Ontvankelijkheid van de cliënt bevestigd

De Geschillencommissie Zorg




Commissie: Ziekenhuizen    Categorie: Ontvankelijkheid    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: ontvankelijkverklaring   Uitkomst: ontvankelijk   Referentiecode: 1282788/1314856

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De commissie oordeelt dat de cliënt zijn klacht wél mag indienen, omdat het ziekenhuis zijn aansprakelijkstelling zelf in behandeling heeft genomen en nooit heeft aangegeven dat hij zich tot een andere kliniek had moeten wenden. Ook heeft het ziekenhuis de cliënt niet geïnformeerd over de klachtenprocedure en niet gereageerd op zijn latere bericht, waardoor de cliënt niet kan worden verweten dat hij de klacht te laat heeft ingediend. Volgens de commissie heeft het ziekenhuis hiermee het vertrouwen gewekt dat de cliënt bij hen aan het juiste adres was en heeft het niet zorgvuldig gehandeld. Daarom wordt de cliënt ontvankelijk verklaard in zijn klacht.

De volledige uitspraak

in het geschil tussen

[naam], wonende te [woonplaats] (hierna te noemen: de cliënt)

en

Stichting Spaarne Gasthuis, gevestigd te Haarlem
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de neusschelpverkleiningen die de cliënt bij de zorgaanbieder heeft ondergaan. Allereerst dient de commissie te beoordelen of de cliënt ontvankelijk is in zijn geschil.

Standpunt van de cliënt

Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Eind 2021 is de cliënt voor een verstopte neus geholpen bij de zorgaanbieder. De cliënt heeft toen twee neusschelpverkleiningen ondergaan (coblatie). Deze behandeling werd uitgevoerd na een negatieve allergietest. De cliënt is verder niet geïnformeerd over eventuele risico’s van de behandeling.

Na tweemaal de behandeling te hebben ondergaan kreeg de cliënt Empty Nose Syndrom, met klachten als openheid, branderigheid, slijmvliesproblemen en hyperventilatie. De kwaliteit van leven van de cliënt is ernstig achteruitgegaan en hij heeft hierdoor last van suïcidale gedachten. Een stamcelbehandeling van € 17.000,- heeft enigszins geholpen. De cliënt heeft ook implantaten maar die hebben niet geholpen.

De cliënt heeft hierover een klacht ingediend bij de zorgaanbieder, maar heeft geen erkenning of vergoeding gekregen. De zorgaanbieder schreef de klachten af op een mentaal probleem. De cliënt wenst een schadevergoeding voor de gemaakte medische kosten en de immateriële schade.

Standpunt van de zorgaanbieder

Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De zorgaanbieder beroept zich op niet-ontvankelijkheid van de cliënt.

Allereerst heeft de cliënt geen behandelingsovereenkomst gesloten met de zorgaanbieder maar met een zelfstandige kliniek: de Vijf Meren Kliniek. De Vijf Meren Kliniek is een erkend behandelcentrum met diverse locaties. De Vijf Meren Kliniek heeft een eigen logo, ook draagt personeel van de Vijf Meren Kliniek eigen bedrijfskleding en is sprake van een eigen cliëntenraad. De Vijf Meren Kliniek benadrukt op haar website dat in het geval van een geschil, dat geschil aanhangig kan worden gemaakt bij de geschillencommissie van brancheorganisatie ZKN.

Indien en voor zover de commissie zou oordelen dat wél sprake is van een behandelingsovereenkomst tussen de cliënt en de zorgaanbieder, voert de zorgaanbieder aan dat de cliënt zijn geschil ruimschoots te laat aanhangig heeft gemaakt op grond waarvan de cliënt in zijn klacht niet-ontvankelijk moet worden verklaard door de commissie. De cliënt heeft verzuimd om het geschil binnen twaalf maanden na afhandeling van zijn klacht door het ziekenhuis aanhangig te maken bij de commissie. De zorgaanbieder heeft immers reeds op 5 december 2023 de klacht schriftelijk afgehandeld met een afwijzing. Volgens de zorgaanbieder is geen sprake van uitzonderlijke omstandigheden op grond waarvan de cliënt geen verwijt kan worden gemaakt voor het niet naleven van deze voorwaarden.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De zorgaanbieder heeft zich beroepen op niet-ontvankelijkheid van de cliënt, nu de cliënt geen behandelingsovereenkomst zou hebben met de zorgaanbieder en het geschil niet binnen twaalf maanden na het behandelen van de klacht door de zorgaanbieder zelf, bij de commissie is ingediend.

De commissie volgt het standpunt van de zorgaanbieder niet en overweegt daartoe het volgende.

De cliënt heeft de zorgaanbieder op 14 november 2023 aansprakelijk gesteld voor de door hem – als gevolg van de behandeling – gestelde en geleden schade. De zorgaanbieder heeft op 5 december 2023 de aansprakelijkheid afgewezen. In deze aanwijzing is niets gesteld over de rol of betrokkenheid van de Vijf Meren Kliniek. Er heeft, na enige correspondentie, een gesprek met de behandelend KNO-arts plaatsgevonden, hetgeen niet tot een ander standpunt van de zorgaanbieder heeft geleid. Niet is gebleken dat de cliënt op enigerlei wijze is gewezen op de mogelijkheid tot het voeren van een klachtenprocedure. Vervolgens heeft de cliënt zich in juni 2025 opnieuw tot de zorgaanbieder gewend. Daarop heeft de zorgaanbieder niet gereageerd.

De commissie stelt vast dat de zorgaanbieder de aansprakelijkstelling van de cliënt intern in behandeling heeft genomen. Deze is door de zorgaanbieder inhoudelijk beoordeeld en afgewezen, hetgeen door de zorgaanbieder in het verweerschrift is bevestigd. Eerst nu voert de zorgaanbieder het verweer dat de cliënt zich tot de Vijf Meren Kliniek had moeten wenden. Daar is de cliënt niet eerder op gewezen.

Naar het oordeel van de commissie heeft de zorgaanbieder hiermee bij de cliënt het gerechtvaardigd vertrouwen gewekt dat hij met haar klacht en aansprakelijkstelling bij de zorgaanbieder aan het juiste adres was. De commissie is dan ook van oordeel dat de cliënt ontvankelijk is in zijn klacht.

De zorgaanbieder beroept zich verder op termijnoverschrijding door de cliënt, nu de zorgaanbieder reeds op 5 december 2023 aansprakelijkheid heeft afgewezen. Het geschil bij de commissie is op 29 juli 2025 bij de commissie ingediend.

Gelet op de door de zorgaanbieder geschetste gang van zaken heeft de zorgaanbieder niet adequaat gereageerd door de cliënt allereerst niet te wijzen op de mogelijkheid een klacht in te dienen en vervolgens niet (meer) te reageren op een hernieuwd schrijven van de cliënt naar aanleiding van de ervaren klachten, nog afgezien van het feit dat niet past dat een professionele partij eerst nu inroept dat de behandeling – kennelijk wel met de eigen KNO-arts – onder de vlag van een andere rechtspersoon heeft plaatsgevonden. Naar het oordeel van de commissie kan deze handelwijze niet als zorgvuldig worden aangemerkt, nu van een zorgaanbieder mag worden verwacht dat klachten voortvarend en adequaat worden behandeld. In dit verband verwijst de commissie naar haar vaste jurisprudentie, waaronder de uitspraak met referentienummer 23292/28061.

Gelet op het voorgaande is de commissie van oordeel dat de termijnoverschrijding de cliënt niet kan worden tegengeworpen.
Op grond van het voorgaande is de cliënt ontvankelijk in de klacht.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De cliënt wordt in de klacht ontvankelijk verklaard.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit mevrouw mr. dr. E. Venekatte, voorzitter, mevrouw drs. M.L.T.B.M. Köhlen, de heer J. Zomerplaag, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. S.M.E. Balfoort, secretaris, op 30 januari 2026.