Onjuiste informatieverstrekking zorgaanbieder over gevolgen oogsten van wetweefsel uit benen.

De Geschillencommissie Zorg
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Zelfstandige Klinieken    Categorie: (onjuiste) informatie zorgaanbiederschadevergoeding immaterieel    Jaartal: 2023
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: ten dele gegrond   Referentiecode: 213165/228643

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Cliënte is behandeld door een plastisch chirurg van de zorgaanbieder en stelt onder andere dat de betreffende arts meer heeft gedaan dan zij van tevoren hadden afgesproken. De commissie volgt cliënte niet in dat standpunt omdat dit wordt betwist en zij daarvan geen aanwijzingen heeft aangetroffen in het dossier. Verder stelt cliënte dat zij door de arts onjuist is geïnformeerd over de gevolgen van het oogsten van vetweefsel uit haar benen. De commissie verklaart de klacht op dit punt gegrond en wijst daarvoor schadevergoeding toe. Voor het overige wordt de klacht ongegrond verklaard.

Volledige uitspraak

Behandeling van het geschil

Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Zelfstandige Klinieken (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De cliënt heeft de klacht voorgelegd aan de zorgaanbieder. De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen.

De cliënte was ter zitting aanwezig.

De zorgaanbieder was ter zitting aanwezig en werd bijgestaan door mevrouw mr. [naam] en vertegenwoordigd door de heer [naam].

 

De behandeling heeft plaatsgevonden op 26 oktober 2023 te Den Haag.

De commissie heeft het volgende overwogen.

Beoordeling

Cliënte heeft een omvangrijke klacht bij de commissie ingediend, waar door de zorgaanbieder uitvoerig op is gereageerd. Omwille van de leesbaarheid van onderhavig bindend advies volstaat de commissie met een korte samenvatting van de standpunten van partijen.

Standpunt van cliënte

Cliënte stelt zich op het standpunt dat de arts veel meer delen van haar gelaat heeft behandeld, dan zij van tevoren hadden afgesproken. Cliënte vermoedt bovendien dat de arts te veel vet in haar gelaat heeft aangebracht. Ook haar handen heeft hij op veel meer plekken gevuld dan dat was afgesproken. Ten behoeve van die behandelingen was het noodzakelijk om vet uit haar lichaam te oogsten. Zij heeft de arts expliciet gevraagd of zij als gevolg daarvan onregelmatigheden zou krijgen op haar benen maar dit was volgens de arts niet het geval omdat het geen traditionele liposuctie betrof. Cliënte heeft echter sindsdien onregelmatigheden, kuilen en platte stukken op haar benen. Als zij eerlijk antwoord had gekregen van de arts, had zij slechts haar ogen laten doen. Cliënte heeft haar medisch dossier bij de zorgaanbieder opgevraagd maar dit dossier is niet transparant, is opgemaakt in Word, de loggegevens zijn niet volledig en er is sprake van onbevoegde inzage. Tot slot merkt cliënte op dat de klachtenfunctionaris van de zorgaanbieder geen empathie toonde.

Standpunt van de zorgaanbieder

De zorgaanbieder stelt zich op het standpunt dat de arts zorgvuldig heeft gehandeld. Cliënte heeft ingestemd met alle door de arts uitgevoerde behandelingen en zij heeft dit ook meermaals bevestigd. Ter onderbouwing hiervan verwijst de zorgaanbieder naar het medisch dossier en naar de mailwisseling met cliënte. De hoeveelheid vet die in haar gezicht is aangebracht, is bovendien niet meer geweest dan dat daarvoor noodzakelijk was. Ook heeft de arts haar handen niet op meer plekken gevuld dan van tevoren was afgesproken. Verder heeft de arts cliënte uitgelegd dat met drie prikgaatjes heel onzichtbaar per been 50 cc vetweefsel zou worden opgezogen, dat het ongemak van het oogsten in het algemeen in circa 4 tot 6 weken hersteld zou zijn, maar dat het herstel soms 4 tot 6 maanden kan duren. Cliënte heeft haar volledig medisch dossier ontvangen met de complete loggegevens. Er is geen sprake geweest van onbevoegde inzage in het medisch dossier. Verder betwist de zorgaanbieder dat de klachtenfunctionaris geen empathie zou hebben getoond. Tot slot betwist de zorgaanbieder de schade en het causaal verband. De zorgaanbieder acht niet aannemelijk dat cliënte zou hebben afgezien van de operatie, indien zij anders was geïnformeerd over de risico’s en complicaties.

Oordeel van de commissie

Bij de beoordeling van de klacht van cliënte geldt het volgende toetsingskader.

De overeenkomst die cliënte met de zorgaanbieder heeft gesloten, betreft een geneeskundige behandelingsovereenkomst in de zin van artikel 7:446 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Op grond van de zorgovereenkomst die cliënte met de zorgaanbieder is aangegaan, moet de zorgaanbieder bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen en daarbij handelen in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard (de zorgplicht uit artikel 7:453 van het BW). Deze zorgplicht houdt in dat de zorgaanbieder die zorg moet betrachten die een redelijk bekwaam en redelijk handelend hulpverlener in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht.

De commissie overweegt over de klacht als volgt.

Naar het oordeel van de commissie heeft de behandeld arts cliënte afdoende voorgelicht over de handelingen die de arts van plan was in haar gelaat te verrichten. Bovendien heeft cliënte ruimschoots de gelegenheid gehad om zich hierop te beraden, gelet op het aantal contacten dat heeft plaatsgevonden tussen het eerste contact met de arts en de daadwerkelijke uitvoering van de behandeling, alsmede de periode die dit in beslag heeft genomen. Uit het medisch dossier blijkt dat cliënte met de behandeling in het gelaat akkoord is gegaan en dat dit voorafgaand aan de operatie nogmaals bij cliënte is gecheckt. Niet is gebleken dat de arts meer heeft gedaan dan waarmee cliënte vooraf akkoord is gegaan. Ten aanzien van het aantal cc dat in het gelaat is aangebracht, merkt de commissie op dat de uitleg die de zorgaanbieder daarvoor heeft gegeven afdoende is. De vergelijking die cliënte heeft gemaakt met een voorbeeld op de website gaat niet op, nu het daar om een ander lichaamsgebied gaat en dit niet één op één met elkaar kan worden vergeleken. Ook is de commissie van oordeel dat de behandeling in het gelaat op zichzelf lege artis heeft plaatsgevonden. Hetzelfde geldt voor de behandeling van de handen van cliënte. Volgens cliënte heeft de arts meer aan haar handen gedaan dan van tevoren is afgesproken, maar dit wordt door de arts betwist en de commissie heeft in het medisch dossier geen aanleiding gezien om daaraan te twijfelen.

Ten behoeve van de behandeling in het gelaat heeft de arts vet geoogst uit de benen van de cliënte. Dit is van tevoren met cliënte besproken. Volgens cliënte heeft de arts ook op andere plekken van haar lichaam geoogst maar dit is door de arts gemotiveerd betwist en ook daarvan is de commissie niet gebleken. Tevens is de commissie van oordeel dat het aantal cc vetweefsel dat geoogst is, reëel is geweest, gelet op de te behandelen gebieden. Wel is de commissie van oordeel dat met het oogsten van vetweefsel uit de benen van cliënte, een aanmerkelijke kans bestond dat haar benen zouden worden aangetast, gelet op het gewicht en postuur van cliënte. Dit is ook daadwerkelijk gebeurd aangezien cliënte aan het oogsten ontsierende sporen en deuken op haar benen heeft overgehouden. De arts wist dit van tevoren, dan wel had dit als redelijke bekwaam arts moeten weten en het lag op de weg van de arts om dit uitdrukkelijk met cliënte te bespreken. Met het oogsten vlak onder de huid bestaat immers een risico op deuken en littekenweefsel, hetgeen resulteert in de sporen, zoals zich bij cliënte hebben voorgedaan. De arts heeft echter nagelaten cliënte bij de voorlichting duidelijk te maken dat dit kon gebeuren. Cliënte heeft de arts daar zelfs expliciet naar gevraagd, waarop de arts heeft gezegd – en dit noch in het verweerschrift noch ter zitting weersproken – dat hierop géén risico zou zijn. In het medisch dossier heeft de commissie ook niet aangetroffen dat cliënte daarvoor zou zijn gewaarschuwd. Hierdoor heeft de arts cliënte de mogelijkheid ontnomen om, met inachtneming van de aanmerkelijke risico’s die voor de benen van cliënte waren verbonden aan het oogsten uit haar benen, een verantwoorde keuze te maken voor de behandeling in haar gelaat. De commissie is van oordeel dat deze handelwijze onzorgvuldig is geweest.

Uit vaste rechtspraak volgt dat een gebrek in de informatieplicht door de arts niet automatisch betekent dat een zorgaanbieder ten opzichte van een patiënt aansprakelijk is voor eventuele schade die het gevolg is van de behandeling. Het doel van de informatieplicht is om de patiënt in staat te stellen een weloverwogen keuze te maken voor het al dan niet ondergaan van de behandeling. Het is aan de patiënt om te stellen en, zo nodig, te bewijzen dat hij, indien hij op een voldoende duidelijke wijze was geïnformeerd over het aan de behandeling verbonden risico, niet gekozen zou hebben voor de behandeling, zo volgt uit de rechtspraak. Cliënte heeft gesteld en onderbouwd dat zij van de behandeling zou hebben afgezien als zij van het risico op onregelmatigheden op haar benen had geweten. Zij heeft immers toegelicht dat zij in dat geval slechts haar ogen had laten behandelen en niet de overige delen van haar gelaat en haar handen. Om die reden heeft cliënte van tevoren ook expliciet bij de arts geïnformeerd of zij onregelmatigheden op haar benen zou krijgen, hetgeen door de zorgaanbieder niet is betwist. Naar het oordeel van de commissie is hiermee voldoende komen vast te staan dat dit een belangrijke overweging voor cliënte is geweest om de behandeling al dan niet te laten uitvoeren en dat de (onjuiste) informatie van de arts haar ertoe heeft bewogen om de behandeling uit te laten voeren. De commissie verklaart dit onderdeel van de klacht dan ook gegrond. Door het oogsten uit de benen van cliënte is schade ontstaan; de bovenbenen van de cliënte zijn zichtbaar ontsierd met deuken en sporen, terwijl de behandeling al lang geleden heeft plaatsgevonden en een effectieve herstelbehandeling thans niet voorhanden lijkt. De commissie acht de zorgaanbieder hiervoor aansprakelijk en zal de schade ex aequo et bono bepalen op € 5.000,–.

Ten aanzien van het overgelegde medisch dossier overweegt de commissie als volgt. Cliënte heeft een uitdraai uit het programma ontvangen waarin haar medisch dossier is opgemaakt. Dit betreft een gebruikelijk en betrouwbaar programma waarbij wordt gewerkt met loggegevens. Anders dan cliënte veronderstelt, is het programma niet in Word opgemaakt. Cliënte is bang dat de zorgaanbieder achteraf dingen in haar medisch dossier heeft kunnen wijzigen of verwijderen, maar zij heeft daarvan geen concrete aanwijzingen. Weliswaar heeft zij gewezen op één zin uit een andere versie van het operatieverslag, maar daarvoor heeft de zorgaanbieder genoegzaam toegelicht dat dit berustte op een administratieve fout. Bovendien is gebleken dat de hoeveelheden en aantallen die daarin stonden niet zijn gewijzigd. Verder heeft de zorgaanbieder tijdens de interne klachtprocedure een overzicht verstrekt met de namen en functies van de personen die volgens de log gegevens het medisch dossier van cliënte hebben ingezien, met daarbij een toelichting. Cliënte heeft haar stelling dat sprake is geweest van onbevoegde inzage, gelet op het daartegen gemotiveerde verweer, onvoldoende onderbouwd.

Tot slot merkt de commissie op dat zij niet bevoegd is om over de klacht tegen de klachtenfunctionaris te oordelen. Ingevolge artikel 14, lid 1, van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz), in samenhang met artikel 3 van het reglement van de commissie kan een klacht worden ingediend over een gedraging jegens een cliënt in het kader van de zorgverlening. Nu de klacht van cliënte daar niet op ziet, en uitsluitend is gericht op het handelen van de onafhankelijk klachtenfunctionaris, acht de commissie zich niet bevoegd om over de klacht te oordelen.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie:

  • verklaart de klacht gegrond, voor wat betreft de onjuiste informatieverstrekking door de arts;
  • wijst een bedrag van € 5.000,– aan schadevergoeding toe;
  • verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van de klacht tegen de klachtenfunctionaris van de zorgaanbieder;
  • verklaart de klacht voor het overige ongegrond.

 

Daarnaast dient de zorgaanbieder overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van €52,50 aan de cliënt te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de zorgaanbieder aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Deze behandelingskosten worden geheel betaald.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Zelfstandige Klinieken, bestaande uit mevrouw mr. P.W.M. de Wolf MSM, voorzitter, mevrouw dr. M. van Hal, de heer mr. P.O.H. Gevaerts, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. N. Sewradj, secretaris, op 26 oktober 2023.