Commissie: Ziekenhuizen
Categorie: informatieplichtInformed consent
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: bindend advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
227988/436272
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De cliënte klaagt dat de besluitvorming rond de borstoperatie die zij heeft ondergaan onzorgvuldig is geweest, dat er voorafgaand aan de operatie geen informed consent is verkregen en dat er onjuiste verwachtingen zijn gewekt. Klachten afgewezen.
De uitspraak
in het geschil tussen
[naam], wonende te [naam] (hierna te noemen: de cliënt)en
HagaZiekenhuis, gevestigd te ‘s-Gravenhage
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).
Beoordeling
Klachten van de cliënte
De cliënte heeft op 18 oktober 2022 een plastisch chirurgische ingreep, zijnde een borstvergroting, ondergaan. De cliënte klaagt dat zij lang heeft moeten sparen voor de ingreep en dat het resultaat van de ingreep niet overeenkwam met hetgeen cliënte op basis van de behandelovereenkomst en gevoerde gesprekken mocht verwachten. Er is sprake van onzorgvuldige besluitvorming en informed consent ontbreekt. De cliënte heeft een klacht bij de klachtcommissie van de zorgaanbieder ingediend. De klacht is ongegrond verklaard en om die reden heeft zij haar klacht nu aan de commissie voorgelegd. Als oplossing van dit geschil wenst de cliënte een vergoeding voor de geleden schade te ontvangen van € 8.400, –voor een hersteloperatie en daarnaast een kostenveroordeling.
Verweer van de zorgaanbieder
De zorgaanbieder stelt zich op het standpunt dat zij medisch inhoudelijk conform de professionele standaard zorgvuldig heeft gehandeld. Er is voldoende tijd voor de consulten uitgetrokken en de cliënte is nauw betrokken bij de besluitvorming voorafgaand aan de operatie. De inhoud van de aan de cliënte gegeven schriftelijke en mondelinge informatie en de met de cliënte gevoerde gesprekken voor de operatie zijn adequaat gedocumenteerd en er zijn geen valse of onjuiste verwachtingen gewekt. Zowel het snel weer hangen van de borsten, het maximale volume, als de scheefstand ten gevolge van haar tonvormige borstkas zijn besproken en gedocumenteerd. De arts heeft ten tijde van de besluitvorming geen inschattingsfout gemaakt. Van onzorgvuldige besluitvorming en/of het ontbreken van informed consent is geen sprake.
Oordeel commissie
De commissie oordeelt als volgt.
De overeenkomst die is gesloten tussen de cliënte en de zorgaanbieder is aan te merken als een geneeskundige behandelingsovereenkomst in de zin van artikel 7:446 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Bij de uitvoering van de geneeskundige behandelingsovereenkomst moet de hulpverlener – in dit geval de plastisch chirurg – de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen. Daarbij moet de hulpverlener handelen in overeenstemming met de op hem/haar rustende verantwoordelijkheid die voortvloeit uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard (artikel 7:453 van het BW), die mede bepaald wordt door onder meer de stand en inzichten van de medische wetenschap, richtlijnen en protocollen. Deze zorgplicht houdt in dat de hulpverlener die zorg moet betrachten die een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot/hulpverlener in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht. De zorgplicht houdt in beginsel geen resultaatsverplichting in, maar wordt aangemerkt als een inspanningsverplichting. Van een tekortkoming kan dan ook pas worden gesproken indien komt vast te staan dat de hulpverlener zich onvoldoende heeft ingespannen of bij de inspanning een fout heeft gemaakt. De commissie dient te onderzoeken of de plastisch chirurg bij de uitvoering van de geneeskundige behandelingsovereenkomst in de gegeven omstandigheden al dan niet de hiervoor omschreven zorgplicht heeft nageleefd.
De commissie stelt voorop dat het in dit geval gaat om een esthetische operatie en geen medisch noodzakelijke operatie. Dit betekent dat het een specialist, in dit geval de plastisch chirurge, vrijstaat om minder risico bij de ingreep te nemen dan bij een medisch noodzakelijke operatie. Bij een medisch noodzakelijke operatie is het immers onvermijdelijk dat er meer risico’s zullen moeten worden genomen. De commissie stelt vast dat de plastisch chirurg niet meer risico heeft genomen dan strikt noodzakelijk was. De cliënte heeft zich op 10 september 2019 voor het eerst bij de zorgaanbieder gemeld voor een borstoperatie. De operatie heeft op 18 oktober 2022 plaatsgevonden. Dit heeft er deels mee te maken dat de cliënte is geadviseerd eerst te stoppen met roken en dit advies heeft zij opgevolgd. Daarnaast geldt dat in de tussentijd meerdere telefonische en persoonlijke gesprekken tussen de cliënte en de zorgaanbieder zijn gevoerd. Tussen partijen is ook veelvuldig gesproken over de grootte van de borstimplantaten. De zorgaanbieder heeft meermaals laten weten dat zij maximaal 275cc zou plaatsen en dit wordt door de cliënte ook niet betwist. Daarnaast heeft de cliënte veelvuldig informatie over de ingreep, de behandeling en de uitkomsten gekregen in de vorm van voorlichtingsdocumenten, folders, bijsluiters en de toegang tot een Instagram-pagina van de zorgaanbieder. Ter zitting heeft de cliënte desgevraagd verklaard deze documentatie ook allemaal te hebben gelezen.
De cliënte heeft tijdens de zitting te kennen gegeven dat zij de zorgaanbieder bijna niets verwijt, behalve dat er in de ogen van de cliënte iets is misgegaan bij de borstoperatie. Het medisch dossier biedt echter geen aanknopingspunten die de stellingen van de cliënte ondersteunen. De commissie is dan ook van oordeel dat de zorgaanbieder de cliënte voorafgaand aan de ingreep op juiste wijze heeft voorgelicht over de risico’s verbonden aan de ingreep, de complicaties die kunnen optreden en de verwachtingen ten aanzien van het te behalen resultaat. De omstandigheden dat de cliënte veel bedenktijd heeft gehad, alle informatie heeft gelezen en haar vragen, bedenkingen en verwachtingen meermaals met de zorgaanbieder heeft kunnen bespreken wegen daarbij zwaar. De ingreep is lege artis uitgevoerd en de zorgaanbieder heeft voldaan aan zijn inspanningsverplichting ten opzichte van de cliënte.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Ten overvloede en in zijn algemeenheid overweegt de commissie dat als een plastisch chirurg ervoor kiest bij de informatieverstrekking ook gebruik te maken van social media (bijvoorbeeld Instagram) zowel goede als minder goede resultaten moeten worden getoond. Bij het bespreken van deze resultaten zal bovendien duidelijk moeten worden aangeven dat de voorbeelden geen garanties bieden. Hiermee wordt voorkomen dat een verkeerde verwachting bij een potentiële patiënt wordt gewekt. De commissie heeft overigens geen aanknopingspunten om aan te nemen dat dit in de kwestie van de cliënte het geval is geweest.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie verklaart de klachten van de cliënte ongegrond en wijst het door haar verzochte af.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de zorgaanbieder aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Deze behandelingskosten worden geheel betaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit mevrouw mr. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, de heer prof. dr. R.R.W.J. van der Hulst, de heer mr. M.H.J.N. van Berckel Smit, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. M. de Bruijn, secretaris, op 18 november 2024.