Schending medisch beroepsgeheim binnen de GGZ en de vraag naar schadevergoeding

De Geschillencommissie Zorg




Commissie: Geestelijke Gezondheidszorg    Categorie: -    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 987273/1069414

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De cliënt heeft een geschil met GGZ Breburg over schending van het medisch beroepsgeheim. Zonder zijn toestemming is informatie over hem gedeeld tussen een zorgverlener van de wijk-GGZ, een behandelaar van de zorgaanbieder en een jurist. Als gevolg van dit overleg beëindigde de wijk-GGZ de behandelrelatie met de cliënt. De interne klachtencommissie van de zorgaanbieder verklaarde de klacht hierover deels gegrond. De cliënt vroeg daarop schadevergoeding voor de emotionele schade die hij stelt te hebben geleden. De zorgaanbieder wees erop dat de informatie-uitwisseling beperkt was, excuses zijn aangeboden en er maatregelen zijn getroffen om herhaling te voorkomen. Bovendien zou de schade onvoldoende concreet of onderbouwd zijn en ontbreekt volgens de zorgaanbieder het causaal verband. De commissie erkent dat sprake is van een ongerechtvaardigde doorbreking van het beroepsgeheim, maar toetst alleen de schadevordering. Omdat de cliënt zijn schade niet aannemelijk of onderbouwd heeft, ziet de commissie geen grond voor toekenning van schadevergoeding. Wel moet de zorgaanbieder het klachtengeld van €52,50 aan de cliënt vergoeden.

De uitspraak

in het geschil tussen

de heer [naam], wonende te [plaatsnaam]

(hierna te noemen: de cliënt)

en

stichting ggz breburg groep, gevestigd te Tilburg

(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil

Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Geestelijke Gezondheidszorg (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 19 juni 2025 te Utrecht.

De cliënt is digitaal ter zitting verschenen. Namens de zorgaanbieder was digitaal aanwezig: mevrouw [naam] (jurist).

Onderwerp van het geschil

De cliënt heeft de klacht voorgelegd aan de zorgaanbieder.

Het geschil betreft de vraag of de cliënt recht heeft op schadevergoeding, gezien zijn klacht over schending van het medisch beroepsgeheim.

Standpunt van de cliënt

Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dat op het volgende neer.

De klacht van de cliënt ziet op schending van het medisch beroepsgeheim. Zonder toestemming van de cliënt heeft een zorgverlener verbonden aan de wijk-GGZ overleg gevoerd over de cliënt met een behandelaar van de zorgaanbieder. Tijdens dit overleg heeft de behandelaar tevens informatie over de cliënt gedeeld met zowel de zorgverlener van de wijk-GGZ als met een jurist werkzaam bij de zorgaanbieder. Naar aanleiding van dit contact heeft de wijk-GGZ de behandelrelatie met de cliënt beëindigd.

De klachtencommissie van de zorgaanbieder heeft de klacht van de cliënt reeds op twee onderdelen gegrond verklaard.

De cliënt vordert schadevergoeding ter compensatie van de door hem gestelde emotionele schade als gevolg van de gang van zaken.

Standpunt van de zorgaanbieder

Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dat op het volgende neer.

Twee van de drie klachten zijn reeds door de zorgaanbieder gegrond verklaard, dus het geschil ziet enkel nog op de schadevordering. Deze vordering dient te worden afgewezen. De onderbouwing van de gestelde schade ontbreekt en de schade is onvoldoende aannemelijk gemaakt. Voor zover de commissie van mening mocht zijn dat de schade wel voldoende aantoonbaar is gesteld, ontbreekt het causaal verband.

Verder is van belang dat slechts in zeer beperkte mate informatie is gedeeld, waarbij geen inhoudelijke of medische gegevens zijn verstrekt. Bovendien heeft de betrokken zorgverlener het voorval met de cliënt besproken, daarbij direct haar excuses aangeboden, en zijn er binnen de organisatie maatregelen getroffen ter voorkoming van herhaling in de toekomst.

De zorgaanbieder is wel bereid om het klachtengeld van € 52,50 aan de cliënt vergoeden.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Toetsingskader

Op grond van artikel 7:457 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kent de zorgaanbieder een geheimhoudingsplicht. Dit houdt in dat zonder toestemming van de cliënt in beginsel geen (medische) gegevens over cliënten gedeeld mogen worden met derden. De uitzondering hierop vormen zorgverleners die rechtstreeks betrokken zijn bij de uitvoering van de behandelingsovereenkomst en degene die optreedt als vervanger van de hulpverlener, voor zover de informatieverstrekking noodzakelijk is voor de uitvoering van de zorgverlening.

Het medisch beroepsgeheim kent uitzonderingsgronden, waaronder toestemming van de cliënt, een wettelijk voorschrift (bijvoorbeeld bij infectieziekten), een conflict van plichten of een zwaarwegend belang.

Doorbreking beroepsgeheim

Tussen partijen is niet in geschil dat sprake is van een ongerechtvaardigde doorbreking van het medisch beroepsgeheim. Dit is door de zorgaanbieder ook erkend. Naar aanleiding van de klacht van de cliënt heeft de zorgaanbieder zijn werkprocessen aangepast, waarbij de verschillende functies en verantwoordelijkheden van de betrokken zorgverleners nader zijn gespecificeerd.

Daarom ligt ter beoordeling aan de commissie uitsluitend de vordering tot schadevergoeding voor.

Vordering tot schadevergoeding

Voor aansprakelijkheid van een zorgaanbieder is vereist dat voldoende aannemelijk is dat de zorgaanbieder, dan wel iemand die werd ingeschakeld bij de uitvoering van de voor de zorgaanbieder uit de overeenkomst voortvloeiende verplichting, is tekortgeschoten in de uitvoering van die verplichting.

De tekortkoming moet aan de zorgaanbieder kunnen worden verweten (toerekenbare tekortkoming) en de cliënt moet daarvan nadeel hebben ondervonden.

De cliënt heeft de hoogte en aard van zijn schadevordering niet nader geconcretiseerd, noch met relevante stukken onderbouwd. Ook ter zitting is de cliënt er niet in geslaagd de aard en omvang van de gestelde schade alsmede het causaal verband tussen het gestelde onrechtmatig handelen van de zorgaanbieder en de beweerde schade te concretiseren of te onderbouwen.

De enkele stelling van de cliënt dat hij als gevolg van het handelen van de zorgaanbieder ernstig emotioneel is geschaad, kan naar het oordeel van de commissie niet tot toewijzing van de schadevordering leiden.

Conclusie

De vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen. Wel bepaalt de commissie dat – conform het aanbod van de zorgaanbieder – het door de cliënt betaalde klachtengeld aan hem vergoed dient te worden.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie:

–              wijst de vordering tot schadevergoeding af;

–              bepaalt dat de zorgaanbieder binnen 14 dagen na verzending van dit bindend advies een bedrag van € 52,50 aan de cliënt dient te vergoeden inzake het klachtengeld.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Geestelijke Gezondheidszorg, bestaande uit mevrouw mr. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, mevrouw drs. F. Zwanepol, mevrouw E.M. van den Berg, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. S.M.E. Balfoort, secretaris, op 19 juni 2025.