Niet gebleken dat ziekteverloop cliënte door verwijtbaar handelen of nalaten zorgaanbieder komt

  • Home >>
  • Ziekenhuizen >>
De Geschillencommissie Zorg
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Ziekenhuizen    Categorie: Kwaliteit dienstverlening    Jaartal: 2023
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 200492/204937

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Het geschil betreft de kwaliteit van de zorg die de zorgaanbieder aan de cliënte heeft geleverd. Klager verwijt de zorgaanbieder dat de zorgaanbieder niet met de voorgeschreven regelmaat het bloed van de cliënte heeft gecontroleerd, zoals voorgeschreven in de bijsluiter. Verder verwijt klager de zorgaanbieder dat de zorgaanbieder cliënte niet tijdig met een ambulance heeft laten ophalen. Hoewel de commissie goed kan invoelen dat het plotselinge leverfalen van de cliënte voor klager zeer verdrietig en traumatisch is geweest is de commissie niet gebleken dat aan het ziekteverloop van de cliënte enig verwijtbaar handelen of nalaten van de zorgaanbieder ten grondslag ligt. De klacht is ongegrond verklaard.

De uitspraak

in het geschil tussen

[naam], wonende te Zwolle (hierna te noemen: klager), echtgenoot en nabestaande van [naam] (hierna te noemen: de cliënte)

en

Stichting holding Isala Klinieken, gevestigd te Zwolle
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Ziekenhuizen (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 8 mei 2023 te Utrecht.

Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen.

Klager heeft ter zitting zijn standpunt toegelicht. De zorgaanbieder is niet verschenen.

Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft de kwaliteit van de zorg die de zorgaanbieder aan de cliënte heeft geleverd. Klager verwijt de zorgaanbieder dat hij niet met de voorgeschreven regelmaat het bloed van de cliënte heeft gecontroleerd en hij haar niet tijdig met een ambulance heeft laten ophalen.

Standpunt van klager
Voor het standpunt van klager verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De cliënte leed aan de ziekte van Kahler. Na een stabiele periode van ongeveer vijf jaar liet de hematoloog van de zorgaanbieder de cliënte op 26 oktober 2020 weten dat er weer een behandeling nodig was en zij opnieuw een chemokuur moest volgen. Gekozen werd voor lenalidomide in combinatie met dexamethason. De eerste kuur zou 21 dagen duren maar de cliënte reageerde erg slecht op de kuur. Klager heeft steeds met het ziekenhuis gebeld om zijn zorgen te uiten en ondersteuning te vragen. Klager had de indruk dat hij niet serieus werd genomen en er niet naar hem werd geluisterd.

Met de gezondheid van de cliënte ging het steeds slechter. Op 17 november 2020 heeft klager uiteindelijk zelf een ambulance gebeld zodat de cliënte in het ziekenhuis kon worden gezien. Haar toestand bleek toen zeer slecht. Dit bleek echter geen gevolg te zijn van de progressie van de ziekte maar van de bijwerkingen van de medicatie. De medicatie heeft tot ernstig leverfalen geleid waardoor de cliënte op
29 november 2020 is overleden.

Klager begrijpt niet waarom de zorgaanbieder de gevolgen van de toediening van de medicatie niet beter heeft gemonitord. Uit de bijsluiter van lenalidomide is klager gebleken dat wekelijks een bloedonderzoek had moeten worden uitgevoerd. Dit is bij de cliënte om voor klager onduidelijke redenen nagelaten. Eerder onderzoek had kunnen aantonen dat met de medicatie gestopt had moeten worden zodat de fatale lever schade had kunnen worden voorkomen. Voorts begrijpt klager niet waarom de zorgaanbieder niet eerder een ambulance heeft laten komen toen hij, bij herhaling, zijn zorgen over de gezondheidstoestand van de cliënte uitte.

Klager heeft zijn klachten voorgelegd aan de klachtenonderzoekscommissie van de zorgaanbieder. Die klachtencommissie heeft zijn klachten ongegrond verklaard. De Raad van bestuur van de zorgaanbieder heeft het advies van de klachtencommissie gevolgd. Klager is het niet met die uitspraak en dat standpunt eens om welke reden hij een uitspraak van de commissie vraagt. Klager krijgt er zijn echtgenote niet mee terug maar hoopt dat een erkenning van zijn klachten ertoe kan leiden dat andere patiënten en hun familieleden eenzelfde lijden bespaard zal blijven.

Standpunt van de zorgaanbieder
Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Vooraf wenst de zorgaanbieder te benadrukken dat de behandeling van de cliënte een onverwacht schokkend beloop heeft gehad. De zorgaanbieder begrijpt goed dat klager het beloop probeert te begrijpen door het stellen van vragen maar soms is het helaas niet mogelijk om bevredigende antwoorden te geven om een bepaald beloop te kunnen verklaren. De zorgaanbieder betreurt dit ten zeerste.

De cliënte is in 2016 gediagnosticeerd met multipel myeloom (ziekte van Kahler), waarvoor zij behandeld is. Zij is vervolgens onder controle gebleven bij de afdeling interne geneeskunde van de zorgaanbieder. Uit onderzoeken in juni en augustus 2020 bleek dat sprake was van een progressie van de ziekte. Op 26 oktober 2020 heeft de hematoloog van de zorgaanbieder met de cliënte en haar zoon de behandelmogelijkheden besproken. Gekozen werd voor de combinatie van lenalidomide en dexamethason. Co-trimoxazol werd in een lage dosis als ondersteunende behandeling gegeven ter voorkomen van een longontsteking.

De zorgaanbieder heeft de zorgen en vragen van klager steeds serieus genomen, hulp aangereikt en ‘vinger aan de pols gehouden’. Zo heeft de hematoloog op 11 november 2020 telefonisch contact opgenomen met de cliënte en een verandering van het innametijdstip van de medicatie besproken in combinatie met de door de huisarts voorgeschreven slaapmedicatie. Toen klager op 15 november 2020 de nachtdienst belde heeft de zorgaanbieder aangeboden om een ambulance te laten komen. Op 17 november 2020 heeft de hematoloog telefonisch contact opgenomen met klager en in overleg met de huisarts de cliënte met een ambulance naar het ziekhuis laten komen. Tijdens de opname verslechterde de toestand van de cliënte en ontstond een gestoorde leversynthesefunctie.

Een uitgebreid onderzoek door de MDL (Maag Darm Lever) -arts toonde geen oorzaak aan. Met de medicatie werd gestopt. De toestand van de cliënte verbeterde echter niet en op 27 november 2020 is zij naar huis toe ontslagen met intensieve palliatieve zorg. De cliënte is op 29 november 2020 thuis overleden. Op 9 juni 2021 heeft een nagesprek met klager plaatsgevonden. Klager heeft hierna vragen en klachten geformuleerd die uitvoerig door de klachtenonderzoekscommissie zijn behandeld.

De zorgaanbieder stelt zich op het standpunt dat de cliënte volgens protocol is behandeld en de behandeling volgens de daarvoor geldende richtlijnen is verlopen. Het was helaas niet te voorzien dat de behandeling zou leiden tot een onverwacht en snel leverfalen. De uitgebreide analyse en consultatie van de MDL-arts toonde geen oorzaak voor de gestoorde leversynthesefunctie. De diagnose toxisch medicamenteuze leverschade (als gevolg van het gebruik van lenalidomide) wordt wel het meest waarschijnlijk geacht maar staat niet vast. Levernecrose is een uiterst zeldzame en ook zeer ernstige bijwerking van verschillende medicamenten. Of en wanneer dat zou kunnen ontstaan is onvoorspelbaar. De bloedcontroles (hematologie en leverfuncties) bij aanvang van de behandeling op 26 oktober 2020 waren normaal en gaven geen reden om vaker dan standaard per vier weken bloedwaarden te controleren.

Zonder afbreuk te willen doen aan de herinneringen van klager merkt de zorgaanbieder op dat uit het medisch dossier van de cliënte blijkt dat in de nacht van 15 op 16 november 2020 is aangeboden een ambulance te laten komen. Op 17 november 2020 heeft de hematoloog de huisarts gewaarschuwd die een ambulance voor de cliënte heeft gebeld. De zorgaanbieder is dan ook van mening dat hij zorgvuldig ten opzichte van de cliënte en klager heeft gehandeld. De zorgaanbieder sluit af met te benadrukken dat de deur voor klager open blijft staan voor een nader gesprek.

Beoordeling van het geschil
De cliënte is overleden tijdens de behandeling die een progressie van haar ziekte (de ziekte van Kahler) noodzakelijk maakte. Tijdens die behandeling, die een combinatie van medicijnen inhield, is de cliënte overleden aan de gevolgen van leverfalen.

Klager verwijt de zorgaanbieder:
1. dat niet wekelijks de bloedwaarden van de cliënte zijn gecontroleerd;
2. het niet tijdig sturen van een ambulance.

De commissie heeft het volgende overwogen.

Niet wekelijks controleren bloedwaarden
Klager heeft aangevoerd dat op grond van de bijsluiter van het middel lenalidomide de bloedwaarden van de cliënte wekelijks hadden moeten worden onderzocht. De zorgaanbieder heeft daartegen aangevoerd dat bij de aanvang van de behandeling op 26 oktober 2020 de bloedwaarden van de cliënte geen reden gaven tot een hogere frequentie van de bloedcontroles dan de gebruikelijke frequentie van éénmaal per vier weken. De commissie kan zich in die toelichting vinden. Uit het medische dossier van de cliënte blijkt dat er geen bijzonderheden bleken uit het op 26 oktober 2020 uitgevoerde bloedonderzoek. Er waren geen signalen die duidden op een verminderde leverfunctie waarmee er geen indicatie bestond voor aanvullende onderzoeken.

Hoewel de commissie goed kan invoelen dat het plotselinge leverfalen van de cliënte voor klager zeer verdrietig en traumatisch is geweest is de commissie niet gebleken dat aan het ziekteverloop van de cliënte enig verwijtbaar handelen of nalaten van de zorgaanbieder ten grondslag ligt. De zorgaanbieder heeft de cliënte de juiste behandeling die paste bij de progressie van haar ziektebeeld aangereikt en die behandeling op juiste wijze gemonitord en begeleid.

Te laat sturen van ambulance
Klager heeft gesteld dat de zorgaanbieder, ondanks zijn dringende verzoek daartoe, geen ambulance heeft willen sturen om de cliënte op te halen. De zorgaanbieder heeft aangevoerd dat tweemaal is aangeboden om een ambulance te sturen. Wat dit betreft lopen de lezingen van partijen uiteen. De zienswijze van de zorgaanbieder wordt echter gesteund door het medisch dossier. Hoewel de commissie niet twijfelt aan de oprechtheid van de verklaring en de perceptie van klager op dit punt dient zij het medisch dossier als uitgangspunt en als leidend te beschouwen.

Uit het medisch dossier blijkt dat de zorgaanbieder op 15 november 2020 heeft voorgesteld een ambulance te sturen en op 17 november 2020, na overleg met de huisarts, een ambulance heeft laten sturen om de cliënte op te halen en op te nemen. De commissie is dan ook van oordeel dat de zorgaanbieder op juiste wijze heeft gereageerd op de zorgen die klager over de gezondheid van de cliënte heeft geuit.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat niet is gebleken dat de zorgaanbieder zich onvoldoende voor de cliënte heeft ingespannen of bij die inspanning een fout heeft gemaakt. De zorgaanbieder heeft gehandeld zoals van een redelijk handelend zorgverlener in vergelijkbare omstandigheden verwacht mag worden. De commissie zal de klachten van klager dan ook ongegrond verklaren.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie verklaart de klachten van klager ongegrond en wijst het door hem verzochte af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit de heer mr. A.R.O. Mooy, voorzitter, mevrouw dr. K.M.A.J. Tytgat en de heer J. Donga, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. J.C. Quint, secretaris, op 8 mei 2023.