Commissie: Zelfstandige Klinieken
Categorie: (On)Zorgvuldig handelen
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: bindend advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1316583/1325556
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De klacht gaat over een knieprothese die bij de zorgaanbieder is geplaatst en de complicaties die daarna zijn ontstaan, waardoor de cliënt meerdere operaties moest ondergaan en blijvende klachten ervaart. De cliënt vindt dat de operaties onzorgvuldig zijn uitgevoerd en vraagt een schadevergoeding. De commissie oordeelt echter dat de zorgaanbieder zorgvuldig heeft gehandeld, dat de operaties volgens de geldende medische normen zijn uitgevoerd en dat de opgetreden problemen zeldzame maar bekende complicaties waren en geen gevolg van een medische fout. Daarom verklaart de commissie de klacht ongegrond en wijst zij het verzoek om schadevergoeding af.
De volledige uitspraak
in het geschil tussen
[Naam], wonende te [woonplaats] (hierna te noemen: de cliënt)en
Equipe Zorgbedrijven, gevestigd te Rotterdam
(hierna te noemen: de zorgaanbieder)
gemachtigde: [naam].
Onderwerp van het geschil
De cliënt heeft een operatie tot het plaatsen van een knieprothese laten uitvoeren in de kliniek van de zorgaanbieder. De cliënt verwijt de zorgaanbieder dat die ingreep en ook de daarop volgende revisieoperatie op een onzorgvuldige wijze is uitgevoerd waardoor zij in [naam ziekenhuis] een hersteloperatie heeft moeten ondergaan. De cliënt stelt hierdoor dagelijks pijn en nog steeds ernstige beperkingen in lopen en bewegen te ervaren.
Standpunt van de cliënt
De cliënt heeft op 18 februari 2025 in een vestiging van de zorgaanbieder in Amsterdam een ingreep ondergaan waarbij door chirurg [naam] een knieprothese in de rechterknie werd geplaatst. Eerder was in een andere kliniek een prothese geplaatst in haar linkerknie. Die ingreep verliep probleemloos en na zes weken kon de cliënt alles weer.
Na de ingreep in Amsterdam was het anders. De cliënt mocht de dag na de ingreep naar huis. Na een paar dagen werd de knie opgezet en warm. De cliënt maakte een afspraak met de kliniek waar zij op
18 maart 2025 een controle had. Gezegd werd dat alles normaal was en er geen problemen te verwachten waren. Omdat de klachten verergerden maakte de cliënt opnieuw een afspraak voor een controle op
15 april 2025. Tot schrik van de cliënt bleken er wel problemen te zijn en moest een tweede operatie worden uitgevoerd die op 22 april 2025 plaatsvond, dit ondanks de instabiele en gezwollen knie.
Voorafgaand aan de ingreep besprak chirurg [naam] met de cliënt dat er een vermoeden was van een bacterie en dat hij een kweek zou maken. Ook kreeg de cliënt antibiotica voorgeschreven.
Een dag na de operatie werd de cliënt verteld dat de operatie niet gelukt was en de schroeven alweer hadden losgelaten. De cliënt kan niet anders dan concluderen dat er iets is misgegaan bij de ingreep of een verkeerde techniek is gebruikt. In plaats van dat de kliniek haar verantwoordelijkheid nam werd gesuggereerd dat de cliënt op haar been zou hebben gestaan waardoor de schroeven los waren gekomen. De cliënt heeft er erg veel moeite mee dat haar, geheel ten onrechte, in de schoenen wordt geschoven dat zij de postoperatieve instructies niet zou hebben opgevolgd, waar de kliniek de hand in eigen boezem zou moeten steken. De cliënt was in de nacht van 22 op 23 april 2025 opgenomen en heeft geen stap gezet zonder de ondersteuning van het verplegend personeel van de zorgaanbieder.
Een volgende operatie was nodig waarvoor de cliënt werd verwezen naar [ziekenhuis]. Daar aangekomen werd haar verteld dat de ingreep niet kon worden uitgevoerd en werd de cliënt naar een ander ziekenhuis gestuurd. Op 1 mei 2025 is de cliënt daar door chirurg [naam] geopereerd. Deze chirurg schrok van wat hij in de knie van de cliënt aantrof en noemde de eerdere operaties ‘prutswerk’. Van een bacterie bleek geen sprake.
De cliënt heeft twee weken in het ziekenhuis gelegen en daarna zeven weken in een revalidatiecentrum. De cliënt heeft nog steeds pijn en is zeer beperkt in haar mobiliteit. De cliënt is afhankelijk van krukken en een rollator. De cliënt had een druk sociaal leven maar heeft al haar activiteiten stop moeten zetten. Vrijwilligerswerk kan zij niet meer doen en oppassen op de kleinkinderen gaat niet meer.
De cliënt vraagt een oordeel van de commissie over de handelwijze van de zorgaanbieder. De cliënt houdt de zorgaanbieder verantwoordelijk voor de waarschijnlijk blijvende fysieke beperking die zij heeft overgehouden aan de ingreep. De cliënt acht de maximale schadevergoeding van € 25.000,- dan ook passend.
Standpunt van de zorgaanbieder
De cliënt is door haar huisarts verwezen naar de kliniek van de zorgaanbieder vanwege knieklachten. Bij de cliënt was eerder, door een andere zorgverlener, een prothese in de linkerknie geplaatst. Chirurg [naam] constateerde na onderzoek dat een prothese in de rechterknie eveneens geïndiceerd was.
Die ingreep heeft op 18 februari 2025 plaatsgevonden. De ingreep verliep ongecompliceerd.
Na meerdere controleafspraken en een röntgenfoto bleek dat sprake was van een ingezakt tibiaplateau, een zeldzaam voorkomende maar bekende complicatie. Chirurg [naam] heeft met de cliënt besproken dat een revisieoperatie noodzakelijk was en heeft de cliënt voorgelicht over de complicaties. De revisieoperatie vond plaats op 22 april 2025 en verliep ongecompliceerd. Omdat er een verdenking op een infectie bestond zijn er tijdens de ingreep 5 weefselkweken afgenomen en werd aan de cliënt antibiotica voorgeschreven. De cliënt werd erop gewezen dat zij tot twee weken na de ingreep de knie niet mocht belasten. Vanwege klachten op 23 april 2025 werd opnieuw een foto van de rechterknie gemaakt waaruit bleek dat de tuberositas tibiae los was komen te liggen. Ook dit is een zeer zeldzaam voorkomende maar wel bekende complicatie. Omdat een dergelijke complicatie kan voorkomen door een te snelle belasting werd gevraagd of de cliënt de knie wellicht in een onbewaakt ogenblik toch zou hebben belast tijdens het gebruik van het looprek. De zorgaanbieder heeft hiermee op geen enkele wijze met de beschuldigende vinger naar de cliënt willen wijzen en betreurt het dat dat zo op de cliënt is overgekomen.
Een nieuwe hersteloperatie was geïndiceerd die helaas niet in de kliniek van de zorgaanbieder kon plaats vinden omdat het Hb gehalte in het bloed van de cliënt erg laag was en de kliniek niet beschikt over een bloedbank voorziening. Met [ziekenhuis] werd afgestemd dat de cliënt daar zou worden geopereerd. Alle informatie van de zorgaanbieder over de cliënt werd telefonisch en schriftelijk overgedragen. Vervolgens heeft [ziekenhuis] ervoor gekozen om de cliënt over te plaatsen naar een ander ziekenhuis. Bij dat traject is de zorgaanbieder niet meer betrokken.
De zorgaanbieder betreurt het dat bij de cliënt een complicatie is opgetreden. De zorgaanbieder trekt op geen enkele wijze in twijfel dat de cliënt veel pijn en ongemak ervaart van de nasleep van de ingreep die in haar kliniek heeft plaatsgevonden. De zorgaanbieder stelt zich echter op het standpunt dat er geen sprake is geweest van medisch onzorgvuldig of verwijtbaar handelen.
Beoordeling van het geschil
De commissie zal de klacht van de cliënt beoordelen aan de hand van de klachtonderdelen die zij naar voren heeft gebracht. De commissie heeft daarbij het volgende overwogen.
Beoordelingskader
Bij de beoordeling van deze klacht geldt het volgende beoordelingskader. De overeenkomst die is gesloten tussen de cliënt en de zorgaanbieder is aan te merken als een geneeskundige behandelingsovereenkomst in de zin van artikel 7:446 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Bij de uitvoering van de geneeskundige behandelingsovereenkomst moet de hulpverlener – in dit geval de orthopedisch chirurg – de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen. Daarbij moet de hulpverlener handelen in overeenstemming met de op hem/haar rustende verantwoordelijkheid die voortvloeit uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard (artikel 7:453 van het BW), die mede bepaald wordt door onder meer de stand en inzichten van de medische wetenschap, richtlijnen en protocollen. Deze zorgplicht houdt in dat de hulpverlener die zorg moet betrachten die een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot/hulpverlener in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht.
De zorgplicht houdt in beginsel geen resultaatsverplichting in, maar wordt aangemerkt als een inspanningsverplichting. Van een tekortkoming kan dan ook pas worden gesproken indien komt vast te staan dat de hulpverlener zich onvoldoende heeft ingespannen of bij de inspanning een fout heeft gemaakt.
De commissie dient te onderzoeken of de orthopedisch chirurg bij de uitvoering van de geneeskundige behandelingsovereenkomst in de gegeven omstandigheden al dan niet de hiervoor omschreven zorgplicht heeft nageleefd.
Revisieoperatie is uitgevoerd hoewel knie gezwollen en niet stabiel was
Op 22 april 2025 heeft de orthopedisch chirurg een revisieoperatie uitgevoerd. De commissie stelt op basis van het dossier van de cliënt vast dat er op dat moment een noodzaak was voor de revisie ingreep. Uit de röntgenfoto blijkt dat het tibiaplateau was ingezakt. Dat de knie van de cliënt nog gezwollen was door de op 18 februari 2025 uitgevoerde ingreep waarbij de knieprothese is geplaatst vormt daarvoor geen contra indicatie. Na een ingreep is doorgaans sprake van (enige) zwelling.
Revisieoperatie is onzorgvuldig uitgevoerd
De cliënt verwijt (de chirurg van) de zorgaanbieder dat een verkeerde operatietechniek is toegepast omdat dit door de chirurg van het ziekenhuis aan haar is voorgehouden. De commissie overweegt dat de ingreep van het plaatsen en/of reviseren van een knieprothese op meerdere manieren kan worden uitgevoerd. Iedere behandelaar heeft een eigen behandelwijze of voorkeur voor een bepaalde behandelmethode zonder dat gezegd kan worden dat de ene methode beter is dan de andere. Er is in dit geval geen richtlijn die een bepaalde methode verkiest boven een andere methode Ook bij een ingreep die lege artis en volgens de professionele standaarden is uitgevoerd kan het voorkomen dat het resultaat niet is zoals verwacht mag worden of dat een complicatie optreedt. Uit het dossier blijkt dat de operatie op een juiste wijze heeft plaatsgevonden. De chirurg heeft ter zitting toegelicht dat hij bij het uitvoeren van de revisieoperatie heeft gekozen voor het plaatsen van twee kortere schroeven en niet voor groot fragmentschroeven vanwege de ervaring dat die veel pijnklachten geven bij patiënten. De kwaliteit van het bot van de cliënt was op
22 april 2025 meer dan voldoende om de schroeven houvast te geven. De commissie is van oordeel dat de chirurg heeft gekozen voor een verdedigbare behandeltechniek. Dat vervolgens de tuberositas heeft losgelaten is te duiden als een complicatie en kan niet worden toegerekend aan enig verwijtbaar handelen van de chirurg.
Er bleek geen sprake te zijn van een bacterie hoewel wel antibiotica werd toegediend
De zorgaanbieder heeft zorgvuldig gehandeld door de aanwezigheid van een bacterie in de knie te onderzoeken en preventief antibiotica voor te schrijven. Bij het plaatsen van een prothese komt het met regelmaat voor dat een infectie optreedt. Dat aanvankelijk een infectie werd vermoed die vervolgens weer werd uitgesloten betekent niet dat de zorgaanbieder medisch onjuist heeft gehandeld. Het getuigt daarentegen van zorgvuldigheid om op voorhand al antibiotica toe te dienen in afwachting van de onderzoeksresultaten. Het onderzoeken van verschillende kweken in een laboratorium duurt immers enige weken waarin gedurende de onderzoekstijd de infectiewaarden uiteen kunnen lopen. Door de overdracht van cliënt naar een andere zorgaanbieder voordat de resultaten bekend waren heeft deze zorgaanbieder cliënt niet van de resultaten in kennis kunnen stellen, maar lag dit op de weg van de nieuwe zorgaanbieder. Dit is niet verwijtbaar voor de zorgaanbieder.
Resumerend
Bij de cliënt heeft de geringe kans dat na een ingreep een complicatie optreedt zich helaas tweemaal voorgedaan.
De commissie begrijpt goed dat dit voor de cliënt heeft geleid tot pijn, een langdurig behandel- en revalidatietraject en aanhoudende klachten. Op grond van het voorgaande is de commissie echter van oordeel dat geen sprake is van enig verwijtbaar of onzorgvuldig handelen van de zorgaanbieder. Zoals hiervoor is toegelicht rust op de zorgaanbieder een inspanningsverplichting en geen resultaatsverplichting. Niet is gebleken dat de zorgaanbieder zich onvoldoende voor de cliënt heeft ingespannen of bij die inspanning een fout heeft gemaakt.
De ingrepen zijn lege artis uitgevoerd en de zorgaanbieder heeft adequaat gereageerd op de klachten van de cliënt en die op juiste wijze gemonitord, onderzocht, behandeld en haar vervolgens doorverwezen. De commissie is dan ook van oordeel dat de zorgaanbieder heeft voldaan aan zijn zorgplicht ten opzichte van de cliënt.
De commissie zal de klacht dan ook ongegrond verklaren en het verzoek tot het toekennen van schadevergoeding afwijzen.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie verklaart de klacht van de cliënt ongegrond en wijst het door haar verzochte af.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de zorgaanbieder aan de commissie behandelingskosten verschuldigd. Deze behandelingskosten worden geheel betaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Zelfstandige Klinieken, bestaande uit mevrouw mr.
S.W.M. Speekenbrink, voorzitter, de heer drs. H.W.J. Koot, de heer mr. P.C. de Klerk, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. J.C. Quint, secretaris, op 20 mei 2026.