdarm en één dicht bij de lymfeklier in de hals aan de linkerzijde. Volgens [naam arts] moesten deze uitzaaiingen, als er werd ingezet op volledige genezing, operatief worden verwijderd via een grote snee in de rug. Cliënt is op
30 oktober 2023 geopereerd door [naam arts]. Volgens cliënt was er sprake van veel gevolgschade: diverse ribben waren gekneusd of gebroken en cliënt had geen stem meer. Volgens [naam arts] zijn de ribben niet tijdens de operatie gebroken. Andere artsen hebben volgens cliënt het tegendeel beweerd. De ribben zijn nog steeds erg gevoelig en de huid ‘over de ribben’ is gevoelloos. Volgens cliënt zijn de zenuwen kapot.
De heesheid van de stem en daardoor het gebrek aan volume is echter het grootste probleem. Volgens cliënt heeft [naam arts] hem verteld dat hij de stemband heeft geraakt bij de operatie. KNO-artsen hebben vervolgens aan cliënt duidelijk gemaakt dat de stemband ‘helemaal stilstond’ en dat de stemband ‘niets meer doet’. Ten tijde van de indiening van de klacht bij de commissie stond cliënt op een wachtlijst om de stemband op te vullen met pasta, waardoor de stem beter zou moeten gaan klinken.
Ter zitting heeft cliënt verklaard dat de behandeling met de pasta op 21 maart 2024 heeft plaatsgevonden en dat die behandeling goed voor hem heeft uitgepakt. Cliënt heeft echter noodgedwongen doordat de heesheid van de stem niet eerder kon worden behandeld, zijn ondernemingsactiviteiten voor 21 maart 2024 moeten beëindigen. Cliënt was reeds 25 jaar zelfstandig Communicatie Trainer en zijn stem was zijn belangrijkste instrument. Vanaf 30 oktober 2023 kon cliënt als gevolg van de heesheid niet werken, omdat hij zich niet verstaanbaar kon maken. Als gevolg daarvan ontving hij geen inkomen. Cliënt had een arbeidsongeschiktheidsverzekering die van oktober 2018 tot augustus 2023 heeft uitgekeerd. In augustus 2023 eindigde de verzekering. Volgens cliënt heeft de situatie die door de operatie op 30 oktober 2023 is ontstaan tot grote psychische, sociale en financiële problemen bij hem geleid.
Volgens cliënt is hem voorafgaande aan de operatie niet duidelijk gemaakt dat heesheid van de stem een gevolg kon zijn van de operatie. Volgens cliënt had hij, als hij dat wel had geweten, wellicht andere keuzes gemaakt. De operatie heeft ook niet het beoogde effect gehad, omdat er daarna opnieuw uitzaaiingen zijn geconstateerd. Ook de bestraling die daarna heeft plaatsgevonden, heeft niet geleid tot genezing van de ziekte. Ter zitting heeft cliënt verklaard dat zijn levensverwachting nog slechts circa twee maanden is.
Cliënt heeft de zorgaanbieder aansprakelijk gesteld voor alle gevolgschade van de operatie. Het gaat om zowel materiële als immateriële schade. De materiële schade bestaat erin dat cliënt als gevolg van de operatie een half jaar niet heeft kunnen werken en geen inkomsten heeft ontvangen. Cliënt verzoekt om de maximale vergoeding van € 25.000, — aan hem toe te kennen.
Het standpunt van de zorgaanbieder
De operatie is op 30 oktober 2023 zag op de verwijdering van drie uitzaaiingen: één bij het middenrif, één bij de slokdarm en één bij de aortaboog gelegen links, dus niet in de hals. Een in opzet curatieve (genezende) operatie kon slechts plaatsvinden via een posterolaterale thoracotomie (door een benadering via een grote snee in de rug). Het was de wens van cliënt om curatief te opereren. Aan cliënt is uitgelegd dat de afwijking bij de aortaboog het moeilijkst te opereren was.
Tijdens de operatie is niet gebleken dat er ribben zijn gebroken, terwijl hier wel actief naar is gekeken. [naam arts] controleert dit bij al dit soort operaties, omdat het wel mogelijk is dat de ribben breken tijdens deze procedure. Ook in radiologische verslaglegging van de beeldvorming die tot aan het ontslag van cliënt uit het ziekenhuis is vervaardigd, is nooit gesproken over (mogelijke) ribfracturen.
Op 5 november 2023 (op 4 november 2023 is cliënt ontslagen uit het ziekenhuis) heeft cliënt zich gemeld op de Spoedeisende Hulp met de mededeling dat hij zich in die nacht in bed heeft omgedraaid, een ‘knap’ voelde en hoorde en dat hij het vermoeden had dat een aantal ribben was gebroken. Volgens de zorgaanbieder is het goed mogelijk dat de ribfracturen op dat moment zijn ontstaan. Op een CT-scan van 11 januari 2024, bijna 10 weken na ontslag uit het ziekenhuis, is een fractuur van rib 6 en 7 met minimale dislocatie zichtbaar. Volgens de zorgaanbieder is het maar zeer de vraag of de fractuur tijdens de operatie al aanwezig was. Ook het feit dat de pijn na de operatie en tijdens de verdere duur van de opname goed onder controle was, maakt de aanwezigheid van ribfracturen volgens de zorgaanbieder niet aannemelijk. Het is volgens de zorgaanbieder ook mogelijk dat er tijdens de operatie (nog) geen fractuur, maar een fissuur bestond. Een fissuur is een scheur in het bot.
Ten aanzien van heesheid van de stem heeft [naam arts] in het eerste gesprek na de operatie aan cliënt medegedeeld dat er sprake is van kneuzing of letsel aan de nervus recurrens (stembandzenuw) die in het te opereren gebied (bij de aortaboog) loopt. [naam arts] heeft uitgelegd dat als de zenuw gekneusd is, herstel van de stem zal optreden, maar dat, als er sprake is van beschadiging, de heesheid definitief kan zijn. Ter zitting heeft [naam arts] verklaard dat door de moeilijke toegang (via de borstkas aan de achterzijde van het lichaam) tot de uitzaaiingen die moesten worden verwijderd, pijn wel een te verwachten gevolg is van de operatie, maar dat hij niet de verwachting had dat er iets met de stemband zou gebeuren. Daarom heeft hij een dergelijke complicatie vooraf niet besproken.
De zorgaanbieder heeft aangevoerd dat de heesheid een complicatie is van de ingreep die cliënt heeft ondergaan. Cliënt is voorafgaand aan de operatie niet op de mogelijkheid van het optreden van deze complicatie gewezen. Volgens de zorgaanbieder is het niet aannemelijk dat cliënt van de operatie zou hebben afgezien als hij vooraf van de mogelijke complicatie had geweten, omdat cliënt heeft gekozen voor een (in opzet) curatieve behandeling. Dat betekent dat de uitzaaiingen radicaal (met marge richting gezond weefsel) moeten worden verwijderd. Er moet met marge worden geopereerd om te voorkomen dat tumorweefsel achterblijft dat kan gaan groeien en uitzaaien. Heesheid na de operatie was volgens de zorgaanbieder op voorhand niet waarschijnlijk, het is bovendien een complicatie.
Ook wat betreft de gebroken ribben na het eindigen van de opname is er sprake van een complicatie. In het geval van een posterolaterale thoracotomie moeten de ribben worden gespreid. Hierdoor kunnen de ribben breken of kneuzen. Volgens de zorgaanbieder zijn er bij cliënt tijdens de operatie mogelijk fissuren ontstaan die, naar wordt aangenomen, op 5 november 2023 toch nog gebroken zijn. Dit had niet kunnen worden voorkomen. Wat betreft de gevoelloosheid van de huid over de ribben wijst de zorgaanbieder erop dat dit wordt veroorzaakt door zenuwletsel, hetgeen (ook) een risico is van de operatie en op welk risico cliënt voorafgaand aan de operatie is gewezen.
Volgens de zorgaanbieder zijn de pijn aan de ribben en de heesheid van de stem complicaties van de operatie die niet te wijten zijn aan onzorgvuldig handelen of nalaten van de operateur, [naam arts]. Dit maakt dat de zorgaanbieder van mening is dat de zorgaanbieder niet aansprakelijk is voor door cliënt geleden schade en op vergoeding daarvan.
De overwegingen van de commissie
De commissie dient te beoordelen of de zorgaanbieder is tekort geschoten in de nakoming van de geneeskundige behandelovereenkomst die tussen cliënt en de zorgaanbieder is gesloten. Bij de uitvoering van de overeenkomst moet de hulpverlener de zorgplicht in acht nemen. Deze zorgplicht houdt in dat de hulpverlener die zorg moet betrachten die een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot/hulpverlener in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht. De zorgplicht houdt in beginsel geen resultaatsverplichting in, maar wordt aangemerkt als een inspanningsverplichting. Van een tekortkoming kan dan ook pas worden gesproken indien komt vast te staan dat de hulpverlener zich onvoldoende heeft ingespannen of bij de inspanning een fout heeft gemaakt.
De commissie concludeert dat de klacht uiteenvalt in twee klachtonderdelen:
• klachtonderdeel A: het raken van de stembandzenuw tijdens de operatie met als gevolg langdurige heesheid;
• klachtonderdeel B: het ten onrechte niet constateren dat de ribben tijdens de operatie zijn gebroken, waardoor cliënt onnodig veel pijn heeft geleden en lijdt.
Ten aanzien van het feit dat tijdens de operatie de stembandzenuw is geraakt, overweegt de commissie dat dat bekend is dat die zenuw hoog bij de aorta loopt, maar niet op de plek bij de aortaboog waar
[naam arts] de uitzaaiing heeft verwijderd. De zenuw zit bovendien niet bij iedereen op dezelfde plek en de zenuw valt ook niet te zien op een scan. De zenuw is slechts te vinden door het lichaam binnen te gaan en er specifiek naar te zoeken. Dit was niet de opzet van de operatie, de opzet daarvan was de volledige uitzaaiing met marge verwijderen. De commissie concludeert gelet hierop dat het raken van de stembandzenuw een complicatie is van de operatie en bovendien een uiterst zeldzame complicatie. Dat maakt naar het oordeel van de commissie dat [naam arts] (de zorgaanbieder) cliënt niet vooraf had hoeven te informeren over deze mogelijke complicatie. Ondanks dat cliënt hierover niet is geïnformeerd, kan er (wat betreft dit onderdeel van operatie) nog steeds worden gesproken over een informed consent.
Wat betreft het verwijderen van de uitzaaiing bij de aortaboog (en de andere twee uitzaaiingen) is de commissie bovendien van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat er onzorgvuldig is gehandeld. Naar het oordeel van de commissie is er voldaan aan de inspanningsplicht. De commissie is van oordeel dat dit klachtonderdeel (klachtonderdeel A) ongegrond moet worden verklaard.
Ten aanzien van klachtonderdeel B concludeert de commissie dat cliënt over complicaties zoals mogelijke ribfracturen en pijn als gevolg hiervan maar ook als gevolg van de toegang door de borstkast in zijn algemeenheid, wel vooraf was geïnformeerd. Dit maakt dat er sprake was van een informed consent. De commissie is van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat de fracturen al tijdens de operatie en het verdere verloop van de opname na de operatie al aanwezig waren en over het hoofd zijn gezien.
De commissie acht aannemelijk dat de operatie ook wat betreft het tijdens de operatie controleren van de aanwezigheid van eventuele ribfracturen lege artis is uitgevoerd. Voorts is uit beeldvorming gemaakt door de radioloog tijdens het verdere verloop van de opname niet gebleken dat er sprake was van ribfracturen. Nu niet is gebleken dat de ribfracturen tijdens en tijdens de opname na de operatie al aanwezig waren, kan er geen onnodig geleden pijn aan worden toegeschreven. Voorts is naar het oordeel van de commissie niet gebleken dat de gevoelloosheid van de huid over de ribben het gevolg is van onzorgvuldig handelen. Om te proberen de uitzaaiingen volledig te verwijderen, was het optreden van dit gevolg (complicatie) in het geval van cliënt niet te voorkomen. De commissie is van oordeel dat klachtonderdeel B ongegrond moet worden verklaard.
Op grond van vorenstaande is de commissie van oordeel dat de zorgaanbieder niet is tekortgeschoten in de nakoming van de geneeskundige behandelovereenkomst.
Schadevergoeding
Ten aanzien van de vordering tot schadevergoeding merkt de commissie op dat voor een aanspraak op schadevergoeding is vereist dat de zorgaanbieder in enig opzicht toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de behandelingsovereenkomst. Nu de commissie heeft vastgesteld dat er geen sprake is van tekortkomingen, zal de vordering tot schadevergoeding worden afgewezen.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht in beide klachtonderdelen ongegrond is en dat de vordering moet worden afgewezen.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie:
– verklaart de klacht in beide klachtonderdelen (A en B) ongegrond;
– wijst de vordering af.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit de heer mr. M.M. Verhoeven, voorzitter, de heer dr. A.H.G. Driessen, de heer J. Donga, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr.
C. Koppelman, secretaris, op 25 april 2025.