Klacht over nazorg na knieoperatie ongegrond

De Geschillencommissie Zorg




Commissie: Ziekenhuizen    Categorie: (On)Zorgvuldig handelen    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1310383/1324606

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De cliënt vond dat hij na een knieoperatie onvoldoende nazorg en begeleiding had gekregen. Volgens hem waren er te weinig controles geweest, kreeg hij onvoldoende instructies over het belasten van zijn knie en werden mogelijke complicaties niet op tijd ontdekt. De commissie oordeelde dat de zorgaanbieder de gebruikelijke en medische passende adviezen heeft gegeven en dat er geen aanleiding was voor extra onderzoek of afwijkende instructies. Ook kon niet worden vastgesteld dat eventuele complicaties bij een eerdere controle zouden zijn ontdekt. Daarom heeft de zorgaanbieder volgens de commissie niet onzorgvuldig gehandeld en is de klacht ongegrond verklaard.

De volledige uitspraak

in het geschil tussen

de heer [naam], wonende te [plaatsnaam] (hierna te noemen: de cliënt)

en

Ijsselland Ziekenhuis, gevestigd te Capelle aan den IJssel
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Onderwerp van het geschil

De cliënt heeft de klacht voorgelegd aan de zorgaanbieder.

Het geschil betreft de informatieverstrekking en nazorg na een knieoperatie.

Standpunt van de cliënt

Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De cliënt is in februari 2023 op zijn knie gevallen. In het ziekenhuis bleek sprake van een verbrijzelingsfractuur, waaraan de cliënt een week later is geopereerd. Hierna kreeg de cliënt gips voor vier weken, zonder verdere instructies of adviezen. Ook na de verwijdering van het gips op 15 maart 2023 kreeg de cliënt geen adviezen over belasting van de knie. Tijdens de controleafspraak op 17 april 2023 is alleen een lichamelijke controle uitgevoerd en zijn geen röntgenfoto’s gemaakt. De cliënt kreeg ook geen brace.

Langdurige therapie heeft niet geholpen en pas in november 2023 is de cliënt via de huisarts terugverwezen naar de traumaspecialist, die de cliënt weer heeft doorverwezen naar de orthopeed.

Uiteindelijk is de cliënt doorverwezen naar een orthopeed in een ander ziekenhuis, die de cliënt heeft verteld dat zijn knie niet belast had mogen worden. Door de belasting zijn kniefragmenten los gaan zitten en is nog meer schade ontstaan.

De cliënt verwijt de zorgaanbieder onvoldoende nazorg en wenst hiervoor erkenning.

Standpunt van de zorgaanbieder

Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Röntgenfoto’s
Er zijn geen röntgenfoto’s gemaakt omdat geen breuken bestonden waarvan de genezing moest worden gecontroleerd en omdat het wel of niet verbinden van de kniepees aan de knieschijf niet op röntgenfoto’s is te zien.

Strekfunctie
De cliënt stelt dat hij op 17 april 2023 zou hebben aangegeven dat hij in zijn knie geen strekfunctie had. Dit wordt door de zorgaanbieder betwist. Allereerst heeft de chirurg desgevraagd aangegeven dat hij bij lichamelijk onderzoek op 17 april 2023 heeft vastgesteld dat (naast een fraai genezen litteken) sprake was van “een intacte strekfunctie van het been, ten teken dat de continuïteit weer hersteld is”. Daarnaast blijkt ook uit het medisch dossier dat toen een intacte strekfunctie is waargenomen: “Gestrekt heffen intact”.

Positie knieschijf
De cliënt stelt dat zijn knieschijf bij de bewuste controle vijf centimeter te hoog zou zitten. Opvallend is dat de cliënt niet stelt dat hij dit toen heeft gezegd, maar slechts dat dit toen zichtbaar zou zijn geweest. Door de chirurg is dat toen niet waargenomen. Om die reden staat dat ook niet in het medisch dossier vermeld.

Geen adviezen over de belasting
De voornoemde constateringen van de chirurg ten tijde van het consult van 17 april 2023 gaven de chirurg geen enkele aanleiding om speciale adviezen aan de cliënt te geven over de verdere belasting van zijn knie. Aan de cliënt zijn wel de voor deze situatie gebruikelijke adviezen gegeven, te weten (i) door de gipsmeester in het kader van de nabehandeling met een loopkoker en (ii) door de artsen ten tijde van de nadere controles. Onderdeel van die adviezen was dat hij de fysiotherapie moest intensiveren, dat hij in beginsel de knie normaal moest belasten en dat hij zo nodig weer op consult moest komen. De cliënt heeft zich vervolgens “pas” weer gemeld op 6 november 2023.

Brace
Onder de gegeven omstandigheden was geen aanleiding voor een brace. Er waren geen indicaties om (behoudens de voornoemde adviezen) af te zien van normale belasting.

Conclusie
In het kader van de nazorg is gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot onder de gegeven omstandigheden verwacht mocht worden.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De cliënt heeft op 8 februari 2023 een kniefractuur opgelopen ten gevolge van een val. Op 14 februari 2023 heeft een operatieve behandeling plaatsgevonden. Aansluitend heeft de cliënt gedurende enkele weken gips gedragen, wat op 15 maart 2023 is verwijderd. Op advies van de zorgaanbieder is de cliënt gestart met fysiotherapie. Het herstel is nadien niet voorspoedig verlopen, waarna de cliënt zich maanden later in een ander ziekenhuis opnieuw heeft laten opereren.

De klacht van de cliënt ziet op het tekortschieten in de nazorg, het geven van onjuiste dan wel onvolledige adviezen omtrent het herstel en het niet tijdig onderkennen van complicaties in het genezingsproces.

De commissie stelt voorop dat bij een fractuur als de onderhavige een reële kans bestaat op complicaties tijdens het herstel, ongeacht de frequentie van postoperatieve controles. Niet in geschil is dat zich bij de cliënt een gecompliceerd herstel heeft voorgedaan. Tussen partijen is in geschil of dit eerder had kunnen worden onderkend en of de zorgaanbieder in dit kader de vereiste nazorg heeft verleend.

Adviezen en instructies
De cliënt heeft aangevoerd dat hem onvoldoende, dan wel onjuiste adviezen en instructies zijn gegeven met betrekking tot de belasting van het been na de operatie.

Uit het medisch dossier blijkt dat de zorgaanbieder de gebruikelijke postoperatieve adviezen heeft verstrekt die passend zijn bij een dergelijke ingreep. De commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden voor het oordeel dat er medische aanleiding bestond om van deze standaardadviezen af te wijken of aanvullende instructies te geven. In zoverre heeft de zorgaanbieder gehandeld overeenkomstig de geldende professionele standaard. De combinatie van deze adviezen met de verwijzing naar fysiotherapie acht de commissie toereikend.

Voor zover de cliënt heeft gesteld dat een orthopeed in het kader van een second opinion zou hebben aangegeven dat het been in het geheel niet belast had mogen worden, overweegt de commissie dat deze stelling geen steun vindt in de medische inzichten en evenmin is onderbouwd met de betreffende second opinion. In het algemeen geldt dat belasting van het been is toegestaan, zij het dat het been niet volledig gestrekt mag worden. De commissie volgt de cliënt hierin dan ook niet.

Afspraak 17 april 2023
Partijen verschillen van mening over de bevindingen tijdens de controleafspraak van 17 april 2023, in het bijzonder ten aanzien van de strekfunctie van het been. De zorgaanbieder heeft in het dossier vastgelegd dat sprake was van een intacte strekfunctie, wat door de cliënt wordt betwist.

Voor de commissie is niet vast te stellen in hoeverre op 17 april 2023 sprake was van een intacte strekfunctie. Bij deze afspraak waren immers ook geen derden aanwezig. In zoverre kan de commissie niet vaststellen in welke mate de cliënt zijn been kon strekken en of de zorgaanbieder uit de bevindingen had moeten afleiden dat sprake was van een afwijkend herstelverloop.

Vast staat dat de cliënt tijdens deze afspraak heeft verzocht om het maken van een röntgenfoto. De zorgaanbieder heeft hiervan afgezien, omdat naar zijn oordeel geen medische indicatie bestond voor aanvullend beeldvormend onderzoek. De commissie acht dit standpunt, gelet op de op dat moment bekende gegevens, navolgbaar. Niet is gebleken van concrete aanwijzingen die aanleiding hadden moeten geven tot nadere diagnostiek. Daar komt bij dat de al dan niet aanhechting van de kniepees aan de knieschijf niet op röntgenfoto’s zichtbaar is.

Conclusie
De commissie kan niet concluderen dat de zorgaanbieder onzorgvuldig heeft gehandeld. Hoewel de wens van de cliënt voor aanvullende controle of beeldvorming begrijpelijk is, kan niet worden vastgesteld dat eventuele complicaties bij een eerder onderzoek zouden zijn onderkend.

De klacht van de cliënt is ongegrond.
Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie:
– verklaart de klacht van de cliënt ongegrond.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit mevrouw mr. S.W.M. Speekenbrink, voorzitter, de heer prof. dr. J.A. van der Hage, de heer J. Donga, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. S.M.E. Balfoort, secretaris, op 1 april 2026.