Commissie: Zorg Algemeen
Categorie: Facturatie
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: bindend advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
642065/683711
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De uitspraak
Onderwerp van het geschil
De cliënt heeft de klacht voorgelegd aan de zorgaanbieder.
Het geschil betreft de vraag of de zorgaanbieder ten aanzien van de gefactureerde minuten op juiste wijze heeft gehandeld.
De cliënt heeft een bedrag van € 533,83 niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.
Standpunt van de cliënt
Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De cliënt is het niet eens met een factuur die zij van de zorgaanbieder heeft ontvangen. Naar haar mening ziet de factuur op de klachtafhandeling en niet op behandelcontact dat heeft plaatsgevonden. De in rekening gebrachte minuten (alle correspondentie en contacten na 19 juni 2024) zijn inleidend aan het gesprek met de klachtenfunctionaris van 26 juli 2024. Op 30 juni 2024 zijn de afspraken zoals gemaakt met de klachtenfunctionaris nader uitgewerkt. Ook deze minuten zien dus op de klachtbehandeling.
De behandeling is op 19 juni 2024 gestopt omdat verwijzing naar een andere zorgaanbieder noodzakelijk was. In de tussentijd is sprake van een overgangsperiode waarvoor kosten in rekening zijn gebracht die niet worden gedekt door de zorgverzekeraar.
De cliënt wenst creditering van de facturen ter hoogte van € 533,83.
Standpunt van de zorgaanbieder
Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Het maken van inhoudelijke afspraken tussen een cliënt en een regiebehandelaar over het behandelplan en het uitvoeren van de behandeling betreffen behandelingen in het kader van de Zorgverzekeringswet. Ditzelfde geldt voor het bespreken van de inhoud van een verwijzing en andere inhoudelijke onderwerpen die in die periode opgepakt zijn. De facturen zijn conform alle geldende wet- en regelgeving opgesteld.
Of een ingediende klacht ergens al dan niet invloed heeft gehad op die onderwerpen en dat behandelplan is volgens de zorgaanbieder niet relevant: het betreft nog steeds een lopende behandeling en daarmee behandeling in het kader van de Zorgverzekeringswet.
Ter zitting heeft de zorgaanbieder toegelicht dat de facturen inmiddels voor de helft zijn gecrediteerd. Dit heeft te maken met de aanpassing van multidisciplinaire naar monodisciplinaire bedragen. Ook heeft de zorgaanbieder de facturatie van alle contacten die niet rechtstreeks zagen op de behandeling, aan de cliënt gecrediteerd.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Is sprake van een inhoudelijke klacht?
De commissie heeft op grond van Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) tot taak om geschillen over gedragingen van een zorgaanbieder jegens een cliënt in het kader van de zorgverlening te beslechten.
Op grond van artikel 5 sub a van het reglement kan de commissie een cliënt ambtshalve (uit eigen beweging) in de klacht niet-ontvankelijk verklaren, indien het een geschil betreft over de niet-betaling van de factuur en daaraan geen inhoudelijke klacht ten grondslag ligt.
Naar het oordeel van de commissie is sprake van een inhoudelijke klacht, nu de klacht van de cliënt ziet op de hoedanigheid van de prestaties die door de zorgaanbieder in rekening zijn gebracht en de vraag of deze prestaties als zorgverlening zijn te kwalificeren.
De commissie verklaart de cliënt ontvankelijk in haar klacht en gaat over tot de inhoudelijke beoordeling van het geschil.
Inhoudelijke beoordeling
De cliënt is van mening dat de zorgaanbieder minuten in rekening heeft gebracht die uitsluitend zien op de klachtbehandeling. Volgens de cliënt raakt dit onvoldoende aan de behandelingsovereenkomst en dienen contacten rondom klachtbehandeling voor rekening van de zorgaanbieder zelf te komen.
De stelling van de cliënt dat uitsluitend sprake was van contact over de klacht en klachtbehandeling, volgt de commissie niet. Uit de overgelegde stukken blijkt dat in de betreffende periode ook contact tussen de cliënt en de zorgaanbieder is geweest over een verwijzing, overbruggingszorg en een eventueel nieuw behandelplan. Deze zaken raken direct aan de behandelingsovereenkomst en de zorgaanbieder mocht deze contacten dan ook in rekening brengen.
Gelet op de omvang van de creditering door de zorgaanbieder had het op de weg van de cliënt gelegen om zorgvuldig te onderbouwen in hoeverre nog precies sprake was van onterechte facturatie. Naar het oordeel van de commissie heeft de cliënt dit onvoldoende gedaan.
De commissie verklaart de klacht dan ook ongegrond.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie:
– verklaart de klacht van de cliënt ongegrond;
– bepaalt dat de cliënt het openstaande bedrag van € 92,35 binnen 14 dagen na verzending van dit bindend advies aan de zorgaanbieder dient te voldoen.
Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend. Partijen hebben schriftelijk bevestigd dat nog een bedrag openstaat van € 626,18. Het depotbedrag van € 533,83 wordt dan ook aan de ondernemer overgemaakt. Daarnaast dient de consument nog € 92,35 aan de ondernemer te voldoen binnen 14 dagen na verzending van dit bindend advies.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Zorg Algemeen, bestaande uit de heer mr. L. Verheij, voorzitter, de heer drs. T. Knap, de heer mr. P.O.H. Gevaerts, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. S.M.E. Balfoort, secretaris, op 19 december 2024.