Klager is niet-ontvankelijk door eerder vonnis van rechtbank

De Geschillencommissie Zorg
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Gehandicaptenzorg    Categorie: (Niet) Ontvankelijkheid    Jaartal: 2021
Soort uitspraak: niet-ontvankelijkverklaring   Uitkomst: niet-ontvankelijk   Referentiecode: 16021/22088

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De klager klaagt over de kwaliteit van de zorgverlening door de zorgaanbieder. Volgens het reglement van de Geschillencommissie Gehandicaptenzorg verklaart de commissie de cliënt in zijn geschil ambtshalve niet ontvankelijk als het om een geschil gaat waarover de cliënt al bij de rechter een procedure aanhangig heeft gemaakt of waarin al een uitspraak over de inhoud door de rechter is gedaan. Dat is hier het geval. De rechtbank heeft in een vonnis van december 2020 het gevorderde van de klager afgewezen. Daarnaast zijn de klachten die de klager bij de rechtbank heeft ingediend identiek aan de klachten in het geschil bij de commissie. Op grond hiervan oordeelt de commissie dat de klager niet-ontvankelijk is in zijn klacht. Het geschil wordt niet verder behandeld en er wordt geen inhoudelijk oordeel gegeven door de commissie.

Volledige uitspraak

In het geschil tussen
[Naam cliënte], wonende te [woonplaats], gemachtigde: [naam], (hierna te noemen klager),

en

Stichting Cordaan Groep, gevestigd te Amsterdam (hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil
De Geschillencommissie Gehandicaptenzorg (verder te noemen: de commissie) heeft kennis genomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 25 maart 2021 te Den Haag.

Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen.

Ter zitting werd de zorgaanbieder vertegenwoordigd door [naam], locatie manager en [naam], teammanager. Cliënte was ter zitting niet aanwezig.

Beoordeling van het geschil
Namens cliënte is door klager een klacht bij de commissie ingediend over de kwaliteit van de zorgverlening aan cliënte door de zorgaanbieder. Op 2 juni 2020 heeft de commissie een tussenadvies uitgebracht in dit geschil.

Het tussenadvies is hieronder ingevoegd.

 

Onderwerp van het geschil
Namens de cliënte heeft [naam gemachtigde] als de mentor en in deze ook gemachtigde van de cliënte de klacht voorgelegd aan de zorgaanbieder.

Het geschil betreft de uitvoering van de behandelovereenkomst door de zorgaanbieder.

Standpunt van de cliënte
Voor het standpunt van de cliënte verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De gemachtigde beklaagt zich over handelingen en nalatigheden van de zorgaanbieder, die onjuist zijn en waardoor hij zijn taak als mantelzorger niet naar behoren kan uitvoeren. De klacht betreft de volgende klachtonderdelen:

a. De zorgaanbieder is onzorgvuldig geweest bij de aangifte van verhuizing van de cliënte van de gemeente Veenendaal naar Amsterdam.
b. De zorgaanbieder is onzorgvuldig geweest bij het verstrekken van het wifi-wachtwoord.
c. Ten onrechte wekt de zorgaanbieder de indruk dat het zorgplan zonder medewerking van de mentor kan worden vastgesteld als niet is vastgesteld dat de cliënte voldoende wilsbekwaam is om die rechtshandeling te verrichten. Ten onrechte wekt de zorgaanbieder de indruk dat het zeven dagen vooraf meedelen van datum, tijd en plaats van de bespreking zonder de mogelijkheid van verplaatsing van de bespreking, voldoet aan artikel 8.1.1 lid 1 van de Wet langdurige zorg (Wlz).
d. Ten onrechte heeft de zorgaanbieder niet voldaan aan het bepaalde in artikel 8.1.1 lid 6 Wlz.
e. Ten onrechte heeft zorgaanbieder niet voldaan aan het bepaalde in artikel 8.1.1 lid 7 Wlz.
f. Ten onrechte heeft de zorgaanbieder geen schriftelijke zorgovereenkomst gesloten.
g. De zorgaanbieder is onzorgvuldig geweest bij het regelen van vervoer van en naar de tandarts en het verkrijgen van de vervoerspas.
h. Ten onrechte heeft de zorgaanbieder geen rekening gehouden met zijn keuze voor een ander ziekenhuis dan het ziekenhuis waarnaar de cliënte overgebracht werd.
i. Ten onrechte heeft de zorgaanbieder geen vervoer geregeld om de cliënte vanuit het ziekenhuis terug te brengen.
j. Ten onrechte blijft de zorgaanbieder sigaretten geven aan de cliënte.
k. Ten onrechte heeft de zorgaanbieder niet tijdig op de door hem namens cliënte ingediende klacht gereageerd.
l. Ten onrechte heeft de zorgaanbieder de tandheelkundige behandeling van de cliënte zonder overleg met de mentor van de cliënte opgeschort.
m. Ten onrechte weigert de zorgaanbieder aan de mentor de gevraagde informatie te verschaffen waardoor deze zijn wettelijke taak als mentor niet goed kan nakomen.
n. Ten onrechte heeft de zorgaanbieder geen inzage in of afschrift van het zorgdossier gegeven en ten onrechte erkent de zorgaanbieder de mentor niet, waardoor deze in zijn taakuitoefening wordt belemmerd.
o. Ten onrechte heeft de zorgaanbieder in haar reactie op de klacht niet voldaan aan het bepaalde in artikel 18 lid 5 Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg.
p. De klachtenfunctionaris van de zorgaanbieder voldoet niet aan het bepaalde in artikel 15 lid 2 Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz).

De gemachtigde vordert € 5.000,– als vergoeding voor door hem als mentor genomen moeite en gemaakte kosten die door het (onjuist) handelen of nalaten van de zorgaanbieder bij de uitvoering van de zorgovereenkomst zijn veroorzaakt.

De gemachtigde heeft op 28 januari 2020 te kennen gegeven dat hij de door hem op 28 november 2019 bij de commissie ingediende klacht wenst in te trekken, omdat hij geen vertrouwen meer heeft in de wijze waarop deze klacht wordt behandeld. Hij verwacht niet dat de commissie een eerlijke en deskundige uitspraak binnen een redelijke termijn zal doen en wenst zijn klacht aan de burgerlijke rechter voor te leggen.

Standpunt van de zorgaanbieder
Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. Nadat de zorgaanbieder bij wijze van verweer had verwezen naar haar conclusie inzake het inmiddels bij de civiele rechter aanhangig gemaakte geding, is zij alsnog schriftelijk, puntsgewijs op klachten ingegaan.

In de kern komt het standpunt (puntsgewijs) op het volgende neer.

a. De zorgaanbieder heeft zich ingespannen de adreswijziging direct in orde te maken. Dat de procedure enig uitzoek werk met zich meebrengt, is niet onzorgvuldig, maar draagt bij aan een correcte en zorgvuldige afhandeling.
b. Het verstrekken van het Wifi-wachtwoord is direct in gang gezet, maar heeft helaas vertraging opgelopen, hetgeen de zorgaanbieder betreurt.
c. De zorgaanbieder herkent niet de indruk van klager die de uitnodiging voor een bespreking van het concept Verzorgingsplan bij hem heeft gewekt. Indien hij iets gewijzigd wilde zien, kon hij dat aangeven. Daarnaast werd aan de gemachtigde de mogelijkheid geboden een andere datum voor te stellen voor de bespreking van het zorgplan. Dan zou het gesprek zonder de behandelaren plaatsvinden.
d. en e. De zorgaanbieder weerspreekt het standpunt van de gemachtigde.
f. De zorgaanbieder weerspreekt het standpunt van de gemachtigde. De zorgovereenkomst die opgesteld is, is medio 2019 bij overgang naar een ander ICT-systeem helaas onvindbaar geraakt. Daarnaast blijkt dat bij de zorgovereenkomst het niet nodig is om rechtsgeldig een overeenkomst te sluiten. De hoofdregel is dat een overeenkomst vormvrij is. De inhoud van de zorgovereenkomst wordt uitgevoerd.
g. De zorgaanbieder heeft het initiatief genomen en zich ingespannen om een vervoerspas voor de cliënte te regelen. Echter, de gemachtigde heeft zich weinig coöperatief opgesteld en weinig medewerking getoond om dit op korte termijn, ruim voor de zomervakantie te kunnen realiseren.
h. Wanneer in verband met een crisis/spoed situatie behandeling in het verpleeghuis niet meer voldoende is, schaalt de behandelend arts direct op naar de spoedeisende hulp van een ziekenhuis. De gemachtigde is hierover door de arts geïnformeerd.
i. Na onderzoek in het ziekenhuis hebben de artsen aldaar aangegeven dat cliënte weer naar huis mag. Het is gebruikelijk dat wanneer de artsen in het ziekenhuis inschatten dat vervoer per ambulance vanuit zorgplicht niet noodzakelijk is, dat familie verantwoordelijk is om het vervoer te organiseren en cliënte terug te brengen naar huis. Indien nodig had overleg kunnen plaatsvinden, maar de zorgaanbieder werd pas achteraf geïnformeerd.
j. De zorgaanbieder stelt dat het de cliënte niet verboden kan worden om te roken.
k. De zorgaanbieder heeft conform de Wkkgz en de klachtenregeling gereageerd en gecommuniceerd naar de gemachtigde.
l., m. en n. De zorgaanbieder verwijst voor verweer naar het verweerschrift ten aanzien van het mentorschap en wilsbekwaamheid van de cliënte.
o. De zorgaanbieder was bezig met de behandeling van de ingediende klachten. Verwijzing naar de mogelijkheid om deze voor te leggen aan de geschillencommissie zou de volgende stap zijn geweest.
p. De cliëntvertrouwenspersoon in deze heeft volgens de klachtenregeling gehandeld en de klachten in behandeling genomen. De zorgaanbieder is van mening dat zij zich steeds ingespannen heeft de communicatie met de gemachtigde te zoeken en op een positieve manier te laten verlopen door hem diverse malen uit te nodigen in gesprek te gaan over zijn onvrede en klachten, hem antwoorden te geven op zijn vragen, zaken te regelen wanneer dat aangegeven wordt en tot gepaste oplossingen te komen. De gemachtigde is echter niet ingegaan op uitnodigingen voor een gesprek.

Ten slotte geeft de zorgaanbieder aan niet in te stemmen met intrekking van de klacht.

Beoordeling van het geschil
Ten aanzien van het verzoek van de gemachtigde tot intrekking van de klacht overweegt de commissie het volgende. De gemachtigde heeft op 28 november 2019 een klacht ingediend en daarbij te kennen gegeven dat hij van de commissie een bindend advies wenste in het kader van het Reglement van de Geschillencommissie Gehandicaptenzorg (hierna: het reglement). Op het vragenformulier dat de gemachtigde bij het indienen van de klacht heeft ingevuld en ondertekend, staat expliciet vermeld dat dit reglement van toepassing is. Ook is op het vragenformulier een link opgenomen naar de website van de commissie, waar het reglement is terug te vinden. Dit betekent dat de gemachtigde op de hoogte was van het reglement, althans dat hij wist of behoorde te weten dat hij de commissie om een bindend advies vroeg en aan de uitkomst daarvan is gebonden.
Ingevolge artikel 16 van het reglement wordt een geschil niet verder behandeld, indien de cliënt het geschil intrekt met instemming van de zorgaanbieder. Van instemming van de zorgaanbieder is in het onderhavige geval echter geen sprake. De commissie is dan ook van oordeel dat de klacht niet kan worden ingetrokken.
Dit betekent dat de commissie in zoverre bevoegd is en klager in zoverre in de klacht ontvankelijk dient te worden verklaard.

Daarnaast stelt de commissie het volgende vast.

Op 27 januari 2020 heeft de commissie de zorgaanbieder verzocht een verweerschrift in te dienen.
Op 24 februari 2020 heeft de zorgaanbieder uitstel verzocht voor het indienen van het verweerschrift, omdat de zaak inmiddels bij de rechtbank aanhangig is gemaakt.
De zorgaanbieder heeft op 10 maart 2020 toegezegd het verweerschrift uiterlijk 19 maart 2020 te zullen indienen. Op 20 maart 2020 is door de zorgaanbieder bij wege van verweer verwezen naar een bijgevoegde conclusie van de zorgaanbieder in de bij de rechtbank aanhangige zaak.
Op 24 maart 2020 is aan partijen bericht dat de behandeling van de zaak op 9 april 2020 in verband met de uitbraak van het coronavirus geen doorgang zal vinden.
Op 26 maart 2020 is aan partijen gevraagd of ze een mondelinge behandeling van het geschil wensen. Indien zij binnen 14 dagen daarna niet reageren, zal een zitting zonder partijen plaatsvinden.
Op 7 april 2020, dus twee dagen voordat de hiervoor genoemde termijn van 14 dagen is verstreken, heeft de zorgaanbieder een aanvullend verweerschrift ingediend, waarin inhoudelijk – zoals hierboven verkort is weergegeven – wordt ingegaan op de klachtonderdelen die de gemachtigde heeft genoemd.
Dit aanvullend verweerschrift is op 8 april 2020 naar de gemachtigde gestuurd.

De commissie is van oordeel dat onder deze omstandigheden niet kan worden uitgegaan van de instemming van de gemachtigde met een behandeling van de zaak buiten aanwezigheid van partijen. Dit klemt temeer daar hij niet de gelegenheid heeft gehad om op dit feitelijk tardief ingediende aanvullend verweerschrift te reageren. Daarom zal de commissie hem alsnog in de gelegenheid stellen om hetzij schriftelijk te reageren op het aanvullend verweerschrift, hetzij aan te geven dat hij alsnog een mondelinge behandeling van het geschil wenst. De commissie merkt daarbij op dat indien alsnog een mondelinge behandeling wordt gewenst, deze met de hoogst mogelijke spoed dient te worden ingepland. Ingeval de commissie van of namens de cliënte geen bericht ontvangt, wordt deze geacht op het een noch het ander prijs te stellen en zal de zaak alsnog op de overgelegde stukken worden afgedaan.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie

– stelt (de gemachtigde van) de cliënte in de gelegenheid om zich binnen vier weken na verzending van dit tussenadvies uit te laten:
a. over het aanvullend verweerschrift van 7 april 2020;
b. of door hem (alsnog) een mondelinge behandeling van het geschil wordt gewenst;

– bepaalt dat als de commissie binnen de hiervoor bedoelde termijn van vier weken geen bericht van (de gemachtigde van) de cliënte ontvangt, de commissie uitspraak zal doen op de thans overgelegde stukken.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

De hiervoor verlangde aanvullende informatie wordt na ontvangst door de commissie in afschrift aan de zorgaanbieder gezonden.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Gehandicaptenzorg, bestaande uit mevrouw mr. C.M.E. van der Hoeven, voorzitter, de heer drs. P. Quaedvlieg, mevrouw mr. O.A.M. Floris, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. N. Graumans, secretaris, op 2 juni 2020.

 

De commissie heeft kennisgenomen van de stukken.

Tijdens de behandeling ter zitting heeft de zorgaanbieder de commissie in kennis gesteld van een vonnis van de rechtbank van 23 december 2020 in de zaak van klager tegen de zorgaanbieder, waarin de rechtbank het gevorderde van klager heeft afgewezen.

Ingevolge artikel 5 sub b. van het reglement van de geschillencommissie gehandicaptenzorg verklaart de commissie de cliënt in zijn geschil ambtshalve niet ontvankelijk indien het een geschil betreft waarover de cliënt reeds bij de rechter een procedure aanhangig heeft gemaakt of waarin de rechter reeds een uitspraak over de inhoud heeft gedaan.

De commissie stelt vast dat de klachten waarover de rechtbank een oordeel heeft gegeven identiek zijn aan de klachten die de klager aan de commissie heeft voorgelegd.
Nu de rechter over de voorgelegde klachten reeds een oordeel heeft gegeven, zal de commissie, onder verwijzing naar artikel 5.b, klager ambtshalve niet ontvankelijk verklaren in zijn geschil.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De klager wordt in de klacht niet-ontvankelijk verklaard.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Gehandicaptenzorg, bestaande uit de heer mr. A.R.O. Mooy, voorzitter, de heer ir. N. Bomer, de heer S.P. de Paauw, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. W. Hartong van Ark, secretaris, op 25 maart 2021.