Zorgaanbieder had operatie niet mogen uitvoeren; klacht gegrond verklaard

De Geschillencommissie Zorg
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Ziekenhuizen    Categorie: zorgverlening/ schadevergoeding    Jaartal: 2023
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 195805/221532

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De klacht van cliënt betreft een eeltprobleem tussen twee tenen. Op aanraden van de zorgaanbieder is een pin in de kleine teen gezet om de ruimte tussen de tenen wijder te maken. Na de operatie heeft cliënt extra pijnklachten gekregen en is het eeltprobleem niet opgelost. De commissie is van oordeel dat de klacht gegrond is. Er was geen sprake van een informed consent en gezien de aard van de klacht en de risico’s van de uitgevoerde operatie, is de commissie van oordeel dat deze operatie niet uitgevoerd had mogen worden.

De uitspraak

In het geschil tussen
de heer [naam], wonende te [plaatsnaam] (hierna te noemen: de cliënt)
en
Stichting Haaglanden Medisch Centrum, gevestigd te ‘s-Gravenhage
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Ziekenhuizen (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.
De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.
De behandeling heeft plaatsgevonden op 5 oktober 2023 te Den Haag.
Partijen hebben ter zitting hun standpunten nader toegelicht. De zorgaanbieder werd ter zitting vertegenwoordigd door mevrouw mr. [naam].

Beoordeling
Cliënt heeft ter zitting aangegeven dat hij op advies van de pedicure een afspraak heeft gemaakt met de zorgaanbieder. Hij had last van een eeltplek tussen twee tenen die om de twee maanden door de pedicure moest worden weggeschrapt. De orthopeed heeft hem geadviseerd om ruimte te maken tussen beide tenen door in zijn kleine teen een pin te zetten.

Cliënt heeft nu erg veel last van zijn voet. Hij kan geen normale schoenen meer aan, heeft veel pijn met lopen en ook ’s nachts pijn als hij op de geopereerde voet ligt. Als hem dit van tevoren was verteld, had hij de operatie nooit laten uitvoeren en was hij bij de pedicure gebleven. Hij is vooraf niet op de hoogte gesteld van de risico’s van een dergelijke operatie. Aan zijn kleine teen mankeerde niets; er zat alleen te veel eelt op de teen naast zijn kleine teen.
Cliënt heeft verzocht om een schadevergoeding van € 200,–, de extra kosten voor de aangepaste schoenen die hij nu moet dragen. Namens de zorgaanbieder is aangevoerd dat de orthopeed nimmer een garantie kan geven dat de klachten verdwijnen na een operatie.
Er is voldaan aan de inspanningsverplichting. De operatie is volgens protocol uitgevoerd. Cliënt is voorafgaande aan de operatie wel geïnformeerd. Daarbij is hij erop gewezen dat hij na de operatie wijdere schoenen zou moeten gaan dragen.

De commissie overweegt als volgt.

Op grond van de geneeskundige behandelingsovereenkomst moet de zorgaanbieder bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen en daarbij handelen in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard (artikel 7:453 van het Burgerlijk Wetboek). Deze zorgplicht houdt in dat de zorgaanbieder die zorg moet betrachten die een redelijk bekwaam en redelijk handelend hulpverlener in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht.

De verplichting die voor de zorgaanbieder voortvloeit uit een geneeskundige behandelingsovereenkomst, wordt in beginsel niet aangemerkt als een resultaatsverplichting, waarbij de zorgaanbieder moet instaan voor het bereiken van een bepaald resultaat, maar als een inspanningsverplichting, waarbij de zorgaanbieder zich verplicht voor het bereiken van een bepaald resultaat in te spannen. De reden hiervoor is dat het bij een geneeskundige behandeling meestal niet mogelijk is een bepaald resultaat te garanderen, omdat het menselijk lichaam in het (genezings-) proces een ongewisse factor vormt; zelfs bij onberispelijk medisch handelen, kan het beoogde resultaat uitblijven. Van een tekortkoming kan dan ook pas worden gesproken indien komt vast te staan dat de behandelend arts zich onvoldoende heeft ingespannen of bij de inspanning een fout heeft gemaakt.

De commissie zal de klacht van cliënt, afgezet tegen het hierboven geschetste toetsingskader, beoordelen.

De commissie omschrijft de klachten van cliënt als volgt:

1. Cliënt is voorafgaande aan de operatie niet goed voorgelicht over complicaties (informed consent);
2. De ingreep is niet goed uitgevoerd want na de operatie heeft cliënt veel pijnklachten gekregen en kan hij niet meer de schoenen dragen die hij voor de operatie droeg.

Klacht 1: informed consent.
Voor verrichtingen ter uitvoering van een behandelingsovereenkomst is de toestemming van een cliënt vereist. Een cliënt kan in beginsel slechts toestemming voor een behandeling geven indien hij daarover adequaat is geïnformeerd. De zorgaanbieder dient een cliënt op duidelijke wijze in te lichten over de voorgestelde behandeling en daarbij dient de zorgaanbieder zich ervan te vergewissen dat een cliënt begrijpt wat de behandeling inhoudt, wat de te verwachten gevolgen en de risico’s van de behandeling zijn en wat de vooruitzichten zijn na een behandeling.

Vast is komen te staan dat cliënt op aanraden van zijn pedicure zich tot de zorgaanbieder heeft gewend met als klacht dat hij een eeltplek heeft tussen zijn vierde en vijfde teen. De zorgaanbieder heeft hem geadviseerd om zijn vijfde teen te laten rechtzetten door middel van het plaatsen van een pin in zijn teen. De commissie is van oordeel dat de zorgaanbieder – alvorens over te gaan tot een dergelijke behandeling – de cliënt heel duidelijk had moeten wijzen op de risico’s van een dergelijke operatie. Zoals de orthopeed ook heeft aangegeven is bij teencorrecties bekend dat ze hun correctie niet altijd behouden, maar zeker bij de kleine teen is het resultaat van een correctie helaas minder goed voorspelbaar. Naar het oordeel van de commissie heeft de orthopeed voorafgaande aan de behandeling zich niet dan wel onvoldoende ervan vergewist dat het voor de cliënt duidelijk was wat de risico’s zouden zijn van deze behandeling, namelijk dat cliënt na de ingreep meer en ernstiger klachten zou kunnen (gaan) ervaren dan hij voor de ingreep had. De commissie is gelet op het voorgaande van oordeel dat geen sprake is geweest van een informed consent. Zij zal de klacht op dit punt gegrond verklaren.

Klacht 2: de operatie.
De zorgaanbieder heeft aangevoerd dat de operatie lege artis is uitgevoerd. Dit mag zo zijn, echter de commissie vraagt zich af of er wel een juiste indicatie voor een operatie is gegeven. Cliënt is geopereerd aan een teen waaraan hij geen klachten had. Cliënt kwam bij de zorgaanbieder vanwege een eeltplek aan zijn vierde teen. Door het plaatsen van een pin in zijn vijfde teen heeft cliënt blijvende klachten gekregen en is het eeltprobleem aan zijn vierde teen niet opgelost. Daarbij overweegt de commissie dat ambtshalve bekend is dat een operatie aan een vijfde teen grotere risico’s op blijvende pijnklachten kleven dan bij een operatie aan andere tenen. De commissie is van oordeel dat de zorgaanbieder deze operatie niet had mogen uitvoeren en cliënt had moeten wijzen op alternatieven.
De commissie komt tot het oordeel dat de zorgaanbieder niet heeft gehandeld, zoals een redelijk bekwame en redelijk handelende hulpverlener in dezelfde situatie zou hebben gehandeld en zal om die reden de klachten gegrond verklaren.

Schadevergoeding
Voor aanspraak op een schadevergoeding is ten minste vereist dat de zorgaanbieder in enig opzicht toerekenbaar is tekortgeschoten in de behandeling van cliënt. Vast is komen te staan dat de zorgaanbieder onzorgvuldig heeft gehandeld en dat cliënt als gevolg van de pin in zijn vijfde teen blijvende klachten erbij heeft gekregen, terwijl het probleem waarvoor hij bij de zorgaanbieder is gekomen niet is behandeld. Aannemelijk is geworden dat cliënt door de gevolgen van de operatie, die niet uitgevoerd had mogen worden, schade heeft geleden nu hij daardoor genoodzaakt is ruimere schoenen te dragen. De commissie zal de vordering van cliënt tot vergoeding van € 200,– toewijzen en de zorgaanbieder veroordelen tot het betalen van dit bedrag.

Nu de klachten gegrond worden verklaard, zal de commissie, onder verwijzing naar artikel 21 van het reglement, de zorgaanbieder veroordelen tot vergoeding aan cliënt van het door hem betaalde klachtengeld, zijnde een bedrag van € 52,50.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie
– verklaart de klacht gegrond.
– bepaalt dat zorgaanbieder aan de cliënt een vergoeding dient te betalen van € 200,–. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.
– bepaalt dat de zorgaanbieder overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van €52,50 dient te vergoeden aan de cliënt ter zake van het klachtengeld.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit mevrouw mr. P.W.M. de Wolf MSM, voorzitter, de heer dr. H. Mencke, de heer mr. R.P. Gerzon, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. W. Hartong van Ark, secretaris, op 5 oktober 2023.