Ziekenhuis aansprakelijk voor jarenlange privacyschending medisch dossier

De Geschillencommissie Zorg




Commissie: Ziekenhuizen    Categorie: Privacy    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 706344/948003

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De zaak gaat over een cliënt die klaagt dat een familielid, dat ook werkte bij het ziekenhuis, jarenlang zonder toestemming zijn medisch dossier heeft bekeken en informatie daaruit met anderen heeft gedeeld. Daarnaast stond in zijn dossier ten onrechte vermeld dat hij in 2015 een melanoom had gehad, terwijl dit volgens de cliënt alleen in 2012 speelde. Door deze fouten heeft de cliënt veel stress ervaren, medische onderzoeken ondergaan en ernstige emotionele schade opgelopen. Volgens het ziekenhuis is de ongeoorloofde inzage onderzocht en erkend, zijn maatregelen genomen tegen de medewerker en is de foutieve medische informatie inmiddels aangepast. De commissie oordeelt dat sprake is van een ernstige schending van de privacy en dat de cliënt hierdoor ernstig in zijn persoon is aangetast. Ook weegt mee dat de onjuiste informatie in het dossier lang heeft geleid tot onzekerheid en extra medische onderzoeken. De commissie vindt aannemelijk dat de cliënt hierdoor emotionele en praktische schade heeft geleden, waaronder de noodzaak van traumatherapie en beperkingen in zijn dagelijks functioneren. De klacht wordt gegrond verklaard. Het ziekenhuis moet binnen een maand een schadevergoeding van € 25.000 betalen en daarnaast het klachtengeld van € 127,50 vergoeden.

De volledige uitspraak

in het geschil tussen

de heer [naam], wonende te [plaatsnaam] (hierna te noemen: de cliënt)

en

Stichting Amphia, gevestigd te Breda
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil

Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Ziekenhuizen (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 27 februari 2026 te Utrecht.

Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen. De cliënt is samen met mevrouw [naam] (vriendin) en de heer [naam] (begeleider) ter zitting verschenen. Namens de zorgaanbieder was mevrouw [naam] (advocaat) ter zitting aanwezig.

Onderwerp van het geschil

De cliënt heeft de klacht voorgelegd aan de zorgaanbieder.

Het geschil betreft jarenlange ongerechtvaardigde inzage in het medisch dossier van de cliënt, een onbekende diagnose in het medisch dossier en de uit deze klachten voortvloeiende schade.

Standpunt van de cliënt

Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Een medewerker van de zorgaanbieder (tevens familielid van de cliënt) heeft onterecht negen jaar inzage gehad in het medisch dossier van de cliënt. Ook heeft deze medewerker schermafbeeldingen gemaakt van informatie uit het medisch dossier en de informatie uit dit dossier met derden waaronder in de directe omgeving van cliënt, gedeeld.

Verder staat in het medisch dossier onjuist vermeld dat in augustus 2015 sprake was van een maligne melanoom. De cliënt is hier niet van op de hoogte, alleen in oktober 2012 is een melanoom ontdekt en behandeld.

De cliënt vordert een schadevergoeding vanwege de pragmatische en emotionele schade die hij door dit handelen heeft geleden.

Standpunt van de zorgaanbieder

Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

In deze klacht heeft de cliënt het vermoeden uitgesproken dat een medewerkster van de zorgaanbieder over langere tijd, onbevoegd in zijn elektronisch patiëntendossier (hierna: EPD) heeft gekeken en deze informatie met derden heeft gedeeld. De cliënt heeft aangegeven dat gegevens uit het EPD door deze medewerker ook met hem zijn gedeeld, terwijl de cliënt zelf van de betreffende informatie nog niet op de hoogte was gesteld door zijn behandelend arts.

Naar aanleiding van de klacht is onderzoek ingesteld via de Functionaris Gegevensbescherming en is ook de afdeling HR betrokken. Na onderzoek is gebleken dat de inzagen onrechtmatig waren, nu geen sprake was van een behandelrelatie. De arbeidsrechtelijke gevolgen van het ongeoorloofd gebruik van het EPD zijn aan de medewerkster toegelicht.

De zorgaanbieder is van mening hierin voortvarend te werk te zijn gegaan. Door het gedegen onderzoek kon niet eerder dan 24 juli 2023 een conclusie worden getrokken. De zorgaanbieder is geschokt dat het EPD ten minste 50 keer onbevoegd is geraadpleegd en heeft de klacht hoog opgenomen, met prioriteit behandeld en consequenties hieraan verbonden voor de betreffende medewerkster.

Onjuiste diagnose
In het dossier van de cliënt is terug te vinden dat de dermatoloog de diagnose maligne melanoom in het dossier heeft gebaseerd op de uitslag van het pathologisch-anatomisch onderzoek. Het is dan ook geen onjuiste diagnose.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Wat aan deze behandeling van het geschil vooraf is gegaan
In het tussenadvies van 14 oktober 2025 heeft de commissie opgenomen dat bij de cliënt is sprake geweest van een zeer ernstige schending van zijn privacy, doordat een familielid – tevens medewerker bij de zorgaanbieder – jarenlang in zijn medisch dossier heeft gekeken en deze informatie ook heeft gedeeld met derden. De zorgaanbieder heeft erkend dat dit zeer onzorgvuldig was en heeft arbeidsrechtelijke maatregelen genomen tegen de medewerker.

Tussen partijen is nog in geding de hoogte van de door de cliënt gevorderde schadevergoeding. Door de zorgaanbieder is een aanbod tot betaling van € 2.000,- gedaan. De cliënt kon hiermee niet akkoord gaan.

Middels het tussenadvies is de cliënt in de gelegenheid gesteld de hoogte van de gevorderde schade en een deugdelijke onderbouwing daarvan aan de commissie te doen toekomen. De cliënt heeft dit gedaan. Hij heeft aangevoerd dat hij vanwege de foutieve diagnose in zijn dossier (het melanoom uit 2015), bij een andere zorgaanbieder onderzoeken heeft ondergaan om het niet-bestaande melanoom te vinden. Ook zijn hieruit onderzoeken bij andere zorgaanbieders gevolgd. De cliënt vordert de hoogste mogelijke schadevergoeding vanwege de materiële schade en vooral vanwege de emotionele schade die bij de cliënt is ontstaan door het handelen van het familielid en de onjuiste informatie in het medisch dossier. De cliënt start hiervoor in 2026 met intensieve traumatherapie.

Vervolgens is de zorgaanbieder in de gelegenheid gesteld hierop te reageren. De zorgaanbieder heeft aangevoerd dat de diagnose melanoom wel degelijk is gesteld in oktober 2012. Op onverklaarbare wijze is in het online patiëntendossier van de cliënt ten onrechte vermeld dat dat in augustus 2015 zou zijn geweest, en dat is niet juist. Naar aanleiding van de klacht is dat uitgezocht en aangepast.

Verder acht de zorgaanbieder het heel aannemelijk en invoelbaar dat de cliënt schade heeft geleden, maar de zorgaanbieder vraagt zich af of het redelijk is dat alle schade voor rekening van het ziekenhuis moet komen. Vanwege de vervelende gang van zaken is de zorgaanbieder coulance halve bereid een bedrag van € 500,- ter beschikking te stellen voor de door de cliënt gemaakte reiskosten. Ten aanzien van de immateriële schade acht de zorgaanbieder een vergoeding van € 2.000,00 passend en billijk.

Recht op schadevergoeding
Voor toekenning van schadevergoeding is vereist dat sprake is van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de behandelovereenkomst en dat de cliënt als gevolg van die tekortkoming schade heeft geleden. De schade kan zowel materieel als immaterieel van aard zijn. Voor immateriële schadevergoeding geldt op grond van artikel 6:106 lid 1 onder b BW dat deze slechts toekomt aan degene die lichamelijk letsel heeft opgelopen, in zijn eer of goede naam is geschaad, of op andere wijze in zijn persoon is aangetast.

Niet tussen partijen is in geschil dat de cliënt door toedoen van (een medewerker van) de zorgaanbieder én onjuiste informatie in het medisch dossier ernstig in zijn persoon is aangetast. De cliënt heeft hieraan dusdanige emotionele beschadiging overgehouden dat hij hiervoor aantoonbaar intensieve traumatherapie moet volgen. Door de gevolgen van de jarenlange onrechtmatige inzage en onjuiste diagnose in zijn dossier, is de cliënt ernstig belemmerd in zijn functioneren en dat heeft ertoe geleid dat de cliënt niet meer in staat is te werken.

Dat de onjuiste informatie in het dossier naar aanleiding van de klacht van de cliënt inmiddels is aangepast, doet niet af aan het feit dat de cliënt zeer lang in de veronderstelling is geweest dat bij hem sprake was van een melanoom. Dit heeft niet alleen veel spanning maar ook reiskosten naar andere zorgaanbieders opgeleverd.

In zoverre is de klacht van de cliënt gegrond.

Hoogte schadevergoeding
De zorgaanbieder heeft een bedrag van € 500,00 aangeboden ter vergoeding van reiskosten en een bedrag van € 2.000,- ter vergoeding van de ontstane immateriële schade. De cliënt kon hiermee niet akkoord gaan en blijft bij zijn vordering van € 25.000,-.

De cliënt heeft de hoogte van zijn schade voldoende aannemelijk gemaakt en de zorgaanbieder heeft dit ook niet weersproken. De commissie acht daarom een vergoeding van materiële en immateriële schade ter hoogte van in totaal € 25.000,- op zijn plaats gezien de aard, ernst en duur van het handelen.

Klachtengeld
Nu de klacht gegrond wordt verklaard bepaalt de commissie onder verwijzing naar het reglement, dat de zorgaanbieder het door de cliënt betaalde klachtengeld aan hem dient te vergoeden.
Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie:
– verklaart de klacht van de cliënt gegrond;
– bepaalt dat de zorgaanbieder een schadevergoeding van € 25.000,- aan de cliënt dient te betalen binnen een maand na verzending van dit bindend advies;
– bepaalt dat de zorgaanbieder het door de cliënt betaalde klachtengeld van € 127,50 aan de cliënt dient te vergoeden binnen een maand na verzending van dit bindend advies.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit mevrouw mr. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, mevrouw drs. M.L.T.B.M. Köhlen, de heer J. Zomerplaag, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. S.M.E. Balfoort, secretaris, op 27 februari 2026.