Zorgaanbieder plaats cliënt over naar ander ziekenhuis in belang van gezondheid cliënt; klacht ongegrond verklaard

  • Home >>
  • Ziekenhuizen >>
De Geschillencommissie Zorg
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Ziekenhuizen    Categorie: (On)zorgvuldigheidzorgverlening    Jaartal: 2023
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 206857/223057

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Het geschil betreft de zorgverlening voor de echtgenote van klager. Klager verwijt de zorgaanbieder onzorgvuldig en nalatig handelen ten gevolge waarvan zijn echtgenote is overleden. De commissie oordeelt dat de zorgaanbieder zorgvuldig en in het belang van cliënt heeft gehandeld door haar over te plaatsen naar een andere zorgaanbieder. De andere zorgaanbieder kon de nodige zorg namelijk wel leveren. De commissie verklaart de klacht ongegrond.

De uitspraak

In het geschil tussen

de heer [naam], wonende te [plaatsnaam] (hierna te noemen: klager)

en

Stichting Ziekenhuis Amstelland, gevestigd te Amstelveen
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Ziekenhuizen (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 25 september 2023 te Utrecht. Klager werd ter zitting vergezeld door mevrouw [naam]. De zorgaanbieder werd vertegenwoordigd door mevrouw dr. [naam], internist en mevrouw mr. [naam], jurist.

Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft de zorgverlening voor de echtgenote van klager. Klager verwijt de zorgaanbieder onzorgvuldig en nalatig handelen ten gevolge waarvan zijn echtgenote is overleden.

Standpunt van klager
De echtgenote van klager (hierna te noemen: de cliënte) is op 29 augustus 2022 na een beroerte in het ziekenhuis van de zorgaanbieder opgenomen. De eerste vijf dagen na de opname gebeurde er echter niets. Zelfs haar bed werd niet verschoond hoewel zij dit bevuild had.
Tijdens haar verblijf kreeg zij in het bijzijn van klager opnieuw een beroerte. Tot klagers verbazing werd de cliënte naar het AMC overgebracht waar inderdaad een herseninfarct werd geconstateerd. Vervolgens werd de cliënte weer teruggebracht naar het ziekenhuis van de zorgaanbieder.
Op 1 september 2022 werd eindelijk een biopt genomen, omdat er een vermoeden was van een levercarcinoom, hoewel ook longkanker werd gesuggereerd. Omdat de cliënte haar eten of drinken niet kon binnenhouden, moest klager vragen om een sonde. Die werd echter verkeerd aangelegd. Omdat er toch niets gebeurde en de cliënte geïsoleerd en buiten gehoorafstand van de verpleging lag, heeft klager de cliënte tot tweemaal toe weer mee naar huis genomen om haar thuis te verzorgen. Klager moest de medicatie voor de cliënte bij de ziekenhuisapotheek ophalen, maar de medicatie was niet compleet en klager kreeg geen uitleg mee over het gebruik van de medicatie. De cliënte is op 1 oktober 2022 opgenomen in een hospice waar zij op 13 oktober 2022 is overleden aan de gevolgen van longkanker met uitzaaiingen in de lever.
Tot zijn verbijstering werd klager op 17 oktober 2022 door de zorgaanbieder gebeld dat de cliënte werd opgeroepen voor een rugoperatie.

Klager is van mening dat ondeskundig en nalatig handelen van de zorgaanbieder de oorzaak is geweest van het overlijden van de cliënte. Zij was al 30 jaar patiënt in het ziekenhuis van de zorgaanbieder. Klager begrijpt niet hoe niet eerder ontdekt kan zijn wat er met de cliënte aan de hand was. Op een CT-scan of MRI was nooit iets te vinden. Het verbaast klager niet dat de cliënte uiteindelijk leverproblemen ontwikkelde. De artsen schreven zoveel medicatie voor dat de lever dat niet aankon.
De vragen over de gang van zaken in het ziekenhuis houden klager nog dagelijks bezig. Het doet hem veel verdriet dat de periode in het ziekenhuis voor de cliënte met zoveel leed en pijn gepaard is gegaan.
Klager wil dit verdrietige hoofdstuk graag afsluiten en hoopt op erkenning van het leed dat hem en de cliënte is aangedaan.

Klager verlangt een schadevergoeding van € 10.000,– van de zorgaanbieder die bestaat uit een vergoeding voor de kosten van de medicatie, de crematie en een vergoeding voor de vermindering aan inkomsten van klager, omdat hij de zorg voor de cliënte op zich heeft moeten nemen.

Standpunt van de zorgaanbieder
Ontvankelijkheid
Primair is de zorgaanbieder van mening dat klager niet ontvankelijk is in zijn klacht. Klager heeft alleen het informele klachtentraject gevolgd en contact gehad met de klachtenfunctionaris. De zorgaanbieder is echter niet in de gelegenheid gesteld om via de klachtenadviescommissie een formeel oordeel over de klacht te geven.

Inhoudelijk verweer
De cliënte was ernstig ziek, had een uitgebreide voorgeschiedenis en leed aan meerdere gecompliceerde aandoeningen (ziekte van Crohn, wervelkanaalstenose, diabetes) waarvoor toediening van medicatie noodzakelijk was. Door de zorgverleners is er alles aan gedaan om de cliënte zo goed mogelijk te behandelen voor deze aandoeningen. Na opname op 29 augustus 2022 wezen onderzoeken uiteindelijk uit dat sprake was van een longcarcinoom met uitzaaiingen in de lever. Daar kwam een herseninfarct bovenop. Op het moment dat in het ziekenhuis van de zorgaanbieder een herseninfarct optrad is de cliënte met spoed overgeplaatst naar het AMC voor trombolyse, de beste behandeling van een herseninfarct, wat in het ziekenhuis van de zorgaanbieder niet mogelijk is.
Met klager en de cliënte zijn veel gesprekken gevoerd over de behandelingen. Tijdens het bemiddelingsgesprek dat in het klachtentraject is gevoerd, is nogmaals uitvoerig aandacht besteed aan de behandelingen van de cliënte en is de reden van het uitvoeren van de verschillende onderzoeken toegelicht.
Tijdens het gesprek zijn voorts excuses aangeboden voor het feit dat klager na het overlijden van de cliënte nog werd gebeld over een geplande rugoperatie. Hoewel het overlijden op dat moment nog niet bekend was bij het ziekenhuis had dit telefoongesprek voorkomen moeten worden. De zorgaanbieder realiseert zich goed dat de melding zeer pijnlijk was voor klager.
Het feit dat de cliënte is overleden is, hoe verdrietig ook, echter geen gevolg van enig nalatig handelen van het ziekenhuis maar het gevolg van het ernstige en gecompliceerde ziektebeeld van de cliënte.

Beoordeling van het geschil
Ontvankelijkheid
De zorgaanbieder heeft zich op het standpunt gesteld dat klager niet ontvangen kan worden in zijn klacht, omdat hij niet eerst de formele interne klachtenprocedure heeft gevolgd.
Vaststaat dat klager zijn klacht eerst heeft voorgelegd aan de klachtenfunctionaris van de zorgaanbieder. Klager heeft daaropop 2 december 2022 een inhoudelijke reactie van vier behandelend artsen van de zorgaanbieder ontvangen waarin een uitleg en toelichting werd gegeven over de behandeling van de cliënte. Vervolgens hebben nog twee bemiddelingsgesprekken in het bijzijn van de klachtenfunctionaris plaatsgevonden. Beide partijen hebben in het klachtentraject dan ook hun standpunten naar voren kunnen brengen. Dat klager vervolgens een formeel oordeel van de klachtencommissie zou moeten afwachten,
getuigt van een onjuiste voorstelling van zaken. Klager behoeft niet het volledige interne klachtentraject van de zorgaanbieder te doorlopen voordat hij zijn geschil aan de commissie voor kan leggen.
De commissie verklaart klager dan ook ontvankelijk in zijn klacht.

Inhoudelijk
De cliënte is op 13 oktober 2022 in een hospice overleden na een opname in het ziekenhuis van de zorgaanbieder.
Klager verwijt de zorgaanbieder onzorgvuldig en nalatig handelen. Daarvan is de commissie niet gebleken.

Uit het medisch dossier blijkt dat de cliënte meerdere ernstige gezondheidsproblemen had en sprake was van een lange medische voorgeschiedenis. Zo leed zij aan diabetes, de ziekte van Crohn en had zij een wervelkanaalstenose.
Toen de cliënte op 29 augustus 2022 na een beroerte in het ziekenhuis van de zorgaanbieder werd opgenomen was zij al erg verzwakt en was het ziektebeeld complex. Toen er na enkele dagen weer een herseninfarct optrad, is de cliënte naar het AMC overgebracht voor de noodzakelijke trombolyse behandeling. In het ziekenhuis van de zorgaanbieder kan die behandeling niet worden gegeven. De commissie is van oordeel dat de zorgaanbieder daarmee zorgvuldig en in het belang van de gezondheid van de cliënte heeft gehandeld.

Klager vraagt zich af hoe het kan dat de behandelend artsen niet eerder de oorzaak van de verslechterde gezondheidstoestand van de cliënte hebben kunnen achterhalen. Hij heeft de indruk dat als de artsen voortvarender te werk waren gegaan de cliënte nog behandeld had kunnen worden.
De commissie constateert dat de cliënte werd geobserveerd en gemonitord en meerdere onderzoeken werden uitgevoerd. Omdat op een scan een afwijking in de lever werd gezien, werd een levercarcinoom vermoed. Uiteindelijk bleek het te gaan om longkanker met uitzaaiingen in de lever die hebben geleid tot de dood van de cliënte. De herseninfarcten waren waarschijnlijk mede veroorzaakt door verhoogde stollingsneiging bij de primaire maligniteit (kwaadaardige tumor).
De commissie heeft op geen enkele wijze kunnen vaststellen dat de zorgaanbieder enig verwijt kan worden gemaakt van de gezondheidstoestand of het ziekteverloop van de cliënte. De artsen hebben gedaan wat binnen hun vermogen lag om de oorzaak van de klachten van de cliënte te onderzoeken. De commissie is van oordeel dat de artsen van de zorgaanbieder hebben gehandeld, zoals van een redelijk handelend zorgverlener in vergelijkbare omstandigheden verwacht mag worden. De commissie verklaart de klacht van klager dan ook ongegrond.

Ten aanzien van de klachten betreffende de verpleging van de cliënte overweegt de commissie dat de zorgaanbieder heeft erkend dat niet altijd meteen op een hulpvraag van de cliënte kon worden gereageerd, omdat de zorg verdeeld moest worden over meerdere patiënten. Dit is inherent aan de inrichting van het zorgsysteem in Nederland en het beperkte aantal verpleegkundigen. De commissie is echter niet gebleken dat de zorg voor de cliënte onzorgvuldig of onder de maat is geweest. De klachten ten aanzien van de zorgverlening worden dan ook eveneens ongegrond verklaard.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is. Het verzoek tot het toekennen van schadevergoeding wordt dan ook afgewezen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie:
– verklaart klager ontvankelijk in zijn klacht;
– verklaart de klacht ongegrond;
– wijst het verzoek tot het toekennen van schadevergoeding af.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de zorgaanbieder aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit mevrouw mr. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, mevrouw mr. dr. M.J. van Dam, de heer J. Donga, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. J.C. Quint, secretaris, op 25 september 2023.