Commissie: Geestelijke Gezondheidszorg
Categorie: bejegening
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: bindend advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1310209/1324882
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Deze zaak gaat over een cliënt die klachten heeft over de manier waarop zij door een zorgaanbieder is behandeld. Volgens de cliënt werd zij jarenlang mishandeld en gemanipuleerd door medewerkers en anderen die volgens haar door de zorgaanbieder waren ingeschakeld. Ook stelde zij dat haar klachten niet serieus werden genomen, dat een gesprek werd geweigerd en dat zij een verkeerde diagnose en verkeerde medicatie had gekregen. De zorgaanbieder voerde aan dat de cliënt haar klachten niet duidelijk en concreet had omschreven, waardoor een inhoudelijke beoordeling binnen de interne klachtenprocedure moeilijk was. Hoewel de commissie twijfelde of de cliënt de interne klachtenprocedure volledig had doorlopen, besloot zij de zaak toch inhoudelijk te behandelen vanwege de persoonlijke omstandigheden van de cliënt. De commissie oordeelde vervolgens dat de klachten onvoldoende waren onderbouwd. Er ontbraken concrete feiten, data en omstandigheden die de klachten konden ondersteunen. Ook zag de commissie geen aanleiding voor nader onderzoek. Daarom verklaarde de commissie de cliënt wel ontvankelijk in haar klachten, maar werden alle klachten uiteindelijk ongegrond verklaard.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft de bejegening en het bieden van goede zorg door de medewerkers van de zorgaanbieder.
Standpunt van de cliënt
Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De cliënt stelt dat de zorgaanbieder haar martelt. Dit zou zijn gestart in 2013 toen de zorgaanbieder erachter is gekomen dat de cliënt een zesde zintuig heeft om machtsmisbruik te detecteren. De cliënt stelt dat de zorgaanbieder voor de marteling criminelen heeft ingehuurd. De cliënt stelt dat haar klachten niet serieus worden genomen, en dat de zorgaanbieder een gesprek weigert. De cliënt stelt dat de zorgaanbieder alleen werkt met criminelen die de instructies van de toxische leider volgen. De cliënt stelt bovendien dat de zorgaanbieder medewerkers gebruikt om met haar te flirten, om zo informatie te verkrijgen of om een hatelijk doel te bereiken. De cliënt stelt voorts dat de zorgaanbieder bij haar de verkeerde diagnose heeft gesteld, en verkeerde medicatie heeft gegeven om haar lichaam te vergiftegen. De cliënt wenst aangifte te doen tegen de zorgaanbieder.
Standpunt van de zorgaanbieder
Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De zorgaanbieder stelt zich primair op het standpunt dat de cliënt niet-ontvankelijk is in haar klacht omdat zij de interne klachtenprocedure zoals die geldt binnen de zorgaanbieder niet volledig heeft doorlopen. De zorgaanbieder stelt hiertoe dat nadat er met de cliënt -via bemiddeling door de klachtenfunctionaris- geen oplossing werd gevonden, zij een verzoek voor een formeel oordeel heeft ingediend bij de directie van de zorgaanbieder. Na bestudering van de klacht van de cliënt, is haar verzocht om haar klacht te concretiseren en te verduidelijken. Uit de grote hoeveelheid mails en documenten kan echter geen begrijpelijke, concreet onderbouwde klacht worden gedestilleerd. Als gevolg hiervan was het voor de zorgaanbieder niet mogelijk om een oordeel te geven over de klacht van de cliënt. Nu er door de zorgaanbieder geen oordeel is gegeven over de klacht van de cliënt, verzoekt de zorgaanbieder de commissie de cliënt niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 6 lid 1 sub a van het Reglement van de Geschillencommissie GGZ. De zorgaanbieder merkt in dit kader op dat indien de cliënt haar klacht beknopt en begrijpelijk weergeeft, zij alsnog zal overgaan tot het opstellen van een oordeel conform artikel 17 Wkkgz. De zorgaanbieder adviseert de cliënt om zich te laten bijstaan bij het herformuleren van de klacht.
De zorgaanbieder stelt zich subsidiair op het standpunt dat de klacht van de cliënt ongegrond moet worden verklaard. De zorgaanbieder stelt zich niet te herkennen in de door de cliënt beschreven aantijgingen over machtsmisbruik, martelen en manipulatie. Ook ziet de zorgaanbieder geen reden om aan te nemen dat er bij de cliënt verkeerde diagnoses zijn gesteld en dat er verkeerde medicatie is gegeven. De door de cliënt bij de commissie aangeleverde documenten bieden hiervoor onvoldoende onderbouwing.
De zorgaanbieder merkt tot slot op dat de cliënt zowel door haar behandelaren, de klachtenfunctionaris, de geneesheer-directeur als de directie meerdere malen in de gelegenheid is gesteld om haar klachten kenbaar te maken. Er is ook veelvuldig met de cliënt gesproken over haar klachten. De zorgaanbieder betreurt het dat dit alles niet heeft geleid tot een werkbare oplossing en het wegnemen van de klachten.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Ontvankelijkheid van de cliënt
De commissie dient eerst te beoordelen of de cliënt in haar klachten kan worden ontvangen, nu de zorgaanbieder in zijn verweerschrift een beroep heeft gedaan op niet-ontvankelijkheid onder verwijzing naar het bepaalde in artikel 6 lid 1 sub a van het Reglement van de Geschillencommissie GGZ (hierna: het reglement). De zorgaanbieder stelt zich op het standpunt dat de cliënt haar klachten niet eerst bij de zorgaanbieder heeft ingediend.
De commissie is op grond van de stukken van oordeel dat er vraagtekens bestaan of de cliënt de interne klachtenprocedure van de zorgaanbieder naar behoren heeft doorlopen alvorens haar klachten aan de commissie voor te leggen. De commissie overweegt dat dit, gelet op artikel 6 lid 1 sub a van het reglement van de commissie, in beginsel tot gevolg heeft dat de cliënt niet kan worden ontvangen in haar klachten. De commissie ziet echter aanleiding om dit formele gebrek te passeren en de klachten van de cliënt inhoudelijk te beoordelen. Hiertoe acht de commissie van belang dat uit de overgelegde stukken en de persoonlijke omstandigheden van de cliënt evident volgt dat zij niet goed in staat is haar klachten voldoende concreet en duidelijk te formuleren. De commissie houdt het ervoor dat de client daarvan geen verwijt treft en acht het in het belang van beide partijen dat door een inhoudelijke beslissing van de commissie een einde komt aan het geschil. Het verweer van de zorgaanbieder wordt dan ook verworpen, en de cliënt is ontvankelijk in haar klachten.
Inhoudelijke beoordeling
De commissie is van oordeel dat de klachten van de cliënt ongegrond moeten worden verklaard. De klachten betreffen geen voldoende geconcretiseerde feiten en omstandigheden waartegen de zorgaanbieder zich behoorlijk kan verweren. Zo ontbreken concrete data en een daaraan gekoppelde aanduiding van concrete feiten en omstandigheden. Voor zover de zorgaanbieder gemotiveerd verweer heeft gevoerd, is bovendien niet aannemelijk geworden dat er een reden is voor nader onderzoek naar de klachten van de cliënt, mede omdat de cliënt ervan heeft afgezien om zich in deze procedure te laten bijstaan, hoewel de aanbieder haar terecht had geadviseerd om zich wel te laten bijstaan.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klachten ongegrond zijn.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie:
‒ verklaart de cliënt ontvankelijk in haar klachten;
‒ verklaart de klachten ongegrond;
Aldus beslist door de Geschillencommissie Geestelijke Gezondheidszorg, bestaande uit de heer mr. L. Verheij, voorzitter, de heer drs. T. Knap, mevrouw mr. H.E.L. Loeffen, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. K.E. Heins, secretaris, op 13 april 2026.