Klacht over kapot montuur ongegrond

De Geschillencommissie Zorg




Commissie: Optiek    Categorie: Schade    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1308532/1322173

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Dit geschil gaat over de vraag of de ondernemer verantwoordelijk is voor een kapot montuur nadat er nieuwe glazen in zijn geplaatst. De consument vindt dat hij verkeerd is geïnformeerd en wil een nieuw montuur of vergoeding van de glazen. De commissie oordeelt dat het montuur al meer dan vier jaar oud was en daarmee de normale levensduur had bereikt. Het breken van het montuur is niet veroorzaakt door het plaatsen van de nieuwe glazen. Ook hoefde de ondernemer de consument niet te informeren over een wijziging van leverancier. Daarom is de klacht ongegrond en krijgt de consument geen vergoeding.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de vraag of de ondernemer verantwoordelijk is voor de latere breuk van een montuur wanneer daar nieuwe glazen in zijn geplaatst.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Op 20 februari 2021 heb ik bij de ondernemer een bril (montuur en glazen) gekocht. Na ongeveer een jaar is de veer van de bril gebroken. Dit is toen hersteld binnen de garantietermijn.

Op 19 april 2024 heb ik op advies van de ondernemer nieuwe glazen ad € 460,- gekocht die in het eerder kapotgegane montuur zijn gezet. Echter: mijn brilmontuur is op 30 juli 2025 – buiten de garantietermijn van twee jaar – opnieuw stukgegaan. Het montuur bleek toen niet reparabel.

In de periode voorafgaande aan de aanschaf van de nieuwe glazen heeft de ondernemer besloten om geen gebruik meer te maken van de leverancier [naam]. Indien ik dit had geweten had ik nooit nieuwe glazen gekocht voor dit montuur (vanwege de eerdere reparatie). De ondernemer heeft mij hier echter nooit over geïnformeerd. Hierdoor ben ik volgens de ondernemer nu genoodzaakt om een nieuw montuur inclusief nieuwe glazen te kopen (richtbedrag ca. € 750,-). Ik heb de ondernemer aangeschreven en een zeer summiere reactie/ geen coulance teruggekregen. Men wijst mij op de garantietermijn voor het montuur terwijl ik van mening ben dat ik met de aanschaf van de nieuwe glazen onjuist ben geadviseerd/ informatie is achtergehouden (betreffende de leverancier en het bijbehorende risico).

Ik ben het om meerdere redenen niet eens met de argumenten van de ondernemer. Dit heb ik in mijn schriftelijke reactie hierop van 19 februari 2026 uiteengezet.

Ik verzoek de commissie daarom te beslissen dat de ondernemer gehouden is tot kosteloze vervanging van de multifocale glazen, inclusief levering van een geschikt en deugdelijk nieuw montuur, zonder bijbetaling.
Mocht dat niet mogelijk zijn, dan verzoek ik om volledige vergoeding van de glazen.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument heeft in 2021 een [naam] montuur aangeschaft. Binnen het eerste jaar is een veer afgebroken, waarna wij – conform de kwaliteitsgarantie – een vervangend montuur hebben geleverd. Toen de consument in mei 2024 nieuwe glazen wilde aanschaffen, is dat gebeurd in hetzelfde montuur.

Het staat een consument vrij om glazen in een ouder montuur te laten plaatsen, maar het is een inherent risico dat een gebruikt montuur, zeker buiten garantie, in de toekomst kan slijten of breken. Dat risico ligt bij de consument. Wij hebben de gevraagde dienst – het leveren en plaatsen van nieuwe glazen – correct uitgevoerd. De overeenkomst zag niet op het montuur zelf. De latere breuk van het montuur in juli 2025 kan dus niet worden gezien als een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst van 2024. Wanneer een klant nieuwe glazen in een ouder montuur wil zetten wijzen wij altijd op het risico van beschadiging of breuk dat kan optreden. Een bril heeft namelijk een levensduur van een jaar of vier. Soms laten wij een klant zelfs een vrijwaring afgeven, bijvoorbeeld als het om bijzondere monturen gaat of als het montuur elders is gekocht.

De consument stelt dat hij, indien hij had geweten dat de ondernemer niet langer onderdelen van [naam] zou bestellen, geen nieuwe glazen zou hebben laten plaatsen. Wij benadrukken dat een ondernemer volledige vrijheid heeft om zijn leveranciers en assortiment te wijzigen. Deze vrijheid volgt rechtstreeks uit artikel 1 van de toepasselijke Algemene Voorwaarden, die bepalen dat de voorwaarden gelden voor alle aanbiedingen en overeenkomsten van de ondernemer, en dat afwijkingen slechts mogelijk zijn indien deze schriftelijk zijn vastgelegd. De assortimentskeuze van de ondernemer is een interne commerciële beslissing die geen juridische verplichting tot individuele kennisgeving aan klanten oplegt, zeker niet wanneer er geen lopende garantie of leveringsverplichting bestaat.

De algemene voorwaarden bepalen verder dat een overeenkomst tot stand komt door schriftelijke bevestiging of door het aanvangen met de uitvoering (artikel 2). De overeenkomst van 1 mei 2024 betrof uitsluitend de levering en plaatsing van glazen. Eerdere transacties creëren geen voortdurende verplichtingen voor de ondernemer, zoals bevestigd in artikel 3 van de voorwaarden. Dat klager in 2024 een brillenglastransactie aanging voor een oud montuur, betekent dus niet dat de ondernemer verantwoordelijk wordt voor toekomstige slijtage buiten garantie.

Bovendien was ten tijde van het breken van het montuur in 2025 geen sprake van een gebrek dat reeds bij aankoop aanwezig was, zodat er geen sprake kan zijn van non conformiteit zoals bedoeld in artikel 7:17 BW. Evenmin is sprake van dwaling: een assortimentswijziging betreft geen eigenschap van de zaak in de zin van artikel 6:228 BW. Evenmin rust op de ondernemer een zorgplicht om consumenten te informeren over interne bedrijfsbeslissingen die geen invloed hebben op reeds nagekomen verplichtingen.

Nadat de breuk zich in 2025 voordeed, hebben wij bovendien getracht een oplossing te bieden door alternatieve veren aan te bieden en – toen de consument dit niet wenste – een alternatief montuur te bestellen. Daarmee hebben wij ons als redelijk dienstverlener gedragen, ook al bestond daartoe geen verplichting meer.

Ongeacht de uitslag van deze zaak blijven wij bij ons aanbod aan de consument om kosteloos een alternatief montuur aan hem te leveren en daarin kosteloos de glazen te monteren.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

In deze zaak gaat het om een montuur dat de consument op 20 februari 2021 bij de ondernemer heeft gekocht. Nadat hierin nieuwe glazen waren geplaatst, is het montuur op 30 juli 2025 (voor de tweede keer) kapotgegaan.

Nu de consument het montuur meer dan vier jaar heeft kunnen gebruiken, heeft het montuur voldaan aan de verwachtingen die de consument daarvan op basis van de wet mocht hebben. Monturen gaan namelijk (afhankelijk van het model en type) in het algemeen drie tot vier jaar mee. Het (wederom) breken van het montuur kan dan ook niet als een toerekenbare tekortkoming worden gezien.

Het opnieuw defect raken van het montuur is bovendien niet veroorzaakt door het plaatsen van de nieuwe glazen. Dit laatste heeft de consument niet aangevoerd. Het valt ook niet te rijmen met het feit dat de consument, na het vervangen van de glazen, de bril zo’n 15 maanden heeft kunnen gebruiken.

De stelling van de consument dat hij de glazen niet had laten plaatsen als hij had geweten dat de ondernemer geen gebruik meer zou maken van de leverancier [naam], heeft hij niet nader onderbouwd. Maar ook als die stelling juist zou zijn, baat die stelling de consument niet. Hij heeft het montuur immers meer dan vier jaar kunnen gebruiken. Dit is de normale levensduur, die niet anders zou zijn geweest indien de ondernemer wel gebruik was blijven maken van de leverancier [naam].

De klacht is dus ongegrond. Het is aan de consument om te besluiten al dan niet gebruik te maken van het nog bestaande aanbod van de ondernemer om kosteloos een alternatief montuur aan hem te leveren en daarin kosteloos de glazen te monteren,

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Optiek, bestaande uit de heer mr. W.F.R. Rinzema, voorzitter, de heer M. de Doelder, de heer mr. E.A.J. van der Heijden, leden, op 26 maart 2026.