Commissie: Zorg Algemeen
Categorie: Behandelingsovereenkomst
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: bindend advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
1109143/1258457
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De cliënt had pijn in het gezicht en werd door de zorgaanbieder onderzocht, maar daar werd geen afwijking gezien en kreeg zij opnieuw een neusspray die niet hielp, terwijl bij een second opinion bleek dat er wél een afwijking op de eerste scan stond; de commissie oordeelt daarom dat de zorgaanbieder een onjuiste diagnose heeft gesteld en verklaart de klacht gegrond, maar omdat de behandeling wel is uitgevoerd krijgt de cliënt geen kosten terug, behalve het klachtengeld van € 52,50.
De volledige uitspraak
in het geschil tussen
[Naam], wonende te [woonplaats] (hierna te noemen: de cliënt)en
Acibadem International Medical Center, gevestigd te Amsterdam
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).
Onderwerp van het geschil
De cliënt heeft de klacht voorgelegd aan de zorgaanbieder.
Het geschil betreft het onzorgvuldig handelen van de zorgaanbieder ten aanzien van de diagnostiek.
Standpunt van de cliënt
Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De cliënt ervoer pijn in het gezicht, voornamelijk in de kaken en het voorhoofd. De klachten deden zich vooral voor tijdens vliegreizen. De cliënt is bij de zorgaanbieder onderzocht en er is een scan gemaakt. Hierop waren volgens de zorgaanbieder geen afwijkingen in de neusholtes zichtbaar. De cliënt kreeg wederom een neusspray voorgeschreven, ondanks dat eerdere neussprays geen effect hebben gehad. Het leek alsof de klachten van de cliënt niet serieus werden genomen.
De cliënt heeft een second opinion bij een andere zorgaanbieder ondergaan. Daar werd geconstateerd dat het neusslijmvlies van de cliënt was opgezwollen. De arts heeft de bij de zorgaanbieder gemaakte scan opgevraagd, waaruit bleek dat dit probleem ook op de scan duidelijk zichtbaar was. De arts legde uit dat het probleem niet in de holtes zat, zoals de zorgaanbieder had gesuggereerd, maar elders in de neus, waardoor neussprays geen oplossing zouden bieden. Ook heeft de zorgaanbieder een te beperkt gebied onderzocht. Verder heeft de zorgaanbieder gesuggereerd dat sprake was van allergieën, waarvan bij de second opinion ook geen sprake bleek te zijn.
Deze gang van zaken roept bij de cliënt vragen op over de kwaliteit van de diagnose en het onderzoek. Ondanks herhaalde uitleg over het falen van eerdere behandelingen, werd de cliënt steeds teruggestuurd met hetzelfde advies zonder dat dieper werd ingegaan op de klachten, of naar alternatieve oorzaken werd gezocht.
Nu wordt de cliënt geconfronteerd met een rekening van de zorgaanbieder, terwijl de cliënt van mening was dat de behandeling onvoldoende was en zij niet adequaat is geholpen. De cliënt wenst serieus genomen te worden en wil een herbeoordeling van de situatie bij de zorgaanbieder.
Standpunt van de zorgaanbieder
De zorgaanbieder heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid verweer te voeren, ondanks daartoe uitdrukkelijk in de gelegenheid te zijn gesteld.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Op basis van de stukken en het verhandelde ter zitting stelt de commissie vast dat de zorgaanbieder een onjuiste diagnose heeft gesteld. Uit de door partijen overgelegde beeldvorming volgt immers dat sprake is van concha media bullosa (luchtkamer in de neusschelp). De arts van [naam kliniek], die in het kader van een second opinion onderzoek heeft verricht, heeft geconcludeerd dat deze aandoening reeds zichtbaar was op de door de zorgaanbieder vervaardigde scan.
De zorgaanbieder heeft deze bevindingen niet, althans onvoldoende, weersproken. De commissie ziet dan ook geen aanleiding om te twijfelen aan de conclusies van [naam kliniek] en volgt deze. De commissie komt derhalve tot het oordeel dat de zorgaanbieder een onjuiste diagnose heeft gesteld, dan wel dat de diagnose concha media bullosa ten onrechte niet is onderkend.
Dit oordeel brengt echter niet mee dat de cliënt aanspraak kan maken op restitutie van de kosten van de initiële behandeling. Vaststaat dat deze behandeling daadwerkelijk is uitgevoerd, zij het op basis van een onjuiste diagnose. Nu de cliënt geen andere schadeposten heeft gevorderd, ziet de commissie geen grond voor toewijzing van enige schadevergoeding. De vordering van de cliënt wordt dan ook afgewezen.
Nu de klacht door de commissie gegrond wordt verklaard, dient de zorgaanbieder op grond van het Reglement Geschillencommissie Zorg Algemeen het door de cliënt betaalde klachtengeld aan de cliënt te vergoeden.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie:
– verklaart de klacht van de cliënt gegrond;
– wijst de vordering tot terugbetaling van de kosten voor de behandeling af;
– bepaalt dat de zorgaanbieder het door de cliënt betaalde klachtengeld van € 52,50 aan de cliënt dient te vergoeden binnen 14 dagen na verzending van dit bindend advies.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Zorg Algemeen, bestaande uit de heer mr. H.A. van Gameren, voorzitter, de heer dr. F.J.M. Disch, de heer mr. R.P. Gerzon, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. S.M.E. Balfoort, secretaris, op 11 december 2025.