Commissie: Ziekenhuizen
Categorie: (On)zorgvuldigheid
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies na Tussen Advies
Uitkomst: ten dele gegrond
Referentiecode:
1222928/1314863
De uitspraak:
Waar gaat deze uitspraak over?
De zaak gaat over de zorg die het ziekenhuis heeft verleend aan de inmiddels overleden zoon van de klager. Volgens de klager is zijn zoon niet goed behandeld, omdat een hartkatheterisatie werd uitgesteld, onvoldoende monitoring plaatsvond, geen antistollingsmedicatie werd gegeven en te laat werd gereageerd toen zijn toestand verslechterde. Ook vond de klager dat de hartoperatie te lang op zich liet wachten. De commissie oordeelt dat het uitstellen van de hartkatheterisatie medisch verantwoord was, omdat de zoon eerst behandeld moest worden voor een mogelijke longontsteking en niet stabiel genoeg was voor de ingreep. Ook de wachttijd voor de operatie en het ontbreken van telemetrie waren volgens de commissie voldoende medisch onderbouwd en niet onzorgvuldig. Wel stelt de commissie vast dat het voorgeschreven medicijn Ascal ten onrechte niet is toegediend. Dit onderdeel van de klacht is daarom gegrond. De commissie kan echter niet vaststellen dat het ontbreken van dit medicijn heeft geleid tot het overlijden van de cliënt of tot andere schade. Daarom wordt de gevraagde schadevergoeding van € 7.000 afgewezen. De klacht is alleen gegrond voor wat betreft de niet-toediening van Ascal; voor het overige is de klacht ongegrond. Het ziekenhuis moet wel het door de klager betaalde klachtengeld van € 77,50 terugbetalen.
De volledige uitspraak
in het geschil tussen
[Naam] wonende te [woonplaats] (hierna te noemen: de klager)en
Reinier de Graaf Groep, gevestigd te Delft
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).
Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Ziekenhuizen (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.
De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.
De behandeling heeft plaatsgevonden op 26 augustus 2026 te Den Haag.
De klager is zelf ter zitting verschenen. Namens de zorgaanbieder waren ter zitting aanwezig: [naam] (cardioloog) en [naam] (juridisch adviseur).
Onderwerp van het geschil
De klager heeft de klacht voorgelegd aan de zorgaanbieder.
Het geschil betreft de zorgverlening aan de overleden zoon van de klager.
Standpunt van de klager
Voor het standpunt van de klager verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dat op het volgende neer.
De klacht van de klager ziet op ontoereikende behandeling en verzorging van zijn overleden zoon (hierna te noemen: de cliënt). De cliënt is twee weken opgenomen geweest bij de zorgaanbieder, in afwachting van een operatie in het Erasmus MC. De klacht ziet op het uitstellen van een hartkatheterisatie wegens koorts bij de cliënt, terwijl eerder koortsverlagende medicatie gegeven had kunnen worden. Ook was sprake van een gebrek aan monitoring, terwijl de cardioloog daartoe wel opdracht had gegeven. Verder is geen antistollingsmedicatie verstrekt. Ook is te laat gereageerd op het wegvallen van de cliënt, vlak voor zijn overlijden op 2 februari 2023.
De klager vordert een schadevergoeding van € 7.000,-, ter vergoeding van de kosten van de uitvaart, de kosten van de advocaat en de levenslange psychische schade die de klager heeft opgelopen.
Standpunt van de zorgaanbieder
Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dat op het volgende neer.
In afwachting van een hartoperatie werd de cliënt opgenomen bij de zorgaanbieder. De cliënt zou bij de zorgaanbieder een hartkatheterisatie ondergaan, maar de cliënt had toen last van koorts. Op verdenking van een longontsteking is daarom eerst gestart met antibiotica. Omdat de cliënt niet stabiel genoeg bleek, moest de hartkatheterisatie uitgesteld worden.
Dat de cliënt moest wachten op de hartoperatie, had mede te maken met het feit dat de zorgaanbieder eerst nader onderzoek moest doen naar de hartklachten van de cliënt.
Het medicijn Ascal is per abuis niet verstrekt aan de cliënt. Voor het overige was de medicatie wel op orde.
Bij de cliënt bestond geen aanleiding voor telemetrie. Op dat moment was geen sprake van (het risico op) een hartaanval.
Ook ten aanzien van de diabeteszorg en het zuurstofbeleid is niet onzorgvuldig gehandeld. Cliënten worden altijd gestimuleerd te bewegen voorafgaand aan de operatie.
Beoordeling van het geschil
Wat aan het geschil voorafgegaan is
De commissie heeft op 6 februari 2026 de klager in zijn klacht ontvankelijk verklaard, nu de klager naar het oordeel van de commissie het geschil tijdig bij de commissie aanhangig heeft gemaakt.
Toetsingskader
Op grond van de geneeskundige behandelingsovereenkomst moet de zorgaanbieder bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen en daarbij handelen in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard (artikel 7:453 van het Burgerlijk Wetboek). Deze zorgplicht houdt in dat de zorgaanbieder die zorg moet betrachten die een redelijk bekwaam en redelijk handelend hulpverlener in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht, met inachtneming van de geldende protocollen en richtlijnen.
Behandeling en medicatie
De klacht van de klager ziet op de uitgestelde hartkatheterisatie, terwijl ondertussen al met medicatie gestart had kunnen worden. De zorgaanbieder heeft toegelicht dat de cliënt niet stabiel genoeg was voor een katheterisatie, nu de cliënt eerst behandeld moest worden met antibiotica vanwege een vermoeden van een longontsteking. Naar het oordeel van de commissie is de uitvoering van een katheterisatie mede afhankelijk van de fysieke gesteldheid van een cliënt. Het uitvoeren van een katheterisatie terwijl de infectieparameters van een cliënt hoog zijn, kan grote risico’s met zich meebrengen. Het uitstellen van de katheterisatie is dan ook niet onzorgvuldig.
Wel heeft de zorgaanbieder erkend dat de toediening van het medicijn Ascal niet goed is verlopen. De zorgaanbieder heeft erkend dat het middel voorgeschreven had moeten worden, maar dat dit per abuis niet is gebeurd. Hoewel dit onzorgvuldig is, merkt de commissie hierbij op dat niet kan worden vastgesteld dat het beloop bij de cliënt anders zou zijn geweest, indien wél Ascal was toegediend.
De klager klaagt verder over de lange wachttijd op de operatie in het Erasmus MC. De commissie begrijpt dat het voor de klager frustrerend was dat de operatie langer op zich liet wachten, maar dit berust op een zorgvuldige motivering. De cardioloog heeft ter zitting toegelicht dat nog nader onderzoek moest worden verricht naar de klachten van de cliënt. Voordat de cliënt geopereerd kon worden aan zijn hartklep, moest eerst worden vastgesteld of de hartklep zélf dan wel het bijbehorende mechanisme kapot was. Om dit te kunnen vaststellen was een echo-onderzoek via de slokdarm nodig.
Dit is essentiële informatie om de juiste operatie te kunnen uitvoeren. Naar het oordeel van de commissie betreft dit een medische rechtvaardiging voor de vertraging in de uitvoering van de operatie.
Ten aanzien van de telemetrie is de commissie van oordeel dat hiervoor geen medische reden bestond. Een dergelijk kastje wordt tijdelijk geplaatst bij gevaarlijke ritmestoornissen en/of dreigend hartinfarct. Bij de cliënt was van beide omstandigheden geen sprake. Het ontbreken van telemetrie is dan ook geen onzorgvuldigheid.
Dit klachtonderdeel is gegrond voor zover het de toediening van Ascal betreft. Voor het overige is dit klachtonderdeel ongegrond.
Schadevergoeding en klachtengeld
De klager heeft een bedrag van € 7000, – gevorderd ter vergoeding van zijn materiële en immateriële schade.
Deze vordering moet worden afgewezen. De commissie kan niet vaststellen dat sprake is van een causaal verband tussen het niet krijgen van Ascal en de afloop van de situatie voor de cliënt. Niet kan worden gezegd dat het overlijden van de cliënt hier een direct gevolg van is.
Wel dient de zorgaanbieder conform het reglement het door de cliënt betaalde klachtengeld aan hem te vergoeden.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie:
– verklaart de klacht ten aanzien van het medicijn Ascal gegrond;
– verklaart de klacht voor het overige ongegrond;
– wijst de vordering tot schadevergoeding af;
– bepaalt dat de zorgaanbieder het door de cliënt betaalde klachtengeld van € 77,50 aan hem dient te vergoeden binnen 14 dagen na verzending van dit bindend advies.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de zorgaanbieder aan de commissie behandelingskosten verschuldigd. Deze behandelingskosten worden geheel betaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit mevrouw mr. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, de heer dr. M.E.W. Hemels, de heer mr. P.O.H. Gevaerts, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. S.M.E. Balfoort, secretaris, op 26 augustus 2026.