Klager ontvankelijk ondanks te late indiening

De Geschillencommissie Zorg




Commissie: Ziekenhuizen    Categorie: (Niet) Ontvankelijkheid    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: voorbeslissing   Uitkomst: ontvankelijk   Referentiecode: 1222928/1314863

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De klager vindt dat het ziekenhuis fouten heeft gemaakt bij de zorg voor zijn zoon, die later is overleden. Hij zegt dat onderzoeken te laat zijn gedaan, dat er onvoldoende controle was en dat het personeel te laat reageerde toen zijn zoon wegviel. Hij vraagt schadevergoeding. De commissie moest eerst bekijken of de klacht op tijd was ingediend. Hoewel de klacht te laat was, vindt de commissie dat de klager daarvoor een goede reden had, namelijk problemen met het regelen van rechtshulp. Daarom mag de klager zijn klacht toch indienen. De commissie behandelt de inhoud van de klacht later.

De volledige uitspraak

in het geschil tussen

de heer [naam], wonende te [plaatsnaam] (hierna te noemen: de klager)

en

Reinier de Graaf Groep, gevestigd te Delft
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de zorgverlening aan de overleden zoon van de klager. Eerst dient de commissie te beoordelen of de klager in het geschil ontvankelijk is.

Standpunt van de klager

Voor het standpunt van de klager verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De klacht van de klager ziet op ontoereikende behandeling en verzorging van zijn overleden zoon (hierna te noemen: de cliënt). De cliënt is twee weken opgenomen geweest bij de zorgaanbieder, in afwachting van een operatie in het [naam ziekenhuis]. De klacht ziet op het uitstellen van een hartkatheterisatie wegens koorts bij de cliënt, terwijl eerder koortsverlagende medicatie gegeven had kunnen worden. Ook was sprake van een gebrek aan monitoring, terwijl de cardioloog daartoe wel opdracht had gegeven. Verder is geen anti-stollingsmedicatie verstrekt. Ook is te laat gereageerd op het wegvallen van de cliënt, vlak voor zijn overlijden.

De klager vordert een schadevergoeding van € 7.000,-, ter vergoeding van de kosten van de uitvaart, de kosten van de advocaat en de levenslange psychische schade die de klager heeft opgelopen.

Standpunt van de zorgaanbieder

Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De zorgaanbieder beroept zich op niet-ontvankelijkheid van de cliënt.

In het claimtraject is op 28 mei 2024 aansprakelijkheid afgewezen. De klager heeft echter pas op 23 juni 2025 een klacht bij de commissie aanhangig gemaakt. Nu er meer dan een jaar verstreken is tussen het kenbaar maken van het aansprakelijkheidsstandpunt op 28 mei 2024 en het aanhangig maken van de klacht bij de commissie op 23 juni 2025 beroept het ziekenhuis zich hierbij op artikel 6 lid 1 sub c van het Reglement Geschillencommissie Ziekenhuizen.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Op grond van artikel 6 lid 1 sub c van het Reglement Geschillencommissie Ziekenhuizen kan de commissie op verzoek van het ziekenhuis – gedaan bij eerste gelegenheid – een cliënt in de klacht niet ontvankelijk verklaren indien de cliënt het geschil niet binnen 12 maanden na afhandeling van de klacht door het ziekenhuis, bij de commissie aanhangig heeft gemaakt.

De claim van de klager is op 28 mei 2024 afgerond. De klager heeft het geschil op 23 juni 2025 bij de commissie aanhangig gemaakt.

Nu de termijnoverschrijding slechts gering is (minder dan een maand) en de klager hiervoor een naar het oordeel van de commissie gegronde reden heeft aangedragen, te weten problematiek rondom het inschakelen van rechtshulp, is deze termijnoverschrijding niet aan de klager tegen te werpen.

Op grond van het voorgaande is de cliënt ontvankelijk in de klacht. De inhoudelijke behandeling van de klacht zal plaatsvinden op een nader aan de klager en de zorgaanbieder bekend te maken datum en tijdstip.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De klager wordt in de klacht ontvankelijk verklaard.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit de heer mr. dr. B. Wallage, voorzitter, de heer dr. M.E.W. Hemels, de heer mr. P.O.H. Gevaerts, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. S.M.E. Balfoort, secretaris, op 6 februari 2026.