Commissie: Ziekenhuizen
Categorie: -
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: bindend advies
Uitkomst: niet-ontvankelijk
Referentiecode:
576259/739146
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De cliënt heeft een klacht ingediend over de cardiologische behandeling door de zorgaanbieder in 2023, alsmede over de afhandeling van zijn klacht daarover. Hij stelt dat de behandeling onzorgvuldig was en dat een second opinion een andere diagnose opleverde dan die van de oorspronkelijke cardioloog. De zorgaanbieder stelt echter dat zij de klacht niet inhoudelijk kan beoordelen omdat het volledige cardiologisch dossier op verzoek van de cliënt is vernietigd. Dit verzoek tot vernietiging is gehonoreerd conform artikel 7:455 WGBO en de KNMG-richtlijn, omdat er geen zwaarwegende reden was om het dossier te behouden. De vernietiging maakt het voor de zorgaanbieder onmogelijk om verweer te voeren of de juistheid van de klacht te toetsen. Volgens de commissie is het medisch dossier niet alleen essentieel voor goede zorg, maar ook voor het verantwoorden van medisch handelen in klachtprocedures. Door het dossier te laten vernietigen, heeft de cliënt zelf de mogelijkheid tot hoor en wederhoor gefrustreerd. De commissie stelt dat dit een eerlijke beoordeling van de klacht onmogelijk maakt. Daarom moet de verantwoordelijkheid voor deze situatie bij de cliënt worden gelegd. De voorzitter van de Geschillencommissie Ziekenhuizen oordeelt op grond van deze omstandigheden dat de klacht niet-ontvankelijk is. Partijen zijn niet opgeroepen voor een zitting, en de beslissing is genomen op basis van de schriftelijke stukken. De zorgaanbieder blijft verantwoordelijk voor de behandelingskosten van de commissie.
De uitspraak
in het geschil tussen
[naam], wonende te [woonplaats] (hierna te noemen: de cliënt)en
Stichting Sint Franciscus Vlietland Groep, gevestigd te Rotterdam
(hierna te noemen: de zorgaanbieder)
Samenvatting
De commissie is van oordeel dat de zorgaanbieder, door toedoen van de cliënt, in de onmogelijkheid is gebracht de juistheid van de klacht van de cliënt te toetsen, nu vaststaat dat de vernietiging van het medisch dossier op verzoek van de cliënt heeft plaatsgevonden. Gevolg hiervan is dat het vereiste hoor en wederhoor van partijen, dat noodzakelijk is voor een zorgvuldige inhoudelijke beoordeling en beslissing, niet mogelijk is geworden. Nu deze onmogelijkheid, om de klacht inhoudelijk te beoordelen en te beslissen, het gevolg is van de door de cliënt verzochte vernietiging van het benodigde cardiologisch medisch dossier, dient dit voor zijn rekening en risico te komen.
Behandeling van het geschil
Uit de stukken blijkt dat eerst dient te worden vastgesteld of de cliënt ontvangen kan worden in zijn klacht.
Voorzittersbeslissing
Op grond van artikel 2 lid 3 Reglement Geschillencommissie Ziekenhuizen is de voorzitter van de commissie bevoegd zaken te behandelen indien beslist dient te worden over de bevoegdheid van de commissie, ontvankelijkheid van de cliënt, verrekening van een depotbedrag of indien de klacht kennelijk ongegrond is.
Nu de zorgaanbieder een beroep op niet-ontvankelijkheid van de cliënt doet, zal de voorzitter het geschil op voornoemde wijze behandelen. De Geschillencommissie Ziekenhuizen (verder te noemen: de commissie) heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.
Partijen zijn niet voor een zitting opgeroepen.
Onderwerp van het geschil
Het geschil komt voort uit de behandeling van de cliënt door een cardioloog van de zorgaanbieder in 2023 alsmede de klachtafhandeling. De vraag die hier speelt is of de commissie de cliënt kan ontvangen in zijn klacht.
Standpunt van de cliënt
De cliënt heeft geen juiste cardiologische behandeling gehad en is niet juist en objectief behandeld in het kader van de klachtafhandeling.
Zo heeft de cardioloog een vermoedelijke diagnose onvoldoende geconcretiseerd naar een definitieve diagnose, als gevolg van het nalaten van aanvullend onderzoek. De cardioloog stond er op het reeds door haar ingezette beleid voort te zetten, terwijl de bevindingen uit een second opinion haaks stonden op de vermoedelijke uitslag van de cardioloog. Het niet-ontvankelijkverklaring van de klacht ziet de cliënt als een ideale vluchtroute voor de zorgaanbieder om niet nader in te hoeven gaan op de bevindingen uit second opinion.
Standpunt van de zorgaanbieder
Op verzoek van de cliënt heeft de zorgaanbieder op 19 maart 2024 een aanvraag ontvangen voor volledige vernietiging van het cardiologische dossier inzake het cardiologische behandeltraject in 2023 conform artikel 7:455 WGBO. Na zorgvuldige beoordeling van dit verzoek, is het vernietigingsverzoek gehonoreerd en heeft de cliënt op 6 november 2024 een brief ontvangen met de bevestiging dat het dossier vernietigd is.
Overeenkomstig de KNMG-Richtlijn Omgaan met medische gegevens is de arts verplicht een verzoek tot vernietiging van het dossier in te willigen, tenzij sprake is van een zwaarwegende reden tot het bewaren van het medische dossier. Het enkele vermoeden op een juridisch vervolgtraject wordt expliciet uitgesloten als weigeringsgrond. Een juridisch vervolgtraject dient immers reëel te zijn gemaakt.
Als gevolg van de vernietiging is de zorgaanbieder door toedoen van de cliënt niet in staat inhoudelijk op de klacht van cliënt te reageren en adequaat verweer te voeren. Het feit dat klager stukken heeft overgelegd, brengt daarin geen verandering nu de zorgaanbieder deze informatie niet op juistheid en volledigheid kan verifiëren. Door toedoen van de cliënt is een situatie ontstaan waarin niet aan de eisen van een eerlijk proces kan worden voldaan. De cliënt dient daarom niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn klacht.
Beoordeling van het geschil
Nu de zorgaanbieder een beroep op niet-ontvankelijkheid van de cliënt doet, dient de voorzitter te beoordelen of de cliënt kan worden ontvangen in zijn klacht.
Als uitgangspunt heeft in de eerste plaats te gelden dat het medisch dossier ertoe dient een kwalitatief goede hulpverlening aan een patiënt mogelijk te maken, maar het medisch dossier is ook van belang voor de continuïteit van de zorg aan een patiënt en – indien nodig – voor een adequate overdracht van de behandeling van de patiënt aan andere hulpverleners. Daarnaast levert het medisch dossier een transparante handelwijze van het verrichte medische handelen op, zodat daarover nadien, indien gewenst of noodzakelijk, verantwoording kan worden afgelegd.
De voorzitter is van oordeel dat de zorgaanbieder, door toedoen van de cliënt, in de onmogelijkheid is gebracht de juistheid van de klachten van cliënt te toetsen en over zijn handelwijze transparant verantwoording af te leggen: de bedoelde vernietiging van het cardiologisch dossier heeft immers op verzoek van de cliënt plaatsgevonden. Gevolg hiervan is dat het vereiste hoor en wederhoor van partijen, dat noodzakelijk is voor een zorgvuldige inhoudelijke beoordeling en beslissing, niet mogelijk is geworden. Nu dit het gevolg is van de door cliënt verzochte vernietiging van het benodigde cardiologisch medisch dossier, dient dat voor zijn rekening en risico te komen.
Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de cliënt in zijn klacht niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De cliënt is niet-ontvankelijk in zijn klacht.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de zorgaanbieder aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Aldus beslist door de voorzitter van de Geschillencommissie Ziekenhuizen, mevrouw mr. A.D.R.M. Boumans, in aanwezigheid van mevrouw mr. J.M. Bouter-Bijsterveld, secretaris, op 11 maart 2025.