Commissie: Ziekenhuizen
Categorie: Kosten
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: bindend advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1313914/1323082
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Klaagster maakte bezwaar tegen een rekening van € 258,22 voor een telefonisch controle gesprek van minder dan één minuut. Zij vond dat zij vooraf had moeten worden geïnformeerd dat aan dit gesprek kosten verbonden waren. De commissie oordeelde dat het telefoongesprek onderdeel was van de medische behandeling en nacontrole van voorgeschreven medicatie. Dat het gesprek kort duurde en niet leidde tot verdere behandeling, betekent niet dat hiervoor geen kosten mochten worden gedeclareerd. De zorgaanbieder heeft de kosten volgens de geldende regels van het zorgsysteem in rekening gebracht. Daarom is de klacht ongegrond verklaard en wordt het verzoek om terugbetaling afgewezen.
De volledige uitspraak
in het geschil tussen
mevrouw [naam], wonende te [plaatsnaam] (hierna te noemen: klaagster)
en
Stichting Jeroen Bosch Ziekenhuis, gevestigd te ‘s-Hertogenbosch
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).
Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft de vraag of de zorgaanbieder gerechtigd was klaagster een telefonische nacontrole van minder dan één minuut in rekening te brengen zonder dat zij hier vooraf over was geïnformeerd.
Standpunt van klaagster
Klaagster was in het najaar van 2024 in het ziekenhuis van de zorgaanbieder onderzocht in verband met hoestklachten. In oktober 2024 was het laatste fysieke consult waarin de arts haar vroeg: “Vind je het fijn om over zes maanden gebeld te worden?”. Klaagster heeft daar instemmend op geantwoord. Op 7 april 2025 werd klaagster door de arts gebeld in een gesprek dat minder dan één minuut duurde. Gevraagd werd of klaagster nog klachten had en zij gaf aan dat die er niet meer waren. Vervolgens ontving klaagster een rekening van € 258,22. Als klaagster vooraf had geweten dat de zorgaanbieder kosten in rekening zou brengen voor de zeer korte telefonische nacontrole had zij daar niet mee ingestemd. Bij eventuele vragen of klachten had zij dan – kosteloos – contact opgenomen met haar huisarts. Klaagster is van mening dat de zorgaanbieder haar over de kosten had moeten informeren, zij heeft als patiënt recht op deze relevante informatie. Daarbij heeft de zorgaanbieder gedeclareerd op basis van een diagnose die nooit gesteld is. Klaagster ging ervan uit dat de nacontrole plaatsvond in het kader van de nazorg, een controle die plaatsvindt ná de zorg en waarvoor geen extra kosten worden berekend. Klaagster heeft er moeite mee dat de zorgaanbieder zo achteloos om kan springen met kosten. Patiënten kunnen hierdoor in financiële problemen raken.
Klaagster vraagt een oordeel van de commissie over de handelwijze van de zorgaanbieder en vraagt een terugbetaling van het door haar betaalde bedrag van € 258,22. Met haar klacht hoopt klaagster andere patiënten tegen een dergelijke handelwijze te beschermen.
Standpunt van de zorgaanbieder
Klaagster is op 16 september 2024 op de polikliniek longgeneeskunde gezien vanwege langer dan zes maanden aanhoudende hoestklachten. Afgesproken werd om een histamine provocatietest uit te voeren waarna een consult plaatsvond op 9 oktober 2024. Vanwege bronchiale hyperactiviteit werd gestart met medicatie. Er werd een belconsult afgesproken na zes maanden. Op 7 april 2025 vond dit belconsult plaats waarin klaagster aangaf dat het hoesten na de start van de medicatie was gestopt en nog niet terug was. Besproken werd dat er geen controle meer hoefde plaats te vinden en dat klaagster de medicatie kon gebruiken in geval van hoesten. De arts heeft na dit consult op 9 april 2025 per brief een terugkoppeling aan de huisarts van klaagster gegeven.
In verband met het belconsult werd door de zorgaanbieder een declaratie opgemaakt. De verleende zorg werd geregistreerd onder de Diagnose Behandel Combinatie (DBC) 100501046. De declaratie werd naar de zorgverzekeraar van klaagster gestuurd. Door de zorgverzekeraar werd de declaratie vervolgens ten laste gebracht van het eigen risico van klaagster. Omdat bleek dat de op de declaratie vermelde diagnoseomschrijving niet de juiste was is deze aangepast (naar bronchiale hyperreactiviteit). Na aanpassing leidde de diagnose echter naar dezelfde DBC-code en dezelfde kosten.
De overeenkomst die klaagster met de zorgaanbieder is aangegaan is een geneeskundige behandelingsovereenkomst. Op grond van die behandelingsovereenkomst dient de zorgaanbieder bij de uitvoering daarvan de zorg van een goed hulpverlener in acht te nemen. Nacontrole is onderdeel van dat goede hulpverlenerschap en die goede zorg. Een belconsult wordt om medische redenen ingepland om de situatie van een patiënt te kunnen volgen. De geleverde zorg dient te worden geregistreerd op basis van een DBC. Patiënten en ook klaagster worden voorafgaand aan een behandeling geïnformeerd over de kosten en tarieven. Op grond van wet- en regelgeving en de afspraken met zorgverzekeraars gelden voor de zorgaanbieder vaste codes en tarieven voor het declareren van de verleende zorg. Het is de verantwoordelijkheid van de patiënt om, indien gewenst, bij zijn/haar zorgverzekeraar te informeren wat de gevolgen voor de eigen bijdrage/het eigen risico van een behandeling zullen zijn. De zorgaanbieder is dan ook van mening dat hem geen verwijt treft.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Klaagster was in 2024 in het ziekenhuis van de zorgaanbieder onder behandeling voor hoestklachten. In het kader van die behandeling is aan klaagster medicatie voorgeschreven. Indien medicatie wordt voorgeschreven dient de behandelend arts te monitoren en te controleren of die medicatie het beoogde effect heeft. Deze taak behoort tot de zorg die de arts op basis van de behandelingsovereenkomst gehouden is aan de patiënt te verlenen. Het telefonische consult in april 2025 vond plaats in het kader van die zorg. Dat het consult van korte duur was en niet heeft geleid tot een vervolgconsult of nadere behandeling maakt niet dat de arts daarvoor geen kosten in rekening mag brengen. Dit is inherent aan het in Nederland geldende zorgsysteem op basis waarvan een zorgverlener zorgkosten door middel van een DBC dient te registreren en te declareren. De NZa stelt daarvoor de behandelcodes en maximale tarieven vast. De commissie is niet gebleken dat de zorgaanbieder buiten die kaders heeft gehandeld. De zorgaanbieder heeft erkend dat abusievelijk een verkeerde diagnoseomschrijving was gebruikt bij de declaratie van klaagster. Door die omschrijving vervolgens aan te passen heeft de zorgaanbieder zorgvuldig ten opzichte van klaagster gehandeld.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie verklaart de klacht van klaagster ongegrond en wijst het door haar verzochte af.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit mevrouw mr. dr. E. Venekatte, voorzitter, mevrouw drs. M.L.T.B.M. Köhlen, de heer J. Zomerplaag, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. J.C. Quint, secretaris, op 27 maart 2026.