Klacht niet in behandeling door overschrijden termijn

De Geschillencommissie Zorg




Commissie: Verpleging Verzorging en Geboortezorg    Categorie: -    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: -   Uitkomst: niet-ontvankelijk   Referentiecode: 989418/1309508

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Deze uitspraak gaat over een klacht van een nabestaande over de zorg die haar overleden familielid kreeg van Interzorg Noord‑Nederland. De zorgaanbieder vond dat de klacht niet meer behandeld mocht worden, omdat deze te laat was ingediend. Volgens de regels moet een klacht binnen één jaar na het indienen bij de zorgaanbieder worden voorgelegd aan de Geschillencommissie. De klaagster diende haar klacht op 2 maart 2024 in bij Interzorg, maar pas op 3 maart 2025 bij de commissie. Daarmee was de termijn al verstreken. De commissie ziet geen bijzondere omstandigheden waardoor zij toch een uitzondering zou moeten maken. Daarom wordt de klaagster niet‑ontvankelijk verklaard, wat betekent dat de commissie niet meer toekomt aan de inhoud van de klacht en deze niet inhoudelijk behandelt.

De volledige uitspraak

In het geschil tussen

[Naam], wonende te [woonplaats] (hierna te noemen: klaagster), nabestaande van [naam], (hierna te noemen: cliënte)

en

Stichting Interzorg Noord-Nederland, gevestigd te Assen
(hierna te noemen: de zorgaanbieder)

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de zorgverlening van de zorgaanbieder aan cliënte.

Beoordeling van de ontvankelijkheid

De commissie dient eerst te beoordelen of klaagster in haar klacht kan worden ontvangen, nu de zorgaanbieder in zijn verweerschrift een beroep heeft gedaan op niet-ontvankelijkheid onder verwijzing naar het bepaalde in artikel 6 lid 1 onder b (termijnoverschrijding) van het Reglement Geschillencommissie Verpleging Verzorging en Geboortezorg (hierna: het reglement).

Standpunt zorgaanbieder
Volgens het reglement dient een klacht binnen één jaar na indiening bij de zorgaanbieder te worden voorgelegd aan de Geschillencommissie. Het omvangrijke klaagschrift is op 2 april 2025 bij de Geschillencommissie ingediend.
Dit is ruim na de termijn van 12 maanden, aangezien de klachten dateren van 21 november 2023,
10 december 2023 en 18 december 2023. Bovendien worden in het klaagschrift een groot aantal klachten genoemd, waarvan niet duidelijk is of deze allemaal zijn behandeld door de klachtencommissie.

Standpunt klaagster
Klaagster heeft de commissie verzocht haar in haar klacht ontvankelijk te verklaren. Bij de Geschillencommissie is alleen de klacht in beroep ingediend over het: “illegaal consult fysiotherapeut [naam] en fatale verslechtering zorg”. Klaagster heeft deze klacht op 2 maart 2024 ingediend bij Interzorg. Deze heeft de bezwaarprocedure op 28 maart 2024 afgerond. Klaagster heeft binnen één jaar op
25 februari 2025 deze klacht voorgelegd aan de commissie, derhalve binnen de termijn van één jaar.

Overweging commissie
De commissie heeft vastgesteld dat klaagster op 21 november 2023, 10 december 2023 en
18 december 2023 klachten heeft ingediend bij de klachtencommissie van de zorgaanbieder. Bij brief van 25 januari 2024 heeft de klachtencommissie, na de indiening van de derde klacht, klaagster verzocht om deze klachten te bundelen in het kader van efficiency en vanwege de belasting die aparte procedures met zich meebrengen. Klaagster heeft hier geen gehoor aangegeven. Dit heeft geleid tot het besluit van de klachtencommissie d.d. 11 april 2024 waarin de klachtencommissie heeft geoordeeld dat klaagster misbruik heeft gemaakt van haar recht en niet ontvangen wordt in nieuwe klachten.
De klacht die aan de commissie is voorgelegd heeft klaagster op 2 maart 2024 bij de zorgaanbieder ingediend.
Ingevolge artikel 6. 1. sub b. van het reglement verklaart de commissie op verzoek van de zorgaanbieder – gedaan bij eerste gelegenheid – een cliënt niet ontvankelijk in zijn klacht indien hij zijn klacht niet binnen 12 maanden na de datum waarop hij de klacht bij de zorgaanbieder heeft ingediend bij de commissie aanhangig heeft gemaakt. In afwijking van het bepaalde in voornoemd artikel kan de commissie besluiten het geschil toch in behandeling te nemen, indien de cliënt ter zake van de niet naleving van de voorwaarden naar het oordeel van de commissie redelijkerwijs geen verwijt treft (artikel 6. lid 2.).

Vast is komen te staan dat klaagster haar klacht, die zij op 2 maart 2024 aan de zorgaanbieder heeft voorgelegd, bij de commissie heeft ingediend op 3 maart 2025. De 12-maanden termijn waarbinnen een geschil aanhangig dient te worden gemaakt bij de commissie was toen al overschreden.
De commissie is van oordeel dat klaagster geen omstandigheden heeft aangevoerd waardoor zij ter zake van de niet naleving van deze 12-maanden termijn redelijkerwijs geen verwijt treft.
Op grond van het voorgaande zal klaagster niet ontvankelijk worden verklaard in haar klacht. Dit betekent dat de commissie niet toekomt aan de inhoudelijke beoordeling van het geschil.

Er dient als volgt te worden beslist.

Beslissing

De commissie verklaart de klaagster niet ontvankelijk in haar klacht.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Verpleging Verzorging en Geboortezorg, bestaande uit de heer mr. dr. B. Wallage, voorzitter, mevrouw mr. N. Jacobs, de heer mr. P.C. de Klerk, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. W. Hartong van Ark, secretaris, op 15 december 2025.