Commissie: Geestelijke Gezondheidszorg
Categorie: Medisch dossier
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: bindend advies
Uitkomst: ten dele gegrond
Referentiecode:
1321254/1326620
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De klacht gaat over de toegang van de cliënt tot zijn medisch dossier en de manier waarop zijn klacht door de zorgaanbieder is behandeld. De cliënt stelde dat hij niet alle documenten uit zijn dossier had ontvangen en dat mogelijk stukken waren verwijderd. De commissie oordeelt dat de zorgaanbieder inderdaad aanvankelijk niet het volledige dossier heeft verstrekt. Hoewel de ontbrekende stukken later alsnog zijn gegeven, maakt dat de eerdere fout niet ongedaan. Dit deel van de klacht is daarom gegrond. De cliënt heeft echter onvoldoende bewijs geleverd voor zijn stelling dat documenten uit het dossier zijn verwijderd, waardoor dat onderdeel van de klacht ongegrond is. Over de behandeling van de klacht door de klachtenfunctionaris kan de commissie geen oordeel geven, omdat zij daarvoor niet bevoegd is. De zorgaanbieder moet wel het klachtengeld van € 52,50 aan de cliënt vergoeden.
De volledige uitspraak
in het geschil tussen
[Naam], wonende te [woonplaats] (hierna te noemen: de cliënt)en
Parnassia Groep BV, gevestigd te ‘s-Gravenhage
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).
Onderwerp van het geschil
De cliënt heeft de klacht voorgelegd aan de zorgaanbieder.
Het geschil betreft het dossier van de cliënt en de behandeling van zijn klacht.
Standpunt van de cliënt
Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dat op het volgende neer.
De cliënt wenst volledige toegang tot zijn medisch dossier, inclusief de stukken die volgens de logginggegevens zijn verwijderd. Zo ontbreken stukken over het wijkteam, de voorbereiding van een zorgmachtiging en overige rapportages.
De cliënt heeft een klacht ingediend, maar de klachtenfunctionaris heeft niet binnen de wettelijke termijn gereageerd.
Standpunt van de zorgaanbieder
Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dat op het volgende neer.
Inzageverzoek
De zorgaanbieder is van mening het volledige medisch dossier aan de cliënt te hebben verstrekt. Op basis van de terugkoppeling van de cliënt bleek echter dat enkele documenten misten, waarna extra stukken zijn verstrekt. Ook gedurende de geschillenprocedure is gebleken dat de cliënt nog steeds niet over alle stukken kon beschikken. Sinds 7 april 2026 is dat wel het geval. De zorgaanbieder erkent de klacht voor zover die ziet op de onvolledigheid van het verstrekte dossier en betreurt de gang van zaken.
Er zijn geen onderdelen uit het dossier verwijderd of gewijzigd, zo blijkt uit de logginggegevens. Het overzicht van verwijderde documenten dat de cliënt heeft aangeleverd komt niet uit het officiële loggingoverzicht dat door de zorgaanbieder is verstrekt en de betrouwbaarheid van dit document staat dan ook niet vast.
Ook is geen sprake geweest van ongerechtvaardigde inzage of toevoegingen. De betreffende medewerkers waren allemaal medisch-inhoudelijk of administratief betrokken bij de zorgverlening aan de cliënt.
Klachtbehandeling
De zorgaanbieder beroept zich op onbevoegdheid van de commissie op dit klachtonderdeel, nu deze klacht niet ziet op een gedraging van de zorgaanbieder in het kader van de zorgverlening. In lijn met eerdere jurisprudentie kan de commissie geen klachten behandelen over de klachtenfunctionaris.
Beoordeling van het geschil
Verstrekken volledig medisch dossier
De cliënt heeft zich op het standpunt gesteld dat de zorgaanbieder niet heeft voldaan aan zijn verzoek om inzage in en afschrift van het volledige medisch dossier. Volgens de cliënt ontbraken bij de aanvankelijke verstrekking diverse dossierstukken, waardoor hij geen volledig inzicht had in de op hem betrekking hebbende medische gegevens.
De commissie stelt vast dat de zorgaanbieder zowel voorafgaand aan als gedurende de geschillenprocedure tot tweemaal toe heeft geconstateerd dat abusievelijk niet alle relevante dossierstukken aan de cliënt waren verstrekt. De zorgaanbieder heeft erkend dat de dossierverstrekking niet volledig is geweest en heeft de ontbrekende stukken uiteindelijk alsnog op 7 april 2026 aan de cliënt toegezonden.
Gelet op het voorgaande is de commissie van oordeel dat de zorgaanbieder aanvankelijk niet volledig heeft voldaan aan het inzageverzoek van de cliënt. Dat de ontbrekende stukken op een later moment alsnog zijn verstrekt, doet niet af aan de omstandigheid dat de eerdere dossierverstrekking onvolledig was. Dit klachtonderdeel is dan ook gegrond.
Ontbrekende stukken
De cliënt heeft verder aangevoerd dat uit door hem overgelegde logginggegevens blijkt dat stukken uit zijn medisch dossier zijn verwijderd.
De commissie overweegt dat het op de weg van de cliënt ligt deze stelling voldoende concreet en verifieerbaar te onderbouwen. De cliënt heeft echter niet nader gespecificeerd op welke concrete dossierstukken zijn stelling betrekking heeft, noch inzichtelijk gemaakt op welke wijze uit de door hem overgelegde logginggegevens volgt dat daadwerkelijk gegevens of documenten zijn verwijderd.
Daartegenover heeft de zorgaanbieder gemotiveerd betwist dat dossierstukken zijn verwijderd en toegelicht dat geen sprake is geweest van verwijdering van medische gegevens uit het dossier. Gelet hierop kan de commissie niet vaststellen dat stukken uit het dossier zijn verwijderd.
Dit klachtonderdeel is daarom ongegrond.
Klachtbehandeling
Ten slotte klaagt de cliënt over de wijze waarop zijn klacht intern is behandeld. Meer in het bijzonder stelt hij dat de klachtenfunctionaris zijn klacht niet voortvarend en adequaat heeft opgepakt.
Op grond van artikel 14 lid 1 van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz), gelezen in samenhang met artikel 3 van het Reglement Geschillencommissie Geestelijke Gezondheidszorg, kan bij de commissie een klacht worden ingediend over een gedraging van de zorgaanbieder jegens een cliënt in het kader van de zorgverlening.
De commissie stelt vast dat dit klachtonderdeel niet ziet op de inhoud of uitvoering van de zorgverlening door de zorgaanbieder, maar uitsluitend betrekking heeft op het handelen en de werkwijze van de onafhankelijke klachtenfunctionaris in het kader van de interne klachtbehandeling. Een dergelijk geschil valt buiten de reikwijdte van de bevoegdheid van de commissie zoals neergelegd in voornoemde wettelijke bepalingen en het toepasselijke reglement.
De commissie acht zich derhalve onbevoegd om van dit klachtonderdeel kennis te nemen.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie:
– verklaart zich niet bevoegd te oordelen over het klachtonderdeel ten aanzien van de klachtenfunctionaris;
– verklaart de klacht ten aanzien van de dossierinzage en -afschrift gegrond;
– verklaart het overige klachtonderdeel ongegrond;
– bepaalt dat de zorgaanbieder overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de cliënt te vergoeden binnen 14 dagen na verzending van dit bindend advies, ter zake van het klachtengeld.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Geestelijke Gezondheidszorg, bestaande uit mevrouw
mr. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, mevrouw dr. N.D. Veen, mevrouw mr. H.E.L. Loeffen, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. S.M.E. Balfoort, secretaris, op 24 april 2026.