Zorgaanbieder juist gehandeld door dossierstuk te wijzigen

De Geschillencommissie Zorg
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Zorg Algemeen    Categorie: bejegening/ informatieverstrekking    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 226016/244680

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Op verzoek van de school van de drie jongste kinderen van klaagster is de zorgaanbieder in maart 2022 verzocht om advies uit te brengen over de vraag of de kinderen na de schoolsluiting in verband met de Corona pandemie weer naar school konden komen.

De kern van de klacht van klaagster betreft de wijze waarop de (jeugdarts van de) zorgaanbieder is omgegaan met de verkregen informatie over klaagster en haar gezin en de wijze waarop klaagster is bejegend. Klaagster verwijt de zorgaanbieder dat hij zijn geheimhoudingsplicht heeft geschonden, dat er wijzigingen zijn aangebracht in het dossier van de kinderen en dat hij klaagster op een onheuse en intimiderende wijze heeft bejegend.

De commissie stelt vast dat in het dossier van de kinderen een zin betreffende een mogelijke diagnose van de moeder uit het verleden is verwijderd. De zorgaanbieder heeft geen antwoord kunnen geven op de vraag door wie en wanneer de passage is gewijzigd. Voor de commissie staat vast dat met de wijziging van de passage juist het belang van klaagster en haar kinderen gediend is aangezien hiermee voor de toekomst suggesties ten aanzien van een mogelijk ziektebeeld van klaagster voorkomen kunnen worden. De commissie kan zich goed voorstellen dat door de aanpassing in het dossier van de kinderen bij klaagster het vermoeden is gerezen dat ook andere wijzigingen in de dossiers zijn aangebracht. De commissie heeft hier echter geen aanwijzing voor gevonden. Voor de overige klachten heeft de commissie evenmin een aanwijzing of grond gevonden zodat de klachten van klaagster ongegrond worden verklaard.

Aangezien beide partijen ter zitting te kennen hebben gegeven dat zij de wens hebben om het vertrouwen in elkaar te herstellen, spreekt de commissie de hoop uit dat partijen de begeleiding van de kinderen op goede voet en in goede samenwerking voort zullen weten te zetten.

De uitspraak

In het geschil tussen
mevrouw [naam], wonende te [plaatsnaam] (hierna te noemen: klaagster)

en

Stichting CJG Rijnmond, gevestigd te Rotterdam
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Zorg Algemeen (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

Klaagster heeft de klacht voorgelegd aan de zorgaanbieder. De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 27 maart 2024 te Den Haag. Partijen zijn ter zitting verschenen en hebben hun standpunt nader toegelicht. Klaagster werd daarbij vergezeld door haar partner, de heer [naam]. De zorgaanbieder werd vertegenwoordigd door mevrouw drs. [naam], jeugdarts, mevrouw [naam], manager, en mevrouw mr. [naam], hoofd concernstaf.

Mevrouw [naam], medewerker bij de Geschillencommissie, heeft de hoorzitting, nadat bijzondere toegang was verleend, als toehoorder bijgewoond.

De commissie heeft het volgende overwogen.

Beoordeling

Klacht van klaagster
Klaagster is de moeder van acht kinderen van wie drie kinderen nog minderjarig en leerplichtig zijn. Nadat de scholen in het voorjaar van 2022 na de Coronasluiting weer opengingen, heeft de jeugdarts van de zorgaanbieder contact opgenomen met klaagster om de schoolgang van de kinderen te bespreken. De kinderen van klaagster waren door ziekte nog niet naar school gegaan. In dat contact is de jeugdarts ondoorzichtig geweest en heeft zij klaagster een verkeerde voorstelling van zaken gegeven. Afspraken die met klaagster werden gemaakt, zijn door de jeugdarts niet nagekomen.

De jeugdarts heeft contact opgenomen met de Sociaal Medisch Advies (SMA) arts, maar heeft de medische verklaring van die arts niet overgenomen. Zorgen die de jeugdarts over de kinderen uitte, werden niet door de SMA-arts gedeeld, maar de jeugdarts heeft het hier niet bij gelaten. Door toedoen van de jeugdarts is een onterechte diagnose betreffende de moeder, die lang geleden was rechtgezet, opnieuw opgerakeld en bekend geworden. De jeugdarts heeft daarmee haar medisch beroepsgeheim geschonden. De zorgaanbieder heeft voorts geheel ten onrechte een melding gedaan bij Veilig Thuis. Klaagster voelt zich door de zorgaanbieder niet gehoord en niet serieus genomen en heeft de wijze van communiceren van de medewerkers als onheus en intimiderend ervaren.

Klaagster heeft ontdekt dat de zorgaanbieder wijzigingen heeft aangebracht in het dossier van de kinderen, dit maakt het dossier onbetrouwbaar hetgeen kan leiden tot een onjuiste besluitvorming.

Klaagster heeft haar klachten voorgelegd aan de zorgaanbieder, maar de klachtenprocedure is onduidelijk en heeft niet tot een oplossing geleid. Klaagster heeft zich dan ook genoodzaakt gezien haar klachten aan de commissie voor te leggen.

De handelwijze van de zorgaanbieder heeft een enorme negatieve impact gehad op het gezin van klaagster; als gevolg hiervan zijn vele school-, studie- en werkuren gemist en heeft klaagster juridisch advies in moeten winnen. Ook heeft de houding van de zorgaanbieder emotionele schade veroorzaakt. Klaagster verlangt een totale vergoeding van € 25.000,– van de zorgaanbieder. Voorts verlangt zij een herstel van vertrouwen en de toewijzing van een orthopedagoog door de zorgaanbieder, zodat de kinderen kunnen worden ondersteund in hun sociaal-emotionele ontwikkeling.

Standpunt zorgaanbieder
De organisatie van de zorgaanbieder heeft tot taak ondersteuning te bieden aan gezinnen bij het veilig en gezond laten opgroeien van kinderen, waarbij het belang van het kind voorop staat. De zorgaanbieder betreurt het dat de klachten, zoals die door klaagster en haar partner zijn geformuleerd in de interne klachtenprocedure onvoldoende zijn opgelost.

Naast de betrokkenheid van de zorgaanbieder is er ook vanuit andere instanties veel betrokkenheid bij het gezin van klaagster. De jeugdarts van de zorgaanbieder heeft gehandeld vanuit de vraag van de school, omdat de kinderen van klaagster op school werden gemist. De jeugdarts is daarbij open en transparant geweest. In het gesprek met klaagster heeft de jeugdarts gesproken over het medisch verleden van de moeder en een ziektebeeld. Klaagster heeft daarop toegelicht dat die diagnose al jaren eerder was teruggedraaid en was gebaseerd op een onjuiste verklaring van een arts. De zorgaanbieder begrijpt dat de vraag voor klaagster confronterend is geweest, maar gelet op de zorgen omtrent de kinderen was het de taak van de jeugdarts om informatie te verifiëren en die te kunnen weerleggen.

De jeugdarts heeft in haar onderzoek eveneens contact opgenomen met de SMA-arts en de zorgprofessional die betrokken was bij klaagster. De jeugdarts heeft geconcludeerd dat zij onvoldoende kon adviseren of de kinderen per 1 april 2022 weer naar school zouden kunnen gaan. In het dossier van de drie kinderen is opgenomen dat de zorgen van de jeugdarts niet gedeeld worden door de SMA-arts. Ook hierover is de zorgaanbieder transparant geweest richting klaagster. Omdat de zorgaanbieder zich onvoldoende geïnformeerd voelde en geen advies uit kon brengen, maar de zorgen omtrent de kinderen onvoldoende waren weggenomen, heeft de zorgaanbieder een melding gedaan bij Veilig Thuis. Als zorgprofessional is de zorgaanbieder hiertoe verplicht.

Uit het dossier van de kinderen is tussen 2018 en 2022 de zin: “Moeder is uitgebreid onderzocht bij de internist en brief naar HA heeft de conclusie: Sterke aanwijzingen voor […], geen verder (medisch/genetisch) onderzoek op dit moment nodig, geen controle meer, internist afgesloten” vervangen door: “Moeder is uitgebreid onderzocht door de internist maar dit is ondertussen afgesloten”. Voor de zorgaanbieder is niet te achterhalen op welk moment en door wie de wijziging in het dossier is aangebracht, maar de zorgaanbieder heeft geen andere wijzigingen in het dossier geconstateerd. Het is goed dat de foutieve diagnose van de moeder uit de dossiers van de kinderen is verwijderd, zodat zij daar in de toekomst geen kennis van kunnen nemen en last van kunnen ondervinden.

De zorgaanbieder heeft steeds zorgvuldig en in het belang van klaagster en de kinderen gehandeld. Van het doorgeven van privacy gevoelige informatie aan derden is geen sprake geweest. De school heeft de zorgaanbieder om advies gevraagd en de zorgaanbieder heeft onderzoek gedaan, maar zich niet goed genoeg geïnformeerd geacht om dat advies te kunnen geven.

Ook de zorgaanbieder hoopt op een herstel van vertrouwen met klaagster, zodat kan worden ingezet op de begeleiding van de kinderen.

Oordeel van de commissie
Op verzoek van de school van de drie jongste kinderen van klaagster is de zorgaanbieder in maart 2022 verzocht om advies uit te brengen over de vraag of de kinderen na de schoolsluiting in verband met de Corona pandemie weer naar school konden komen.

De (jeugdarts van de) zorgaanbieder heeft naar aanleiding van die vraag contact opgenomen met klaagster en een onderzoek uitgevoerd. De kern van de klacht van klaagster betreft de wijze waarop de zorgaanbieder is omgegaan met de verkregen informatie over klaagster en haar gezin en de wijze waarop hij klaagster heeft bejegend. Klaagster verwijt de zorgaanbieder dat hij zijn geheimhoudingsplicht heeft geschonden, dat er wijzigingen zijn aangebracht in het dossier van de kinderen en klaagster op een onheuse en intimiderende wijze is bejegend.

De commissie stelt vast dat in het dossier van de kinderen een zin betreffende een mogelijke diagnose van de moeder uit het verleden is verwijderd. De zorgaanbieder heeft geen antwoord kunnen geven op de vraag door wie en wanneer de passage is gewijzigd. Voor de commissie staat evenwel vast dat met de wijziging van de passage het belang van klaagster en haar kinderen is gediend, aangezien hiermee voor de toekomst suggesties ten aanzien van een mogelijk ziektebeeld van klaagster voorkomen kunnen worden. De commissie kan zich goed voorstellen dat door de aanpassing in het dossier van de kinderen bij klaagster het vermoeden is gerezen dat ook andere wijzigingen in de dossiers zijn aangebracht. De commissie heeft hier echter geen aanwijzing voor gevonden.

Voor het verwijt van klaagster dat de (jeugdarts van de) zorgaanbieder zijn geheimhoudingsplicht zou hebben geschonden, heeft de commissie evenmin grond of aanknopingspunten gevonden. Op verzoek van de school was de zorgaanbieder gehouden om onderzoek te verrichten naar de reden van het schoolverzuim van de kinderen. Dat de zorgaanbieder daarbij meer dan de noodzakelijke informatie heeft opgevraagd of gedeeld, of zijn geheimhoudingsplicht heeft geschonden, is de commissie niet gebleken.

Klaagster heeft aangevoerd dat de zorgaanbieder op onjuiste gronden een melding heeft gedaan bij Veilig Thuis. De commissie overweegt wat dit betreft dat professionals in de jeugdhulpverlening de verantwoordelijkheid hebben om bij zorgen over een kind een melding te doen. Die verantwoordelijkheid berust op de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling die iedere zorgverlener verplicht is te gebruiken. De zorgaanbieder heeft naar die verantwoordelijkheid en verplichting gehandeld.

Klaagster heeft gesteld dat zij onheus bejegend is door de zorgaanbieder en dat zij de manier van communiceren als intimiderend heeft ervaren. De zorgaanbieder herkent zich niet in die klacht. Over de toon of wijze van communiceren van de zorgaanbieder kan de commissie geen uitspraak doen nu objectief niet kan worden vastgesteld wat door partijen over en weer gezegd is. De commissie twijfelt niet aan de oprechtheid van de verklaringen van klaagster op dit punt en wil de perceptie van klaagster geenszins in twijfel trekken. De commissie overweegt echter dat in gevallen waarin de lezingen van partijen omtrent een klacht uiteenlopen en niet goed kan worden vastgesteld welke van beide lezingen het meest aannemelijk is, die klacht niet gegrond kan worden verklaard.

Klaagster verwijt de zorgaanbieder voorts een onduidelijke klachtenprocedure. De commissie heeft vastgesteld dat klaagster op verschillende momenten meerdere (aanvullende) klachten heeft voorgelegd aan de zorgaanbieder. Uit de overgelegde stukken is de commissie gebleken dat de zorgaanbieder telkens door het voeren van gesprekken en het schriftelijk toelichten van een reactie op de klachten van klaagster heeft gereageerd. Voor het verwijt van klaagster heeft de commissie dan ook geen grond gevonden.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klachten van klaagster ongegrond zijn. Het verzoek tot het toekennen van schadevergoeding wordt dan ook afgewezen.

Ter zitting hebben beide partijen te kennen gegeven dat zij de wens hebben om het vertrouwen in elkaar te herstellen en de begeleiding van de kinderen op goede voet voort te zetten. De commissie spreekt de hoop uit dat partijen deze wens weten om te zetten in een goede samenwerking voor de toekomst van de kinderen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie verklaart de klachten van klaagster ongegrond en wijst het door haar verzochte af.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de zorgaanbieder aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Zorg Algemeen, bestaande uit de heer mr. A.R.O. Mooy, voorzitter, de heer drs. T. Knap, de heer mr. S. Sierksma, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. J.C. Quint, secretaris, op 27 maart 2024.