Commissie: Zorg Algemeen
Categorie: -
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: bindend advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
827982/938303
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De uitspraak
in het geschil tussen
de heer [naam], wonende te [plaatsnaam] (hierna te noemen: de cliënt)
en
Meditime B.V., gevestigd te Capelle aan den IJssel
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).
Samenvatting
Cliënt heeft aan de commissie de volgende klachten voorgelegd: (a) Het resultaat van de haartransplantatie is niet het resultaat dat hij had mogen verwachten, (b) er is geen sprake geweest van informed consent en (c) hij heeft de toezegging gekregen dat hij de kosten terug zou krijgen bij onvoldoende resultaat van de haartransplantatie.
Cliënt heeft een week voorafgaande aan de behandeling een e-mail ontvangen met daarin een link naar het informed consent-formulier met de mededeling “Lees de meegestuurde formulieren a.u.b. voor de afspraak via de volgende link”. Nu vast is komen te staan dat de zorgaanbieder geruime tijd voor de behandeling aan cliënt het informed consentformulier heeft toegestuurd en cliënt de mogelijkheid heeft gehad om dit uitgebreid te bestuderen, kan de commissie niet tot het oordeel komen dat de zorgaanbieder inzake de informed consent onzorgvuldig heeft gehandeld. De commissie heeft niet vast kunnen stellen dat de zorgaanbieder onzorgvuldig heeft gehandeld, of de ingreep op onjuiste of ondeugdelijke wijze heeft uitgevoerd. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Cliënt heeft de toezegging van de zorgaanbieder dat hij de kosten zou terugkrijgen bij onvoldoende resultaat, op geen enkele wijze onderbouwd.
Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Zorg Algemeen (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.
De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.
De behandeling van het geschil heeft plaatsgevonden op 15 mei 2025 te Utrecht.
Partijen hebben via een ZOOM-verbindingen hun standpunten nader toegelicht.
Cliënt werd ter zitting vertegenwoordigd door de heer [naam].
Namens de zorgaanbieder zijn verschenen mevrouw [naam] en mevrouw [naam], bijgestaan door de heer [naam].
Beoordeling
Op grond van de geneeskundige behandelingsovereenkomst moet de zorgaanbieder bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen en daarbij handelen in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard (artikel 7:453 BW). Deze zorgplicht houdt in dat de zorgaanbieder die zorg moet betrachten die een redelijk bekwaam en redelijk handelend hulpverlener in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht.
De verplichting die voor de zorgaanbieder voortvloeit uit een geneeskundige behandelingsovereenkomst, wordt in beginsel niet aangemerkt als een resultaatsverplichting, waarbij de zorgaanbieder moet instaan voor het bereiken van een bepaald resultaat, maar als een inspanningsverplichting, waarbij de zorgaanbieder zich verplicht zich voor het bereiken van een bepaald resultaat in te spannen. De reden hiervoor is dat het bij een geneeskundige behandeling meestal niet mogelijk is een bepaald resultaat te garanderen, omdat het menselijk lichaam in het (genezings-)proces een ongewisse factor vormt; zelfs bij onberispelijk medisch handelen, kan het beoogde resultaat uitblijven. Van een tekortkoming kan dan ook pas worden gesproken indien komt vast te staan dat de behandelend arts zich onvoldoende heeft ingespannen of bij de inspanning een fout heeft gemaakt.
Voor aansprakelijkheid van de zorgaanbieder is vereist dat voldoende aannemelijk is dat de zorgaanbieder, dan wel ieder die werd ingeschakeld bij de uitvoering van de voor de zorgaanbieder uit de overeenkomst voortvloeiende verplichting, is tekortgeschoten in de uitvoering van die verplichting. De tekortkoming moet aan de zorgaanbieder kunnen worden verweten (toerekenbare tekortkoming) en de cliënt moet daarvan nadeel hebben ondervonden.
De commissie zal de klacht van cliënt beoordelen in het licht van het hierboven geschetste toetsingskader.
Standpunt van cliënt
Op 30 december 2022 heeft cliënt een overeenkomst met de zorgaanbieder gesloten voor een haartransplantatie. Voor deze behandeling is een prijs van € 3.500,00 met cliënt overeengekomen. Cliënt heeft op 30 december 2022 een aanbetaling van € 700,00 op dit bedrag voldaan en op 9 januari 2023 (te weten de datum van de behandeling) het resterende bedrag van € 2.800,00 betaald. Voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst heeft cliënt van de zorgaanbieder geen concreet schriftelijk aanbod ontvangen waarin hij volledig en nauwkeurig is geïnformeerd over de aard van de behandeling, het te verwachten resultaat, het verloop van de behandelprocedure, mogelijke complicaties, de herstelperiode en nazorg, de beperkingen en risico’s van de behandeling, bedenktijd en alternatieven voor de behandeling. Verder heeft cliënt geen behandelformulier ingevuld en is hem medegedeeld dat hij de prijs van behandeling terug zou krijgen als hij daarover niet geheel tevreden zou zijn. Cliënt heeft zijn onvrede geuit over het resultaat van de behandeling, hetgeen met name geldt over de haargroei aan de achterkant van zijn hoofd. Naar aanleiding daarvan heeft de zorgaanbieder aan cliënt voorgesteld om een nabehandeling te verrichten, welke nabehandeling in november 2023 heeft plaatsgevonden. Voor die nabehandeling heeft cliënt een bedrag van € 500,00 aan de zorgaanbieder betaald, maar van die betaling heeft hij – ondanks herhaalde verzoeken – nooit een factuur en bevestiging ontvangen. Per e-mail van 11 juli 2024 heeft cliënt aan de zorgaanbieder kenbaar gemaakt dat hij (nog steeds) niet tevreden is over het resultaat van de behandeling. Omdat de zorgaanbieder daarop niet heeft gereageerd, heeft cliënt op 22 juli 2024 nogmaals een e-mail naar de zorgaanbieder gezonden, waarin hij heeft aangegeven dat de haarzakjes niet op de juiste wijze zijn geplaatst en de zorgaanbieder heeft verzocht om dit binnen 14 dagen te herstellen.
Nadat de zorgaanbieder ook die e-mail geheel onbeantwoord heeft gelaten, heeft cliënt op 9 augustus 2024 een aangetekende brief naar de zorgaanbieder gezonden, waarin hij nogmaals kenbaar heeft gemaakt dat hij niet tevreden is over het resultaat van de behandeling en de zorgaanbieder een laatste kans heeft gegeven om tot kosteloos herstel over te gaan. De zorgaanbieder heeft ook daarop niet gereageerd. Per brief van 20 september 2024 heeft de raadsman van cliënt de zorgaanbieder erop gewezen dat hij zijn zorgplicht heeft geschonden en de overeenkomst namens client ontbonden, in welk kader de zorgaanbieder is verzocht om tot terugbetaling van het door client betaalde bedrag van € 4.000,00 over te gaan. Ook hierop is niet gereageerd.
Cliënt vordert van de zorgaanbieder teruggave van de kosten van de behandeling, vermeerderd met een bedrag van € 165,- voor de kosten die zijn raadsman bij hem in rekening heeft gebracht, totaal € 4.165, -.
Standpunt van de zorgaanbieder
Op 27 december 2022 is cliënt gezien en zijn diens wensen en verwachtingen besproken voor een haartransplantatie. In het dossier is genoteerd dat in dat kader eveneens met cliënt besproken zijn de behandelingsprocedure, de complicatierisico’s, het gebruik van lokale verdoving, de mogelijke bijwerkingen, de nazorg en de verwachtingen met betrekking tot het resultaat. Aan cliënt is, voorafgaande aan de daadwerkelijke ingreep, een informed consent-formulier gestuurd. Dit formulier maakt onderdeel uit van het dossier en is door cliënt op 9 januari 2023 ondertekend. In dit formulier is onder meer te lezen: ‘Als er een groot gebied dient te worden behandeld, moet dit in meerdere sessies gedaan worden’. De behandeling op 9 januari 2023 is ongecompliceerd verlopen. Cliënt is daarna op de gebruikelijke controles geweest en de bevindingen bij die controles waren in de visie van de zorgaanbieder conform verwachting.
Anders dan cliënt stelt, is hij wel degelijk van tevoren geïnformeerd, in die zin dat er informed consent is gekregen. Aan cliënt is zowel mondeling als schriftelijk informatie verstrekt, terwijl voorts een feit van algemene bekendheid is dat mannen die een haartransplantatie overwegen, zich eerder over het algemeen goed op de hoogte hebben gesteld van de kosten en het te verwachten effect. Cliënt laat na om duidelijk te maken welke informatie hij gemist heeft en of die gemiste informatie van doorslaggevende betekenis zou zijn geweest. Meer in het bijzonder laat cliënt na om duidelijk te maken bij welke informatie hij van de behandeling zou hebben afgezien.
Dit is uiteraard van belang voor wat betreft de vraag naar het causale verband, maar ook ten principale is het van belang voor de zorgaanbieder om te weten tegen welk vermeend gebrek aan informatie verweer dient te worden gevoerd. Cliënt heeft in die zin onvoldoende aan zijn stelplicht voldaan.
Cliënt brengt als tweede klachtonderdeel naar voren dat de haartransplantatie niet goed is uitgevoerd. Cliënt onderbouwt dat niet, zodat de zorgaanbieder geen concrete reactie kan geven op dit klachtonderdeel. De zorgaanbieder bestrijdt dat de haartransplantatie als zodanig onzorgvuldig is uitgevoerd in de zin van artikel 6:74 BW, of dat er sprake is geweest van een tekortkoming in de betekenis van artikel 6:265 lid 1 BW. In de visie van de zorgaanbieder bestaan daarvoor ook geen objectieve aanwijzingen, althans zijn die aanwijzingen niet door cliënt aangevoerd.
Voor zover een schadevergoeding aan de orde zou zijn, meent de zorgaanbieder dat daarvoor geen gronden bestaan. De overeengekomen behandeling is verricht en daarbij is niet onzorgvuldig gehandeld. Aan schadevergoeding wordt dan niet toegekomen.
Overwegingen van de commissie
Cliënt heeft aan de commissie de volgende klachten voorgelegd:
1. Er is geen sprake geweest van informed consent;
2. Het resultaat van de haartransplantatie is niet het resultaat dat cliënt had mogen verwachten;
3. Hij heeft de toezegging gekregen dat hij de kosten terug zou krijgen bij onvoldoende resultaat.
Klacht 1:
Ter zitting is namens cliënt aangevoerd dat hij niet adequaat is geïnformeerd over de risico’s van de behandeling. Hij heeft op de dag van de behandeling op een laptop bij het kruisje getekend zonder te weten waarvoor hij zijn handtekening moest zetten. Aan cliënt is het formulier aangaande het informed consent niet ter hand gesteld. Wel is hem meegedeeld dat, indien hij niet tevreden zou zijn met het resultaat, de kosten van de behandeling zouden worden terugbetaald.
De zorgaanbieder heeft dit betwist. Op 27 december 2022 is met cliënt stap voor stap de behandeling besproken en is de geschiktheid van een transplantatie beoordeeld. Op 29 december 2022 heeft cliënt een aanbetaling gedaan.
Die dag is naar cliënt een e-mailbericht gestuurd waarin de afspraak voor de behandeling is vastgelegd met een link naar formulieren en brochures. Op verzoek van de commissie heeft de zorgaanbieder na de zitting een schermafbeelding gestuurd van deze berichten.
De commissie overweegt dat voor verrichtingen ter uitvoering van een behandelingsovereenkomst de toestemming van een cliënt is vereist. Een cliënt kan in beginsel slechts toestemming voor een behandeling geven indien hij daarover adequaat is geïnformeerd. De zorgaanbieder dient een cliënt op duidelijke wijze in te lichten over de voorgestelde behandeling en daarbij dient de zorgaanbieder zich ervan te vergewissen dat een cliënt begrijpt wat de behandeling inhoudt, wat de te verwachten gevolgen en de risico’s van de behandeling zijn en wat de vooruitzichten zijn na een behandeling.
De commissie heeft op basis van de door de zorgaanbieder overgelegde schermafbeelding vastgesteld dat aan cliënt op 29 december 2022 een e-mailbericht is gestuurd waarin staan vermeld de datum en het tijdstip van de behandeling, alsmede een link naar formulieren en brochures. Onder het kopje formulieren staat het volgende vermeld: “Lees de meegestuurde formulieren a.u.b. voor de afspraak via de volgende link: Bekijk formulieren”. Onder “Brochures” staat vermeld: de volgende brochures bevatten aanvullende informatie en dan vervolgens een link naar Brochure haartransplantatie, NL Nazorg haartransplantatie en Voorzorg haartransplantatie. Achter de link “bekijk formulieren” is het informed consent haartransplantatie opgenomen waarin de aard van de behandeling en de daaraan verbonden risico’s staan vermeld.
Ter zitting heeft de commissie vastgesteld dat cliënt niet van Nederlandse afkomst is en de Nederlandse taal niet volledig beheerst. Alle documenten die aan cliënt zijn verstrekt, zijn in het Nederlands opgesteld. De vraag enerzijds is of cliënt tijdens het eerste consult voldoende heeft begrepen wat de behandeling zou inhouden, wat eventuele risico’s zouden zijn en de verwachte resultaten. Anderzijds mag van cliënt worden verwacht dat hij de stukken die voor de behandeling van de zorgaanbieder per e-mail heeft ontvangen, leest en bij onduidelijkheid navraag doet over de behandeling en risico’s.
Nu vast is komen te staan dat de zorgaanbieder geruime tijd voor de behandeling aan cliënt het informed consent-formulier heeft toegestuurd en cliënt de mogelijkheid heeft gehad om dit uitgebreid te bestuderen, kan de commissie niet tot het oordeel komen dat de zorgaanbieder inzake de informed consent onzorgvuldig heeft gehandeld.
De commissie zal deze klacht ongegrond verklaren.
Klacht 2:
Cliënt heeft de haartransplantatie laten uitvoeren in de verwachting dat hij een vollere haardos zou krijgen. De zorgaanbieder heeft gesteld dat tijdens het eerste consult is besproken dat 4000 grafts zouden worden geplaatst en dat daarmee niet een volledige dekking van de hoofdhuid was te verwachten.
De commissie is ambtshalve bekend dat haaruitval niet tegen te gaan is ondanks haartransplantatie. Zoals ook in het informed consent-formulier is te lezen, is de ingreep niet preventief en kunnen haren blijven uitvallen.
De commissie heeft niet vast kunnen stellen dat de zorgaanbieder onzorgvuldig heeft gehandeld, of de ingreep op 9 januari 2023 op onjuiste of ondeugdelijke wijze heeft uitgevoerd. Niet gebleken is dat de zorgaanbieder zich onvoldoende voor de cliënt heeft ingespannen, of bij die inspanning een fout heeft gemaakt.
De commissie zal deze klacht ongegrond verklaren.
Klacht 3:
Cliënt heeft gesteld dat de zorgaanbieder hem heeft toegezegd dat hij de kosten terug zou krijgen bij onvoldoende resultaat. De zorgaanbieder heeft dit betwist.
De commissie heeft vastgesteld dat in het informed consentformulier het volgende staat vermeld: “Het donorgebied kan pas bij een behandeling worden beoordeeld. Bij een slecht donorgebied kan de behandelend arts de behandeling staken. De patiënt zal dan 50% van de behandeling gecrediteerd krijgen.
De zorgaanbieder heeft ter zitting aangegeven dat de behandeling overeenkomstig de behandelingsovereenkomst is uitgevoerd.
De commissie zal dit klachtonderdeel wegens onvoldoende onderbouwing ongegrond verklaren.
Schadevergoeding
Voor aanspraak op een schadevergoeding is ten minste vereist dat de zorgaanbieder in enig opzicht toerekenbaar is tekortgeschoten in de behandeling van cliënt. Daar niet is vast komen te staan dat de zorgaanbieder onzorgvuldig heeft gehandeld, zal de commissie het verzoek om schadevergoeding afwijzen.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie verklaart de klacht ongegrond en wijst de vordering tot schadevergoeding af.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Zorg Algemeen, bestaande uit de heer mr. H.A. van Gameren, voorzitter, de heer prof. dr. E.P. Prens, de heer mr. P.C. de Klerk, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. W. Hartong van Ark, secretaris, op 15 mei 2025.