Geschil over tijdige doorverwijzing en uitvoering van operaties na complexe enkelbreuk

De Geschillencommissie Zorg




Commissie: Ziekenhuizen    Categorie: -    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 695388/772377

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De cliënte liep op 6 juli 2022 een complexe enkelbreuk op na een val. Zij werd geopereerd in het ziekenhuis van de zorgaanbieder en moest later een revisieoperatie ondergaan. De cliënte verwijt de traumachirurg dat zij ondanks haar verzoek niet eerder werd doorverwezen naar een academisch ziekenhuis, terwijl de breuk volgens meerdere zorgverleners gecompliceerd was. Onder druk van urgentie stemde zij in met een tweede operatie in hetzelfde ziekenhuis. Toen haar herstel stagneerde, volgde alsnog een verwijzing naar het AMC, waar zij tweemaal geopereerd werd. De cliënte stelt dat zij onvoldoende is voorgelicht over de risico’s, dat de operaties niet goed zijn uitgevoerd, en dat het behandeltraject in het AMC mogelijk minder ingrijpend was geweest bij eerdere doorverwijzing. De zorgaanbieder betoogt dat de operaties adequaat en volgens de professionele standaard zijn uitgevoerd, en dat het ziekenhuis voldoende expertise heeft voor dergelijke ingrepen. De commissie oordeelt dat sprake was van informed consent bij beide operaties en dat de operaties medisch verantwoord zijn uitgevoerd. Het blijvende letsel is te wijten aan het oorspronkelijke trauma, niet aan de behandeling. Er is geen sprake van verwijtbaar handelen. De klacht wordt in alle onderdelen ongegrond verklaard.

De uitspraak

in het geschil tussen

mevrouw [naam], wonende te [plaatsnaam] (hierna te noemen: de cliënte)

en

Ziekenhuis St Jansdal, gevestigd te Harderwijk
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil

Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Ziekenhuizen (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 24 januari 2025 te Den Haag. Partijen zijn digitaal ter zitting verschenen en hebben hun standpunt nader toegelicht. De zorgaanbieder werd vertegenwoordigd door de heer [naam], traumachirurg.

Onderwerp van het geschil

Vanwege een gecompliceerde enkelfractuur heeft de cliënte een operatie moeten ondergaan in het ziekenhuis van de zorgaanbieder. Na twee weken bleek een revisieoperatie nodig. Uiteindelijk heeft de cliënte nog twee operaties moeten ondergaan in het AMC. De cliënte verwijt de traumachirurg van de zorgaanbieder dat hij haar, gelet op de complexiteit van de breuk, niet eerder heeft doorverwezen naar een gespecialiseerd academisch ziekenhuis.

Standpunt van de cliënte

Voor het standpunt van de cliënte verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De cliënte is op 6 juli 2022 van een schutting gevallen en op 19 juli 2022 is zij door traumachirurg [naam]. in het ziekenhuis van de zorgaanbieder geopereerd aan een drievoudige enkelbreuk. Tijdens de controle twee weken later gaf de chirurg aan dat uit de röntgenfoto bleek dat de stand van de enkel (het bot aan de achterzijde) niet goed was en adviseerde hij de cliënte een revisieoperatie te laten uitvoeren. Omdat diverse medewerkers in het ziekenhuis hadden aangegeven dat sprake was van zeer gecompliceerde breuken, heeft de cliënte gevraagd of het ziekenhuis van de zorgaanbieder en traumachirurg [naam]. wel voldoende kennis hadden voor een dergelijke complexe operatie. Tot twee keer toe heeft de cliënte chirurg [naam]. gevraagd of zij niet beter naar een academisch ziekenhuis kon worden verwezen. De chirurg gaf echter aan dat er veel haast bij was en de revisieoperatie snel moest plaatsvinden. Onder die druk heeft de cliënte dan ook besloten af te zien van een second opinion en ingestemd met een operatie die op 26 augustus 2022 plaatsvond.

Na de tweede operatie constateerde de fysiotherapeut echter stagnatie in de mobiliteit van de voet en enkel van de cliënte, waarna zij om een second opinion heeft gevraagd en werd doorverwezen naar het AMC. De cliënte moest daar nog tweemaal geopereerd worden. De cliënte had aanvankelijk vertrouwen in de chirurg van de zorgaanbieder en er was sprake van een goede behandelrelatie. De cliënte vraagt zich echter af of zij niet eerder had moeten worden doorverwezen naar het AMC waarmee zij een betere kans op herstel had gehad. De chirurg in het AMC heeft de cliënte namelijk te kennen gegeven dat hij graag had gezien dat zij eerder bij hem was gekomen. De arts liet doorschemeren dat in het ziekenhuis van de zorgaanbieder niet goed gehandeld is. Na de twee hersteloperaties en een lange periode van revalidatie is de functie van de voet en enkel van de cliënte nog steeds niet optimaal. De cliënte is te kennen gegeven dat zij met een gedeeltelijke beperking van haar voet zal moeten leren leven.

De cliënte zou graag zien dat de commissie een uitspraak doet over de vraag of (de chirurg van) de zorgaanbieder verwijtbaar heeft gehandeld.

De cliënte verwijt de zorgaanbieder:
– Dat zij, gelet op de compliciteit van de breuken onvoldoende is voorgelicht over de mogelijke kansen en risico’s van de operaties, waardoor zij niet een weloverwogen besluit heeft kunnen nemen;
– Dat zij ondanks haar verzoek niet eerder is doorverwezen naar een academisch ziekenhuis;
– Dat de operaties niet goed zijn uitgevoerd;
– Dat de hersteloperatie niet goed is uitgevoerd en geen zin heeft gehad.

De cliënte heeft vooralsnog geen intentie om een schadevergoeding te vorderen. Dit wil zij laten afhangen van het oordeel van de commissie.

Standpunt van de zorgaanbieder

Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Op 6 juli 2022 meldde de cliënte zich op de Spoed Eisende Hulp (SEH) afdeling van het ziekenhuis van de zorgaanbieder met een ernstige comminutieve trimalleolaire luxatiefractuur van haar rechterenkel na een val van een schutting. Vanwege een forse weke delenzwelling diende de enkel eerst tot rust te komen. Een collega van traumachirurg [naam]. besprak op 12 juli 2022 met de cliënte de operatie, risico’s en complicaties, waarmee de cliënte zich akkoord verklaarde. Op 19 juli 2022 werd de operatie uitgevoerd door traumachirurg [naam]. Complicerende factor tijdens de operatie was dat nog steeds sprake was van een aanzienlijke weke delenzwelling waardoor de chirurgische benadering van de fractuur werd beperkt. Tijdens een scan op 11 augustus 2022 werd een door de chirurg vermoede malunion (een onnatuurlijke stand van het bot) bevestigd. Op 22 augustus 2022 heeft de chirurg de noodzaak van een revisie uitgebreid met de cliënte besproken. Ook werd de kans op complicaties en de kans van slagen van de operatie uitgebreid met de cliënte besproken. De chirurg herinnert zich niet dat de cliënte daarbij heeft aangedrongen op een verwijzing naar een academisch ziekenhuis. De behandelrelatie tussen de chirurg en de cliënte was goed en de chirurg kon goed verduidelijken wat de reden was van de operatie en de (on)mogelijkheden daarvan. Het ziekenhuis van de zorgaanbieder is ook voor complexe ingrepen goed toegerust en de kwaliteit van de geleverde zorg is hoog. Gelet op de complexiteit van de fractuur heeft de chirurg de operatie en het behandelplan vooraf met collega’s besproken en heeft een collega mee geopereerd.

De eerste maanden na de operatie ging de cliënte goed vooruit. In december 2022 was echter sprake van stagnatie in de vooruitgang en op 12 december 2022 heeft de chirurg een uitgebreid gesprek gevoerd met de cliënte en haar echtgenoot. Op foto’s bleek dat sprake was van artrose (kraakbeenafname) en een toename malunion. De chirurg heeft met de cliënte besproken dat er mogelijk sprake was van een blijvende functiebeperking van de enkel.

Op verzoek van de cliënte maar ook ter informatie van de zorgaanbieder zelf ter overweging van een arthrodese (een operatie waarbij het gewricht wordt vastgezet) werd een second opinion aangevraagd bij het AMC als expertise centrum.

In het AMC is de cliënte vervolgens nog tweemaal geopereerd. De cliënte verwijt de chirurg dat de ingrepen door hem niet juist zijn uitgevoerd. De chirurg is het daar niet mee eens. De chirurg begrijpt goed dat het herstel van haar enkel de cliënte tegenvalt. Het langdurige traject hoort echter bij de soort en ernst van het letsel dat de cliënte heeft opgelopen en de uitgebreide beschadiging van de weke delen. Dit is niet altijd in één keer te herstellen en een optimale stand van de enkel is niet altijd te bereiken. In het AMC is een arthrodese uitgevoerd. Het is een afweging en keuze om voor een dergelijke ingreep te kiezen, die complicaties kent en leidt tot een verminderde functie van het vastgezette gewricht, maar wel een verlichting van pijnklachten kan geven.

De chirurg van de zorgaanbieder heeft nog contact opgenomen met zijn collega in het AMC die hem heeft toegelicht dat met een uitspraak als: “Dit hadden we liever eerder doorgestuurd gekregen” wordt bedoeld dat hij het fijner vindt om eerder een revisie te kunnen doen, omdat ‘vers’ opereren gemakkelijker is.

Beoordeling van het geschil

Bij de beoordeling van deze klacht geldt het volgende beoordelingskader. De overeenkomst die is gesloten tussen de cliënte en de zorgaanbieder, is aan te merken als een geneeskundige behandelingsovereenkomst in de zin van artikel 7:446 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Bij de uitvoering van de geneeskundige behandelingsovereenkomst moet de hulpverlener – in dit geval de traumachirurg – de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen. Daarbij moet de hulpverlener handelen in overeenstemming met de op hem/haar rustende verantwoordelijkheid die voortvloeit uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard (artikel 7:453 van het BW), die mede bepaald wordt door onder meer de stand en inzichten van de medische wetenschap, richtlijnen en protocollen. Deze zorgplicht houdt in dat de hulpverlener die zorg moet betrachten die een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot/hulpverlener in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht.

De zorgplicht houdt in beginsel geen resultaatsverplichting in, maar wordt aangemerkt als een inspanningsverplichting. Van een tekortkoming kan dan ook pas worden gesproken indien komt vast te staan dat de hulpverlener zich onvoldoende heeft ingespannen of bij de inspanning een fout heeft gemaakt.
De commissie dient te onderzoeken of de traumachirurg bij de uitvoering van de geneeskundige behandelingsovereenkomst in de gegeven omstandigheden al dan niet de hiervoor omschreven zorgplicht heeft nageleefd.

De commissie heeft het volgende overwogen.

Op grond van het medische dossier en de overgelegde stukken is de commissie van oordeel dat de chirurg zowel op 19 juli 2022 als op 26 augustus 2022 een goede en verdedigbare operatie heeft uitgevoerd aan de enkel van de cliënte, passend bij haar ernstige klachten. Daarbij wordt aangetekend dat een medisch probleem op meerdere manieren kan worden behandeld. Iedere behandelaar heeft een eigen behandelwijze of voorkeur voor een bepaalde behandelmethode zonder dat gezegd kan worden dat de ene methode beter is dan de andere. Dat de chirurg in het AMC voor een andere behandelwijze zou hebben gekozen en twee aanvullende operaties heeft geadviseerd, betekent niet dat de door de chirurg van de zorgaanbieder uitgevoerde operaties onjuist of ondeskundig zijn uitgevoerd. De gezondheidstoestand van de cliënte gaf in augustus 2022 geen aanleiding voor een doorverwijzing naar een academisch ziekenhuis. Het ziekenhuis en de traumachirurg van de zorgaanbieder zijn goed toegerust en gespecialiseerd om de revisieoperatie uit te voeren. De revisieoperatie is op 26 augustus 2022 volgens de daarvoor geldende normen, maatstaven en richtlijnen van de beroepsgroep uitgevoerd. Door de chirurg is goed en adequaat gereageerd op de klachten van de cliënte.

Op grond van het dossier en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht, is voor de commissie vast komen te staan dat zowel ten aanzien van de ingreep op 19 juli 2022 als ten aanzien van de ingreep op 26 augustus 2022 sprake was van informed consent. De cliënte heeft weliswaar aangevoerd dat zij in augustus 2022 heeft geïnformeerd of zij op dat moment niet beter kon worden verwezen naar een academisch ziekenhuis, maar vervolgens heeft zij te kennen gegeven dat de chirurg haar ervan heeft overtuigd dat er geen reden was om uit te wijken naar een academisch ziekenhuis en dat zij vertrouwen had in de deskundigheid van de chirurg. In het licht hiervan heeft zij ingestemd met de revisieoperatie op 26 augustus 2022 in het ziekenhuis van de zorgaanbieder.

Dat de cliënte mogelijk enige beperkingen in haar enkelfunctie zal behouden, is niet toe te schrijven aan de door de chirurg uitgevoerde operatie maar aan het trauma dat zij op 6 juli 2022 heeft opgelopen. Van enig verwijtbaar of onzorgvuldig handelen van (de chirurg van) de zorgaanbieder is de commissie niet gebleken.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht in alle onderdelen ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie:
– verklaart de klacht van de cliënte in alle onderdelen ongegrond;
– wijst het door haar verzochte af.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de zorgaanbieder aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit de heer mr. H.A. van Gameren, voorzitter, de heer drs. B. van Wageningen en de heer mr. P.O.H. Gevaerts, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. J.C. Quint, secretaris, op 24 januari 2025.