Terugverwijzing na second opinion bij Parkinsondiagnose volgens commissie terecht

De Geschillencommissie Zorg




Commissie: Ziekenhuizen    Categorie: Behandelingsovereenkomst    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 952459/1136203

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Een patiënte diende een klacht in tegen het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) omdat volgens haar de behandelrelatie onterecht was beëindigd. Zij was in 2021 naar het LUMC verwezen voor een second opinion over een mogelijke diagnose van de ziekte van Parkinson. Na onderzoek bevestigde de neuroloog deze diagnose en werd ook een DAT-scan uitgevoerd, die dezelfde conclusie ondersteunde. De patiënte bleef echter twijfelen aan de diagnose en had meerdere gesprekken met de neuroloog over mogelijke medicatie. In november 2022 werd zij terugverwezen naar het Groene Hart Ziekenhuis, waar zij oorspronkelijk onder behandeling was. De patiënte vond dat hiermee de behandelovereenkomst eenzijdig was beëindigd en dat zij daardoor zonder zorg kwam te zitten. Ook stelde zij dat de klachtenfunctionaris haar klachten niet onafhankelijk had behandeld en dat zij te lang moest wachten op een herhaalrecept. De commissie oordeelde dat het LUMC de patiënte terecht had terugverwezen naar het oorspronkelijke ziekenhuis, omdat zij alleen voor een second opinion was verwezen. Er was daarom geen sprake van het eenzijdig beëindigen van een behandelovereenkomst. Wel merkte de commissie op dat het ziekenhuis duidelijker had kunnen communiceren over de tijdelijke aard van de behandeling en had kunnen nagaan of vervolgzorg goed geregeld was. De overige klachten werden eveneens ongegrond verklaard. Het verzoek van de patiënte om een schadevergoeding van €3.000 werd afgewezen.

De volledige uitspraak

in het geschil tussen

[naam], wonende te [woonplaats] (hierna te noemen: de cliënt)

en

Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC), gevestigd te Leiden
(hierna te noemen: de zorgaanbieder)
Gemachtigde [naam advocaat]

Behandeling van het geschil

Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Ziekenhuizen (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De commissie verwijst voor het verloop van de procedure naar haar besluit over de ontvankelijkheid van de ingediende klacht van 2 september 2025, waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast dient te worden beschouwd.

Bij deze beslissing heeft de commissie de cliënt ontvankelijk verklaard in haar klacht.

De inhoudelijke behandeling heeft plaatsgevonden op 11 november 2025 te Utrecht. Partijen zijn ter zitting verschenen en hebben hun standpunt nader toegelicht. De zorgaanbieder werd daarbij vertegenwoordigd door [naam], neuroloog en bijgestaan door [naam], gemachtigde.

Onderwerp van het geschil

De cliënt verwijt de zorgaanbieder dat hij eenzijdig de behandelingsovereenkomst heeft beëindigd. Voorts verwijt de cliënt de zorgaanbieder dat de klachtenfunctionaris op de hand was van de behandelend arts waarmee de klachten van de cliënt niet onpartijdig zijn beoordeeld.

Standpunt van de cliënt

In aanvulling op het standpunt van de cliënt zoals dat in de beoordeling van 2 september 2025 is beschreven, heeft zij het volgende naar voren gebracht.

De cliënt werd in 2021 patiënt in het ziekenhuis van de zorgaanbieder op de afdeling neurologie vanwege onderzoeken verband houdend met een mogelijke verdenking van de ziekte van Parkinson. De cliënt was eerder onder behandeling geweest van een neuroloog in het Groene Hart Ziekenhuis in Gouda waar werd gesuggereerd dat zij zou lijden aan de ziekte van Parkinson. De cliënt twijfelde aan die suggestie en heeft zich op haar verzoek bij neuroloog H. van de zorgaanbieder gemeld.
De cliënt heeft verzocht om een DAT scan die is uitgevoerd en zij heeft veelvuldig overleg gehad met neuroloog H. over de medicatie ter vermindering van haar klachten. De cliënt kon zich niet geheel vinden in het voorstel van de neuroloog om het middel Sinemet te gaan gebruiken en heeft dit aan de neuroloog kenbaar gemaakt. Tot haar verbazing werd de cliënt vervolgens in november 2022 te kennen gegeven dat de behandelrelatie werd beëindigd. De cliënt heeft hiertegen bezwaar gemaakt en heeft verzocht om bij neuroloog H. onder behandeling te mogen blijven maar dit verzoek werd afgewezen. De cliënt werd terugverwezen naar het Groene Hart Ziekenhuis maar daar was zij als patiënt uitgeschreven. De cliënt voelde zich met de rug tegen de muur staan.

In februari 2023 was haar medicatie op en heeft zij de zorgaanbieder om een (herhaal)recept gevraagd. Pas een week later werd haar de noodzakelijke medicatie voorgeschreven.
Neuroloog H. heeft een brief aan de huisarts van de cliënt gestuurd waarvan de inhoud niet strookte met de werkelijkheid. Meerdere keren heeft de cliënt dan ook om een aanpassing van de brief moeten vragen.
De cliënt heeft haar klachten over de behandeling aan de klachtenfunctionaris van de zorgaanbieder voorgelegd. Zij was echter op de hand van neuroloog H. en van een onafhankelijke klachtafhandeling was geen sprake.

De cliënt heeft zich dan ook genoodzaakt gezien zich tot de commissie te wenden. Naast een erkenning van haar klachten vraagt de cliënt om financiële compensatie van € 3.000, — voor alle tijd, moeite en ergernis die de handelwijze van de zorgaanbieder haar gekost heeft. De afwijzende houding van de zorgaanbieder heeft de cliënt zeer aangegrepen.

Standpunt van de zorgaanbieder

Op 20 september 2021 werd de cliënt door de neuroloog van het Groene Hart Ziekenhuis naar de neuroloog van de zorgaanbieder verwezen voor een second opinion. Bij het Groene Hart Ziekenhuis bestond de verdenking dat de cliënt leed aan de ziekte van Parkinson hetgeen de cliënt betwistte. In de brief was opgenomen: “Graag uw tweede mening en bevestiging of verwerping van onze waarschijnlijkheidsdiagnose en adviezen omtrent medicatie”. En ook: “graag bevestiging diagnose en terugverwijzing”.

Neuroloog H. heeft de cliënt uitvoerig onderzocht en kon zich zowel in de diagnose als in de medicatie adviezen van het Groene Hart Ziekenhuis vinden. Omdat de cliënt bleef twijfelen aan de diagnose Parkinson en daarvan graag middels een DAT scan ondersteunend bewijs wilde zien heeft neuroloog H., om de cliënt de gewenste duidelijkheid te bieden, een DAT scan laten verrichten op 27 juni 2022. Ook de uitslag hiervan was passend bij de ziekte van Parkinson. Omdat de cliënt, die apothekersassistente was geweest, vragen had over de medicatie heeft neuroloog H. herhaaldelijk met haar gesproken over eventuele alternatieve medicatie en heeft hij coöperatief meegedacht over haar wens om een deel van de medicatie zelf te bereiden. In november 2022 was er geen reden meer om de second opinion te continueren en is de cliënt terugverwezen naar het Groene Hart Ziekenhuis. Van een eenzijdige beëindiging van de behandelingsovereenkomst was geen sprake. Er was sprake van een terugverwijzing naar de verwijzer; het Groene Hart Ziekenhuis, waar het regionale ParkinsonNet is georganiseerd.

Voor de zorgaanbieder is het niet mogelijk om patiënten die voor een second opinion worden verwezen in behandeling over te nemen en vervolgzorg te bieden. De capaciteit van het ziekenhuis van de zorgaanbieder laat dat niet toe. Met de cliënt is dit besproken en ook dat de voor haar noodzakelijke zorg, vanwege het ParkinsonNet, beter in het Groene Hart Ziekenhuis kon worden gegeven. De zorgaanbieder heeft dan ook een informatieve brief aan de huisarts van de cliënt opgesteld die op verzoek van de cliënt meerdere keren is aangepast tot zij geheel met de inhoud hiervan kon instemmen.

Op 15 februari 2023 heeft de cliënt zich nog met een verzoek om een herhaalrecept tot de zorgaanbieder gewend. De cliënt was toen echter alweer enige tijd terugverwezen naar het Groene Hart Ziekenhuis. Om de cliënt ter wille te zijn heeft de zorgaanbieder op 22 februari 2023 het recept aan de apotheek van de cliënt gezonden. De cliënt had tot die datum nog voldoende medicatie.

De zorgaanbieder herkent zich niet in de verwijten ten aanzien van de klachtafhandeling. De interne klachtafhandeling is zorgvuldig en onpartijdig verlopen.
De zorgaanbieder betreurt het dat de cliënt niet tevreden is over de zorg die haar is geboden. De zorgaanbieder heeft naar beste kunnen getracht de cliënt te helpen en heeft daarin zoveel mogelijk met haar meegedacht.

Beoordeling van het geschil

De commissie overweegt het volgende.

De cliënt is middels een brief van 21 september 2021 van de neuroloog van het Groene Hart Ziekenhuis naar het ziekenhuis van de zorgaanbieder verwezen voor het verkrijgen van een second opinion. Dat de verwijzing op verzoek van de cliënt heeft plaatsgevonden, zoals zij naar voren heeft gebracht, maakt de aard van de verwijzing niet anders. Uit de brief blijkt dat verzocht werd om een tweede mening over de waarschijnlijkheidsdiagnose Parkinson en adviezen omtrent medicatie met het verzoek tot terugverwijzing naar het Groene Hart Ziekenhuis. Uit het dossier leidt de commissie af dat de cliënt op 21 oktober 2021 een afspraak had met neuroloog H. waarna door neuroloog H. de diagnose en de behandeltherapie (de medicatie) werd bevestigd.

Omdat de cliënt nog steeds twijfelde aan de diagnose heeft zij in het Groene Hart Ziekenhuis om een DAT scan gevraagd waarvoor het Groene Hart Ziekenhuis de cliënt weer heeft verwezen naar het ziekenhuis van de zorgaanbieder, zo begrijpt de commissie. Dit onderzoek, dat inderdaad in het ziekenhuis van de zorgaanbieder heeft plaatsgevonden, heeft ertoe geleid dat de cliënt ook in 2022 meerdere afspraken heeft gehad in het ziekenhuis van de zorgaanbieder. Uit het medisch dossier van de cliënt blijkt voorts dat zij op haar verzoek meerdere afspraken heeft gehad met neuroloog H. om mogelijke alternatieven voor haar medicatie te bespreken. In november 2022 is de cliënt terugverwezen naar het Groene Hart Ziekenhuis.
De commissie is van oordeel dat de zorgaanbieder de cliënt op juiste gronden heeft terugverwezen. Hoewel sprake was van een (tijdelijke) behandelrelatie gedurende de tijd van onderzoeken en afspraken in het ziekenhuis van de zorgaanbieder, hebben deze onderzoeken en afspraken steeds plaatsgevonden in het kader van het verzoek om een tweede mening van het Groene Hart Ziekenhuis ten aanzien van de bevestiging van de diagnose Parkinson en adviezen omtrent de medicatie. Van een eenzijdige opzegging van de behandelingsovereenkomst is geen sprake geweest. De zorgaanbieder heeft gehandeld zoals van een redelijk handelend zorgverlener in vergelijkbare omstandigheden verwacht mag worden.

Wel merkt de commissie op dat de zorgaanbieder na de terugverwijzing naar het Groene Hart Ziekenhuis had kunnen navragen of de cliënt daar weer zou worden opgeroepen voor vervolgzorg zodat de onzekerheid daarover bij de cliënt had kunnen worden weggenomen. Het behoort tot de taken van een zorgverlener om te bewaken dat de vervolgzorg gewaarborgd is. Naar de cliënt toe had de zorgaanbieder in de communicatie duidelijker kunnen zijn over de tijdelijkheid van de behandelrelatie. Dit maakt de klacht echter niet gegrond.

Voor de overige door de cliënt naar voren gebrachte verwijten (de inhoud van de verwijsbrief naar de huisarts, de partijdigheid in de interne klachtenprocedure en het lang moeten wachten op een recept) heeft de commissie geen aanwijzingen gevonden dat deze gegrond zijn.
Uit het dossier maakt de commissie op dat de zorgaanbieder de brief aan de huisarts op verzoek van de cliënt meerdere keren heeft aangepast tot zij zich in de inhoud kon vinden.
In de klachtenprocedure zijn alle door de cliënt aangevoerde klachten weloverwogen beoordeeld blijkens de brief van de Raad van bestuur van 9 februari 2024.
In februari 2023 heeft de zorgaanbieder de cliënt nog een recept verstrekt voor haar medicatie hoewel zij op dat moment al was terugverwezen naar het Groene Hart Ziekenhuis.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht van de cliënt op alle onderdelen ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie verklaart de klacht van de cliënt ongegrond en wijst het door haar verzochte af.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de zorgaanbieder aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Deze behandelingskosten worden geheel betaald.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit de heer mr. dr. B. Wallage, voorzitter, de heer dr. J.D.M. Metzemaekers en de heer mr. P.O.H. Gevaerts, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. J.C. Quint, secretaris, op 11 november 2025.