Commissie: Ziekenhuizen
Categorie: Ontvankelijkheid
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: bindend advies
Uitkomst: niet-ontvankelijk
Referentiecode:
1031856/1282097
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Een man diende een klacht in tegen Ziekenhuisgroep Twente over een blaasonderzoek dat hij in 2016 had ondergaan bij de afdeling urologie. Volgens hem was dit onderzoek uitgevoerd zonder goede uitleg vooraf. Hij stelde dat hij daarna langdurige klachten heeft gekregen, zoals pijn en slaapproblemen, en vroeg om een schadevergoeding. De commissie moest eerst beoordelen of de klacht wel in behandeling kon worden genomen. Het ziekenhuis stelde dat de patiënt de interne klachtenprocedure niet had gevolgd en dat de vordering bovendien te laat was ingediend. De commissie stelde vast dat de patiënt zijn klacht rechtstreeks bij de Geschillencommissie had ingediend, zonder deze eerst bij het ziekenhuis zelf te melden. Volgens de regels moet een patiënt eerst de interne klachtenprocedure bij de zorgaanbieder doorlopen voordat een geschil aan de commissie kan worden voorgelegd. De patiënt had niet uitgelegd waarom hij dat niet had gedaan. Daarom oordeelde de commissie dat hij niet-ontvankelijk is in zijn klacht. Dit betekent dat de commissie de inhoud van de klacht niet heeft beoordeeld. Het ziekenhuis had ook gevraagd om de gemaakte proceskosten op de patiënt te verhalen, maar dat verzoek werd afgewezen omdat iedere partij in principe zijn eigen kosten moet dragen.
De volledige uitspraak
in het geschil tussen
[naam], wonende te [woonplaats] (hierna te noemen: de cliënt)en
Stichting Ziekenhuisgroep Twente, gevestigd te Almelo
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).
Behandeling van het geschil
Uit de stukken blijkt dat de zorgaanbieder de commissie verzoekt om zich uit te laten over de ontvankelijkheid van de cliënt in zijn klacht voordat zal kunnen worden toegekomen aan de inhoudelijke klacht. De commissie is aan dit verzoek tegemoet gekomen en komt tot het volgende.
De Geschillencommissie Ziekenhuizen (verder te noemen: de commissie) heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.
De behandeling heeft plaatsgevonden op 6 november 2025 te Utrecht.
Partijen zijn niet voor de zitting opgeroepen.
Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft een blaasonderzoek dat de cliënt in 2016 bij de afdeling urologie van de zorgaanbieder heeft ondergaan.
Standpunt van de cliënt
Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De uroloog van de zorgaanbieder heeft in 2016 een blaasonderzoek uitgevoerd bij de cliënt, zonder dit eerst goed met de cliënt te bespreken. De cliënt heeft veel klachten overgehouden aan het onderzoek, waardoor hij nog steeds pijnstillers moet slikken en slapeloze nachten heeft.
De cliënt vordert een schadevergoeding voor de schade die hij heeft overgehouden aan het blaasonderzoek.
Standpunt van de zorgaanbieder
Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De zorgaanbieder is van mening dat de cliënt in zijn klacht niet-ontvankelijk dient te worden verklaard op grond van artikel 5 lid 1 sub f dan wel op grond van artikel 6 lid 1 sub b van het Reglement Geschillencommissie Ziekenhuizen.
Verjaring vordering
De cliënt wenst een schadevergoeding te ontvangen voor de schade die hij zou hebben geleden als gevolg van een onderzoek dat werd uitgevoerd in 2016. Hij heeft zijn vordering tot schadevergoeding voor het eerst aan de zorgaanbieder kenbaar gemaakt door indiening van het geschil bij de commissie op 19 maart 2025.
Voor een vordering tot schadevergoeding wegens een medische fout geldt op grond van artikel 3:310 Burgerlijk Wetboek een verjaringstermijn van vijfjaar na aanvang van de dag volgende op die waarop de benadeelde zowel met de schade als met de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden. De verjaringstermijn is ruimschoots overschreden.
Doorlopen interne klachtenprocedure
Ook heeft de cliënt de interne klachtenprocedure niet doorlopen. De zorgaanbieder en de afdeling urologie zijn niet bekend met een klacht van de cliënt. De cliënt heeft verder niet gesteld dat zich bijzondere omstandigheden voordeden die hem redelijkerwijs verhinderden de interne klachtenprocedure te doorlopen.
De zorgaanbieder meent voor dit geschil onnodig kosten te hebben gemaakt en vordert deze kosten van de cliënt.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De zorgaanbieder heeft zich beroepen op niet-ontvankelijkheid van de cliënt, nu hij niet eerst de interne klachtenprocedure bij de zorgaanbieder heeft doorlopen.
Uit de overgelegde stukken blijkt dat de cliënt zijn klacht niet eerst bij de zorgaanbieder heeft ingediend, maar zijn geschil rechtstreeks bij de commissie aanhangig heeft gemaakt.
De cliënt heeft niet gesteld waarom het hem redelijkerwijs niet kan worden verweten dat hij de interne klachtenprocedure niet eerst heeft doorlopen. De commissie ziet geen aanleiding om aan te nemen dat het niet eerst volgen van de interne procedure gerechtvaardigd was. Naar het oordeel van de commissie kan van de cliënt worden verwacht dat hij eerst gebruik maakt van de interne klachtenprocedure van de zorgaanbieder.
Op grond van het voorgaande is de cliënt niet-ontvankelijk in de klacht. Hierdoor behoeft het niet-ontvankelijkheidsverweer over de financiële vordering in dit kader verder geen bespreking. Dit betekent ook dat de commissie niet toekomt aan inhoudelijke behandeling van het geschil.
Proceskosten
De zorgaanbieder heeft nog aangevoerd te menen dat voor dit geschil onnodig kosten zijn gemaakt en dat de zorgaanbieder deze kosten wenst te verhalen op de cliënt. De commissie verwijst naar artikel 23 van het Reglement Geschillencommissie Ziekenhuizen, waarin staat dat de door partijen ter zake van de behandeling van het geschil gemaakte kosten voor hun eigen rekening komen, tenzij de commissie in bijzondere gevallen anders bepaalt. De commissie ziet geen aanleiding om anders te bepalen en wijst de vordering van de zorgaanbieder af.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie:
– verklaart de cliënt niet-ontvankelijk in zijn klacht;
– wijst de vordering van de zorgaanbieder af.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit de heer mr. A.R.O. Mooy, voorzitter, in aanwezigheid van mevrouw mr. S.M.E. Balfoort, secretaris, op 6 november 2025.