Klacht over blijvend duimletsel na operatie mag alsnog worden behandeld

De Geschillencommissie Zorg




Commissie: Ziekenhuizen    Categorie: schadevergoeding    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: voorbeslissing   Uitkomst: ontvankelijk   Referentiecode: 1312528/1332790

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Een vrouw heeft een klacht ingediend tegen Ziekenhuis St Jansdal vanwege blijvend letsel aan haar rechterduim na een operatie in november 2016. Direct na de operatie had zij veel pijn en minder gevoel in haar duim. Bij een tweede operatie bleek dat een zenuw volledig was doorgesneden. Volgens de vrouw is de eerste operatie niet zorgvuldig uitgevoerd. Door het letsel kan zij haar hand minder goed gebruiken, heeft zij problemen met werken en heeft zij hulp nodig bij dagelijkse activiteiten. Zij houdt het ziekenhuis verantwoordelijk en vraagt € 25.000 schadevergoeding. Het ziekenhuis en zijn verzekeraar hebben de aansprakelijkheid afgewezen. Volgens het ziekenhuis heeft de vrouw haar klacht bovendien te laat ingediend, omdat de klachtenprocedure al in december 2018 zou zijn afgerond. De Geschillencommissie Ziekenhuizen is het daar niet mee eens. Uit de stukken blijkt dat de vrouw en het ziekenhuis daarna nog jarenlang contact hadden over een mogelijke oplossing. Pas in april 2025 wees de verzekeraar de aansprakelijkheid definitief af. De vrouw meldde haar klacht in september 2025 bij de commissie en was daarmee op tijd. De commissie verklaart haar klacht daarom ontvankelijk. Dit betekent dat de klacht inhoudelijk behandeld mag worden. De commissie heeft nog niet beoordeeld of het ziekenhuis een medische fout heeft gemaakt en of de vrouw recht heeft op schadevergoeding.

De volledige uitspraak

in het geschil tussen

[naam], wonende te [woonplaats] (hierna te noemen: de cliënt)
Gemachtigde [naam] (FNV Letselschade)

en

Ziekenhuis St Jansdal, gevestigd te Harderwijk
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil

Uit de stukken blijkt dat eerst dient te worden vastgesteld of de cliënt in haar klacht ontvankelijk is.

De Geschillencommissie Ziekenhuizen (verder te noemen: de commissie) heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 16 juni 2026 te Utrecht.

Partijen zijn niet voor de zitting opgeroepen.

Onderwerp van het geschil

De cliënt heeft aan een ingreep in het ziekenhuis van de zorgaanbieder blijvend letsel overgehouden aan haar duim, waarvoor zij de zorgaanbieder verantwoordelijk houdt. De zorgaanbieder stelt zich op het standpunt dat de cliënt haar klacht niet binnen de daarvoor geldende termijn aan de commissie heeft voorgelegd.

Standpunt van de cliënt

De cliënt heeft op 23 november 2016 een operatie aan haar rechterduim ondergaan in het ziekenhuis van de zorgaanbieder. Meteen na de operatie had de cliënt veel pijn en was sprake van een gevoelsstoornis. Op 2 december 2016 werd de cliënt opnieuw geopereerd. Tijdens die ingreep bleek dat de zenuw van de duim volledig was doorgesneden. De cliënt stelt zich dan ook op het standpunt dat de operatie in november 2016 onzorgvuldig is uitgevoerd. Doordat de cliënt haar rechterduim en daarmee haar rechterhand niet goed kan gebruiken kan zij haar werk niet meer goed uitoefenen en heeft zij veel hulp nodig bij alledaagse taken. De cliënt heeft het ziekenhuis aansprakelijk gesteld voor de schade die zij heeft geleden en nog steeds lijdt. Het ziekenhuis en Centramed, de verzekeraar van het ziekenhuis, hebben de aansprakelijkheid echter afgewezen. De cliënt verzoekt de commissie dan ook een uitspraak te doen over de handelwijze van het ziekenhuis en de maximale vergoeding van 25.000,– toe te wijzen voor de materiële schade en de emotionele schade die de cliënt heeft geleden en blijvend zal lijden.

Standpunt van de zorgaanbieder

De zorgaanbieder is van mening dat de cliënt niet ontvankelijk is in haar klacht omdat zij het geschil niet binnen 12 maanden na afhandeling van de klachtbehandeling in het ziekenhuis bij de commissie aanhangig heeft gemaakt.

Op 13 juli 2018 heeft het ziekenhuis een aansprakelijkstelling van de cliënt ontvangen. Op 5 december 2018 is een bemiddelingsgesprek gevoerd en zijn afspraken gemaakt. Hiermee is de klachtafhandeling geëindigd.

Beoordeling van het geschil

Artikel 6 lid c van het reglement bepaalt dat een cliënt niet ontvankelijk is in zijn klacht indien hij zijn geschil niet binnen 12 maanden na afhandeling van de klacht door het ziekenhuis, bij de commissie aanhangig heeft gemaakt.

Anders dan de zorgaanbieder naar voren heeft gebracht is de klachtafhandeling niet met het bemiddelingsgesprek op 5 december 2018 geëindigd. Uit het dossier blijkt dat daarna nog veelvuldig en uitvoerig contact tussen partijen en hun belangenbehartigers (FNV zijdens de cliënt en Centramed zijdens het ziekenhuis) is geweest over een mogelijke regeling. In het verweerschrift van de zorgaanbieder zijn die contactmomenten genoteerd. Bij email van 7 april 2025 heeft Centramed de aansprakelijkheid afgewezen en aan de gemachtigde van de cliënt te kennen gegeven dat geen regeling zal worden getroffen. In een telefoongesprek van 12 juni 2025 heeft Centramed laatstgenoemd standpunt herhaald.

Gelet op het voorgaande was de cliënt met de melding van haar klacht op 24 september 2025, gevolgd door de indiening van het ‘vragenformulier’ op 4 december 2025 bij de commissie, ruimschoots op tijd.

De commissie verwerpt het verweer van de zorgaanbieder en verklaart de cliënt ontvankelijk in haar klacht.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie verklaart de cliënt ontvankelijk in haar klacht.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit mevrouw mr. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, de heer prof. dr. J.A. van der Hage, de heer mr. R.P. Gerzon, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. J.C. Quint, secretaris, op 16 juni 2026.