Commissie: Verpleging Verzorging en Geboortezorg
Categorie: Behandelingsovereenkomst
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: bindend advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1173921/1262262
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De klacht gaat over de zorg die cliënte krijgt in het zorgcentrum. Volgens klager wordt cliënte vaak pas laat uit bed geholpen, wordt er ’s nachts niet altijd op de alarmknop gereageerd en worden afspraken, zoals het uitspuiten van haar oren, niet goed uitgevoerd. Ook vindt klager dat er slecht wordt teruggerapporteerd en dat de zorgaanbieder weinig doet met de klachten. De commissie oordeelt dat niet is bewezen dat de zorgaanbieder te weinig of slechte zorg heeft geleverd. De zorgverlener heeft een inspanningsverplichting, en volgens de commissie is daaraan voldaan. Daarom wordt de klacht ongegrond verklaard.
De volledige uitspraak
in het geschil tussen
[Naam], wonende te [woonplaats] (hierna te noemen: cliënte),gemachtigde: [naam], (hierna te noemen: klager).
en
Zorggroep Groningen, gevestigd te Groningen
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).
Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft de zorgverlening aan cliënte door de zorgaanbieder.
Standpunt van klager
Voor het standpunt van klager verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Cliënte vindt het onprettig dat zij doorgaans pas rond 10:30 uur uit bed wordt geholpen en aangekleed. Gezien haar leeftijd en fysieke gesteldheid vergt het opstaan veel inspanning van haar, waardoor zij na het opstaan aanzienlijk moet bijkomen. Helaas is hier tot op heden geen verandering in gekomen, ondanks herhaalde verzoeken.
Cliënte heeft in de nacht van 2 op 3 mei 2024 maar liefst driemaal op de alarmknop gedrukt, zonder dat hier door de nachtzorg op is gereageerd. Dit baart klager grote zorgen. Het is niet de eerste keer dat er geen gehoor wordt gegeven aan haar noodoproepen. Klager vraagt zich af wat de consequenties zouden zijn geweest als er sprake was geweest van een acute noodsituatie.
Er is afgesproken dat maandelijks de oren van cliënte worden uitgespoten. In de praktijk blijkt echter dat deze afspraak structureel niet wordt nagekomen.
Op basis van de ontvangen reactie op de klachten heeft klager de indruk dat Zorggroep Groningen niet bereid is om concrete verbeteringen door te voeren of verantwoordelijkheid te nemen voor de geschetste situatie. Dit gebrek aan bereidheid tot verandering baart klager zorgen, temeer omdat de problematiek al langere tijd speelt en herhaaldelijk is aangekaart.
Wanneer er handelingen worden verricht of afspraken worden gemaakt, vindt er geen adequate terugrapportage plaats in het dossier. Dit maakt het lastig om de verleende zorg te volgen en verantwoording af te leggen.
Standpunt van de zorgaanbieder
Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dit op het volgende neer.
De zorgaanbieder betreurt de escalatie en erkent dat eerder overleg mogelijk onvrede had kunnen voorkomen.
De familie ervaart dat cliënte laat geholpen wordt met algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL). Het zorgteam ziet dit als incidenteel, maar de familie ervaart het als structureel. De wens om cliënte eerder uit bed te helpen kan niet altijd worden ingewilligd. Afgesproken is dat cliënte haar ontbijt en medicatie al op bed krijgt.
Volgens de familie wordt er ’s nachts niet adequaat gereageerd op alarmeringen. Onderzoek wees uit dat cliënte twee keer heeft gealarmeerd in de betreffende nacht en dat de nachtdienstmedewerker hierop heeft gereageerd. De rapportages hierover zijn echter tegenstrijdig, wat wordt erkend door de teamleider en kwaliteitsverpleegkundige.
Er is afgesproken dat de teamleider, kwaliteitsverpleegkundige en persoonlijke begeleider de lijst met knelpunten en klachten actief oppakken om de continuïteit en kwaliteit van zorg te verbeteren. Goede communicatie en samenwerking worden als essentieel gezien, met de nadruk op vooruitkijken en duidelijke afspraken maken.
Beoordeling van het geschil
Op grond van de geneeskundige behandelingsovereenkomst moet de zorgaanbieder bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen en daarbij handelen in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard (artikel 7:453 BW). Deze zorgplicht houdt in dat de zorgaanbieder die zorg moet betrachten die een redelijk bekwaam en redelijk handelend hulpverlener in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht. Het gaat hierbij om een inspanningsverplichting tot het leveren deze zorg.
De commissie zal de klacht van klager beoordelen in het licht van het hierboven geschetste toetsingskader.
Ter zitting heeft klager aangegeven dat cliënte in de afgelopen tijd erg is afgevallen omdat zij te laat uit bed werd gehaald en pas aan het einde van de ochtend haar ontbijt kreeg. Het gevolg was dat zij de lunch oversloeg. Pas na vele discussies is de zorgaanbieder nu overgegaan naar een ontbijt op bed. Ook reageert de zorgaanbieder niet altijd op de noodknop. Klager begrijpt dat de zorgaanbieder tijd nodig heeft om veranderingen in gang te zetten maar het duurt wel erg lang voordat er maatregelen worden getroffen.
De zorgaanbieder heeft ter zitting aangegeven dat er meerdere gesprekken met klager zijn geweest. Er zijn afspraken gemaakt. Voorts is de eerste contactpersoon uitgenodigd om aanwezig te zijn bij een gesprek in november 2025. Op deze uitnodiging is niet gereageerd. Cliënte is wilsbekwaam. Dit betekent dat alle afspraken met betrekking tot de zorgverlening met haar worden gemaakt.
De commissie begrijpt dat klager voor cliënte de allerbeste verzorging wenst. Dit neemt echter niet weg dat de commissie niet tot het oordeel kan komen, dat de zorgaanbieder voor wat betreft de geleverde zorg niet heeft gehandeld volgens de professionele maatstaven.
Zoals hiervoor is overwogen heeft de zorgverlener een inspanningsverplichting tot het leveren van de geïndiceerde zorg. Uit de door partijen overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting kan de commissie niet tot de conclusie komen dat de zorgaanbieder niet aan zijn inspanningsverplichting heeft voldaan. Niet is komen vast te staan dat de zorgverlening onder de grens van de zorgverlening, die in gelijke omstandigheden door een redelijk handelend zorgaanbieder zou zijn aangeboden, is (geweest).
De commissie zal de klachten dan ook ongegrond verklaren.
Tenslotte merkt de commissie op dat in het kader van goede zorgverlening aan cliënte het van essentieel belang is dat beide partijen met elkaar in gesprek blijven en elkaars standpunten respecteren en vertrouwen, ook als er sprake is van een tegengestelde visie. Voor ogen moet worden gehouden dat de verwachtingen van de één niet mogen leiden tot een onwerkbare situatie voor de ander. De zorgaanbieder blijft te allen tijde eindverantwoordelijk voor de inrichting van de zorg aan cliënte.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie verklaart de klacht ongegrond.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Verpleging Verzorging en Geboortezorg, bestaande uit de heer mr. dr. B. Wallage, voorzitter, mevrouw mr. N. Jacobs, de heer mr. P.C. de Klerk, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. W. Hartong van Ark, secretaris, op 15 december 2025.