Klacht over uitvoering zorgplan ongegrond

De Geschillencommissie Zorg




Commissie: Gehandicaptenzorg    Categorie: zorgverlening    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1230155/1309427

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Dit geschil gaat over de zorg voor de broer van klager, die een verstandelijke beperking heeft en al lange tijd bij de zorgaanbieder woont. Klager vindt dat het zorgplan niet goed wordt uitgevoerd, dat de zorgaanbieder onterecht heeft gevraagd om hem als mentor te verwijderen en dat er sprake is van smaad. De zorgaanbieder zegt juist dat zij goede zorg bieden en dat er problemen zijn ontstaan door conflicten binnen de familie en door het handelen van klager. De commissie oordeelt dat klager zijn klachten niet heeft bewezen en dat de zorgaanbieder zorgvuldig heeft gehandeld. Ook kan de commissie niets doen aan het mentorschap en is er geen bewijs voor smaad of laster. Daarom verklaart de commissie alle klachten ongegrond en wijst zij de verzoeken van klager af.

De volledige uitspraak

in het geschil tussen

[Naam], wonende te [woonplaats] (hierna te noemen: klager) broer en vertegenwoordiger [naam], wonende te [woonplaats] (hierna te noemen: [naam]).

en

Ipse de Bruggen, gevestigd te Zoetermeer
(hierna te noemen: de zorgaanbieder)
gemachtigde: [naam] en (functie).

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de kwaliteit van de zorg die de zorgaanbieder verleent aan de broer van klager. Klager verwijt de zorgaanbieder dat afspraken uit het zorgplan stelselmatig niet worden nagekomen. Voorts verwijt klager de zorgaanbieder dat die middels een procedure bij de rechtbank heeft verzocht klager het mentorschap over zijn broer te ontnemen.

Standpunt van klager

De broer van klager, [naam broer van klager], verblijft vanwege zijn verstandelijke beperking in een instelling van de zorgaanbieder. Al 38 jaar verzuimt de zorgaanbieder echter hetgeen in de zorgplanbesprekingen wordt besproken na te komen. De ouders van [naam broer van klager] hebben klager verzocht om voor [naam broer van klager] te zorgen. Dit doet klager in overleg met zijn vader die inmiddels 91 jaar is. De moeder van klager is overleden.
In de familie zijn problemen met de oudste zoon, de broer van klager en [naam broer van klager]. De oudste zoon tracht klager uit het leven van [naam broer van klager] te bannen. [Naam broer van klager] functioneert op het niveau van een driejarige en is erg beïnvloedbaar. De zorgaanbieder maakt hier misbruik van. Het zorgplan van [naam broer van klager] wordt niet nageleefd en er is een onveilige situatie voor hem ontstaan. Klager is dan ook voornemens om een andere instelling voor [naam broer van klager] te zoeken maar voor een verhuizing heeft klager de medewerking en de documentatie van de zorgaanbieder nodig. De begeleiders die eerder bij [naam broer van klager] betrokken waren zijn allemaal weg en de oudste broer lijkt het voor het zeggen te hebben in de zorg voor [naam broer van klager], dit hoewel hij geen mentor is en geen zeggenschap heeft.
De zorgaanbieder heeft gesteld dat klager en zijn echtgenote de oorzaak zijn van de ontstane problemen. Klager en zijn echtgenote zijn benoemd tot mentor voor [naam broer van klager]. De zorgaanbieder heeft de rechtbank echter verzocht om klager en zijn echtgenote het mentorschap te ontnemen.

De medewerkers van de zorgaanbieder maken zich schuldig aan smaad en laster richting klager en zijn echtgenote. Klager vraagt om een uitvoering van het zorgplan voor [naam broer van klager] en om medewerking van de zorgaanbieder in het proces tot de verhuizing van [naam broer van klager]. Voorts verlangt klager dat de zorgaanbieder de procedure tot het wijzigen van het mentorschap bij de rechtbank intrekt. Aangezien klager door toedoen van de zorgaanbieder op hoge kosten is gejaagd – zo heeft hij een advocaat in de arm moeten nemen om hem bij te staan in de rechtbankprocedure – vraagt hij de commissie om de zorgaanbieder de maximale schadevergoeding van € 25.000,- op te leggen.

Standpunt van de zorgaanbieder

De zorgaanbieder is de instelling die aan [naam broer van klager] dagelijks verzorging en begeleiding biedt. [naam broer van klager] woont al 38 jaar in de instelling en sinds 2013 op de locatie [naam locatie]. [naam broer van klager] ontvangt 24-uurszorg op grond van de Wet Langdurige Zorg. [naam broer van klager] heeft een matige verstandelijke beperking en functioneert sociaal-emotioneel op het niveau van een peuter.

Van 5 februari 2002 tot 1 april 2023 was de moeder van [naam broer van klager] zijn mentor en bewindvoerder. Na haar overlijden op 1 april 2023 zijn klager en zijn echtgenote (hierna te noemen: de vertegenwoordigers) bij beschikking van de rechtbank Den Haag van 28 augustus 2023 benoemd tot zijn mentor en bewindvoerder. Sinds deze benoeming bestaan er bij de zorgaanbieder structurele zorgen over de wijze waarop de vertegenwoordigers invulling geven aan hun taken en verantwoordelijkheden. Deze zorgen betreffen zowel de belangenbehartiging en het welzijn van [naam broer van klager], als de samenwerking en communicatie met de zorgaanbieder. Het handelen van de vertegenwoordigers heeft directe en ingrijpende impact op het fysieke, psychische en sociale welkzijn van [naam broer van klager]. De zorgaanbieder acht het van groot belang dat de belangen van [naam broer van klager] centraal staan en dat zijn basisbehoeften, veiligheid en sociale contacten gewaarborgd worden.

[naam broer van klager] lijkt het slachtoffer te zijn geworden van een familieconflict tussen de vertegenwoordigers en de oudste broer van de familie. De vertegenwoordigers willen niet toestaan dat [naam broer van klager] wordt bezocht door zijn oudste broer zonder dat hiervoor een onderbouwde reden wordt gegeven. [naam broer van klager] stelt de bezoeken juist zeer op prijs. De voortdurende discussie over het familiebezoek leidt bij [naam broer van klager] tot veel onzekerheid en verwarring. De vertegenwoordigers weigeren om in gesprek te gaan over een nieuw zorgplan voor [naam broer van klager] totdat de zorgaanbieder tegemoet komt aan hun wensen tot beperking van het bezoek van de oudste broer. Zelf brengen zij maar in beperkte mate een bezoek aan [naam broer van klager] (ongeveer eenmaal per drie maanden) waardoor [naam broer van klager] weinig bezoek ontvangt en er een gebrek is aan sociale interactie en familiecontact, hoewel [naam broer van klager] zelf aangeeft graag bezoek te willen ontvangen.

Een andere zorg is dat [naam broer van klager] structureel niet beschikt over voldoende en passende kleding en essentiële verzorgingsproducten. Klagers verlangen daarbij dat [naam broer van klager] incontinentiemateriaal draagt hoewel hiervoor geen medische indicatie bestaat. Voorts bestaan er bij de zorgaanbieder zorgen over het beheer van de financiën van [naam broer van klager]. [naam broer van klager] beschikt op basis van zijn uitkering over een jaarinkomen van ongeveer
€ 10.770,- . Dit inkomen zou meer dan toereikend moeten zijn voor de basisvoorzieningen en behoeften van [naam broer van klager] en het deelnemen aan activiteiten en uitjes. Desondanks hebben de vertegenwoordigers voor 2025 slechts een bedrag van € 1.840,- begroot voor [naam broer van klager] welk bedrag in geen verhouding staat tot zijn werkelijke behoeften. De andere bewoners nemen regelmatig deel aan recreatieve of sociale activiteiten en vakanties maar omdat de financiële middelen [naam broer van klager] niet ter beschikking worden gesteld kan hij niet deelnemen aan activiteiten en moet hij thuisblijven, dit hoewel [naam broer van klager] aangeeft dat hij heel graag mee zou willen gaan.

De vertegenwoordigers hebben het voornemen geuit om [naam broer van klager] over te plaatsen naar een andere instelling. [naam broer van klager] verblijft echter al 38 jaar bij de zorgaanbieder in een voor hem vertrouwde en stabiele omgeving waarin hij zich op zijn gemak voelt en goed functioneert. Het idee van een verhuizing veroorzaakt bij [naam broer van klager] veel stress en onzekerheid.
Gezien de ernst en het aanhoudende karakter van de gesignaleerde knelpunten heeft de zorgaanbieder op 13 juni 2025 een verzoek bij de rechtbank ingediend tot ontslag en vervanging van de vertegenwoordigers als mentor en bewindvoerder voor [naam broer van klager].
Bij beschikking van de rechtbank Den Haag van 23 oktober 2025 zijn de vertegenwoordigers ontslagen en is de Stichting Budget beheer benoemt tot mentor en bewindvoerder. Gebleken is dat de bankrekening van [naam broer van klager] leeg is en er is voor hem bijzondere bijstand aangevraagd.

Beoordeling van het geschil

Klager verwijt de zorgaanbieder dat:
-de zorg voor zijn broer [naam broer van klager] niet conform het zorgplan wordt uitgevoerd;
-de zorgaanbieder de rechtbank ten onrechte heeft verzocht hem en zijn echtgenote het mentorschap en bewindvoerderschap te ontnemen;
-de zorgaanbieder zich schuldig maakt aan smaad en laster.

De commissie heeft het volgende overwogen.

Uitvoering zorgplan
Klager verwijt de zorgaanbieder dat de zorg voor [naam broer van klager] al 38 jaar onder de maat is. Klager is echter pas bij beschikking van de rechtbank Den Haag van 28 augustus 2023 tot mentor en bewindvoerder over [naam broer van klager] benoemd. Bij beschikking van de rechtbank Den Haag van 23 oktober 2025 is klager per 1 november 2025 als mentor en bewindvoerder ontslagen.
Klager kan dan ook slechts klachten over de verzorging van [naam broer van klager] naar voren brengen voor zover het de periode van 28 augustus 2023 tot 1 november 2025 betreft.

Klager heeft zijn klachten dat de zorgaanbieder tekort is geschoten in de verzorging van [naam broer van klager] of in de uitvoering van het zorgplan voor [naam broer van klager] op geen enkele wijze onderbouwd of aangetoond. Op grond van de overgelegde stukken en de toelichting van de zorgaanbieder ter zitting kan de commissie niet anders concluderen dan dat de zorgaanbieder in de zorg voor [naam broer van klager] steeds zorgvuldig en in het belang van [naam broer van klager] heeft gehandeld en daarmee heeft gehandeld zoals van een redelijk handelend en redelijk bekwaam zorgverlener in vergelijkbare omstandigheden mag worden verwacht.

Mentorschap en bewindvoerderschap
Klager heeft de commissie gevraagd om de zorgaanbieder te gelasten het verzoek tot het wijzigen van het mentorschap en bewindvoerderschap in te trekken. Los van het feit dat de commissie niet bevoegd is een dergelijke maatregel op te leggen, was op het moment van de zitting op 17 december 2025 de wijziging van het mentorschap en bewindvoerderschap bij beschikking van 23 oktober 2025 door de rechtbank Den Haag al uitgesproken.

Smaad en laster
Dat de zorgaanbieder zich schuldig zou hebben gemaakt aan smaad en laster richting klager is door klager evenmin aangetoond of onderbouwd zodat ook deze klacht ongegrond wordt verklaard.

Voor de verwijten van klager aan de zorgaanbieder heeft de commissie geen enkele grond gevonden. De klachten van klager lijken ingegeven te zijn door een familieconflict tussen klager en zijn oudste broer. Hiervan kan de zorgaanbieder op geen enkele wijze een verwijt worden gemaakt.
De commissie is van oordeel dat de klacht van klager in alle onderdelen ongegrond is. De verzoeken van klager worden dan ook afgewezen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie verklaart de klachten van klager ongegrond en wijst het door hem verzochte af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Gehandicaptenzorg, bestaande uit de heer mr. L. Verheij, voorzitter, de heer ir. N. Bomer, de heer mr. P.O.H. Gevaerts, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr.
J.C. Quint, secretaris, op 17 december 2025.