Geschil over weigering van verwijzing voor second opinion bij complexe oncologische diagnose

De Geschillencommissie Zorg




Commissie: Ziekenhuizen    Categorie: -    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 791451/931735

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Een cliënt diende een klacht in tegen een ziekenhuis over het weigeren van een verwijzing voor een second opinion. De cliënt stelde dat zijn aandoening (urethracarcinoom) ten onrechte niet als peniskanker werd beoordeeld en dat een vroegere verwijzing naar een gespecialiseerd ziekenhuis mogelijk had geleid tot een minder ingrijpende operatie. Volgens het ziekenhuis was de behandeling juist en conform de richtlijnen, en was de cliënt niet fit genoeg voor de geplande behandeling met chemotherapie en operatie. In plaats daarvan werd gekozen voor een palliatief beleid, waarmee de cliënt zou hebben ingestemd. De commissie oordeelde dat het ziekenhuis geen zwaarwegende redenen kon aantonen voor het weigeren van de second opinion, en dat deze weigering bovendien onvoldoende duidelijk aan de cliënt was uitgelegd. Ook bleek dat het multidisciplinair overleg (MDO), waarin andere specialisten betrokken waren, geen vervanging vormt voor een onafhankelijke second opinion. Daarom achtte de commissie de klacht gegrond. Het ziekenhuis moet het klachtengeld van €52,50 aan de cliënt terugbetalen.

De uitspraak

in het geschil tussen

[naam], wonende te [woonplaats] (hierna te noemen: de cliënt)

en

Stichting Spaarne Gasthuis, gevestigd te Haarlem
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil

Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Ziekenhuizen
(verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 14 april 2025 te Utrecht.

De cliënt was digitaal bij de zitting aanwezig. Namens de zorgaanbieder zijn ter zitting verschenen: [naam] (uroloog) en [naam] (jurist).

Onderwerp van het geschil

De cliënt heeft de klacht voorgelegd aan de zorgaanbieder.

Het geschil betreft de vraag of de zorgaanbieder zorgvuldig heeft gehandeld in de behandeling en afwijzing van het verzoek tot verwijzing in het kader van een second opinion.

Standpunt van de cliënt

Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dat
op het volgende neer.

De cliënt verwijt uroloog [naam] dat de peniskanker van de cliënt niet meer te behandelen was, terwijl dit wel mogelijk bleek. De uroloog heeft, ondanks het uitdrukkelijke verzoek van de cliënt, geweigerd de cliënt door te sturen naar een ander ziekenhuis voor een second opinion en heeft de cliënt verwezen naar medisch oncoloog [naam].

Indien de cliënt tijdig was doorverwezen was een penis sparende operatie nog mogelijk geweest. Deze mogelijkheid is de cliënt nu ontnomen.

Standpunt van de zorgaanbieder

Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dat op het volgende neer.

Bij de cliënt was sprake van een urethracarcinoom met uitzaaiingen in de lies. Zijn situatie is in een multidisciplinair overleg (hierna: MDO) besproken, waarbij ook altijd een uroloog en radiotherapeut uit het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis aanwezig waren. In het MDO is een behandelplan opgesteld (operatie voorafgegaan door chemotherapie) en is bepaald dat de (initiële) behandeling bij de zorgaanbieder kon plaatsvinden.

Voor zowel de chemotherapie als de operatie vonden de uroloog en de internist de cliënt niet fit genoeg. Daarom is de cliënt een palliatief beleid aangeboden. Dit is meermaals door verschillende artsen met hem besproken. De cliënt heeft ook aangegeven dat dit palliatieve beleid aansluit bij zijn wensen en hij is ook akkoord gegaan met dit beleid.

Uiteindelijk heeft de cliënt in het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis de voorgestelde operatie zonder voorgaande chemotherapie ondergaan, in het kader van palliatie. Hierdoor is volgens de cliënt zijn penis verminkt geraakt. De zorgaanbieder is het niet eens met de stelling van de cliënt dat hem een operatie en/of verminking bespaard was gebleven als hij eerder in het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis was terechtgekomen. In het behandelplan was de betreffende operatie immers al onderdeel van het behandelplan.

Volgens de zorgaanbieder is de cliënt conform de professionele standaard behandeld.

Beoordeling van het geschil

Bevoegdheid commissie
Ten aanzien van haar bevoegdheid merkt de commissie het volgende op. De zorgaanbieder heeft bezwaar gemaakt tegen het feit dat de cliënt op het vragenformulier aangeeft zich het recht voor te behouden om na de geschillenprocedure via een aansprakelijkstelling een schadeclaim in te dienen.

Het is niet aan de commissie om hierover uitspraak te doen. De commissie heeft op grond van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) slechts tot taak geschillen over gedragingen van een zorgaanbieder jegens een cliënt in het kader van de zorgverlening te beslechten.

Second opinion
De cliënt heeft de afdeling urologie (als zijnde hoofdbehandelaar) gevraagd om een verwijzing naar het Antoni van Leeuwenhoek in het kader van een second opinion. Een second opinion is een medisch advies van een andere zorgverlener over de diagnose of behandeling. De klacht van de cliënt ziet op het feit dat de zorgaanbieder heeft geweigerd de cliënt te verwijzen naar het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis. Bij de commissie ligt de vraag voor of de zorgaanbieder zorgvuldig heeft gehandeld in de behandeling en afwijzing van het verzoek tot verwijzing.

In beginsel is een zorgaanbieder gehouden een verzoek tot second opinion te honoreren, tenzij de zorgaanbieder zwaarwegende argumenten heeft hier niet in mee te gaan. De commissie verwijst naar de website van de KNMG, waar hierover het volgende staat: “Als arts moet je een verwijzingsverzoek voor een second opinion in beginsel honoreren. Dit vloeit voort uit kernregel 3 van de KNMG-Gedragscode voor artsen. In die regel is vastgelegd dat je de autonomie van de patiënt respecteert, haar of hem uitnodigt tot gezamenlijke besluitvorming en haar of hem in staat stelt een geïnformeerde beslissing te nemen. Het honoreren van een verwijzingsverzoek hoort bij het respecteren van de autonomie van de patiënt. Het kan zijn dat je een zwaarwegend bezwaar hebt tegen een verwijzingsverzoek voor een second opinion, bijvoorbeeld omdat de zorgverlener waarvoor een verwijzing wordt verzocht ter zake niet deskundig is en
de verwijzing daarom niet bijdraagt aan goede zorg.“

Afwijzen verwijzing naar het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis
De cliënt verzocht tot verwijzing naar het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis vanwege hun specialisatie in peniskanker. Bij de cliënt was volgens de zorgaanbieder echter geen sprake van peniskanker maar van urethracarcinoom.

In een MDO is besloten dat de behandeling van urethracarcinoom met uitzaaiingen, conform de richtlijn bestaat uit chemotherapie gevolgd door een operatie. De chemotherapie hoefde niet noodzakelijkerwijs in het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis plaats te vinden. De operatie nadien wel.

De zorgaanbieder zelf was in staat deze behandeling uit te voeren. De zorgaanbieder achtte een verwijzing voor een second opinion met betrekking tot peniskanker niet zinvol, aangezien de diagnose van de cliënt een andere was.

In twee gesprekken heeft de zorgaanbieder de cliënt geïnformeerd en vragen van de cliënt beantwoord. Desondanks kan de commissie niet vaststellen wat de zwaarwegende redenen voor het weigeren van de verwijzing waren – als zodanig kan niet gelden dat de zorgaanbieder een verwijzing niet zinvol achtte – en dat deze op een toereikende en voor de cliënt begrijpelijke wijze zijn gecommuniceerd.

De zorgaanbieder verwijst weliswaar in het verweerschrift naar een bericht van 16 april 2024 maar in dit bericht wordt echter enkel vermeld: “Volgende week heeft u een afspraak bij mij. We zullen uw situatie dan nog eens met elkaar bespreken. Hierbij laat ik alvast weten dat er op 12 februari dit jaar reeds overleg geweest met het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis over uw aandoening. Er was toen geen reden om u naar deze instelling te verwijzen”.

Ook uit dit bericht blijkt niet welke zwaarwegende redenen ten grondslag lagen aan de weigering van de verwijzing. De commissie heeft geen aanvullend document, gespreksverslag of dossiernotitie aangetroffen waarin die redenen zijn opgenomen en waaruit blijkt dat deze op een voor cliënt begrijpelijke manier aan hem zijn medegedeeld.

Conclusie
Zo de zorgaanbieder zwaarwegende redenen had om de cliënt niet naar het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis te verwijzen voor een second opinion – de commissie kan dat op grond van de overgelegde stukken en het ter zitting besprokene niet vaststellen -, in elk geval is het de commissie niet gebleken dat deze redenen op een voldoende duidelijke en begrijpelijke wijze met de cliënt zijn gedeeld.

Ten overvloede merkt de commissie nog het volgende op.

De samenvatting van de hoorzitting bij de klachtencommissie bevat de verklaring van de zorgaanbieder, waarin wordt gesteld dat tijdens het tweede gesprek met de cliënt niet meer over de second opinion is gesproken, omdat reeds overleg had plaatsgevonden met meerdere specialisten van het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis in het MDO. Tijdens de zitting heeft de zorgaanbieder aangegeven dat het aantal second opinions wordt gepoogd te verminderen door MDO’s waaraan ook specialisten van een ander ziekenhuis deelnemen.

Naar het oordeel van de commissie voldoet het overleg in het MDO niet aan de voorwaarden voor een second opinion. Conform vaste jurisprudentie (zie bijvoorbeeld uitspraak Regionaal Tuchtcollege Eindhoven, ECLI:NL:TGZREIN:2017:110) dient een second opinion te worden gegeven door een onafhankelijke, niet tot dezelfde organisatie behorende arts. De arts die de second opinion zal uitvoeren dient voorts te beschikken over de volledige medische gegevens van de patiënt. Ten slotte dient de second opinion schriftelijk te worden gerapporteerd. De commissie heeft overigens ook geen MDO-verslag aangetroffen in het dossier.

Het overleg in het MDO kan dan ook niet worden aangemerkt als een alternatieve vorm van of vervanging voor een second opinion.

Uit het vorenstaande volgt dat de klacht van de cliënt gegrond is.

De commissie benadrukt echter dat een verwijzing naar het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis, zelfs indien deze eerder had plaatsgevonden, niet noodzakelijkerwijs tot een ander resultaat zou hebben geleid, gezien de reeds vastgestelde diagnose van urethracarcinoom met uitzaaiingen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie:
– verklaart de klacht van de cliënt gegrond.
– bepaalt dat de zorgaanbieder het door de cliënt betaalde klachtengeld van € 52,50 aan hem dient te vergoeden binnen 14 dagen na verzending van dit bindend advies.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de zorgaanbieder aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit mevrouw mr. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, de heer prof. dr. R.J.A. van Moorselaar, mevrouw mr. I. van den Hoven – van Vogelpoel, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. S.M.E. Balfoort, secretaris, op 14 april 2025