Commissie: Ziekenhuizen
Categorie: Diagnose
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: bindend advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1311936/1324609
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De cliënt vond dat zijn klachten door het ziekenhuis onvoldoende serieus waren genomen, dat er te weinig onderzoek was gedaan naar de oorzaak van zijn gezondheidsproblemen en dat zonder zijn toestemming contact was opgenomen met zijn huisarts. De commissie oordeelde dat het ziekenhuis zorgvuldig onderzoek heeft verricht en dat er geen aanwijzingen waren voor verder onderzoek of behandeling. Dat er geen oorzaak voor de klachten werd gevonden, betekent volgens de commissie niet dat de zorgaanbieder onzorgvuldig heeft gehandeld. Ook het contact met de huisarts was toegestaan, omdat dit plaatsvond in het kader van de coördinatie van de zorg en in het belang van de cliënt. De klacht is daarom in alle onderdelen ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.
De volledige uitspraak
in het geschil tussen
de heer [naam], wonende te [woonplaats] (hierna te noemen: de cliënt)
en
Groene Hart Ziekenhuis, gevestigd te Gouda
(hierna te noemen: de zorgaanbieder)
gemachtigde: [naam].
Onderwerp van het geschil
De cliënt verwijt de zorgaanbieder nalatig handelen; de consulten waren kort, er was een gebrek aan empathie, de diagnostiek was onvoldoende en er was sprake van onvoldoende coördinatie van zorg. Voorts verwijt de cliënt de zorgaanbieder dat ongeoorloofd contact is opgenomen met zijn huisarts, waarmee zijn recht op privacy is geschonden.
Standpunt van de cliënt
Na een verwijzing door zijn huisarts heeft de cliënt zich in het ziekenhuis van de zorgaanbieder gemeld. De cliënt had verschillende symptomen, klachten en problemen. Het klachtenbeeld van de cliënt was complex. Hoewel er nauwelijks sprake is geweest van een onderzoek, een diagnose of een behandeling heeft de internist van de zorgaanbieder het contact op 29 april 2025 eenzijdig beëindigd. Vervolgens heeft de internist, zonder toestemming van de cliënt, contact opgenomen met zijn huisarts. Hierdoor is de relatie tussen de cliënt en zijn huisarts ernstig beschadigd geraakt.
De cliënt heeft slechts een paar zeer korte consulten met de internist gehad waarin geen empathie werd getoond en hij niet serieus werd genomen. Er werd niet nader onderzocht wat de oorzaak van zijn klachten kon zijn. Er was geen coördinatie over de zorg voor de cliënt. De cliënt heeft geen behandeling gehad en zijn klachten zijn door het zorgvacuüm alleen maar verergerd. De cliënt houdt de zorgaanbieder hiervoor verantwoordelijk. De cliënt vraagt een oordeel van de commissie over de handelwijze van de zorgaanbieder. Voorts vraagt hij een vergoeding voor de lichamelijke en mentale schade die hij heeft geleden door de opstelling van de zorgaanbieder. Die schade begroot de cliënt op het maximale bedrag van € 25.000,–
Standpunt van de zorgaanbieder
De zorgaanbieder herkent zich niet in de klachten van de cliënt. De cliënt is in 2023 door zijn huisarts naar de internist van de zorgaanbieder verwezen vanwege recidiverende infecties. De cliënt had een complexe medische voorgeschiedenis en gebruikte meerdere medicijnen. De behandelaars van de cliënt waren verspreid over verschillende ziekenhuizen en zorginstellingen.
De internist heeft een volledig diagnostisch traject uitgevoerd bestaande uit anamnese, lichamelijk onderzoek, uitgebreid bloedonderzoek, hormonaal onderzoek en multidisciplinair overleg. Er werden geen medische aanwijzingen aangetroffen voor een immuunstoornis of andere internistische aandoening. De internist heeft de cliënt wel degelijk serieus genomen; dit blijkt ook uit de notities in het medisch dossier van de cliënt.
Omdat uit de onderzoeken bleek dat verdere diagnostiek niet geïndiceerd was heeft de internist het traject beëindigd en daarover contact opgenomen met de huisarts van de cliënt. Dit heeft de internist gedaan met het oog op de coördinatie van de zorg voor de cliënt en naar aanleiding van verzoeken van de cliënt zelf. De hulpvraag van de cliënt was om een regiebehandelaar aan te stellen. Die wens heeft de internist met de huisarts, als verwijzer, besproken. De zorgaanbieder stelt zich dan ook op het standpunt dat geen sprake is geweest van onzorgvuldig of nalatig handelen.
Beoordeling van het geschil
Samengevat verwijt de cliënt de zorgaanbieder dat zijn klachten onvoldoende serieus zijn genomen en onvoldoende zijn onderzocht, waarna de zorgaanbieder zonder toestemming van de cliënt informatie heeft gedeeld met zijn huisarts.
De commissie heeft het volgende overwogen.
Toetsingskader
De overeenkomst die de cliënt met de zorgaanbieder heeft gesloten, betreft een geneeskundige behandelingsovereenkomst in de zin van artikel 7:446 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Op grond van die behandelingsovereenkomst, moet de zorgaanbieder bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen en daarbij handelen in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard (het goed hulpverlenerschap uit artikel 7:453 van het BW). Het goed hulpverlenerschap houdt in dat de zorgaanbieder die zorg moet betrachten die een redelijk bekwaam en redelijk handelend hulpverlener in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht.
Geen empathie
De cliënt verwijt de zorgaanbieder dat de consulten met de internist kort en weinig empathisch waren en de cliënt zich niet serieus genomen heeft gevoeld.
De commissie twijfelt niet aan de oprechtheid van de verklaringen van de cliënt op dit punt, noch aan die van de zorgaanbieder. Over de inhoud van de gesprekken die de cliënt met de internist van de zorgaanbieder heeft gevoerd kan de commissie echter geen uitspraak doen. Wat door partijen over en weer gezegd is tijdens de consulten en hoe dat is ervaren en begrepen is objectief niet vast te stellen en een perceptie van de betrokkenen. Uit het dossier is de commissie gebleken dat de (internist van de) zorgaanbieder de klachten van de cliënt serieus heeft onderzocht. De commissie verklaart dit klachtonderdeel ongegrond.
Gebrekkige diagnostiek
Uit het dossier van de cliënt is naar voren gekomen dat de zorgaanbieder gedegen onderzoek heeft verricht naar een mogelijke onderliggende immuunstoornis voor de klachten van de cliënt, onder meer door het verrichten van hormonaal en endocrinologisch onderzoek. De zorgaanbieder heeft genoegzaam toegelicht dat de resultaten hiervan geen aanleiding vormden voor aanvullende onderzoeken of een behandeling. De commissie is niet gebleken dat de zorgaanbieder in het onderzoeks- of diagnostisch traject steken heeft laten vallen of onzorgvuldig heeft gehandeld. Dat de onderzoeken geen oorzaak hebben aangewezen voor de klachten van de cliënt wil niet zeggen dat de zorgaanbieder een fout heeft gemaakt of verwijtbaar heeft gehandeld. Het komt met regelmaat voor dat geen aanwijsbare oorzaak kan worden gevonden voor de klachten van patiënten.
De commissie verklaart dit klachtonderdeel ongegrond.
Ongeoorloofd contact met huisarts
De cliënt verwijt de zorgaanbieder dat de internist zonder zijn toestemming contact heeft opgenomen met zijn huisarts en informatie met hem heeft gedeeld en besproken.
Vaststaat dat de cliënt door zijn huisarts naar de zorgaanbieder is verwezen. Uit het dossier is naar voren gekomen dat één van de hulpvragen van de cliënt was dat de internist van de zorgaanbieder als zijn regiebehandelaar zou optreden. De zorgaanbieder heeft genoegzaam toegelicht dat de onderzoeken in het ziekenhuis geen aanleiding vormden voor het starten van een behandeling. Aangezien hiermee het traject bij de zorgaanbieder geëindigd was heeft de internist, zoals gebruikelijk, de cliënt terugverwezen naar de verwijzer; de huisarts van de cliënt. Hierbij heeft zij de huisarts ingelicht over de bevindingen en resultaten van de onderzoeken. Gelet op de hulpvraag van de cliënt heeft zij voorts met de huisarts besproken wie de taak van regiebehandelaar op zich zou kunnen nemen. Hoewel het contact daarmee niet uitsluitend een contact in het kader van de terugkoppeling over de eerdere verwijzing betrof, is de commissie van oordeel dat de internist hiermee in het belang van de cliënt -namelijk in het kader van de coördinatie van de zorg- en daarmee als een goed hulpverlener voor hem heeft gehandeld (zie hetgeen hierover is opgemerkt in ‘het toetsingskader’). De commissie is niet gebleken dat de internist bij het bespreken van het regie-behandelaarschap medische gegevens heeft gedeeld zonder noodzaak, dit is door de cliënt ook niet aangetoond. Opgemerkt wordt dat de huisarts in de onderhavige situatie ook kwalificeerde als medebehandelaar in de zin van artikel 7:457 lid 2 BW en het noodzakelijk was – in het belang van de cliënt – om informatie te delen over het regiebehandelaarschap. De commissie verklaart ook dit klachtonderdeel ongegrond.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is. Het verzoek tot het toekennen van schadevergoeding wordt dan ook afgewezen.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie verklaart de klacht van de cliënt in alle onderdelen ongegrond en wijst het door hem verzochte af.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit de heer mr. dr. B. Wallage, voorzitter, mevrouw mr. dr. M.J. van Dam en de heer J. Zomerplaag, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. J.C. Quint, secretaris, op 17 april 2026.