Geschil over weigering DBS-operatie ongegrond verklaard – geen fout in behandeling of bejegening

  • Home >>
  • Ziekenhuizen >>
De Geschillencommissie Zorg




Commissie: Ziekenhuizen    Categorie: -    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 916258/994269

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Een cliënt diende een klacht in tegen het Amsterdam UMC over het stopzetten van een behandeltraject voor een Deep Brain Stimulation (DBS)-operatie voor de ziekte van Parkinson. De cliënt vond dat hij onterecht van de wachtlijst was gehaald, niet opnieuw werd aangenomen als patiënt, en beschuldigd werd van dreigend gedrag. Ook meende hij dat hij door toedoen van de behandelend neuroloog nergens anders meer terechtkon. De zorgaanbieder betoogde dat een stabiele thuissituatie noodzakelijk is voor een veilige DBS-behandeling en dat opname op een medisch-psychiatrische unit (MPU) werd voorgesteld om die veiligheid te waarborgen. De cliënt wees dit af, verscheen meermaals niet op afspraken en beëindigde feitelijk zelf de behandelovereenkomst. De Geschillencommissie oordeelde dat de zorgaanbieder zorgvuldig heeft gehandeld. De voorwaarden voor behandeling (zoals een stabiele leefsituatie en betrouwbaar contact) werden niet onredelijk geacht, zeker gezien het intensieve natraject dat bij DBS komt kijken. De commissie stelde verder vast dat e-mails van de cliënt als dreigend konden worden opgevat en dat de zorgaanbieder zich aantoonbaar heeft ingespannen om in contact te blijven met de cliënt. De klacht werd daarom ongegrond verklaard. De commissie kwam niet toe aan de beoordeling van de schadevergoeding, omdat geen sprake was van tekortschieten door de zorgaanbieder.

De uitspraak

in het geschil tussen

[naam], wonende te [plaats] (hierna te noemen: de cliënt)

en

Stichting Amsterdam UMC, gevestigd te Amsterdam
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil

Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Ziekenhuizen (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 19 mei 2025 te Den Haag.

De cliënt was via een telefoonverbinding bij de zitting aanwezig. Namens de zorgaanbieder zijn ter zitting verschenen: [naam] (jurist), [naam[ (neuroloog) en [naam]).

Onderwerp van het geschil

De cliënt heeft de klacht voorgelegd aan de zorgaanbieder.

Het geschil betreft de vraag of de zorgaanbieder onzorgvuldig heeft gehandeld in de behandeling en bejegening van de cliënt.

Standpunt van de cliënt

Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dat op het volgende neer.

De cliënt was onder behandeling voor de ziekte Parkinson bij professor dokter[naam]. Hij stond op de wachtlijst voor een DBS-operatie. Volgens de zorgaanbieder dient de cliënt na de DBS-operatie langere tijd op een gesloten psychiatrische afdeling te verblijven. De cliënt is het hiermee niet eens.

De cliënt wordt onbehoorlijk en dreigend gedrag verweten. Volgens de cliënt is geen sprake geweest van dreigmails.

Ook is de cliënt onterecht van de wachtlijst voor een DBS-operatie gehaald. Verder heeft de zorgaanbieder geweigerd de cliënt opnieuw in behandeling te nemen vanwege het ontbreken van een stabiele thuissituatie. Ook is de cliënt door het handelen van de neuroloog niet welkom bij andere zorgaanbieders.

Standpunt van de zorgaanbieder

Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dat op het volgende neer.

De cliënt wordt vanaf 2015 medicamenteus behandeld aan de ziekte Parkinson, met redelijk goed resultaat. De cliënt heeft vanaf 2021 meermaals verzocht om verhoging van de medicatie, wat door de neuroloog niet verantwoord werd geacht. In deze periode is de cliënt meermaals opgenomen op psychiatrische afdelingen en in een GGZ-instelling.

Vanaf de zomer van 2023 reageren de symptomen van de cliënt onvoldoende op de medicatie. In dat kader is een DBS-behandeling overwogen. Met de cliënt zijn de te verwachten gunstige effecten en de mogelijke complicaties besproken. De definitieve beslissing volgt na een screening. Een belangrijke voorwaarde is een stabiele thuissituatie met voldoende zorg. De behandelaren maakten zich zorgen over het gebrek aan een sociaal steunsysteem. Ook was de indicatie voor tijdelijk verblijf in een verpleeghuis afgewezen. Daarom heeft de neuroloog als alternatief een verblijf op een medisch-psychiatrische unit (MPU) voorgesteld. In de weken daarna stuurde de cliënt verschillende boze en dwingende berichten over de DBS-behandeling.

De screening is wel gepland op 16 en 17 mei 2024. Uiteindelijk heeft de cliënt aangegeven niet naar de screening te komen en ook niet op de voorbereidende afspraak. Ook na contact met zijn huisarts bleef de cliënt hierin volharden.

De cliënt is bij het OLVG onder behandeling gekomen, waar de neuroloog contact opnam met de zorgaanbieder met het verzoek de cliënt alsnog uit te nodigen voor een gesprek over een DBS-behandeling bij de zorgaanbieder. De zorgaanbieder heeft hieraan gehoor gegeven maar de cliënt is zonder bericht niet verschenen op de afspraak.

De cliënt heeft een klacht en een claim ingediend bij de zorgaanbieder, die de cliënt beide heeft ingetrokken.

Verblijf op een MPU
Na DBS volgt een intensief natraject waarin klachten tijdelijk kunnen verergeren. Deze periode is emotioneel zwaar met een extra risico op (psychiatrische) ontsporing. Om in aanmerking te komen voor een DBS-operatie moet er dan ook sprake zijn van een stabiele thuissituatie met voldoende zorg. Toen bleek dat bij de client daar geen sprake van was is er gezocht naar andere mogelijkheden. Aanvullende thuiszorg of een tijdelijk verblijf in een verpleeghuis konden niet worden gerealiseerd. Omdat het zou gaan om een verblijf voor langere tijd met het bovengenoemde risico was opname op een klinische afdeling in het ziekenhuis ook geen optie. De neuroloog heeft toen aan de cliënt een tijdelijk verblijf op de MPU voorgesteld, omdat op deze afdeling een langer durende opname mogelijk was, de juiste zorg geboden kon worden in geval van een (psychiatrische) ontsporing en op deze manier de meest kritische periode na de DBS-operatie kon worden overbrugd.

Een verblijf op de MPU was dus op zichzelf geen voorwaarde om de DBS-operatie te krijgen, maar een van de weinig overgebleven mogelijkheden om te zorgen dat de operatie veilig kon worden uitgevoerd. De zorgaanbieder is van oordeel dat het uitsluitend zorgvuldig te noemen is dat de neuroloog zich heeft willen inspannen om er zeker van te zijn dat de cliënt na de ingreep verzekerd was van adequate zorg.

Verwijdering wachtlijst
Het is juist dat de neuroloog de cliënt van de DBS-wachtlijst heeft gehaald, omdat de cliënt bij herhaling had aangegeven niet langer onder behandeling te willen blijven bij de zorgaanbieder en met behulp van zijn huisarts een verwijzing naar elders had georganiseerd. De cliënt heeft hiermee feitelijk zijn behandelingsovereenkomst met de zorgaanbieder beëindigd. Het aangaan van een behandelingsovereenkomst elders brengt logischerwijs met zich mee dat de plaats op de wachtlijst bij de zorgaanbieder vervalt. Patiënten kunnen hun kansen op een behandelplek immers niet vergroten door zich op twee wachtlijsten tegelijk te laten plaatsen.

Omdat de cliënt zich eerder ambivalent had getoond ten aanzien van de DBS-operatie bij de zorgaanbieder heeft de neuroloog zowel via de cliënt zelf als via de huisarts van de client zich ervan vergewist dat de cliënt zich inderdaad elders voor dit behandeltraject wilde aanmelden. Toen dit het geval bleek heeft hij alle lopende afspraken geannuleerd en de cliënt terugverwezen naar de huisarts.

Weigeren cliënt terug te nemen
De neuroloog heeft niet geweigerd klager als patiënt terug te nemen, maar heeft daarbij slechts de voorwaarden gesteld dat de cliënt zich zou houden aan afspraken over zijn gedrag en dat zijn gedrag nooit aanleiding zou geven tot een gevoel van onveiligheid bij de medewerkers van de afdeling. De zorgaanbieder is van mening dat dergelijke voorwaarden niet onredelijk kunnen worden geacht, gezien de incidenten die zich in het verleden met de cliënt hadden voorgedaan. Op de afspraak van 23 juli 2024 is de cliënt zonder bericht niet verschenen.

Toen de neuroloog op 21 november 2024 nogmaals een verzoek kreeg om de cliënt op zijn spreekuur in te plannen heeft hij de verzoekende arts uit het OLVG laten weten onder welke voorwaarden een herbeoordeling zinvol was. Tot op heden is geen bericht ontvangen dat aan deze voorwaarden is voldaan.

Niet welkom bij andere zorgaanbieder
Het is de zorgaanbieder niet duidelijk op grond waarvan de cliënt meent door toedoen van de neuroloog in andere zorginstellingen niet welkom te zijn.

Schadevergoeding
De zorgaanbieder is van mening dat de schadevordering van de cliënt onduidelijk, ongespecificeerd en niet onderbouwd is en daarom niet voor toewijzing in aanmerking kan komen.

Beoordeling van het geschil

Toetsingskader
De overeenkomst die de cliënt met de zorgaanbieder heeft gesloten, betreft een geneeskundige behandelingsovereenkomst in de zin van artikel 7:446 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Op grond van de behandelingsovereenkomst die de cliënt met de zorgaanbieder is aangegaan, moet de zorgaanbieder bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen en daarbij handelen in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard (het goed hulpverlenerschap uit artikel 7:453 van het BW), die mede bepaald wordt door onder meer de stand en inzichten van de medische wetenschap, richtlijnen en protocollen. Het goed hulpverlenerschap houdt in dat de zorgaanbieder die zorg moet betrachten die een redelijk bekwaam en redelijk handelend hulpverlener in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht.

Behandeling en bejegening
Op basis van de stukken en het besprokene ter zitting kan de commissie niet vaststellen dat sprake is van onzorgvuldig handelen door de neuroloog.

De commissie stelt vast dat de neuroloog zich aantoonbaar en voldoende heeft ingespannen om contact met de cliënt tot stand te brengen en te behouden. Desondanks is de cliënt zonder bericht van verhindering niet verschenen op de twee meest recente afspraken. Ter zitting heeft de cliënt verklaard dat zijn afwezigheid verband hield met de door de neuroloog gestelde voorwaarden voor verdere behandeling.

De commissie acht de door de neuroloog gestelde voorwaarden – te weten een stabiele thuissituatie en betrouwbaarheid binnen de behandelrelatie – niet onredelijk. Voor een succesvolle DBS-behandeling, en in het bijzonder het intensieve natraject, is een behandelrelatie gebaseerd op wederzijds vertrouwen, een ondersteunend netwerk en stabiliteit in de leefsituatie van de cliënt van essentieel belang.

Voor zover de cliënt heeft gesteld dat van zijn zijde geen sprake was van dreigend gedrag of bedreigende communicatie per e-mail, overweegt de commissie dat uit de overgelegde stukken blijkt dat de toon en inhoud van de betreffende e-mails als dreigend kunnen worden opgevat. De stelling van de cliënt dat hij de betreffende e-mails niet zelf zou hebben verzonden, heeft hij niet nader onderbouwd.

De klacht is dan ook ongegrond. Aan de beoordeling van de vordering tot schadevergoeding komt de commissie niet toe.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie:
– verklaart de klacht van de cliënt ongegrond.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de zorgaanbieder aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit mevrouw mr. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, de heer dr. A.B. Hooker, de heer mr. R.P. Gerzon, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. S.M.E. Balfoort, secretaris, op 19 mei 2025.