Veilig Thuis

Categorie: Veilig Thuis
Juridisch kader: KNMG-meldcode Kindermishandeling en huiselijk geweld 


De KNMG-meldcode Kindermishandeling en huiselijk geweld (2023) vormt de professionele norm voor zorgverleners. Vanaf 1 januari 2019 is deze meldcode verplicht voor zorgverleners. De meldcode helpt zorgaanbieders bij vermoedens van de verschillende vormen van 'geweld in afhankelijkheidsrelaties'. Aan de hand van een stappenplan bepalen zij of ze een melding moeten doen bij Veilig Thuis (het advies- en meldpunt kindermishandeling en huiselijk geweld) en of voldoende hulp kan worden ingezet.

Let op: De Geschillencommissie behandelt geen geschillen tegen Veilig Thuis. Wel kan de commissie toetsen of een zorgaanbieder op juiste gronden en op juiste wijze de melding bij Veilig Thuis heeft gedaan. Uit de onderstaande uitspraken van de commissie blijkt waar op gelet moet worden bij een melding bij Veilig Thuis.


Onderstaande analyses zijn bijgewerkt in de jaren:
- 2025
- 2023

In de inhoudelijke uitspraak kunt u lezen in welk kalenderjaar de uitspraak gedaan is.


Melding bij Veilig Thuis terecht of onterecht? (2023 en 2025)

Een melding bij Veilig Thuis kan grote gevolgen hebben voor de betrokkenen. Daarom moet een zorgaanbieder niet zomaar een melding doen, maar dit zorgvuldig benaderen.

De zorgaanbieder in de uitspraak 718224/909888 van de Geschillencommissie Gehandicaptenzorg deed een melding bij Veilig Thuis over het gezin van de cliënt. De zorgaanbieder maakte zich zorgen vanwege onveiligheid in de thuissituatie, vanwege het stopzetten van de zorg door de cliënt en het plan van de cliënt om met het gezin op vakantie te gaan naar familie in Afghanistan.

Naar het oordeel van de commissie bleek niet dat sprake was van een onveilige thuissituatie. Dit heeft de zorgaanbieder verder ook niet concreet gemaakt of onderbouwd met documenten. Ditzelfde geldt voor de geplande vakantie naar Afghanistan. Ook het stopzetten van de zorg door de cliënt is geen terechte reden om een melding te doen bij Veilig Thuis. Volgens de cliënt paste de zorg niet bij haar hulpvraag. De zorgaanbieder heeft hier verder niet op doorgevraagd.

Ook de zorgaanbieder in de uitspraak 135635/163244 van de Geschillencommissie Gehandicaptenzorg heeft een melding gedaan bij Veilig Thuis vanwege zorgen over de thuissituatie.

De commissie vindt het merkwaardig dat de zorgaanbieder vanwege geuite zorgen door medewerkers meteen een melding heeft gedaan bij Veilig Thuis. De zorgaanbieder is al 25 jaar bij de cliënt betrokken en heeft nooit eerder twijfels gehad over de veiligheid of het welzijn van de cliënt. Het is aan de zorgaanbieder om aan te tonen dat de melding vooraf met de familie besproken was, wat de zorgaanbieder niet heeft gedaan. De commissie acht de klacht daarom gegrond. Ook bepaalt de commissie dat de melding aan Veilig Thuis uit het dossier moet worden verwijderd.

Ook relevant is de uitspraak 245063/420334 van de Geschillencommissie Ambulancezorg. De ambulance kwam voor de minderjarige zoon van de klager. De ambulancemedewerker kon het kind niet ter plekke onderzoeken vanwege de verbale agressie en intimidatie door de klager. Daarom heeft de ambulancemedewerker een melding bij Veilig Thuis gedaan. Gezien de situatie en het gedrag van de klager, oordeelt de commissie dat dit een terechte grond was voor een melding.

Een andere situatie deed zich voor in de uitspraak 20210029 van de Geschillencommissie Huisartsenzorg. De huisarts zag signalen van een mogelijk loyaliteitsconflict en ontwikkelingsproblemen. Ondanks meerdere pogingen kreeg de huisarts geen contact met de cliënt. De huisarts heeft daarom – na overleg met een collega, de KNMG en Veilig Thuis - een melding gedaan. De commissie oordeelt dat in deze situatie de zorgen van de huisarts begrijpelijk waren, vooral omdat de huisarts de cliënt niet kon bereiken. De melding is dan ook op terechte grond gedaan.

Zie ook de uitspraken 226016/244680 en 198520/206200 van de Geschillencommissie Zorg Algemeen en de uitspraak 410433/439376 van de Geschillencommissie Verpleging, Verzorging en Geboortezorg.

Zijn de stappen van de Meldcode doorlopen? (2023 en 2025)

Een belangrijk onderdeel van de meldcode is het stappenplan. Iedere zorgverlener moet dit stappenplan gebruiken bij de afweging of het melden van een vermoeden van kindermishandeling of huiselijk geweld noodzakelijk is of niet.

De vijf stappen in de Meldcode zijn:

  1. Verzamel signalen en leg die vast in het dossier;
  2. Overleg (anoniem) met een collega en Veilig Thuis;
  3. Bespreek de zorgen met de betrokkene(n);
  4. Maak een afweging van de ernst van de situatie;
  5. Beslis: is het verlenen of organiseren van hulp mogelijk? Is melden noodzakelijk? Melden is noodzakelijk als sprake is van acute of structurele onveiligheid.

In de onderstaande uitspraken heeft de commissie beoordeeld of de zorgaanbieder het stappenplan op juiste wijze heeft gevolgd. De uitspraken gaan vaak over stap drie van de meldcode: het informeren van de betrokkene(n). In de meldcode is openheid naar alle betrokkenen het uitgangspunt. De zorgverlener bespreekt de aanwijzingen en signalen van kindermishandeling en/of huiselijk geweld met de betrokkenen, en ook zo veel mogelijk met de cliënt of het kind zelf. Besluit de zorgaanbieder om zijn vermoeden niet met de betrokkenen te bespreken, dan zoekt hij waar mogelijk naar een ander geschikt moment om hen alsnog in te lichten over zijn vermoedens en over een eventueel gedane melding bij Veilig Thuis.

Zo had de psycholoog in de uitspraak 155360/170959 van de Geschillencommissie Vrijgevestigde GGZ Praktijken een melding gedaan bij Veilig Thuis vanwege ernstige zorgen over de veiligheid en het welzijn van de dochter van de cliënt. De cliënt had te kennen gegeven geen vervolgzorg te willen, terwijl gespecialiseerde vervolgzorg in het belang van de dochter dringend gewenst was.

De commissie constateert dat de psycholoog het stappenplan van de meldcode nauwkeurig en zorgvuldig heeft doorlopen. De psycholoog heeft aangetoond dat zij heeft geprobeerd een gesprek met beide ouders en de dochter aan te gaan zoals stap drie van de meldcode voorschrijft. Ondanks meerdere pogingen hebben de cliënt en de dochter niet op het verzoek tot contact gereageerd. Dat het “gesprek met de betrokkenen” daarom niet heeft plaatsgevonden, kan dan ook niet aan de psycholoog worden verweten. Beide ouders zijn ook gelijktijdig over de melding bij Veilig Thuis geïnformeerd.

In de uitspraak 410433/439376 van de Geschillencommissie Verpleging, Verzorging en Geboortezorg kwam de commissie tot een andere conclusie. De zorgaanbieder had een melding gedaan bij Veilig Thuis over het kind van de cliënt. Dit is niet eerst met de cliënt en zijn echtgenoot besproken. Dit had wel gemoeten, tenzij hierdoor de veiligheid van de melder of iemand anders in gevaar zou kunnen komen. Maar dit heeft de zorgaanbieder niet duidelijk gemaakt.

In de uitspraak 20210061 van de Geschillencommissie Huisartsenzorg oordeelt de commissie dat het stappenplan van de Meldcode niet goed is doorlopen. De zorgaanbieder was in de veronderstelling dat zij advies aan Veilig Thuis had gevraagd, maar Veilig Thuis stuurde een medewerker om deel te nemen aan een gesprek met de cliënt. Nergens is de commissie gebleken dat er sprake was van huiselijk geweld of kindermishandeling. Veilig Thuis heeft blijkbaar aangenomen dat er al een melding werd gedaan, terwijl de zorgaanbieder aangeeft dat zij alleen een adviesgesprek had gewild. De commissie oordeelt dat de zorgaanbieder verantwoordelijk is voor deze gang van zaken.

Zie ook de uitspraak van de Geschillencommissie Huisartsenzorg 20200003, de uitspraak 206809/215764 van de Geschillencommissie Publieke Gezondheid en de uitspraak 158950/181477 van de Geschillencommissie Zorg Algemeen.

Delen van informatie met Veilig Thuis (2023 en 2025)

Uit de onderstaande uitspraken blijkt wanneer zorgaanbieders informatie mogen delen met Veilig Thuis en welke informatie gedeeld mag worden.

Wanneer informatie verstrekken aan Veilig Thuis?
In de uitspraak 20190041 van de Geschillencommissie Huisartsenzorg heeft Veilig Thuis vragen gesteld aan de huisarts over de geestelijke gezondheid van haar cliënt, de ex-partner van de klager. Volgens de klager heeft de huisarts toen onjuiste informatie verstrekt. De huisarts beroept zich op haar beroepsgeheim, omdat zij een behandelrelatie heeft met haar cliënt, de ex-partner van de klager. Zij heeft alleen feitelijke informatie aan Veilig Thuis verstrekt en geen medische informatie.

De commissie oordeelt dat de huisarts terecht een beroep doet op haar beroepsgeheim. Alleen in zwaarwegende omstandigheden (toestemming van de cliënt óf een wettelijke plicht tot spreken óf een conflict van plichten) mag het beroepsgeheim worden doorbroken, en daar is hier geen sprake van.

Welke informatie verstrekken aan Veilig Thuis?
De cliënt in de zaak 92814/123667 van de Geschillencommissie Ziekenhuizen is van mening dat de zorgaanbieder bepaalde informatie niet had mogen delen met Veilig Thuis. De commissie is het hier niet mee eens, want de cliënt had Veilig Thuis toestemming verleend om aan de zorgaanbieder informatie te vragen.

Ook staat in de meldcode dat een zorgaanbieder die door Veilig Thuis wordt benaderd, alle informatie verstrekt die hij tot zijn beschikking heeft en die noodzakelijk is om kindermishandeling en/of huiselijk geweld te stoppen of een vermoeden daarvan te laten onderzoeken. Deze informatie moet met toestemming of met medeweten van de betrokkenen gegeven worden. Het is aan de zorgaanbieder om te bepalen welke informatie voor Veilig Thuis relevant is. Dit is onder andere afhankelijk van de kwetsbaarheid van de cliënt, bijvoorbeeld als gevolg van een lichamelijke of geestelijke beperking. De zorgaanbieder had hierin volgens de commissie zorgvuldig behandeld, dus de klacht is ongegrond.

Een andere situatie doet zich voor in de uitspraak 213481/249109 van de Geschillencommissie Zorg Algemeen. De cliënt heeft een melding gedaan bij Veilig Thuis vanwege zorgen over haar kinderen. Op verzoek van Veilig Thuis heeft de zorgaanbieder een onderzoek uitgevoerd naar de situatie van de kinderen. De cliënt heeft hiervoor toestemming gegeven, op voorwaarde dat zij eerst het conceptverslag zou inzien voordat het verslag naar Veilig Thuis werd verstuurd. Maar de zorgaanbieder heeft het verslag niet met de cliënt gedeeld. De cliënt had als direct betrokkene recht op inzage in het conceptverslag en haar eventuele opmerkingen hadden in dat verslag moeten worden opgenomen. De klacht is gegrond.

Afbeelding waarin te zien is dat de geschillencommissie en skge samen werken