Commissie: Zorg Algemeen
Categorie: -
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: bindend advies
Uitkomst: schikking ter zitting
Referentiecode:
730665/959031
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De dochter van een man met vergevorderde dementie diende een klacht in tegen Martha Flora Zorg B.V. wegens structureel tekortschietende zorg en communicatie. Ondanks eerdere toezeggingen werd het zorgplan volgens klaagster niet nageleefd en ontbraken beloofde individuele activiteiten, terwijl hier wel een forse maandelijkse eigen bijdrage van € 2.639,– voor werd betaald (de zogenoemde conceptkosten). Zij eiste restitutie van € 18.000,– over de periode vanaf januari 2023. Tijdens de zitting op 29 april 2025 zijn partijen overeengekomen dat er vanaf 14 mei 2025 vijf keer per week een individuele activiteit met de vader wordt ondernomen, dat het zorgdossier actief wordt bijgehouden, en dat periodiek overleg met de familie plaatsvindt. Over de gevorderde schadevergoeding is echter geen overeenstemming bereikt. De commissie oordeelt dat zij niet bevoegd is om te oordelen over de conceptkosten, omdat deze een privaatrechtelijke overeenkomst betreffen die buiten het kader van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen in de zorg (Wkkgz) valt. Er volgt dus geen uitspraak over de gevraagde restitutie.
De uitspraak
in het geschil tussen
mevrouw [naam], wonende te [plaatsnaam] (hierna te noemen: klaagster), dochter en vertegenwoordiger van de heer [naam], wonende te [plaatsnaam] (hierna te noemen: de vader)
en
Martha Flora Zorg B.V., gevestigd te Amsterdam
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).
Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Zorg Algemeen (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.
De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.
De behandeling heeft plaatsgevonden op 29 april 2025 te Utrecht. Partijen zijn ter zitting verschenen en hebben hun standpunt nader toegelicht. Klaagster werd daarbij vergezeld door haar broer, de heer [naam]. De zorgaanbieder werd vertegenwoordigd door mevrouw [naam], [functie], de heer [naam], [functie] en de heer [naam], [functie].
Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft de kwaliteit van de zorg die de zorgaanbieder aan de vader levert. Klaagster verwijt de zorgaanbieder dat gemaakte afspraken ten aanzien van de zorg voor de vader niet worden nagekomen.
Standpunt van klaagster
Voor het standpunt van klaagster verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De vader is fysiek in goeden doen maar heeft vanwege vergevorderde dementie een grote zorgbehoefte. In 2021 is de vader op de locatie van de zorgaanbieder in [locatie] komen te wonen. De kosten van de locatie waren hoog maar vanwege de beloofde excellente zorg en persoonlijke aandacht is voor de zorgaanbieder gekozen. Aanvankelijk was de zorg goed en voelde de familie van de vader zich ontzorgd. Er werd ook goed gecommuniceerd over het welzijn van de vader. Gaandeweg nam de kwaliteit van zorg en de begeleiding van de vader en de communicatie met de familie echter af. Er was sprake van veel wisselingen in medewerkers en leidinggevenden, een tekort aan vaste medewerkers en steeds meer zorgwekkende incidenten in de verzorging van de vader. Steeds werd verbetering beloofd maar steeds werd het zorgplan niet nageleefd. De vader is een kwetsbare man en een passende andere woonomgeving is voor hem nauwelijks te vinden. Een verhuizing is voor hem ook niet wenselijk. De zorgaanbieder is een particuliere organisatie. De woon-en service kosten voor de vader van € 3.559, — per maand worden vergoed vanuit de WLZ (Wet Langdurige Zorg). Voorts is er een persoonlijke bijdrage van € 2.639, — per maand in de kosten van de zorg en begeleiding voor de vader, de zogeheten ‘conceptkosten’ (zorgkosten volgens ‘het concept’ van de zorgaanbieder) waarvan onder meer individuele activiteiten zouden moeten worden bekostigd.
Die individuele activiteiten vinden echter niet of nauwelijks plaats. De IGJ heeft een onderzoek uitgevoerd waaruit is gebleken dat de door de zorgaanbieder geleverde zorg op meerdere punten onder de maat is. Klaagster verlangt een nakoming van hert zorgplan voor de vader en het met regelmaat met hem ondernemen van individuele activiteiten uit de conceptkosten. Klaagster vraagt om een restitutie van de conceptkosten voor een bedrag van € 1.000, — per maand voor de periode waarin, ondanks toezeggingen, de zorg voor de vader ernstig tekort is geschoten. Vanaf januari 2023 komt dat neer op een bedrag van
€ 18.000, —
Standpunt van de zorgaanbieder
Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De zorgaanbieder erkent dat na een periode waarin de zorg voor de vader goed en naar tevredenheid verliep, er een periode is geweest waarin het moeilijk was de vader de bij hem passende zorg te bieden. In de loop van 2022 vertoonde de vader als gevolg van de voortschrijding van dementie onrustig gedrag met plotselinge uitbarstingen van boosheid en agressie die in ernst toenamen en het toedienen van medicatie noodzakelijk maakten. De zorgbehoefte van de vader nam dan ook toe terwijl de zorgaanbieder gelijktijdig te maken had met een wisseling van de locatiemanager en het vertrek van een aantal vaste medewerkers.
De vader heeft een indicatie ZZP 7 omdat bij hem sprake is van een ernstige mate van dementie in combinatie met ernstige gedragsproblemen. De vader heeft zeer intensieve zorg nodig met de nadruk op begeleiding. De zorg wordt veelal door twee medewerkers uitgevoerd. Naarmate de medewerkers de vader beter hebben leren kennen is een stabielere situatie ontstaan waarin de vader zich beter lijkt te voelen. Door nauwkeurig af te stemmen op de behoeften van de vader en prikkels in balans te brengen hebben de medewerkers de medicatie kunnen afbouwen. De zorgaanbieder betreurt het dat het partijen desondanks niet gelukt is om de samenwerking dusdanig vorm te geven dat er weer volledig vertrouwen is.
Het is voor de zorgaanbieder niet mogelijk om tegemoet te komen aan het verzoek tot restitutie van de conceptkosten omdat hiermee de continuïteit van de locatie in gevaar wordt gebracht. Formeel vraagt de zorgaanbieder zich daarbij af of de commissie bevoegd is over een dergelijk verzoek te oordelen omdat het gaat over de conceptkosten die een vergoeding voor extra begeleiding en verzorging uit private middelen betreft.
Beoordeling van het geschil
Ter zitting is naar voren gekomen dat partijen hebben getracht met elkaar tot overeenstemming te komen. Daarop heeft de voorzitter partijen voorgesteld om na het sluiten van de zitting nogmaals een regeling met elkaar te beproeven. Partijen hebben met dat voorstel ingestemd.
Bij bericht van 13 mei 2025 (zijdens de zorgaanbieder) en 14 mei 2025 (zijdens klaagster) hebben partijen te kennen gegeven dat zij overeenstemming hebben bereikt over de zorginhoudelijke onderwerpen betreffende de vader.
Partijen zijn het volgende overeengekomen:
1. Met ingang van 14 mei 2025 wordt 5 keer per week een activiteit met de vader ondernomen, van 10 á 15 minuten, waarover wordt gerapporteerd in het zorgdossier. De activiteiten kunnen variëren tussen wandelen, fietsen, handmassage, CRADL, zoals passend bij de fase van dementie van de vader.
2. De Medewerker Cliënt Contact (MCC’er) pakt de regie op het zorgdossier van de vader en communiceert proactief. Er wordt twee keer per jaar met de familie een zorgleefplan gesprek gevoerd.
3. Ieder kwartaal is er contact tussen de familie en een manager van de zorgaanbieder om de gemaakte afspraken en voortgang te monitoren.
Partijen hebben voorts te kennen gegeven dat zij geen overeenstemming hebben kunnen bereiken over de door klaagster gevraagde schadevergoeding van €18.000, — en vragen wat dit betreft een uitspraak van de commissie.
De commissie overweegt ten aanzien van de gevraagde schadevergoeding als volgt. De restitutie die door klaagster wordt verlangd is een restitutie van een deel van de zogenoemde ‘conceptkosten’ die door de zorgaanbieder in rekening worden gebracht.
Deze conceptkosten zijn kosten voor persoonlijke aandacht en begeleiding voor de vader die hun basis vinden in een overeenkomst tussen partijen die ten grondslag ligt aan de extra zorg die de vader geboden wordt. Deze overeenkomst valt buiten het kader van de WLZ. Gelet hierop is de Wkkgz (de Wet kwaliteit, klachten en geschillen in de zorg) niet van toepassing op deze overeenkomst. De commissie is daarom niet bevoegd om over het verzoek tot het toekennen van een restitutie van (een deel van) deze conceptkosten te oordelen.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Schikking/Beslissing
De commissie:
– verklaart de tussen partijen gemaakte afspraken zoals die hierboven zijn opgenomen bindend;
– verklaart zich onbevoegd om een uitspraak te doen over de door klaagster verlangde restitutie van een deel van de ‘conceptkosten’.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Zorg Algemeen, bestaande uit mevrouw mr. dr. E. Venekatte, voorzitter, de heer R. Simons en de heer mr. P.C. de Klerk, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. J.C. Quint, secretaris, op 29 april 2025.