Commissie: Zorg Algemeen
Categorie: -
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: bindend advies
Uitkomst: onbevoegd
Referentiecode:
892596/1034661
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Een klager diende een klacht in tegen een zorgboerderij die een melding bij Veilig Thuis zou hebben gedaan zonder de meldcode zorgvuldig te volgen. Volgens de klager is de melding gedaan zonder dat er hoor en wederhoor heeft plaatsgevonden en zonder dat zorgen inhoudelijk met hem zijn besproken. Hij had geprobeerd in gesprek te gaan met de zorgboerderij, maar kreeg als antwoord dat hij maar een klacht moest indienen. De Geschillencommissie Zorg Algemeen heeft zich echter onbevoegd verklaard om de klacht inhoudelijk te behandelen. De klacht is namelijk gericht tegen een zorgboerderij die niet bij deze commissie is aangesloten. De overkoepelende organisatie – Stichting Samenwerkende Zorgboeren Zuid (SZZ) – is wél aangesloten, maar heeft zelf geen behandelrelatie met de klager. De commissie oordeelt daarom dat het handelen van de zorgboerderij niet via SZZ behandeld kan worden. De klager is doorverwezen naar de Klachtencommissie Landbouw en Zorg, waar aangesloten zorgboerderijen onder vallen. De commissie betreurt dat deze verwijzing niet eerder is gedaan, waardoor de klager onnodig lang op behandeling van zijn klacht heeft moeten wachten.
De uitspraak
in het geschil tussen
[naam], wonende te [plaatsnaam] (hierna te noemen: de klager)en
Stichting Samenwerkende Zorgboeren Zuid, gevestigd te Waalwijk
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).
Behandeling van het geschil
Uit de stukken blijkt dat eerst dient te worden vastgesteld of de commissie bevoegd is het geschil te behandelen.
De Geschillencommissie Zorg Algemeen (verder te noemen: de commissie) heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.
De behandeling heeft plaatsgevonden op 18 juni 2025 te Utrecht.
Partijen zijn niet voor de zitting opgeroepen.
Onderwerp van het geschil
De klager verwijt [naam zorgboederij] dat zij een melding bij Veilig Thuis heeft gedaan zonder de meldcode te volgen.
Standpunt van de klager
Voor het standpunt van de klager verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De klacht heeft betrekking op het indienen van een Veilig Thuis-melding door [naam zorgboederij] over de situatie van de klager. De klager is van oordeel dat de meldcode Veilig Thuis onjuist is gevolgd. Dit betreft met name het niet zorgvuldig doorlopen van de noodzakelijke stappen, waaronder het bespreken van zorgen met de klager (hoor en wederhoor) en het zorgvuldig wegen van feiten en interpretaties.
De klager heeft [naam zorgboerderij] per mail verzocht, en hiermee de kans gegeven, om op inhoud een gesprek te voeren. [naam zorgboerderij] heeft hieraan geen gehoor gegeven en hem direct op de optie gewezen om een klacht in te dienen.
Standpunt van de zorgaanbieder
Uit de stukken blijkt dat niet [naam zorgboerderij], maar de overkoepelende organisatie waar de zorgaanbieder onder valt, te weten de stichting Samenwerkende Zorgboeren Zuid (hierna: SZZ), door de Geschillencommissie om een reactie op de klacht is gevraagd. De SZZ heeft in een schriftelijke reactie laten weten dat SZZ een stichting is die als hoofdaannemer zorg levert via de bij haar aangesloten kleinschalige zorgondernemingen, waaronder zorg onder de Wet langdurige zorg.
Voor de levering van deze zorg heeft SZZ contracten afgesloten met het zorgkantoor en is SZZ verantwoordelijk voor de groep cliënten die Zorg in natura ontvangt. In het contract wat SZZ met de zorgondernemingen heeft afgesloten is afgesproken dat de zorgondernemingen voor al hun cliënten in zorg gebruik kunnen maken van het klachtrecht en de geschillencommissie van de Federatie Landbouw en Zorg (FLZ). Dat betekent in dit geval dat de klager zijn klacht kan voorleggen aan de onafhankelijke klachtencommissie en/of geschillencommissie van FLZ. SZZ heeft inmiddels klager gesproken en hem over het alternatief geïnformeerd.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De klager heeft het geschil ingediend tegen [naam zorgboerderij]. Aangezien [naam zorgboerderij] niet is aangesloten bij De Geschillencommissie Zorg Algemeen, heeft het bureau van de commissie de overkoepelende organisatie, Stichting Samenwerkende Zorgboeren Zuid, als verweerder aangemerkt. SZZ is wél aangesloten bij de commissie. Alle correspondentie is vervolgens met SZZ gevoerd en het verweer is namens SZZ ingediend. De klager heeft op het verweer van SZZ gereageerd.
De commissie constateert dat de klacht betrekking heeft op het handelen van [naam zorgboerderij]. [naam zorgboederij] is een zelfstandige zorgaanbieder en een afzonderlijke rechtspersoon. De zorgrelatie en de bijbehorende behandelingsovereenkomst zijn tot stand gekomen tussen de klager en [naam zorgboerderij]. Er bestaat geen behandelrelatie tussen de klager en SZZ.
Hoewel SZZ bij de commissie is aangesloten en optreedt als hoofdaannemer van zorg, betekent dit niet dat zij daarmee zonder meer verantwoordelijk is voor het handelen van de bij haar aangesloten zorgaanbieders. Er is geen sprake van een rechtstreekse behandelrelatie tussen klager en SZZ. Dat betekent dat de commissie zich, ondanks de aansluiting van SZZ, onbevoegd acht om het geschil inhoudelijk te behandelen.
Daarbij merkt de commissie op dat [naam zorgboerderij] niet is aangesloten bij De Geschillencommissie Zorg Algemeen en dat de klacht dus ook niet tegen [naam zorgboerderij] kan worden ingenomen. Uit de informatie zoals gegeven door de SZZ in het verweerschrift en te vinden op de website van SZZ, dient de klager zich te wenden tot de Klachtencommissie Landbouw en Zorg.
De commissie betreurt het dat het niet is gelukt de klager eerder naar de juiste klachtinstantie door te verwijzen, toen duidelijk werd dat de bemiddelingsgesprekken tussen hem en de zorgaanbieder niet tot een oplossing zouden leiden, en het zodoende lang duurt voor de klacht van klager inhoudelijk behandeld kan worden.
Op grond van het voorgaande acht de commissie zich onbevoegd het geschil te behandelen.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie verklaart zich onbevoegd het geschil te behandelen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Zorg Algemeen, bestaande uit mevrouw mr. S.W.M. Speekenbrink, voorzitter, de heer R. Simons, de heer mr. P.O.H. Gevaerts, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. M. Gardenier, secretaris, op 18 juni 2025.