Commissie: Ziekenhuizen
Categorie: Behandelingsovereenkomst
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: bindend advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1310447/1319465
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Dit geschil gaat over een cliënt die vindt dat een operatie aan zijn hand verkeerd is uitgevoerd, waardoor hij blijvende klachten heeft en niet meer kan werken. Hij stelt dat hij vooraf niet goed is geïnformeerd en dat de nazorg onvoldoende was. De zorgaanbieder is het hier niet mee eens en zegt dat de operatie en behandeling volgens de regels zijn uitgevoerd en dat de cliënt goed is geïnformeerd. De commissie oordeelt dat de zorgaanbieder zorgvuldig heeft gehandeld, dat de cliënt voldoende uitleg heeft gekregen en dat het mindere herstel een mogelijke complicatie is en geen fout. De klacht wordt daarom ongegrond verklaard en de gevraagde schadevergoeding wordt afgewezen.
De volledige uitspraak
in het geschil tussen
de heer [naam], wonende te [plaatsnaam] (hierna te noemen: de cliënt)
en
Stichting Tergooi, gevestigd te Hilversum
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).
Onderwerp van het geschil
De cliënt is in het ziekenhuis van de zorgaanbieder geopereerd aan zijn linkerhand. De cliënt verwijt de zorgaanbieder dat de ingreep op onjuiste wijze is uitgevoerd waardoor de handfunctie van de cliënt permanent beperkt is.
Standpunt van de cliënt
Vanwege klachten aan zijn linkerhand en -pols is door de chirurg van de zorgaanbieder in oktober 2022 een ‘ulnaverkortingsoperatie’ uitgevoerd. Aan de cliënt was vooraf verteld dat zijn hand daarna gedurende zes weken zou worden ingegipst. Uiteindelijk heeft de cliënt vijf maanden met zijn hand en pols in het gips gezeten waardoor het risico op kapselverklevingen en artrose enorm is verhoogd. De cliënt ervoer ernstige bewegingsbeperkingen en pijn, maar door de zorgaanbieder werden die klachten afgedaan als ‘normaal’ en werd gezegd dat alles goed ging. De cliënt begrijpt niet dat de zorgaanbieder lange termijn risico’s van kapselverklevingen, artrose, blijvende rotatiebeperking en blijvende beperking in het tillen van meer dan tien kilo nooit met hem heeft besproken. De cliënt werd een volledig herstel in zes maanden beloofd. Meer dan drie jaar later is de cliënt echter nog steeds ernstig beperkt. De cliënt heeft zich tot meerdere gespecialiseerde handklinieken gewend, die zijn klachten en blijvende beperkingen bevestigen en rechtstreeks relateren aan de operatie die de cliënt in het ziekenhuis van de zorgaanbieder heeft ondergaan en de nazorg die hij daar heeft ontvangen. Ook de fysiotherapeut die de cliënt in het ziekenhuis van de zorgaanbieder heeft bezocht heeft gewaarschuwd voor de blijvende klachten die de cliënt heeft ondervonden. De cliënt is professioneel bodybuilder en internationaal trainer. Door de ernstige en blijvende bewegingsbeperkingen kan hij zijn beroep niet meer uitoefenen. Vanwege de aanhoudende pijn heeft de cliënt een operatie moeten laten uitvoeren in het [ziekenhuis]. De cliënt houdt de zorgaanbieder verantwoordelijk voor de schade die hij heeft ondervonden en nog steeds ondervindt waaronder pijn, revalidatiekosten en inkomensverlies.
De cliënt verzoekt de commissie om de maximale vergoeding van € 25.000,- op te leggen.
Standpunt van de zorgaanbieder
De cliënt is in maart 2022 van zijn fiets gevallen en had sindsdien last van zijn linker pols. Vanwege aanhoudende klachten waarbij op een foto geen breuk was gezien, werd hij op 21 april 2022 door zijn huisarts naar de zorgaanbieder verwezen voor verdere behandeling. Het eerste consult vond plaats op 11 mei 2022. Op basis van de bevindingen uit anamnese en onderzoek werd besloten tot een MRI. In een consult op 15 juni 2022 werd besloten tot een conservatieve behandeling met een brace en handtherapie. Op 4 juli 2022 werd de cliënt opnieuw gezien. De cliënt gaf te kennen dat sprake was van een verbetering van de klachten met 50%. Bij onderzoek werd geconstateerd dat de cliënt de brace verkeerd droeg. De cliënt werd verzocht vanwege de taalbarrière bij de volgende controle een tolk mee te nemen. Op 15 augustus 2022 werd de cliënt opnieuw gezien, maar de cliënt had geen tolk meegenomen.
Op 29 augustus 2022 verscheen de cliënt wel met een tolk. Hij vertelde dat hij veel last had van het draaien met de pols en het tillen van zware voorwerpen. Ook had hij een stijf gevoel in zijn pols. Met de cliënt werd besproken dat een operatie was aangewezen. Aan de cliënt is met de hulp van de tolk uitgelegd dat sprake zou zijn van een langdurig herstel waarbij intensieve handtherapie nodig zou zijn. Aan de cliënt is uitleg gegeven over minimaal zes weken gips na de operatie, de kans op het langzaamaan elkaar groeien van het bot en het niet zwaar belasten van de pols gedurende de eerste drie maanden. Op 4 oktober 2022 is de operatie uitgevoerd waarbij de ulna (de ellepijp) drie mm is verkort. De operatie is ongecompliceerd verlopen en de huisarts van de cliënt werd geïnformeerd.
Tijdens de volgende controles heeft de zorgaanbieder steeds een tolk gereserveerd. Bij de controles was de stand van de pols steeds goed, maar verliep de doorbouw van het bot langzamer dan verwacht. Op 14 november 2022 werd om die reden besloten dat nieuw gips zou worden aangebracht en werd daarover via de tolk uitleg gegeven aan de cliënt. De cliënt maakte in de navolgende controles kenbaar dat hij zich zorgen maakte over de genezing. Onderzoek wees uit dat de botdoorbouw vorderde en de cliënt werd geadviseerd de handtherapie te intensiveren en langzaam op te bouwen naar volledige belasting van de pols. Tijdens een controle op 21 augustus 2023 vertelde de cliënt dat het langzaam beter ging. Wel had hij pijn ter hoogte van de plaat en schroeven. Vanwege aanhoudende pijn en nadat uit een CT-scan was gebleken dat het bot goed vastzat, werden op 27 december 2023 de plaat en schroeven verwijderd. Ook die ingreep is ongecompliceerd verlopen. Tijdens een controle op 11 januari 2024 vertelde de cliënt dat het goed ging. Hij was blij met het resultaat en had geen pijn meer. Bij onderzoek oogde de wond rustig en bleek de functie van de pols sterk verbeterd. De zorgaanbieder heeft de cliënt daarna niet meer gezien.
Bijna anderhalf jaar na de laatste controle diende de cliënt een klacht in. De zorgaanbieder heeft getracht om in onderling overleg met de cliënt tot een oplossing te komen, maar dat is helaas niet gelukt.
De zorgaanbieder stelt zich op het standpunt dat bij de behandeling van de cliënt steeds zorgvuldig is gehandeld. De klachten van de cliënt zijn steeds serieus genomen en aan de cliënt is door middel van een tolk veel uitleg gegeven. Het letsel aan de pols van de cliënt is ontstaan door de val van zijn fiets, ruime tijd voorafgaand aan de behandeling in het ziekenhuis van de zorgaanbieder. Na de laatste controle in januari 2024, waarin de cliënt aangaf tevreden te zijn met het resultaat, heeft hij zich tot andere zorgaanbieders gewend. De cliënt heeft daarmee de zorgaanbieder de kans ontnomen hem te helpen met zijn klachten.
Beoordeling van het geschil
Beoordelingskader
Bij de beoordeling van deze klacht geldt het volgende beoordelingskader. De overeenkomst die is gesloten tussen de cliënt en de zorgaanbieder is aan te merken als een geneeskundige behandelingsovereenkomst in de zin van artikel 7:446 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Bij de uitvoering van de geneeskundige behandelingsovereenkomst moet de hulpverlener – in dit geval de plastisch chirurg – de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen. Daarbij moet de hulpverlener handelen in overeenstemming met de op hem/haar rustende verantwoordelijkheid die voortvloeit uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard (artikel 7:453 van het BW), die mede bepaald wordt door onder meer de stand en inzichten van de medische wetenschap, richtlijnen en protocollen. Deze zorgplicht houdt in dat de hulpverlener die zorg moet betrachten die een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot/hulpverlener in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht.
De zorgplicht houdt in beginsel geen resultaatsverplichting in, maar wordt aangemerkt als een inspanningsverplichting. Van een tekortkoming kan dan ook pas worden gesproken indien komt vast te staan dat de hulpverlener zich onvoldoende heeft ingespannen of bij de inspanning een fout heeft gemaakt.
De commissie dient te onderzoeken of de plastisch chirurg bij de uitvoering van de geneeskundige behandelingsovereenkomst in de gegeven omstandigheden al dan niet de hiervoor omschreven zorgplicht heeft nageleefd.
De commissie heeft het volgende overwogen.
Als gevolg van de val van zijn fiets zijn bij de cliënt klachten opgetreden aan zijn linkerhand en -pols. Door de plastisch chirurg van de zorgaanbieder is op 4 oktober 2022 een ingreep uitgevoerd (een ulnaverkorting) om die klachten te verminderen.
Informed consent
De cliënt verwijt de zorgaanbieder dat hij onvoldoende is gewezen op de complicaties en risico’s van de ingreep. Uit het medisch dossier blijkt dat de cliënt op juiste wijze is geïnformeerd over de aard en de risico’s van de ingreep. De cliënt werd tijdens de consulten ondersteund door een tolk. Voor de commissie is daarmee vast komen te staan dat over het uitvoeren van de ingreep informed consent bestond.
Medisch handelen
De cliënt verwijt de zorgaanbieder voorts dat (de chirurg van) de zorgaanbieder nalatig of onzorgvuldig heeft gehandeld bij het uitvoeren van de ingreep en de vervolgens verleende nazorg.
Uit het dossier blijkt dat de cliënt op 11 januari 2024 voor het laatst voor een controleafspraak door de plastisch chirurg van de zorgaanbieder is gezien. In het dossier van de cliënt is op die datum genoteerd: “gaat goed, erg blij met het resultaat, geen pijn meer”. Daarna heeft de cliënt bij de zorgaanbieder geen melding meer gemaakt van klachten, zorgen of problemen.
De cliënt heeft naar voren gebracht dat hij na het laatste bezoek aan de zorgaanbieder meerdere handspecialisten heeft bezocht vanwege aanhoudende klachten.
Wat de aard was van zijn klachten en hoe die zijn behandeld, is niet vast te stellen. De gevolgen daarvan zijn dan ook niet toe te rekenen aan de zorgaanbieder. De cliënt heeft op 24 maart 2026 in het [ziekenhuis] een operatie ondergaan waarin door een traumachirurg een Scheker-prothese in zijn linkerhand is geplaatst. De cliënt heeft aangevoerd dat de traumachirurg de behandeling heeft moeten uitvoeren, omdat de operatie door de zorgaanbieder op onzorgvuldige wijze zou zijn uitgevoerd. Uit de verklaring van de traumachirurg van 25 maart 2026 volgt die conclusie echter niet.
Zoals hiervoor is overwogen rust op de arts een inspanningsverplichting en niet een resultaatsverplichting. Ook bij een ingreep die lege artis en volgens de professionele standaarden is uitgevoerd, kan het voorkomen dat het resultaat niet is zoals de cliënt verwacht of een complicatie optreedt. Uit het dossier blijkt dat de operatie op juiste wijze heeft plaatsgevonden. Ook de nazorg (de verlengde gipsduur en handtherapie) is op een juiste wijze verleend; steeds werd door de zorgaanbieder een tolk gereserveerd en op pijnklachten is steeds adequaat gereageerd. Na de ingreep duurde het herstel van het bot (de bot doorbouw) langer dan gemiddeld. De cliënt is hier voorafgaand aan de ingreep als volgt op gewezen: “Kans op het langzaamaan elkaar groeien van het bot (delayed uinion)”. Het trager verloop van het herstel is te duiden als een complicatie en niet als een medische fout. Dit geldt eveneens voor eventuele restklachten die de cliënt stelt te hebben ondervonden. Patiëntgebonden factoren zoals de anatomie en fysiologie van de patiënt en het individueel herstellend vermogen, kunnen daarbij een rol spelen. Bij het laatste consult en onderzoek op 11 januari 2024 was sprake van een goed resultaat en had de cliënt geen pijn meer.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat geen sprake is van enig verwijtbaar of onzorgvuldig handelen van de zorgaanbieder. De klacht van de cliënt is ongegrond en het verzoek tot het toekennen van schadevergoeding wordt afgewezen.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie verklaart de klacht van de cliënt ongegrond en wijst het door hem verzochte af.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit mevrouw mr. dr. E. Venekatte, voorzitter, de heer dr. T.H.J. Nijhuis, de heer J. Zomerplaag, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. J.C. Quint, secretaris, op 27 maart 2026.