Commissie: Geestelijke Gezondheidszorg
Categorie: Klachtafhandeling
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: ontvankelijkverklaring
Uitkomst: deels ontvankelijk/deels niet-ontvankelijk
Referentiecode:
341958/453466
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Cliënt wordt ontvankelijk verklaard in zijn klacht die ziet op zijn eerdere klachten die hij in 2022 heeft ingediend en die door de klachtenfunctionaris zijn behandeld.
De uitspraak
in het geschil tussen
[naam], wonende te Assen(hierna te noemen: de cliënt)
en
GGZ Drenthe, gevestigd te Assen
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).
Behandeling van het geschil
De Geschillencommissie Geestelijke Gezondheidszorg (verder te noemen: de commissie) heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.
De behandeling heeft plaatsgevonden op 15 augustus 2024.
Partijen zijn niet voor de zitting opgeroepen. Uit deze stukken blijkt dat eerst dient te worden vastgesteld of cliënt in zijn klacht ontvankelijk is.
Onderwerp van het geschil
Cliënt klaagt kort samengevat over het feit dat de destijds gemaakte afspraken met het behandelteam, naar aanleiding van zijn klacht ingediend in maart 2022, niet zijn/worden nagekomen.
Beoordeling van de ontvankelijkheid van cliënt in het geschil dat hij aan de commissie heeft voorgelegd
De commissie dient te beoordelen of cliënt ontvankelijk is. De zorgaanbieder heeft in haar verweerschrift van 26 juni 2024, onder verwijzing naar artikel 6 lid 1 onder a van het Reglement, uitdrukkelijk een beroep gedaan op de niet ontvankelijkheid van cliënt in zijn klacht, daar cliënt de interne klachtenprocedure niet heeft doorlopen.
Ingevolge artikel 6.1 onder a van het reglement van de commissie verklaart de commissie op verzoek van de zorgaanbieder – gedaan bij eerste gelegenheid – de cliënt in zijn klacht niet ontvankelijk indien hij zijn klacht niet eerst volgens de wet bij de zorgaanbieder heeft ingediend, tenzij van de cliënt in redelijkheid niet kan worden verlangd dat hij onder de gegeven omstandigheden zijn klacht eerst bij de zorgaanbieder indient.
De klacht die cliënt aan de commissie heeft voorgelegd komt er kort samengevat op neer dat de zorgaanbieder de afspraak, dat op basis van een diagnose een behandeling zou worden gestart, niet is nagekomen.
De commissie heeft vastgesteld dat cliënt in maart 2022 een klacht heeft ingediend bij de zorgaanbieder waarin hij zijn beklag heeft gedaan over de behandelaren die afspraken en toezeggingen niet nakwamen. Deze klacht is door de klachtenfunctionaris behandeld en afgerond met instemming van cliënt. Vervolgens heeft cliënt in augustus en december 2022 opnieuw geklaagd over het niet nakomen van deze afspraken. Deze klachten zijn opnieuw door de klachtenfunctionaris afgehandeld. Cliënt heeft op 18 december 2023 wederom een brief geschreven, dit keer gericht aan de Regionale Klachtencommissie, die de brief heeft doorgeleid naar de klachtenfunctionaris. De klachtenfunctionaris heeft deze brief aangemerkt als een nieuwe klacht en gesteld dat de interne klachtenprocedure moet worden gevolgd.
De commissie overweegt dat de klacht die cliënt aan de commissie heeft voorgelegd ziet op het niet nakomen van de afspraken die zijn gemaakt in het kader van de behandeling van de klachten, die cliënt in maart, augustus en december 2022 aan de zorgaanbieder heeft voorgelegd. Nu deze klachten door de klachtenfunctionaris zijn behandeld, kan niet worden gesteld dat cliënt in deze klachten de interne klachtenprocedure niet heeft doorlopen. Gelet op het vorenstaande zal de commissie cliënt ontvankelijk verklaren in zijn klacht.
De brief van 13 december 2023 gericht aan de regionale klachtencommissie heeft de zorgaanbieder aangemerkt als een nieuwe klacht. Vast staat dat cliënt niet op de uitnodiging van de klachtenfunctionaris is ingegaan voor een eerste gesprek, om te kijken hoe aan het klachttraject invulling kon worden gegeven. Nu het interne klachttraject nog niet is afgerond, zal de commissie cliënt op grond van artikel 6 lid 1 onder a van het Reglement niet-ontvankelijk verklaren in deze klacht.
De commissie is van oordeel dat cliënt geen omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan geoordeeld kan worden dat van hem niet kan worden verlangd dat hij de interne klachtenprocedure volgt. Dat een herhaling van hetzelfde klachtentraject hem niet vruchtbaar/zinvol lijkt, acht de commissie onvoldoende grond om van een interne klachtenprocedure af te zien.
Ten overvloede overweegt de commissie dat de geschillenprocedure via de geëigende weg dient te worden vervolgd. De zorgaanbieder zal in de gelegenheid worden gesteld verweer te voeren waarna cliënt de mogelijkheid wordt geboden op dit verweer te reageren. Vervolgens zal het geschil door de commissie ter zitting worden behandeld. Partijen zullen hiervoor door het secretariaat van de commissie een uitnodiging ontvangen.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie verklaart:
– cliënt ontvankelijk in zijn klacht voor zover deze ziet op de klachten van maart, augustus en december 2022;
– cliënt niet-ontvankelijk in zijn klacht, voor zover deze ziet op zijn brief van 13 december 2023.j
Aldus beslist door de Geschillencommissie Geestelijke Gezondheidszorg, bestaande uit
mevrouw mr. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, mevrouw dr. N.D. Veen, de heer mr. R.P. Gerzon, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. W. Hartong van Ark, secretaris, op 15 augustus 2024.