Klacht over bejegening ongegrond verklaard

De Geschillencommissie Zorg




Commissie: Ziekenhuizen    Categorie: zorgverlening/ schadevergoeding    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1286718/1314068

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De commissie oordeelt dat niet kan worden vastgesteld wat er precies is gebeurd tijdens het korte, ongeplande gesprek tussen de cliënt en de internist-oncoloog op 11 juni 2025. Omdat de lezingen van beide partijen sterk verschillen en er geen objectieve informatie is om vast te stellen of de arts zich werkelijk onheus heeft gedragen, kan de commissie niet bepalen dat de zorgaanbieder onzorgvuldig heeft gehandeld. Daarbij weegt mee dat de arts de cliënt ondanks het ontbreken van een afspraak toch te woord heeft gestaan en later schriftelijk excuses heeft aangeboden als zijn houding afstandelijk of bot zou zijn overgekomen. De commissie ziet daarom geen grond om de klacht gegrond te verklaren en wijst ook de gevraagde schadevergoeding van € 20.000,- af.

De volledige uitspraak

in het geschil tussen

[naam], wonende te [plaats] (hierna te noemen: de cliënt)

en

Stichting het Nederlands Kanker Instituut-Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis, gevestigd te Amsterdam
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Onderwerp van het geschil

De cliënt heeft de klacht voorgelegd aan de zorgaanbieder.

Het geschil betreft bejegening van de cliënt door de zorgaanbieder.

Standpunt van de cliënt

Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Op 11 juni 2025 ging de cliënt zonder afspraak naar de zorgaanbieder om een fout in de aan de zorgaanbieder gerichte verwijsbrief zoals geschreven door een ander ziekenhuis, te corrigeren. De arts die de cliënt te spreken kreeg, had maar vijf minuten voor de cliënt en had niets te vertellen. Terwijl de cliënt vertelde over zijn wens om bij de zorgaanbieder behandeld te worden, gebruikte de arts agressieve bewegingen om hem de deur te wijzen.

De cliënt begrijpt niet waarom de arts hem uitnodigde voor een gesprek, als hij geen tijd had en hem bovendien niets te vertellen had. Ook vraagt de cliënt zich af waarom de arts het gesprek op deze agressieve en beledigende wijze heeft beëindigd. De cliënt vordert een schadevergoeding van € 20.000,-.

Standpunt van de zorgaanbieder

Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De cliënt is op 11 juni 2025 naar de zorgaanbieder gekomen om een fout in een verwijsbrief voor een second opinion, gericht aan de zorgaanbieder, te corrigeren. In de verwijsbrief stond ten onrechte dat klager in Spanje behandeld wilde worden. Dat zou betekenen dat een second opinion bij de zorgaanbieder niet mogelijk zou zijn. Nadat dit was gecorrigeerd, is de aanvraag voor een second opinion wel toegewezen.

De cliënt is zonder afspraak naar de zorgaanbieder gekomen. Het afsprakenbureau, en vervolgens de internist-oncoloog, hebben de cliënt te woord gestaan. De internist oncoloog heeft tijd gemaakt voor de cliënt tussen zijn poli door, om de procedure rondom een second opinion en triage toe te lichten. De internist-oncoloog heeft bij aanvang van het gesprek direct kenbaar gemaakt dat het gesprek over de triageprocedure zou gaan en dat de cliënt, indien er sprake was van een misverstand, alsnog een inhoudelijk gesprek zou krijgen bij de zorgaanbieder. Daarbij heeft hij tevens gezegd dat het gesprek niet geschikt was voor medisch inhoudelijke vragen. Er was immers nog geen behandelovereenkomst, geen dossier, en bovenal geen beschikbare tijd.

De zorgaanbieder is van mening dat hij hier juist gehandeld heeft. Hij heeft de cliënt, ondanks dat hij zonder afspraak naar het ziekenhuis kwam, te woord gestaan en hem toelichting gegeven op de procedure.

In het verwijt dat de internist-oncoloog het gesprek op een agressieve wijze zou hebben beëindigd, herkent de zorgaanbieder zich niet. Het is mogelijk dat de internist-oncoloog, nadat hij het gesprek had beëindigd, is opgestaan en de deur heeft geopend teneinde de cliënt buiten te laten, hetgeen hij gewend is te doen bij patiënten. De internist-oncoloog herkent zich niet in het verwijt dat dit op een agressieve wijze zou zijn gebeurd.

De zorgaanbieder is van mening dat de klacht van de cliënt als ongegrond moet worden afgewezen. Om die reden is de zorgaanbieder van mening dat er geen (rechts)grond is voor het toekennen van een schadevergoeding.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Partijen hebben een verschillende visie op de gang van zaken tijdens het ongeplande consult van 11 juni 2025. De internist-oncoloog heeft de cliënt die dag in de spreekkamer ontvangen teneinde een nadere toelichting te geven op de procedure rondom het aanvragen van een second opinion. Over het verloop van dit gesprek verschillen de lezingen van partijen. De cliënt stelt dat de internist-oncoloog hem door diens gedrag en lichaamshouding op onheuse wijze heeft bejegend. De internist-oncoloog heeft dit betwist.

De commissie stelt vast dat, op grond van de overgelegde stukken, niet kan worden vastgesteld wat precies op 11 juni 2025 heeft plaatsgevonden en wat over en weer is gezegd en gedaan.

Het is vaste jurisprudentie van de commissie in gevallen als deze, dat het verwijt van cliënt op het desbetreffende onderdeel niet gegrond kan worden bevonden. Dit oordeel berust niet op het uitgangspunt dat het woord van cliënt minder geloof verdient dan dat van de zorgaanbieder, maar op de omstandigheid dat voor een oordeel of onzorgvuldig is gehandeld, eerst moet worden vastgesteld welke feiten daaraan ten grondslag gelegd kunnen worden. Deze feiten kan de commissie niet vaststellen.

Bovendien heeft de internist-oncoloog per brief van 25 september 2025 schriftelijk excuses gemaakt aan de cliënt, indien zijn gedrag afstandelijk of bot zou zijn overgekomen op de cliënt. Het standpunt van de cliënt dat dit geen originele en ondertekende brief zou zijn, volgt de commissie niet. Het betreft een persoonlijk schrijven met handtekening van de internist-oncoloog zelf.

De klacht kan dan ook niet gegrond worden verklaard. Reeds hieruit volgt dat de vordering tot schadevergoeding dient te worden afgewezen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie:

  • verklaart de klacht ongegrond;
  • wijst de vordering tot schadevergoeding af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit mevrouw mr. dr. E. Venekatte, voorzitter, mevrouw drs. M.L.T.B.M. Köhlen, de heer J. Zomerplaag, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. S.M.E. Balfoort, secretaris, op 30 januari 2026.