Klacht over injecties in de hand ongegrond verklaard

De Geschillencommissie Zorg




Commissie: Ziekenhuizen    Categorie: (On)Zorgvuldig handelen    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1157883/1314260

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De cliënt kreeg in juli 2023 twee injecties in haar rechterhand in het Meander Medisch Centrum vanwege handklachten. Kort daarna ontstond een ernstige infectie, waardoor zij meerdere operaties moest ondergaan en blijvende schade opliep. Zij vindt dat het ziekenhuis onzorgvuldig heeft gehandeld, dat de injecties niet steriel of op de juiste plek zijn gezet, dat er te laat en onvoldoende onderzoek is gedaan en dat zij niet goed is geïnformeerd over de risico’s. Het ziekenhuis stelt dat de injecties volgens de regels zijn gegeven, dat er sprake was van een zeldzame maar bekende complicatie en dat de cliënt wél goed is behandeld en onderzocht. Volgens het ziekenhuis is steeds zorgvuldig gewerkt en konden de complicaties niet worden voorkomen. De Geschillencommissie oordeelt dat het ziekenhuis heeft gehandeld zoals van een goede zorgverlener mag worden verwacht. Er zijn geen aanwijzingen dat de injecties verkeerd of onsteriel zijn toegediend en het ziekenhuis heeft na het ontstaan van de infectie snel en passend ingegrepen met operaties, onderzoeken en behandeling. Ook hoefde het ziekenhuis de cliënt niet te informeren over dit zeer zeldzame risico. Daarom verklaart de commissie de klacht ongegrond en krijgt de cliënt geen schadevergoeding.

De volledige uitspraak

in het geschil tussen

mevrouw [naam], wonende te [plaats] (hierna te noemen: de cliënt)

en

Meander Medisch Centrum, gevestigd te Amersfoort
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Onderwerp van het geschil

De cliënt heeft de klacht voorgelegd aan de zorgaanbieder.

Het geschil betreft de vraag of de zorgaanbieder bij het toedienen van injecties in de rechterhand van de cliënt onzorgvuldig heeft gehandeld en of de cliënt voorafgaand aan de behandeling voldoende is geïnformeerd over de aard en mogelijke risico’s van deze behandeling.

Standpunt van de cliënt

Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De cliënt is in de periode van 20 juli 2023 tot en met 25 september 2023 onder behandeling geweest bij de afdeling Plastische Chirurgie in verband met klachten aan haar rechterhand. Op 20 juli 2023 heeft de behandelend arts twee Kenacort-injecties toegediend. Binnen 48 uur na deze injecties is bij de cliënt een infectie in de rechterhand ontstaan, waarna zij meerdere operaties heeft moeten ondergaan.

De cliënt is voorafgaand aan de injecties niet geïnformeerd over de mogelijke risico’s van de behandeling. Haar is uitsluitend meegedeeld dat de injecties tot pijnvermindering zouden leiden, terwijl haar klachten na de injecties juist zijn toegenomen.

Deze infectie is het gevolg van onzorgvuldig handelen bij het toedienen van de injecties. De cliënt kan zich niet herinneren dat haar huid voorafgaand aan het injecteren is gedesinfecteerd. Daarnaast is haar later meegedeeld dat de injecties in het gewricht zijn geplaatst in plaats van rondom het gewricht.

Bij behandeling van de infectie door de zorgaanbieder is aanvankelijk een onjuiste dan wel onvolledige diagnose gesteld van de infectie. Hierdoor hebben meerdere operaties plaatsgevonden zonder dat de infectiebron adequaat werd behandeld. Tussen de operaties door traden telkens nieuwe ontstekingen op, waarop door de zorgaanbieder onvoldoende is gereageerd. Ondanks herhaalde verzoeken van de cliënt en haar familie is geen aanvullend onderzoek verricht. Hierdoor heeft de infectie zich verder kunnen uitbreiden, met blijvende schade aan bot en gewrichten tot gevolg.

Als gevolg van het voorgaande heeft de cliënt blijvende schade opgelopen aan de gewrichten van haar wijs- en middelvinger van haar dominante rechterhand. Zij ervaart blijvend functieverlies en kan niet meer typen, schrijven of voorwerpen vasthouden. Daarnaast leeft zij dagelijks met pijnklachten, ondanks het gebruik van pijnstilling. De kwaliteit van haar leven is hierdoor aanzienlijk verminderd. De cliënt kan haar vrijwilligerswerk op een basisschool niet meer uitvoeren, mist daardoor (toekomstig) inkomen en kan haar hobby, het bespelen van een muziekinstrument, niet langer uitoefenen.

De cliënt verzoekt de commissie de klacht gegrond te verklaren, vast te stellen dat het ziekenhuis onzorgvuldig heeft gehandeld, het ziekenhuis te laten erkennen dat fouten zijn gemaakt, excuses te laten aanbieden en een passende schadevergoeding toe te kennen wegens het veroorzaakte letsel en de daaruit voortvloeiende door haar geleden schade.

Standpunt van de zorgaanbieder

Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Bij de behandeling van de cliënt is door de zorgaanbieder zorgvuldig gehandeld en er is geen sprake van handelen in strijd met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend zorgverlener mag worden verwacht.

De cliënt werd op 20 juli 2023 gezien na verwijzing door de huisarts vanwege sinds langere tijd bestaande en toenemende klachten aan beide handen. Op basis van anamnese, lichamelijk onderzoek en aanvullend beeldvormend onderzoek werd gedacht aan multipele triggerfingerklachten dan wel een carpaal tunnelsyndroom, waarbij geen ossale afwijkingen werden vastgesteld. Aan de cliënt is een behandelbeleid voorgesteld bestaande uit het toedienen van een Kenacort-injectie met pijnstillende en ontstekingsremmende werking en, bij uitblijven van effect, verwijzing naar een reumatoloog. Dit beleid is met de cliënt besproken door zowel de physician assistant als de plastisch chirurg, waarbij uitleg is gegeven over de werking van de injectie. De cliënt stemde hiermee in en gaf aan dat zij de injectie door de plastisch chirurg wilde laten toedienen. De injectie is vervolgens gezet met gebruikmaking van steriele technieken, waaronder handhygiëne, desinfectie van de huid en steriel materiaal.

Op 23 juli 2023 presenteerde de cliënt zich op de Spoedeisende Hulp met een pijnlijke, rode en gezwollen rechterhand. Op basis van de bevindingen is de cliënt diezelfde dag met spoed geopereerd en opgenomen. Tijdens de opname heeft een tweede operatie plaatsgevonden. Na ontslag werd antibiotica voorgeschreven en werd gestart met handtherapie.

In de daaropvolgende periode is de cliënt frequent gecontroleerd en behandeld door verschillende artsen, handtherapeuten en een reumatoloog. Er is overleg geweest met de bacterioloog, er zijn meerdere wondkweken en bloedonderzoeken verricht, de hand is meerdere malen gespoeld en er zijn aanvullende echo’s en later een MRI vervaardigd. Tevens zijn antibiotica, pijnstilling en handtherapie voortgezet. Medio september 2023 werd na heropname en na overleg met de reumatoloog met de cliënt besproken dat sprake was van abcesvorming rondom het MCP2-gewricht en dat dit een zeldzame complicatie betrof, waarvoor de reeds ingezette behandeling aangewezen was. Vervolgens heeft de cliënt aangegeven verdere behandeling in een ander ziekenhuis te wensen, waaraan medewerking is verleend.

Er is sprake geweest van een zeldzame complicatie in de vorm van een infectie na een injectie. Een dergelijke complicatie kan niet altijd worden voorkomen en vormt op zichzelf geen aanwijzing voor onzorgvuldig handelen. De zorgaanbieder betwist dat de injectie onjuist is geplaatst of dat onsteriel is gewerkt.

Ten aanzien van de informatievoorziening is de cliënt geïnformeerd over de werking van de injectie en heeft zij met deze behandeling ingestemd. Een infectie na een injectie is een zeer zeldzame complicatie waarover patiënten vooraf niet standaard hoeven te worden geïnformeerd.

Gedurende het gehele behandeltraject is adequaat gereageerd op het klinisch beloop. Er is passende diagnostiek verricht en meerdere disciplines zijn bij de behandeling betrokken. Dat het beloop ondanks deze inspanningen ongunstig is geweest, is betreurenswaardig, maar maakt het handelen niet onzorgvuldig.

Van aansprakelijkheid kan slechts sprake zijn indien komt vast te staan dat onzorgvuldig is gehandeld én dat daardoor schade is ontstaan die in causaal verband staat met dat handelen. Daarvan is geen sprake. De cliënt had reeds voorafgaand aan het eerste consult langdurige handklachten en niet is aangetoond dat de huidige klachten uitsluitend en rechtstreeks het gevolg zijn van de verweten gedragingen. Bovendien is de hoogte van de gevorderde schadevergoeding niet nader onderbouwd.

Ten aanzien van het verzoek om excuses is in gesprekken met de cliënt reeds herhaaldelijk aangegeven dat het beloop wordt betreurd. Het opleggen van excuses behoort niet tot het instrumentarium van de commissie.

De zorgaanbieder verzoekt de commissie derhalve de klacht ongegrond te verklaren en het verzoek tot schadevergoeding af te wijzen.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Toetsingskader

De overeenkomst die de cliënt met de zorgaanbieder heeft gesloten betreft een geneeskundige behandelingsovereenkomst in de zin van artikel 7:446 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Op grond van deze overeenkomst dient de zorgaanbieder bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed hulpverlener in acht te nemen en te handelen overeenkomstig de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiend uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard (artikel 7:453 BW). Dit betekent dat beoordeeld moet worden of de zorgaanbieder heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend hulpverlener in dezelfde omstandigheden mocht worden verwacht.

Inhoudelijke beoordeling

De commissie is van oordeel dat het ontstaan van een infectie na een injectie kan worden aangemerkt als een zeldzame, maar bekende complicatie. Het enkele optreden van een complicatie betekent op zichzelf niet dat sprake is van onzorgvuldig handelen.

De commissie heeft in het dossier geen aanwijzingen gevonden dat bij het toedienen van de injecties onjuist of onsteriel is gehandeld. Uit de stukken blijkt dat het injecteren in het ziekenhuis is verricht en dat daarbij gebruik is gemaakt van steriele technieken en materialen. Hoewel theoretisch niet kan worden uitgesloten dat een infectie ontstaat door een verstoring van steriliteit, biedt het dossier geen aanknopingspunten om te concluderen dat hiervan sprake is geweest.

Na het optreden van de infectie is naar het oordeel van de commissie adequaat en juist gereageerd. De cliënt is met spoed geopereerd, vervolgens opgenomen, en er zijn meerdere operatieve spoelingen verricht. Daarnaast zijn herhaaldelijk kweken afgenomen, bloedonderzoek verricht en beeldvormende onderzoeken uitgevoerd. Ook is overleg gevoerd met andere specialismen en is aanvullende behandeling met antibiotica, pijnstilling en handtherapie ingezet. Dit past bij een zorgvuldig en conform de professionele standaard uitgevoerd beleid.

Dat in een later stadium sprake is gebleken van botinfectie (osteomyelitis) is zeer vervelend, maar maakt niet dat het eerdere beleid onjuist was. De commissie acht aannemelijk dat aanvullend onderzoek, zoals het eerder verrichten van een MRI, mogelijk eerder inzicht had kunnen geven in eventuele botbetrokkenheid. Niet aannemelijk is echter dat dit tot een wezenlijk ander behandelbeleid zou hebben geleid. De kern van de behandeling van de infectie (het operatief openen en spoelen van de hand en het instellen van antibiotica) zou ook in dat geval ongewijzigd zijn gebleven.

Ten aanzien van de informatieplicht overweegt de commissie dat niet iedere mogelijke complicatie vooraf met een patiënt hoeft te worden besproken. Gezien de extreem geringe kans op het optreden van een infectie na een Kenacort-injectie is de commissie van oordeel dat de zorgaanbieder niet gehouden was de cliënt specifiek op dit risico te wijzen.

De commissie concludeert dat de injectie lege artis is gezet en dat de zorgaanbieder na het optreden van de complicatie passend en tijdig heeft gehandeld. Dat de behandeling ingrijpend is geweest en mogelijk heeft bijgedragen aan blijvende functiebeperkingen, is tragisch, maar maakt niet dat de zorgaanbieder een verwijt treft.

Gelet op het voorgaande is de commissie van oordeel dat geen sprake is van handelen in strijd met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend hulpverlener mocht worden verwacht.

De klacht is daarom ongegrond.

Nu geen sprake is van onzorgvuldig handelen, ontbreekt tevens een grondslag voor toekenning van een schadevergoeding.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie:
– verklaart de klacht ongegrond;
– wijst het verzoek tot schadevergoeding af.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de zorgaanbieder aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit de heer mr. A.R.O. Mooy, voorzitter, de heer prof. dr. R.R.W.J. van der Hulst, de heer J. Zomerplaag, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. P.G.L. Koolen, secretaris, op 30 januari 2026.