Commissie: Ziekenhuizen
Categorie: Behandelingsovereenkomst
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: bindend advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
482175/621732
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De commissie volgt de uitspraak van de klachtencommissie. De jurist van het ziekenhuis heeft geen directe (zorg- of behandel)relatie met cliënt. De jurist heeft de behandelaar intern geadviseerd op grond van de door hem gepresenteerde feiten. Het is aan de behandelaar om het interne advies te betrekken bij zijn handelen. De klacht wordt ongegrond verklaard.
De uitspraak
in het geschil tussen
de heer [naam], wonende te [woonplaats] (hierna te noemen: de cliënt)
en
Stichting Amphia, gevestigd te Breda
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).
Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Ziekenhuizen (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.
De cliënt heeft de klacht voorgelegd aan de zorgaanbieder. De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.
Partijen zijn niet voor de zitting opgeroepen daar cliënt heeft aangegeven geen prijs te stellen op een mondelinge behandeling.
De behandeling heeft plaatsgevonden op 20 december 2024 te Den Haag.
De commissie heeft het volgende overwogen.
Beoordeling
De commissie heeft het volgende overwogen.
Op grond van de geneeskundige behandelingsovereenkomst moet het ziekenhuis bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen en daarbij handelen in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard (artikel 7:453 van het BW). Deze zorgplicht houdt in dat het ziekenhuis die zorg moet betrachten die een redelijk bekwaam en redelijk handelend hulpverlener in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht.
De commissie zal de klacht van cliënt beoordelen in het licht van het hierboven geschetste toetsingskader.
Standpunt van cliënt
De cliënt diende een open hart operatie te ondergaan.
Hij heeft een aantal vragen over de uit te voeren behandeling gesteld in zijn bericht aan de betrokken specialist via het web-portaal van de zorgaanbieder op 18 augustus 2023. De behandelaar heeft deze vragen niet beantwoord. Vervolgens heeft de cliënt naar aanleiding van het MDO-verslag op 27 oktober 2023 per e-mail vragen gesteld die evenmin werden beantwoord. De voor de WGBO verantwoordelijke manager heeft ingestemd met deze praktijk.
De cliënt verzoekt de commissie de uitspraak van de klachtencommissie te vernietigen.
Standpunt van de zorgaanbieder
De klacht zoals die door de klachtencommissie is behandeld, betreft een klacht over de jurist van het ziekenhuis. Deze jurist heeft geen directe (zorg- of behandel)relatie met cliënt en heeft de behandelaar intern geadviseerd op grond van de door hem gepresenteerde feiten. Het is aan de behandelaar om het interne advies te betrekken bij zijn handelen.
Overwegingen van de commissie.
De commissie overweegt in de eerste plaats dat zij niet bevoegd is een uitspraak van een klachtencommissie te vernietigen. Deze eis van cliënt valt buiten de kaders van het reglement waaraan de commissie is gehouden.
De commissie heeft vastgesteld dat de klachtencommissie op 13 juni 2024 uitspraak heeft gedaan inzake de klachten die betrekking hebben op het handelen van de ziekenhuisjurist. De commissie deelt het standpunt van de klachtencommissie.
De jurist van het ziekenhuis is als juridisch adviseur opgetreden voor de medisch specialisten van de vakgroep chirurgie en cardiothoracale chirurgie en heeft als zodanig een (intern) advies gegeven naar aanleiding van de vragen van cliënt. De jurist heeft geen enkele behandelrelatie met cliënt. De medisch specialisten beslissen zelfstandig over de gevolgde behandeling.
De commissie zal de klachten betreffen het handelen van de ziekenhuisjurist ongegrond verklaren.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie verklaart de klachten van cliënt ongegrond.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit de heer mr. A.R.O. Mooy, voorzitter, de heer dr. A.H.G. Driessen , de heer J. Zomerplaag , leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. W. Hartong van Ark, secretaris, op 20 december 2024.