Commissie: Ziekenhuizen
Categorie: schadevergoeding
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: bindend advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
1292094/1312750
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De klacht gaat over een CO₂-laserbehandeling tegen pigmentvlekken op de borst, waarna de cliënte blijvende witte plekken en huidschade kreeg. De commissie oordeelt dat de zorgaanbieder niet volgens de professionele standaard heeft gehandeld, omdat voor een oppervlakkige huidafwijking een te intensieve behandeling is gekozen en deze bovendien niet zorgvuldig is uitgevoerd. Hierdoor heeft de cliënte blijvende littekenvorming en pigmentverlies opgelopen. Ook is onvoldoende vastgelegd dat zij vooraf goed is geïnformeerd over risico’s en alternatieve behandelingen. De commissie verklaart de klacht daarom gegrond, kent een immateriële schadevergoeding van € 5.000,- toe voor de blijvende lichamelijke schade en bepaalt dat het klachtengeld van € 52,50 moet worden terugbetaald. De gestelde borstontsteking en de gevorderde materiële schade zijn onvoldoende onderbouwd en worden niet vergoed.
De volledige uitspraak
in het geschil tussen
mevrouw [naam], wonende te [plaatsnaam] (hierna te noemen: de cliënte)
en
Stichting ZorgSaam Zorggroep Zeeuws-Vlaanderen, gevestigd te Terneuzen
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).
Onderwerp van het geschil
De cliënte heeft de klacht voorgelegd aan de zorgaanbieder.
Het geschil betreft schade na een laserbehandeling.
Standpunt van de cliënte
Voor het standpunt van de cliënte verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De cliënte is 10 oktober 2023 door de zorgaanbieder behandeld met lasertherapie in verband met hyperpigmentatie op de borst. Kort daarna kreeg zij een borstontsteking door de wondjes, waardoor zij niet kon werken. De cliënte heeft diverse second opinions laten doen. In oktober 2024 heeft de cliënte contact gezocht met de zorgaanbieder, omdat zij witte plekken heeft gekregen en haar huid op de behandelde plekken is beschadigd. Niets van de behandeling heeft geholpen.
Volgens een second opinion heeft de behandelaar van de zorgaanbieder het apparaat te hard en te warm aangezet. De cliënte is van tevoren niet gewezen op de deze risico’s. De behandeling is niet naar wens verlopen en de cliënte is zeer ontevreden over het resultaat. Dit is een medische fout en een zeer onervaren inschatting van de arts.
De cliënte verzoekt om toekenning van een schadevergoeding van € 20.999,-.
Standpunt van de zorgaanbieder
Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De zorgaanbieder stelt dat zij haar zorgplicht tegenover de cliënte niet heeft geschonden bij de uitgevoerde CO₂-laserbehandeling. De laser is volgens de standaardinstellingen gebruikt, passend bij het huidtype en behandelgebied. Er is geen sprake geweest van een te hoge of te warme instelling en de behandeling is uitgevoerd zoals van een redelijk bekwaam zorgverlener mag worden verwacht. De klachten die de cliënte ervaart/heeft ervaren, zoals een borstontsteking, littekens en ribbels, zijn volgens de zorgaanbieder geen gevolg van de laserbehandeling. De borstontsteking trad niet op in het behandelde gebied en niet kort na de behandeling. Littekens zijn op foto’s en bij onderzoek niet vastgesteld; de waargenomen witte plekken zijn volgens artsen tijdelijke huidverkleuringen. Ook ribbels zijn niet zichtbaar en lijken al vóór de behandeling aanwezig te zijn geweest.
De zorgaanbieder erkent wel dat er sprake is geweest van een complicatie in de vorm van lichtere huidverkleuring (hypopigmentatie). Dit is een bekend risico van laserbehandelingen en geen gevolg van onjuist handelen. Deze verkleuringen laten herstel zien en verdere kosteloze behandeling is aangeboden. Volgens de zorgaanbieder is de cliënte voldoende geïnformeerd over de behandeling en mogelijke risico’s, zowel tijdens eerdere consulten als vlak voor de behandeling. Hoewel dit niet uitgebreid in het dossier is vastgelegd, is de standaard voorlichtingsprocedure gevolgd. Naar aanleiding van deze klacht is de procedure aangescherpt door voortaan schriftelijk informed consent vast te leggen. De zorgaanbieder stelt dat er geen sprake is van verwijtbaar medisch handelen en daarom geen aansprakelijkheid of schadevergoedingsplicht bestaat. Mocht aansprakelijkheid toch worden aangenomen, dan betwist de zorgaanbieder de hoogte van de gevorderde schade en acht zij een veel lager bedrag passend.
Beoordeling van het geschil
Wat aan het geschil vooraf is gegaan
In het tussenadvies van 17 december 2025 heeft de commissie opgenomen dat de zorgaanbieder niet conform de professionele standaard heeft gehandeld. Dit oordeel baseert de commissie op het verslag van de behandelaar waarin over de uitgevoerde verrichting is vermeld dat het behandelde oppervlak ‘20%, twee passes’ bedroeg. De commissie meent dat dit te hoog is voor het betreffende gebied en voor de oppervlakkige aard van het pigment dat is behandeld (citaat uit het dossier: “Instellingen laser CO2 Fract: 300µm, 12W, 6SX, 20%, twee passes”). De presternale huid bevat minder huidadnexen dan het gelaat en staat, zeker bij vrouwen, bekend als de “gevarendriehoek”. Er is in dit geval, nu het gebied twee keer met een sterkte van 20% is behandeld, sprake geweest van een behandeld oppervlakte van 40%, terwijl 30% in het gelaat als maximaal wordt aanbevolen bij een diepe behandeling.
Ook heeft de commissie in het tussenadvies opgemerkt dat op basis van de foto’s die zijn overgelegd niet mogelijk is om goed te beoordelen wat de schade is en ook in hoeverre sprake is van blijvende schade, zoals door de cliënte gesteld. Evenmin heeft de cliënte haar stelling dat de borstontsteking door de laserbehandeling is ontstaan onderbouwd. Daarnaast mist de commissie in het verweerschrift van de zorgaanbieder informatie over het toepassen van actieve koeling tijdens de behandeling en de instructie daaromtrent tijdens de nazorg thuis.
Gelet op deze ontbrekende informatie heeft de commissie in het tussenadvies beslist dat een mondelinge behandeling zal worden gehouden in aanwezigheid van partijen. Ook kreeg de cliënte de gelegenheid uiterlijk drie weken voorafgaand aan de zitting schriftelijk haar stelling dat de borstontsteking een gevolg is van de laserbehandeling te onderbouwen. Daarnaast mocht de zorgaanbieder in aanvulling op het verweerschrift uiterlijk drie weken voorafgaand aan de zitting doorgeven of actieve koeling is toegepast na de behandeling.
Reactie cliënte op tussenadvies
In reactie op het tussenadvies heeft de cliënte aangevoerd dat zij na de behandeling geen koeling heeft ontvangen. Het is slechts behandeld met blokjes en de cliënte heeft een crème meegekregen, die zij elke dag heeft gesmeerd.
Ter onderbouwing van haar stelling dat de borstontsteking een gevolg is van de laserbehandeling, heeft de cliënte een screenshot van haar huisartsdossier toegevoegd.
Reactie zorgaanbieder op tussenadvies
De zorgaanbieder heeft het volgende aangevoerd.
De cliënte heeft een behandeling ondergaan met een gefractioneerde CO-2 laser. Bij de cliënt is de CO-2 laser ingesteld op 20%. Dit betekent dat 20% van het huidoppervlak wordt behandeld. Bij gebruik van een CO-2 laser is voor de huidtherapeute direct zichtbaar welke huid wel en niet behandeld is tijdens de eerste passage. Als de huidtherapeute ziet dat zij stukjes huidoppervlakte heeft gemist, worden deze in een tweede passage alsnog behandeld. Om die reden is in het dossier ‘twee passes’ genoteerd. De huidtherapeute heeft dus niet de volledige huidoppervlakte tweemaal behandeld. Er is dan ook geen sprake van een behandeld oppervlakte van 40%. Dan zou immers ook ernstig littekenweefsel zichtbaar moeten zijn.
Ten aanzien van de nazorg merkt de zorgaanbieder het volgende op. Uit de patiëntfolders van andere ziekenhuizen en huidcentra lijkt te volgen dat sommige instellingen koeling met koude kompressen toepassen, waar andere instellingen dit niet lijken te doen. De zorgaanbieder gebruikt geen kompressen, maar gebruikt de crème cicaplast baume. Deze crème zou de huid helpen te kalmeren en te herstellen. De huidtherapeute heeft de cliënte geadviseerd om deze crème twee keer per dag te gebruiken na de behandeling, maar de cliënte heeft de crème pas na enkele dagen voor het eerst geappliqueerd.
Bevindingen commissie
De commissie handhaaft haar eerdere overwegingen dat is gehandeld in strijd met de professionele standaard zoals is neergelegd in het tussenadvies en overweegt daartoe als volgt.
Bij cliënte was sprake van een oppervlakkige huidaandoening ten gevolge van zonschade (keratose). Gelet op de aard van deze aandoening ligt een oppervlakkige behandelmethode in de rede. Desondanks is bij cliënte een diepe en intensieve behandeling met een CO₂-laser toegepast. Naar het oordeel van de commissie kan deze behandelkeuze niet als passend worden aangemerkt.
Daarnaast is de commissie van oordeel dat de behandeling niet zorgvuldig is uitgevoerd. De zorgaanbieder heeft gesteld dat bij toepassing van een CO₂-laser direct zichtbaar is welke huidzones zijn behandeld, en dat om die reden in een tweede passage resterende huiddelen zijn behandeld. De commissie volgt deze redenering niet. Bij een dergelijke behandeling treedt zowel op de behandelde huid als op de omliggende huid diffuse roodheid op, waardoor onvoldoende onderscheid kan worden gemaakt tussen reeds behandelde en nog onbehandelde huid. Hierdoor ontstaat een aanzienlijk risico op overbehandeling, welk risico zich naar het oordeel van de commissie in het onderhavige geval naar alle waarschijnlijkheid heeft verwezenlijkt.
Ter zitting heeft het deskundig lid van de commissie vastgesteld dat bij cliënte sprake is van blijvende depigmentatie, duidend op permanent littekenweefsel. Een dergelijk resultaat acht de commissie niet verenigbaar met een milde behandeling. De aard en ernst van het littekenweefsel leiden tot de conclusie dat de behandeling onjuist is uitgevoerd, in die zin dat de laserinstellingen mogelijk te hoog zijn geweest, dan wel dat bepaalde huidzones meermalen zijn behandeld, dan wel dat onvoldoende koeling heeft plaatsgevonden. In dit verband overweegt de commissie dat de zorgaanbieder heeft verklaard geen gebruik te maken van actieve koeling, zoals coldpacks, doch uitsluitend een herstellende crème toe te passen. De commissie verwijst hierbij tevens naar de NVDV-Leidraad Laser en flitslamp (2016), waarin wordt aanbevolen om bij diepere behandelingen met hogere energie settings waarbij in het behandelde huidgebied de temperatuur te hoog kan oplopen adequate koeling toe te passen.
Ook is ter zitting door de behandelend dermatoloog erkend dat, bezien in retrospectief, een alternatieve behandeling de voorkeur had verdiend.
Evenwel is niet komen vast te staan dat als gevolg van de behandeling een borstontsteking is ontstaan. Uit de door cliënte overgelegde screenshot van de huisarts volgt dit causale verband in ieder geval niet en dit standpunt is ook anderszins niet nader onderbouwd.
Ten overvloede overweegt de commissie dat niet is komen vast te staan dat sprake is geweest van een deugdelijk informed consent. De cliënte heeft uitdrukkelijk betwist dat zij een reële keuze heeft gehad ten aanzien van de behandeling. De zorgaanbieder heeft erkend dat een dergelijke keuze niet als zodanig in het medisch dossier is vastgelegd. Evenmin is gebleken dat een minder ingrijpende, oppervlakkige behandelmogelijkheid met de cliënte is besproken.
In zoverre heeft de zorgaanbieder naar het oordeel van de commissie niet zorgvuldig gehandeld. De klacht van de cliënte is gegrond.
Schadevergoeding
De cliënte heeft een vergoeding van € 20.999,- gevorderd ter vergoeding van materiële schade (kopen van crèmes in de toekomst) en immateriële schade.
Voor aanspraak op een schadevergoeding is ten minste vereist dat de zorgaanbieder in enig opzicht toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de behandelingsovereenkomst en dat er een causaal verband is tussen deze tekortkoming en de schade die is geleden. Uit het hiervoor overwogene volgt dat de zorgaanbieder toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen voortvloeiend uit de behandelovereenkomst.
De vraag is vervolgens of door deze tekortkoming ook daadwerkelijk immateriële en/of materiële schade is geleden door de cliënte.
Ten aanzien van de materiële schade merkt de commissie op dat de cliënte deze vordering niet heeft onderbouwd. De enkele stelling dat zij in de toekomst veel camouflage-crèmes zal gaan kopen is hiervoor onvoldoende. Dit deel van de vordering wordt dan ook afgewezen.
Met betrekking tot de immateriële schade overweegt de commissie als volgt.
Artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt, voor zover relevant, het volgende.
Eerste lid: Voor nadeel dat niet in vermogensschade bestaat, heeft de benadeelde recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding:
a. indien de aansprakelijke persoon het oogmerk had zodanig nadeel toe te brengen;
b. indien de benadeelde lichamelijk letsel heeft opgelopen, in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast.
Hoewel dit niet als zodanig is gesteld, gaat de commissie ervan uit dat de grondslag van het verzoek om schadevergoeding is gelegen in 1) lichamelijk letsel in de vorm van blijvende littekens, en 2) aantasting in de persoon op andere wijze. Van dit laatste is in ieder geval sprake indien de benadeelde als gevolg van dit handelen geestelijk letsel heeft opgelopen. Degene die zich hierop beroept, zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan. Daartoe is vereist dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel kan worden vastgesteld. Ook als het bestaan van geestelijk letsel in voornoemde zin niet kan worden aangenomen, is niet uitgesloten dat de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde meebrengen dat van de bedoelde aantasting in zijn persoon “op andere wijze” sprake is. In zo een geval zal degene die zich hierop beroept de aantasting in zijn persoon met concrete gegevens moeten onderbouwen. Dat is slechts anders indien de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen.
Naar het oordeel van de commissie is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de cliënte als gevolg van de onjuist uitgevoerde laserbehandeling geestelijk letsel heeft opgelopen en daarmee dat zij op andere wijze in haar persoon is aangetast. Weliswaar heeft de cliënte een brief van een psycholoog overgelegd, maar hieruit volgt niet dat als gevolg van de behandeling geestelijk letsel is ontstaan. Voor zover de vordering op deze grondslag is gebaseerd wijst de commissie dit af.
Wel is komen vast te staan dat de cliënte als gevolg van de laserbehandeling lichamelijk letsel heeft opgelopen. Ter zitting heeft het deskundig commissielid immers vastgesteld dat sprake is van permanente fysieke schade. De perforatiepatronen van het laserapparaat zijn na twee en een half jaar nog steeds zichtbaar. Gezien de geruime tijd dat het pigment reeds is verdwenen, is niet de verwachting dat dit pigment nog (geheel) terug zal keren. Gelet hierop komt de hierdoor geleden schade voor vergoeding in aanmerking.
De omvang van de immateriële schade laat zich niet exact begroten, reden waarom de commissie gebruikmaakt van haar schattingsbevoegdheid. Gelet op de permanente aard en ernst van de schade schat de commissie de schade op een bedrag van € 5.000,-.
De commissie acht dit bedrag ook billijk als compensatie voor het door de cliënte ondervonden lichamelijk nadeel.
Nu de klacht gegrond is, dient de zorgaanbieder daarnaast conform het Reglement Geschillencommissie Ziekenhuizen het door de cliënte betaalde klachtengeld aan haar te vergoeden.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie:
– verklaart de klacht van de cliënte gegrond;
– bepaalt dat de zorgaanbieder binnen een maand na verzending van dit bindend advies een immateriële schadevergoeding van € 5.000,- aan de cliënte dient te betalen;
– bepaalt dat de zorgaanbieder het door de cliënte betaalde klachtengeld van € 52,50 aan haar dient te vergoeden.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit mevrouw mr. S.W.M. Speekenbrink, voorzitter, de heer prof. dr. E.P. Prens, de heer J. Donga, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. S.M.E. Balfoort, secretaris, op 1 april 2026.