Commissie: Zelfstandige Klinieken
Categorie: (On)Zorgvuldig handelen
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: bindend advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1275833/1312242
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De cliënte kreeg na een oogoperatie een ernstige infectie, waardoor zij lang pijn, slecht zicht en veel beperkingen had. Zij vindt dat de zorgaanbieder fouten heeft gemaakt, zoals het geven van verkeerde oogdruppels en het plaatsen van onnodige hechtingen, en vraagt schadevergoeding. De zorgaanbieder geeft aan dat de operatie goed is uitgevoerd, dat zo’n infectie een zeldzame complicatie is die bij iedereen kan voorkomen en dat zij direct de juiste behandeling heeft geregeld. De commissie oordeelt dat de zorgaanbieder zorgvuldig heeft gehandeld en dat er geen fouten zijn gemaakt. De klacht is daarom ongegrond en de schadevergoeding wordt afgewezen.
De volledige uitspraak
in het geschil tussen
[Naam], wonende te [woonplaats] (hierna te noemen: de cliënte)en
Bergman Clinics Zorg, gevestigd te Naarden
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).
Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft het resultaat van een phacovitrectomie.
Standpunt van cliënte
Voor het standpunt van cliënte verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dit op het volgende neer.
Cliënte is op 3 oktober 2024 geopereerd aan het linkeroog vanwege een macula pucker. In de daarop volgende vijf dagen ontwikkelde zich endoftalmitis, vermoedelijk bacterieel, waarvoor een tap and inject met vancomycine en ceftazidim werd uitgevoerd. De kweek identificeerde staphylococcus epidermidis als de verwekker. Ondanks behandeling bleef er sprake van ernstige complicaties, waaronder verhoogde oogdruk en pijn. Cliënte kreeg daarop zware hoofdpijnen en voelde zich ziek. Zij is afhankelijk geweest van wijkzorg omdat zij niets kon zien en haar oog erg lichtgevoelig was en ’s nachts had zij angsten en nachtmerries. Al met al heeft zij één jaar lang last gehad van deze infectie en was aan huis gekluisterd.
Cliënte verwijt dat de oogdruppels die Bergman Clinics heeft voorgeschreven niet goed waren, met name dat Yellox en Dexamethason te zwak waren. Er is onduidelijkheid of het oog na de operatie werd voorzien van antibiotica vloeistof. Er zijn drie ooghechtingen geplaatst die volgens de oogarts van VUMC onnodig waren. De bacterie die de infectie veroorzaakte, kwam door de operatie.
Cliënte vordert van de zorgaanbieder een schadevergoeding van € 25.000,- als vergoeding van de materiële schade (vervoerskosten € 8000,-, oogdruppels € 1000,-) en immateriële schade (langdurige pijnklachten en het feit dat zij de rest van haar leven gedwongen ogen moet druppelen).
Standpunt van de zorgaanbieder
Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dit verweer op het volgende neer.
Cliënte heeft in de periode februari–september 2024 meerdere consulten gehad waarin de onderhavige operatie is besproken, uitleg is gegeven over procedure, de risico’s en de nazorg. Op 3 oktober 2024 is de phacovitrectomie OS uitgevoerd, waarbij geen complicaties waren. Op 4 oktober was een postoperatief rustig beeld te zien. Cliënte kreeg op 8 oktober klachten. Vanwege verdenking van endoftalmitis is zij direct doorverwezen naar [naam ziekenhuis]. Daar is een biopt afgenomen en heeft cliënte intravitreale antibiotica gekregen. Cliënte heeft in de periode 10-31 oktober 2024 als gevolg van de medicatie tijdelijk een hoge oogdruk gekregen maar is uiteindelijk goed hersteld.
De zorgaanbieder betreurt het beloop, maar benadrukt dat het eindresultaat van het zicht goed is (visus OS 0.94 na 0.52 preoperatief). De behandelend arts heeft volgens de professionele standaard gehandeld. De infectie is veroorzaakt door staphylococcus epidermidis, een huidbacterie die bij iedereen voorkomt, en betreft een zeldzame complicatie, deze is niet het gevolg van onzorgvuldig handelen.
De verwijten over druppels en hechtingen zijn volgens de zorgaanbieder niet herkenbaar in het dossier.
De zorgaanbieder verzoekt de vordering tot schadevergoeding af te wijzen wegens onvoldoende onderbouwing. Daarnaast is geen causaal verband aanwezig tussen het door de cliënte gestelde onjuiste handelen en de door haar gestelde schade.
Beoordeling van het geschil
Cliënte houdt de zorgaanbieder aansprakelijk voor de bacteriële infectie die in haar linkeroog is ontstaan na de phacovitrectomie op 3 oktober 2024.
Voor aansprakelijkheid van de zorgaanbieder is vereist dat voldoende aannemelijk is dat de zorgaanbieder, dan wel ieder die werd ingeschakeld bij de uitvoering van de voor de zorgaanbieder uit de overeenkomst voortvloeiende verplichting, is tekortgeschoten in de uitvoering van die verplichting. De tekortkoming moet aan de zorgaanbieder kunnen worden verweten (toerekenbare tekortkoming) en cliënt moet daarvan nadeel hebben ondervonden.
Op grond van de geneeskundige behandelingsovereenkomst moet de zorgaanbieder bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen en daarbij handelen in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard (artikel 7:453 van het Burgerlijk Wetboek). Deze zorgplicht houdt in dat de zorgaanbieder die zorg moet betrachten die een redelijk bekwaam en redelijk handelend hulpverlener in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht.
De verplichting die voor de zorgaanbieder voortvloeit uit een geneeskundige behandelingsovereenkomst, wordt in beginsel niet aangemerkt als een resultaatsverplichting, waarbij de zorgaanbieder moet instaan voor het bereiken van een bepaald resultaat, maar als een inspanningsverplichting, waarbij de zorgaanbieder zich verplicht zich voor het bereiken van een bepaald resultaat in te spannen. De reden hiervoor is dat het bij een geneeskundige behandeling meestal niet mogelijk is een bepaald resultaat te garanderen, omdat het menselijk lichaam in het (genezings-)proces een ongewisse factor vormt; zelfs bij onberispelijk medisch handelen, kan het beoogde resultaat uitblijven. Van een tekortkoming kan dan ook pas worden gesproken indien komt vast te staan dat de behandelend arts zich onvoldoende heeft ingespannen of bij de inspanning een fout heeft gemaakt.
De commissie zal de klachten van cliënte, afgezet tegen het hierboven geschetste toetsingskader, beoordelen.
Naar het oordeel van de commissie is voldoende aannemelijk geworden dat de cliënte voorafgaande aan de ingreep adequaat is geïnformeerd over de behandeling en de risico’s en complicaties, zowel op 23 mei 2024 als op 5 september 2024.
De operatie is volgens de professionele standaard uitgevoerd. Het is de commissie ambtshalve bekend dat bij ongeveer 1:1000 operaties een bacteriële infectie als complicatie kan optreden. De commissie is van oordeel dat de zorgaanbieder van deze complicatie geen verwijt kan worden gemaakt.
Endoftalmitis leidt tot snelle vermindering van het gezichtsvermogen, ernstige pijn en roodheid van het oog. Directe behandeling met antibiotica is cruciaal om blindheid proberen te voorkomen. Vast is komen te staan dat de zorgaanbieder adequaat heeft gehandeld door cliënte na haar klachten direct naar het Amsterdam UMC te verwijzen en dat zij aldaar de juiste antibiotica heeft gekregen.
Cliënte heeft aangegeven dat haar in het ziekenhuis is verteld dat de zorgaanbieder de verkeerde oogdruppels heeft voorgeschreven na de ingreep en dat er onnodig hechtingen aan de onderkant in haar oog zijn geplaatst.
De zorgaanbieder heeft dit betwist. De oogdruppels worden standaard voorgeschreven. Bij de ingreep zijn geen hechtingen aangebracht.
De commissie is ambtshalve bekend dat de operatie aan de bovenkant van het oog is uitgevoerd. Dat er aan de onderkant hechtingen zouden zijn aangebracht lijkt de commissie dan ook hoogst onwaarschijnlijk en deze worden ook niet in het OK-verslag vermeld.
De bacteriële infectie in het oog is niet het gevolg van de gegeven oogdruppels. Ondanks het feit dat er na de ingreep antibiotica in het oog is achtergelaten is de bacterie naar alle waarschijnlijkheid rond of tijdens de operatie in het oog gekomen. Dankzij de adequate behandeling is de infectie bestreden en erger voorkomen. Voor de ingreep had cliënte minder dat 50% zicht in haar linkeroog. Door de ingreep is de visus sterk verbeterd en heeft cliënte nu een visus van 95%.
Alles overziende is de commissie van oordeel dat er geen aanwijzingen zijn dat de zorgaanbieder niet heeft gehandeld zoals een redelijk handelend hulpverlener in dezelfde omstandigheid zou hebben gehandeld. Zij verklaart de klacht ongegrond en wijst de vordering tot schadevergoeding af.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie verklaart de klacht ongegrond en wijst de vordering tot schadevergoeding af.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Zelfstandige Klinieken, bestaande uit de heer mr. A.R.O. Mooy, voorzitter, de heer dr. W. Maat, de heer mr. P.O.H. Gevaerts, leden, in aanwezigheid van mevrouw
mr. W. Hartong van Ark, secretaris, op 23 januari 2026.