Commissie: Ziekenhuizen
Categorie: Ontvankelijkheid
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: voorbeslissing
Uitkomst: niet-ontvankelijk
Referentiecode:
1310792/1316829
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De klaagster vindt dat het ziekenhuis in 2022 niet goed voor haar zoon heeft gezorgd en dat zij daardoor zelf psychische schade heeft opgelopen. Zij vraagt om schadevergoeding. De commissie kijkt eerst of zij haar klacht op tijd heeft ingediend. Omdat de interne klacht in oktober 2022 was afgerond en de klaagster pas in september 2025 naar de commissie stapte, is de termijn van twaalf maanden ruimschoots overschreden. De klaagster gaf geen geldige reden waarom zij te laat was. Daarom behandelt de commissie de zaak niet inhoudelijk en verklaart zij de klaagster niet‑ontvankelijk.
De volledige uitspraak
in het geschil tussen
Mevrouw [naam], wonende te [plaatsnaam] (hierna te noemen: de klaagster)
en
Stichting Flevoziekenhuis, gevestigd te Almere
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).
Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft de zorgverlening aan de zoon van de klaagster. Eerst dient de commissie te beoordelen of de klaagster in het geschil ontvankelijk is.
Standpunt van de klaagster
Voor het standpunt van de klaagster verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
In maart 2022 heeft een verpleegkundige van de kinderafdeling waar de zoon van de klaagster lag, niet de zorg geleverd die verwacht had mogen worden. De klaagster heeft hierover reeds een tuchtprocedure doorlopen, waarin zij in het gelijk is gesteld.
De klaagster vordert een schadevergoeding van € 25.000,-. Inmiddels is gebleken dat de klaagster door het handelen van de zorgaanbieder PTSS heeft opgelopen en daarvoor traumatherapie moet ondergaan. Mentaal zit zij aan de grond en is zij niet in staat om te werken.
Standpunt van de zorgaanbieder
Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De zorgaanbieder beroept zich op niet-ontvankelijkheid van de klaagster.
De klaagster heeft op 20 oktober 2022 bij het ziekenhuis een klacht ingediend die betrekking had op twee aspecten:
• Het eerste had betrekking op de kwaliteit van de zorgverlening aan haar in maart van dat jaar op de verpleegafdeling Kindergeneeskunde opgenomen zoontje.
• Het tweede had betrekking op de wijze waarop zijzelf (als bij haar zoontje ingeroomde ouder) door een verpleegkundige in de ochtend van 1 op 2 maart 2022 werd bejegend.
De klacht is in volle omvang door de klachtenfunctionaris conform de klachtenregeling behandeld. De behandeling van deze klacht is afgerond op 28 oktober 2022.
Met het op 19 september 2025 ingediende geschil beoogt de klaagster een beoordeling van de aspecten waarover zij de hiervoor genoemde klacht had ingediend. Inmiddels zijn echter meer dan twaalf maanden verstreken na afhandeling van de klacht door het ziekenhuis. Artikel 6 lid 1 sub c van het Reglement Geschillencommissie Ziekenhuizen bepaalt dat een geschil binnen die termijn aanhangig moet worden gemaakt en dat de klaagster anders niet-ontvankelijk is in haar klacht. Niet is gesteld of gebleken dat de klaagster redelijkerwijs geen verwijt zou treffen voor het niet tijdig indienen van het geschil.
Voor zover de klaagster niet reeds op voornoemde grond niet-ontvankelijk is, komt daar nog bij dat de klaagster in deze procedure voor het eerst stelt dat zijzelf ten gevolge van de verwijten schade heeft ondervonden. De cliënt heeft het ziekenhuis niet eerder laten weten dat zijzelf schade heeft ondervonden en dat zij het ziekenhuis hiervoor aansprakelijk stelt. Daarmee is op dit punt niet de interne klachtenprocedure van het ziekenhuis gevolgd dan wel beëindigd.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De commissie dient eerst te beoordelen of de klaagster in haar klacht kan worden ontvangen, alvorens het geschil inhoudelijk behandeld kan worden.
Het reglement van de commissie schrijft voor dat de commissie de klaagster op verzoek van de zorgaanbieder in haar klacht niet-ontvankelijk dient te verklaren indien zij haar geschil niet binnen twaalf maanden na de datum waarop zij de klacht bij de zorgaanbieder heeft ingediend, bij de commissie aanhangig heeft gemaakt (artikel 6, lid 1, sub b, van het reglement). Indien de termijnoverschrijding niet aan klaagster verweten kan worden, kan de commissie besluiten de klacht toch in behandeling te nemen (artikel 6, lid 2, van het reglement).
Niet weersproken is dat de klacht van de klaagster zoals ingediend bij de zorgaanbieder, is afgerond op 28 oktober 2022. De klaagster heeft zich vervolgens op 19 september 2025 tot de commissie gewend. Vanaf het moment van beëindiging van de interne klachtenprocedure bij de zorgaanbieder tot het aanhangig maken van het geschil zijn dan ook meer dan twaalf maanden verstreken.
De klaagster heeft geen feiten of omstandigheden gesteld waaruit valt af te leiden dat haar ter zake van de termijnoverschrijding redelijkerwijs geen verwijt treft. De door klaagster genoemde omstandigheid (dat het enige tijd heeft geduurd voordat bleek waar haar mentale klachten vandaan kwamen) is daarvoor, zonder nadere concretisering en onderbouwing, naar het oordeel van de commissie onvoldoende.
Op grond van het voorgaande is de klaagster niet-ontvankelijk in de klacht.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De klaagster wordt in de klacht niet-ontvankelijk verklaard.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit de heer mr. dr. B. Wallage, voorzitter, de heer drs. G.J. van der Burg, de heer mr. P.O.H. Gevaerts, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. S.M.E. Balfoort, secretaris, op 6 februari 2026.