Verkeerde diagnose leidt tot onnodige ingreep en schadevergoeding voor patiënte

De Geschillencommissie Zorg




Commissie: Zelfstandige Klinieken    Categorie: -    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 697137/748717

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Een cliënte stelde zorgaanbieder Derma Rijnmond aansprakelijk voor een foutieve diagnose van een vlek op haar voetzool. Tijdens een consult in juli 2024 beoordeelde een ANIOS het plekje als mogelijk kwaadaardig en verwees haar na overleg met twee dermatologen door voor een excisie. De ingreep werd uitgevoerd, maar bleek achteraf onnodig: het ging om een onschuldige bloeduitstorting. Na de excisie ontstonden complicaties, waaronder een mislukte huidtransplantatie, langdurige pijn en verdere fysieke klachten. De Geschillencommissie stelde vast dat de ANIOS niet onder directe supervisie stond en onvoldoende onderzoek had gedaan naar mogelijke oorzaken van de vlek. Volgens de commissie hadden de dermatologen de bloeduitstorting moeten herkennen op basis van de foto. De zorgaanbieder handelde niet volgens de professionele standaard. De commissie oordeelde dat de ingreep buitenproportioneel was en dat een biopt passender zou zijn geweest. De klacht werd gegrond verklaard. De zorgaanbieder moet €2.500 schadevergoeding betalen en het klachtengeld van €52,50 vergoeden. Ook werd de zorgaanbieder veroordeeld tot betaling van de behandelingskosten aan de commissie.

De uitspraak

in het geschil tussen

mevrouw [naam], wonende te [woonplaats] (hierna te noemen: de cliënt)

en

Derma Rijnmond, gevestigd te Rotterdam
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Samenvatting

Cliënte stelt de zorgaanbieder aansprakelijk voor een foutieve diagnose van een vlekje op haar voetzool.
De commissie is van oordeel dat de zorgaanbieder verwijtbaar heeft gehandeld door een verkeerde diagnose te stellen ten aanzien van een bloeduitstorting op de voetzool. Cliënte heeft als gevolg hiervan een overbodige ingreep ondergaan, waaraan zij ernstige pijnklachten heeft overgehouden. De gevorderde schadevergoeding wordt toegewezen.

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft een verkeerde diagnose van een vlek op de voetzool.

Behandeling van het geschil

Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Zelfstandige Klinieken (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 28 februari 2025 te Utrecht.
Beide partijen hebben ter zitting hun standpunten nader uiteengezet.
De zorgaanbieder werd via een ZOOM verbinding vertegenwoordigd door mevrouw drs. [naam], ANIOS-dermatologie, en mevrouw [naam], directeur.
De commissie heeft het volgende overwogen.

Beoordeling

Algemeen
Op grond van de geneeskundige behandelingsovereenkomst moet de zorgaanbieder bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen en daarbij handelen in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard (artikel 7:453 van het Burgerlijk Wetboek). Deze zorgplicht houdt in dat de zorgaanbieder die zorg moet betrachten die een redelijk bekwaam en redelijk handelend hulpverlener in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht.

Voor aansprakelijkheid van de zorgaanbieder is vereist dat voldoende aannemelijk is dat de zorgaanbieder, dan wel ieder die werd ingeschakeld bij de uitvoering van de voor de zorgaanbieder uit de overeenkomst voortvloeiende verplichting, is tekortgeschoten in de nakoming van die verplichting. De tekortkoming moet aan de zorgaanbieder kunnen worden verweten (toerekenbare tekortkoming) en de cliënt moet daarvan nadeel hebben ondervonden.

Standpunt cliënte
Cliënte stelt de zorgaanbieder aansprakelijk voor een foutieve diagnose van een vlekje op haar voetzool.
Cliënte heeft op 22 juli 2024 een consult gehad bij een ANIOS werkzaam bij de zorgaanbieder. Cliënte kwam voor de beoordeling van een vlek op haar hand en vroeg de ANIOS om ook een vlek op haar voetzool te bekijken. De ANIOS heeft met een dermatoscoop de vlek onder de voet bekeken en een foto hiervan gemaakt. Omdat zij niet zeker was of de vlek kwaadaardig was, wilde de ANIOS de foto met een collega bespreken en cliënte de volgende dag bellen over de uitslag. De volgende dag kreeg cliënte te horen dat het plekje er niet goed uitzag. Cliënte werd met spoed doorgestuurd naar een academisch ziekenhuis en het plekje moest binnen vier weken weggehaald worden. Op 5 augustus 2024 was het eerste gesprek bij het Radboud UMC en op 12 augustus 2024 was de operatie door een plastisch chirurg. Na deze ingreep hield cliënte veel last van het grote diepe gat dat onder haar voorvoet was ontstaan. Na tien dagen kreeg cliënte te horen dat er geen sprake was van een melanoom, maar van een doorgemaakte bloeding. Op 22 augustus 2024 heeft cliënte een huidtransplantatie ondergaan waarbij een stukje huid uit de lies onder haar voet is geplaatst. Deze transplantatie is mislukt. Eind september 2024 was de wond eindelijk dicht. Omdat cliënte als gevolg van de pijn aan haar voet verkeerd was gaan lopen, heeft zij andere lichamelijke klachten gekregen, waardoor zij eerst onder behandeling is geweest bij een fysiotherapeut en nu bij een podotherapeut.
Een aantal dagen na haar operatie heeft cliënte de foto van haar voetzool met de vlek laten zien aan een podotherapeut die haar direct vertelde dat het hier ging om een onderhuidse bloeding. Cliënt verwijt de zorgaanbieder dat twee dermatologen niet het verschil hebben kunnen zien tussen een moedervlek (melanoom) en een gewone bloeduitstorting. Cliënte heeft achteraf voor niets de ingreep laten uitvoeren en is nu al een lange tijd niet pijnvrij.
Cliënte vordert een schadevergoeding van € 2.500,- van de zorgaanbieder vanwege deze verkeerde diagnose en de lichamelijke schade die zij als gevolg van de overbodige ingreep lijdt.

Standpunt van de zorgaanbieder
Cliënte is door de huisarts naar doorverwezen met de volgende vraag: “Sinds enkele maanden een kleine groeiende moedervlek op de handpalm rechts. Begon als speldenprikgrootte. Huidig op re handpalm ulnair een klein donkerbruine macula van 2mm, lijkt rond, glad in huidlijnen, scherp omgrensd. Niet direct hoog verdacht maar zonder dermatoscoop onvoldoende te beoordelen, gezien lokalisatie niet direct voorkeur om te verwijderen; graag uw oordeel en beleid.” Op 22 juli 2024 kwam cliënte op het spreekuur. Ze is vanuit Boekel naar Nijmegen gereisd om de afspraak bij te wonen. Cliënte vond een vlekje onder haar voet verdacht en had daarnaast nog twee andere plekjes die zij wilde laten nakijken. Volgens cliënte was er geen sprake van trauma of andere ingrepen op de plek bij de voetzool. Ook was er geen familiegeschiedenis bekend van huidkanker of melanoom en cliënte meldde geen bijzondere veranderingen aan de vlekken. Na een uitgebreide anamnese zijn de verdachte plekken op het lichaam onderzocht met behulp van dermatoscopie. Tijdens het consult heeft de ANIOS aan cliënte uitgelegd dat zij het beleid zou bespreken met de dermatologen, gezien de diepe ligging van de vlek op de voetzool. Na overleg met de twee dermatologen was het advies om cliënte door te verwijzen naar een plastisch chirurg voor een diagnostische excisie gelet op de grootte van de vlek, de ribbels op de vlek en de donkere verkleuring aan de buitenranden. De volgende dag is cliënte telefonisch geïnformeerd over dit advies. Daarbij is vermeld dat er mogelijk sprake kon zijn van onrustige cellen, maar dat dit vooraf niet met zekerheid kan worden vastgesteld. Ook is duidelijk aangegeven dat het geen spoedverwijzing betrof en dat de excisie niet direct noodzakelijk was. De differentiaaldiagnose was een dysplastische naevus, en uitsluiting van een melanoom. Kwaadaardige plekken op de voet presenteren zich vaak als goedaardige afwijkingen, maar kunnen toch kwaadaardig worden. Literatuur ondersteunt dit standpunt. De zorgaanbieder heeft in het belang van cliënte gehandeld door haar voor een diagnostische excisie naar de plastisch chirurg door te verwijzen.

Overweging van de commissie
De commissie heeft ter zitting vastgesteld dat de ANIOS tijdens het spreekuur niet onder directe supervisie heeft gestaan van een dermatoloog. Er heeft slechts telefonisch contact plaatsgevonden tussen de ANIOS en de supervisor en diens collega. De zorgaanbieder heeft ter zitting aangegeven dat deze omstandigheid onvoorzien was wegens vakantie van de ene dermatoloog en ziekte van de andere dermatoloog. De commissie is van oordeel dat een ANIOS altijd onder directe supervisie van een specialist, in dit geval een dermatoloog, dient te werken. In ieder geval dient een cliënt, indien een ANIOS niet zeker is van het beleid dat moet worden toegepast, alsnog op een ander tijdstip door de dermatoloog worden gezien. Ter zitting heeft de zorgaanbieder weliswaar gesteld dat aan cliënte de mogelijkheid van een vervolgconsult is geboden, maar cliënte heeft dit ten stelligste ontkend.
De ANIOS heeft, door haar onwetendheid, tijdens de anamnese niet doorgevraagd hoe de plek op de voetzool zou kunnen zijn ontstaan. Ter zitting heeft cliënte aangegeven een fervent wandelaarster te zijn die zeer regelmatig flinke afstanden loopt. Met deze informatie in het achterhoofd zou een bloeduitstorting zeker overwogen moeten worden.

Aan de hand van een vergroting van de foto van het plekje, die met behulp van de dermatoscoop is gemaakt, heeft de commissie ambtshalve vastgesteld dat het hier om een bloeduitstorting gaat. De vlek is weliswaar grillig van vorm maar heeft een bordeauxrode kleur en is grotendeels doorzichtig.
Bij de beoordeling achteraf hadden de dermatologen dit moeten zien. De commissie is van oordeel dat de zorgaanbieder bij het vaststellen van de diagnose een verwijtbare fout heeft gemaakt. De zorgaanbieder heeft niet volgens de professionele standaard gehandeld.

Voorts overweegt de commissie dat de diagnose door middel van een excisie niet nodig was geweest. Mocht er toch onduidelijkheid zijn geweest over de aard van het plekje, dan mocht er, mede gezien de lokalisatie, van de richtlijn worden afgeweken en had volstaan kunnen worden met het nemen van een biopt, een ingreep die voor cliënte niet zo ingrijpend zou zijn geweest. Een diagnostische excisie met een geadviseerde marge van 5 mm onder een voetzool is bij een onzekere diagnose buitenproportioneel gezien het grote risico op complicaties.

Schadevergoeding.
De commissie heeft vastgesteld dat de zorgaanbieder toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de behandelingsovereenkomst. Cliënte heeft hiervan nadeel ondervonden. De diagnostische excisie was overbodig en buitenproportioneel. Als gevolg van deze ingreep heeft cliënte een huidtransplantatie gekregen, die niet is geslaagd en ondervindt zij na maanden nog steeds pijnklachten. De commissie zal de vordering van cliënte tot schadevergoeding van een bedrag van € 2.500,- in zijn geheel toewijzen nu de zorgaanbieder de hoogte van de schadevordering niet heeft betwist.

Daar de klacht van cliënte gegrond wordt verklaard, zal de commissie, onder verwijzing naar artikel 22 van het reglement, de zorgaanbieder veroordelen tot vergoeding aan cliënte van het door haar betaalde klachtengeld, zijnde een bedrag van € 52,50.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie:

– verklaart de klacht gegrond;
– bepaalt dat de zorgaanbieder aan de cliënte een vergoeding dient te betalen van € 2.500,–. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies. Indien betaling niet tijdig plaatsvindt, betaalt de zorgaanbieder bovendien de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de verzenddatum van het bindend advies tot aan de dag der algehele voldoening;
– bepaalt dat de zorgaanbieder overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van
€ 52,50 dient te vergoeden aan cliënte ter zake van het klachtengeld.
– Overeenkomstig het reglement van de commissie is de zorgaanbieder aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Zelfstandige Klinieken, bestaande uit de heer mr. H.A. van Gameren, voorzitter, de heer prof. dr. E.P. Prens, de heer mr. P.C. de Klerk, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. W. Hartong van Ark, secretaris, op 28 februari 2025.