Klacht over behandeling bij Vitala+ niet inhoudelijk behandeld door Geschillencommissie

De Geschillencommissie Zorg




Commissie: Ziekenhuizen    Categorie: (On)bevoegdheid    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: onbevoegdverklaring   Uitkomst: onbevoegd   Referentiecode: 1317305/1335557

De uitspraak:

Waar gaat deze uitspraak over?

De zaak gaat over een cliënt die een klacht heeft ingediend over een fysiotherapeutische behandeling bij Vitala+, omdat deze volgens hem heeft geleid tot een nieuwe blessure (re-ruptuur). Daarnaast was hij ontevreden over de manier waarop zijn klacht door de klachtencommissie was behandeld en vroeg hij een vergoeding voor immateriële schade. De cliënt maakte duidelijk dat zijn klacht niet ging over de operatieve behandeling door het Maastricht Universitair Medisch Centrum+ (MUMC+), maar over Vitala+ en de klachtencommissie. De commissie stelde vast dat Vitala+ een zelfstandige organisatie is en geen onderdeel van het MUMC+. Omdat Vitala+ bovendien niet is aangesloten bij de Geschillencommissie Ziekenhuizen, kan de commissie de klacht over de behandeling bij Vitala+ niet behandelen. Ook oordeelde de commissie dat zij niet bevoegd is om een klacht te beoordelen die uitsluitend gaat over het handelen van een klachtencommissie, omdat dit geen gedraging betreft in het kader van de zorgverlening. Daarom verklaarde de commissie de cliënt niet-ontvankelijk voor de klacht tegen Vitala+ en onbevoegd om de klacht over de klachtencommissie te behandelen.

De volledige uitspraak

in het geschil tussen

[Naam], wonende te [woonplaats] (hierna te noemen: de cliënt)

en

Maastricht Universitair Medisch Centrum+, gevestigd te Maastricht
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil

Uit de stukken blijkt dat eerst dient te worden vastgesteld of de commissie bevoegd is het geschil te behandelen.

De Geschillencommissie Ziekenhuizen (hierna te noemen: de commissie) heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 8 juli 2026 te Utrecht.

De Commissie heeft de behandeling van het geschil op basis van de stukken, zonder mondelinge behandeling, afgedaan.

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft een fysiotherapeutische behandeling bij Vitala+ en de wijze waarop de klacht van de cliënt daarover is behandeld. Eerst dient de commissie de ontvankelijkheid van de cliënt en de bevoegdheid van de commissie te beoordelen.

Standpunt van de cliënt

Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De klacht van de cliënt ziet op de fysiotherapeutische behandeling bij Vitala+, die tot een re-ruptuur heeft geleid. Ook klaagt de cliënt over de wijze waarop de mondelinge behandeling van zijn klacht door de klachtencommissie van de zorgaanbieder op 4 oktober 2024 is verlopen.

Het onvolledige herstel en de bejegening door de klachtencommissie hebben tot immateriële schade geleid, die de cliënt vergoed wenst te krijgen.

De cliënt heeft verder aangevoerd dat verwarring is ontstaan over de juiste wederpartij in het geschil. Hij heeft geen klacht over de operatieve behandeling door de zorgaanbieder. De verwarring wordt ingegeven doordat Vitala+ gebruik maakt van de klachtencommissie van de zorgaanbieder.

Standpunt van de zorgaanbieder

Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De cliënt dient een klacht in over Vitala+, een expertisecentrum voor kortdurende ouderenzorg na een operatie. Vitala+ is een stichting, een zelfstandige rechtspersoon met een eigen bestuur en geen onderdeel van de zorgaanbieder. Vitala+ heeft een eigen klachtenfunctionaris. Vitala+ maakt wel gebruik van de klachtencommissie van de zorgaanbieder.

In het geval van schade zoals geclaimd wordt door de cliënt, wordt dit door Vitala+ en haar verzekeraar behandeld. De zorg van Vitala+ valt niet onder verantwoordelijkheid van de zorgaanbieder, evenmin als de wijze waarop de klachtencommissie van de zorgaanbieder klachten voor Vitala+ behandelt. Daarvoor legt de klachtencommissie verantwoording af aan Vitala+.

Er is dan ook geen sprake van een geschil tussen de cliënt en de zorgaanbieder in de zin van artikel 3.1 van het Reglement Geschillencommissie Ziekenhuizen (hierna te noemen: het reglement).

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De klacht van de cliënt richt zich op zijn behandeling bij Vitala+ en de wijze waarop de klachtencommissie van de zorgaanbieder zijn klacht heeft behandeld.

De zorgaanbieder heeft zich op het standpunt gesteld dat de commissie onbevoegd is van het geschil kennis te nemen. Daartoe heeft de zorgaanbieder aangevoerd dat de klacht niet is gericht tegen de zorgaanbieder zelf, maar tegen revalidatieaanbieder Vitala+. Dit betreft een zelfstandige rechtspersoon die geen onderdeel uitmaakt van de zorgaanbieder. Wel maakt Vitala+ gebruik van de klachtencommissie van de zorgaanbieder.

De cliënt heeft in reactie op het verweerschrift bevestigd dat het geschil inderdaad ziet op Vitala+, en tevens op de klachtencommissie van de zorgaanbieder.

De commissie overweegt dat uit de stukken voldoende is gebleken dat de klacht is gericht tegen Vitala+ en niet tegen de zorgaanbieder die bij de commissie is aangesloten. Nu Vitala+ een afzonderlijke juridische entiteit is en Vitala+ niet is aangesloten bij de commissie, is de cliënt niet-ontvankelijk in deze klacht.

Verder merkt de commissie op dat, voor zover het geschil zich richt op de klachtencommissie van de zorgaanbieder, de commissie niet bevoegd is deze klacht te behandelen.

Ingevolge artikel 14, lid 1, van de Wkkgz, jo. artikel 3 van het reglement kan schriftelijk een klacht worden ingediend door de cliënt, een nabestaande van de overleden cliënt dan wel een vertegenwoordiger van de cliënt over een gedraging jegens een cliënt in het kader van de zorgverlening.

Nu dit klachtonderdeel niet ziet op een gedraging van de zorgaanbieder in het kader van de zorgverlening aan de cliënt, maar de klacht uitsluitend is gericht op het handelen van de klachtencommissie, acht de commissie zich niet bevoegd om over de klacht te oordelen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie verklaart de cliënt niet-ontvankelijk in de klacht die ziet op Vitala+. De commissie verklaart zich onbevoegd de klacht ten aanzien van de klachtencommissie te behandelen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit mevrouw mr. J.M. van Jaarsveld, in aanwezigheid van mevrouw mr. S.M.E. Balfoort, secretaris, op 8 juli 2026.